‘Si vis pacem, para bellum’. Ofwel: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. Die spreuk heb ik de afgelopen weken al verschillende keren voorbij zien komen. Flavius Vegetius Renatus schreef de spreuk in het jaar 390 net iets anders: ‘Qui desiderat pacem, bellum praeparet.’ Een Latijnse spreuk die terug gaat op De Wetten van de Athener Plato.

‘Si vis pacem, para bellum’ en dan steeds gevolgd door zoiets als ‘Europa (of Nederland) is naïef geweest door haar defensie te verwaarlozen. Daarom zijn we nu een speelbal van de grote machten die zich wel op oorlog voorbereiden’. Een oude Latijnse spreuk met Antiek Atheense wortels heeft al snel iets waars. En nog weer wat anders geformuleerd: er is geen vrede zonder effectieve afschrikking. Zo is hij tegenwoordig bekend.

Als je de stappen rond een oorlog beziet, voorbereiden, beginnen, winnen en de naoorlogse vrede, dan richt de Romeinse spreuk zich in de basis op die voorbereiding, die moet voorkomen dat je wordt getroffen door stap twee. Als de Romeinen ergens goed in waren, dan was het om zich voor te bereiden op oorlog. Alleen leidde die voorbereidingen pas tot vrede na een oorlog. Dan werd het veroverde gebied onder de Pax Romana, de Romeinse orde gebracht.

Afgezien wellicht van de Mongoolse horden onder de grote Khan Dzjengis en zijn opvolgers, heeft de wereld geen oorlogszuchtiger volk gekend dan de Romeinen. Je werd geen groot rijk omdat anderen bij je wilden horen maar door anderen te veroveren en de veroverden in slavernij af te voeren. Ik ken maar één rijk waar anderen graag bij willen horen en dat noemt zichzelf geen rijk. Een rijk waar je zelfs uit kunt treden en waar inwoners van de onderdelen daar ook hartstochtelijk voor pleiten. Dat rijk is de Europese Unie.

De geschiedenis laat zien dat landen en rijken die zich voorbereiden op oorlog krijgen waarop ze zich voorbereiden en dat is oorlog. Neem de hegemoniale macht van de afgelopen dertig jaar, de VS. Dat land was en is zo machtig dat geen enkel ander land het in het hoofd zal halen er een oorlog tegen te beginnen. De VS bereiden zich nog steeds voor op oorlog en voeren die ook met grote regelmaat. Vooral tegen landen die een bedreiging vormen voor de Pax Americana.

Dat maakt het twijfelachtig of de strategie om vrede na te streven door je voor te bereiden op oorlog een goede is. Op dezelfde Wikipedia-pagina is ook te lezen dat als Napoleon een kenner van het Latijn was geweest, hij er ‘si vis bellum, para pacem’ van zou hebben gemaakt zo schreef zijn biograaf De Bourienne. Of te wel ‘als je oorlog wilt, bereid je voor op vrede.’

Nu kun je hier op twee manieren naar kijken. Interessanter is de tweede manier: bereid je voor op de wereld na de oorlog. Die voorbereiding kent twee kanten en daarvoor weer even terug naar de stappen in een oorlog en dan vooral de derde stap. De tweede stap is niet interessant in deze. Een oorlog beginnen is makkelijk. Je valt een ander aan en je hebt oorlog. De derde stap, de oorlog winnen is wat moeilijker.

Beste voorbeeld hiervan is de Eerste Wereldoorlog. Alle strijdende partijen dachten dat ze een makkelijke en snelle overwinning zouden halen. In alle betrokken landen werd afscheid genomen van de soldaten die naar het front moesten in de veronderstelling dat ze voor de Kerst weer thuis zouden zijn met de overwinning op zak. En bij die Kerst werd niet gedacht aan de Kerst 1918, maar die van 1914.

Bovendien kwam niet iedereen als winnaar uit het strijdperk. Dat laatste zal zelden (ik denk zelfs nooit) gebeuren, dat staat immers gelijk aan defaitisme en daarvan wil je niet worden beschuldigd. Bovendien stond in het grootste deel van de geschiedenis vast wat er met je gebeurde als je verloor, dan werd je gebied geplunderd en werden de overlevenden in slavernij afgevoerd en als het vrouwen waren vaak ook nog verkracht. Het veroverde gebied werd eigendom van de winnaar en die gaf zijn getrouwen er delen van voor hun bewezen en in de toekomst nog te leveren diensten. Zo betaalden de overwonnenen de kosten van de oorlog.

Tegenwoordig ligt dat wat gecompliceerder. Slavernij is afgeschaft en bevolkingen zijn zo talrijk dat het afvoeren naar andere delen van je gebied een lastige optie is. Waar vind je ruimte om ze te hervestigen? De recente geschiedenis laat zien dat bezetting geen stabiele situatie oplevert. Sterker nog, de verloren oorlog en het opgelegde bezettende regime leiden onder de bevolking van het overwonnen gebied al snel tot haat tegen de bezetter en/of diens vertegenwoordigers.

Haat die zich uit in tegenwerking en al dan niet gewapend verzet. De Israëliërs kunnen erover meepraten en ook de ervaringen van de Amerikanen in Vietnam, Irak en Afghanistan en de Sovjets in hetzelfde Afghanistan spreken voor zich. Wie er ook wint, het winnen van de vrede na het einde van oorlog in Oekraïne zal een gigantische opgave zijn.

Ik hoop dat de leiders in Rusland, maar ook in het Westen zich realiseren dat het winnen van vrede na de oorlog lastiger is dan het winnen van een oorlog. Ik hoop dat ze zich hierbij niet laten leiden door een Latijnse spreuk die teruggaat op het denken van een oude Athener en zelfs niet van de Napoleontische variatie erop. Ik hoop dat ze duurzame vrede willen en zich daar ook op voorbereiden.

Op parkeerterrein De Kuil aan de Wassenaarseslag is luchtafweergeschut geplaatst, dat wordt bewaakt door militairen. Defensie heeft een deel van het parkeerterrein aangemerkt als militair gebied vanwege de NAVO-top. In aanloop naar de NAVO-top beloven wereldleiders de ene na de andere miljardeninvestering in defensie. Maar grotere legers en meer wapens zijn juist de oorzaak van oplopende spanningen, zeggen Nederlandse pacifisten.

Ze hadden liever gezien dat-ie ergens anders had plaatsgevonden, of nóg liever: dat-ie er helemaal niet was geweest. Maar de NAVO-top komt naar Den Haag en dat biedt de Nederlandse vredesbeweging behalve frustratie ook de kans om haar eigen verhaal te doen. Want dat is ook een misverstand, zegt De Haan: dat pacifisten naïevelingen zijn die op hun idealen terug zullen komen zodra ‘de Russen’ binnenvallen.

“Dat werd tijdens de Koude Oorlog ook al over ons dienstweigeraars gezegd. We werden zelfs de ‘vijfde colonne’ van de Sovjet-Unie genoemd.” Het verschil met nu? “Destijds klonk dat geluid alleen in De Telegraaf, maar nu lijkt het of een meerderheid in de samenleving zo praat over mensen die niet mee willen in het geweldspoor.”

Bovendien zijn er ook in Oekraïne nog altijd pacifisten, weet De Haan: “Die spreek ik wel eens. Maar in de basis wijzen alle pacifisten escalatie van conflicten door staten en legers af. De Haan: “Legers en wapens leiden niet tot oplossingen, maar tot nog meer verwoesting en leed. Ik geloof in de-escalatie en, in het geval van onderdrukking, in geweldloos verzet.

Tegen een invasie door een buurland, zoals Rusland in Oekraïne, heeft geweldloos verzet niet veel zin, erkent De Haan. Maar dat is volgens hem des te meer reden om in te zetten op diplomatie en de-escalatie. “Oud-kanselier Merkel, die opgroeide in de DDR, sprak van strategisch geduld: onder het juk van de Sovjet-Unie uitkomen lukte jarenlang niet, maar uiteindelijk vermolmde het regime van binnenuit.”

De Jonge vindt een medestander in Wendela de Vries, onderzoeker bij Stop Wapenhandel, een stichting die zich uitspreekt tegen de wapenindustrie en voor de-escalatie van conflicten. Zij verzet zich tegen het argument dat de NAVO Europa veiliger zou maken.

“Het NAVO-concept van veiligheid is gebaseerd op militaire afschrikking met zoveel mogelijk wapens, inclusief kernwapens. Het is nooit bewezen dat afschrikking je land veiliger maakt. Integendeel, zou ik zeggen: hoe meer wapens je hebt, hoe groter de kans dat je ze gaat gebruiken.”

Vooral kernwapens baren De Vries zorgen. “De kernwapens die op Nederlandse bodem liggen, vallen onder Trumps gezag. Volgens De Vries hebben pacifisten en de vredesbeweging in het algemeen een slecht imago, niet alleen in de media maar ook in de politiek.

“Politici die voor hogere defensiebudgetten pleiten, zetten ons weg als een stelletje naïeve dromers, terwijl er tal van redenen zijn om kritisch te zijn op de gigantische bewapening. Het is toch bizar om miljarden euro’s uit te geven aan wapens ten koste van andere dingen?

De Haan, De Jonge en De Vries zijn geen onbekenden van elkaar: alle drie zijn ze nauw verbonden aan De Nieuwe Vredesbeweging, een relatief nieuw collectief van 21 vredesorganisaties. Veel ingewikkelder dan politici en NAVO-topmensen het doen voorkomen, sluit pacifist van het eerste uur Willem de Haan af.

“Neem dat bekende Latijnse zinnetje: Si vis pacem, para bellum, oftewel: ‘Wil je vrede, bereid je dan voor op oorlog.’ Op de gevel van het Vredespaleis in Den Haag staat een veel mooier alternatief: Si vis pacem, cole iustitiam. ‘Wil je vrede, handel dan rechtvaardig’. Onrecht is de oorzaak van conflicten: grondstoffenroof, discriminatie, racisme, enzovoort.

“Bij alle oorlogstaal heb ik behoefte aan woorden die een andere wereld schetsen, waarin oorlog geen tegenhanger is van vrede, niet een andere kant van de medaille. Toch wordt het zo gepresenteerd deze dagen. Alleen maar vrede willen lijkt naïef, wie vrede wil, moet eerst een oorlog uitvechten: Si vis pacem, para bellum. Vrij vertaald (mijn Latijn is belabberd): wie vrede wil, moet zich op oorlog voorbereiden.

Deze logica van de Romeinen is nu de logica van de NAVO en van ons defensiebeleid. Voor die Romeinse vrede werd het woord pacem gebruikt, een woord dat afwezigheid van oorlog betekent. Pacem is een pact, een afspraak, een wapenstilstand, vijanden die een adempauze nemen. Het woord vrede is iets anders. Geworteld in het oud-Germaans, frithu, verwant aan ‘vriend’ en ‘vrijheid’. Het is niet de afwezigheid van oorlog maar een toestand van gemeenschapszin, van vriendschappelijke verbinding. Oorlog kan leiden tot pacem - een pact - maar nooit tot vrede, de bloeiende gemeenschap.

Wie vrede wil, moet werken aan vrede en ik zou willen dat daar meer over gepraat en geschreven werd, in plaats van ons de oorlog als onvermijdelijk te presenteren. Als je veiligheid wil, bereid je dan voor op vrede. Dat is veel logischer dan je voor te bereiden op oorlog. Door je voor te bereiden op oorlog, kom je met de verkeerde mindset aan de aftrap. De zogenaamde tegenstrever zal onmiddellijk aanvoelen dat je gedrag gebaseerd is op wantrouwen en zich dan ook voorbereiden op oorlog.

De Koude Oorlog is het beste voorbeeld van twee tot de tanden gewapende kampen met als resultaat een dure en irrationele wapenwedloop, inclusief 70.000 kernbommen waarvan een fractie volstaat om de wereld te vernietigen. Hoeveel keer kan de wereld nog door het oog van de naald kruipen? Het volstaat dat kernwapens één keer op grootschalige manier worden gebruikt opdat er niemand meer overblijft om nog Latijnse spreekwoorden boven te halen.

In oktober 2022, toen Oekraïne Rusland tijdelijk terugdrong, schatte de Amerikaanse inlichtingendienst de kans op 50/50 dat Rusland een kernwapen zou inzetten tegen Oekraïne. Vandaag is de reactie van de Europese Unie (EU) op het vredesinitiatief van president Trump uitermate defensief. Dit is net het omgekeerde van waarvoor de EU werd opgericht: voor vrede, door middel van samenwerking, ook op vlak van veiligheid. Veiligheid is immers gedeelde veiligheid. De EU zou er dus voor moeten zorgen dat ook Rusland zich minimaal veilig voelt.

Dat is mogelijk door rekening te houden met de legitieme nationale veiligheidsbelangen van het land. Tijdens de Cubacrisis hebben we gewoon geluk gehad, aldus VS-minister van Defensie Robert McNamara. Herinner u dat het Westen tweemaal aan de poorten van Moskou heeft gestaan: eerst met Napoleon, later met Hitler. Oekraïne zal dus geen lidstaat kunnen worden van de NAVO, ondanks de westerse beloftes in 2008.

Veel wijze mensen hebben zich toen trouwens tegen die beloftes verzet. Ook Merkel en Sarkozy. Maar de VS-president Bush Jr. heeft zijn belofte om Oekraïne lid te maken gewoon doorgeduwd - wat ook iets zegt over de besluitvormingsmethode binnen de NAVO. Dat zijn allemaal zaken die Poetin liever niet ziet, maar die hij toch zal moeten slikken. In ruil wordt Oekraïne geen lidstaat van de NAVO en dus een neutrale bufferstaat, en blijven de geannexeerde gebieden de facto tot Rusland horen totdat er een definitieve regeling wordt uitgewerkt binnen 15-20 jaar.

Bestaande allianties - die per definitie gericht zijn tegen een externe vijand - moeten het bijltje er (letterlijk) bij neerleggen. Dergelijke collectieve veiligheidsorganisaties zijn niet gericht tegen een externe vijand, maar trachten de veiligheid tussen de lidstaten te verzekeren door afspraken te maken over oorlog en vrede, inclusief het elkaar helpen mocht een van de lidstaten de regels overtreden.

Binnen deze regionale collectieve veiligheidsorganisatie kan de EU voor efficiëntiedoeleinden de Europese defensie-integratie voortzetten zonder te vervallen in het nastreven van een militair-industrieel-complex à la de VS (of de USSR ten tijde van de Koude Oorlog). In maart 2025 kondigde de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, de lancering aan van een grootscheeps herbewapeningsplan. Dit plan is niet het enige initiatief om de defensiecapaciteit van Europa te versterken. Alle EU-lidstaten hebben besloten om hun defensiebudgetten te verhogen. De meest spectaculaire verhoging komt van Duitsland, dat van plan is om de komende jaren honderden miljarden uit te geven aan zijn defensie.

Volgens de politieke besluitvormers zouden de recente beslissingen in feite de fout van jarenlange militaire ‘onderinvestering’ herstellen. In hun verhaal wordt de Europese herbewapening gepresenteerd als een noodzaak om de Europese waarden te beschermen tegen bedreigingen van buitenaf. Om de recente Europese beslissingen te begrijpen, moeten we ze in hun historische context plaatsen. In de jaren zeventig ontwikkelden de Europese wapenindustrie en haar lobbyisten een sociotechnisch defensienarratief.

Die voorstelling van zaken is echter niet realistisch. De wapenproductie levert maar een kleine bijdrage aan de totale groei. De kosten van militaire uitgaven voor de samenleving worden in dit narratief volledig verzwegen. Bovendien houdt het geen rekening met de klassieke risico’s van de militarisering van internationale betrekkingen door wapenproductie. Geleid door dit beeld probeert de EU een eengemaakte defensiemarkt te creëren.

Rond 2013 beseften de verantwoordelijken echter dat het project was mislukt. De sector werd wel degelijk gerationaliseerd, met de vorming van grote groepen die gespecialiseerd zijn in wapenproductie. Maar het probleem voor de industrie is dat de vraag naar bewapening stagneert, omdat regeringen hun geld liever niet uitgeven aan het kopen van grote hoeveelheden wapens. Daarop past de EU haar beleid aan.

Vanaf 2015 zet ze initiatieven op - zoals het Europees Defensiefonds, de Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek en de Permanente gestructureerde samenwerking - die bedoeld zijn om de ontwikkeling van wapens te financieren en de aankoop te vergemakkelijken. In 2019 richt de Commissie ook een Directoraat-Generaal Defensie-industrie en ruimtevaart op (DG DEFIS).

Door haar initiatieven en haar visie, die is beïnvloed door lobbyisten, draagt de EU bij aan de privatisering van de wereld1. Ze maakt bedrijven tot de meest geschikte spelers om te reageren op collectieve problemen, waaronder veiligheidskwesties. Steun voor de wapenindustrie wordt daarom gepresenteerd als essentieel voor de ontwikkeling van een ‘strategische autonomie,’ die op haar beurt noodzakelijk is voor de bescherming van de Europese waarden.

Tijdens de Arabische Lente werden ‘onze’ pantservoertuigen door Egyptische troepen gebruikt om de bevolking te onderdrukken. Er werden onder andere Europese wapens geleverd aan Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten toen deze rechtstreeks betrokken waren bij de oorlog in Jemen. Er zijn ook Europese wapens verkocht aan Marokko, dat de Westelijke Sahara bezet.

Er worden ook Europese wapens geëxporteerd naar India en Pakistan terwijl deze twee staten met elkaar overhoopliggen. Frankrijk heeft pantservoertuigen geleverd aan Kameroen, waar de troepen buitensporig geweld gebruiken in de Engelssprekende gebieden. Frankrijk wordt ook beschuldigd van het leveren van uitrusting aan Indonesië op een moment dat Indonesische troepen betrokken waren bij repressieve acties in West-Papoea.

Er zijn bewapende Brits-Italiaanse helikopters verkocht aan Nigeria, ondanks de erbarmelijke staat van dienst van de Nigeriaanse strijdkrachten op het gebied van mensenrechten. Bovendien verkopen Europese bedrijven militaire uitrusting aan Israël, werken ze samen met de Israëlische industrie en kopen ze wapens van Israël.

Deze voorbeelden tonen aan dat de levensvatbaarheid van de Europese industrie deels afhangt van wapenexport naar landen die weinig respect hebben voor de waarden die de Europeanen voorstaan. Niets wijst erop dat deze situatie de komende jaren zal veranderen. De oorlog in Oekraïne en de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis zijn koren op de molen van degenen die de wapenindustrie verdedigen. Volgens hen is het dringend noodzakelijk om de militaire capaciteiten van Europa te versterken.

In de praktijk geven de EU-lidstaten al veel geld uit aan hun defensie. Het Russische defensiebudget voor 2024 bedraagt ongeveer 130 miljard euro. Een blik op het jaarboek Military Balance (2024) van het International Institute for Strategic Studies laat ook zien dat de EU-lidstaten zo’n 4.000 tanks, 6.000 infanteriegevechtsvoertuigen, 11.500 artilleriestukken en meer dan 1.550 gevechtsvliegtuigen bezitten.

Ter vergelijking: volgens dezelfde bron heeft Rusland ongeveer 1.800 tanks, 4.170 infanteriegevechtsvoertuigen, 5.570 artilleriestukken en 1.300 gevechtsvliegtuigen.

Hogere defensiebudgetten zouden Europese wapenproducenten ten goede moeten komen. Maar ze zullen ook Amerikaanse fabrikanten ten goede komen. Laten we niet vergeten dat tussen 2019 en 2023 55 procent van de wapens die Europeanen kochten, afkomstig waren uit de Verenigde Staten. Tot slot zullen de verhogingen ook ten goede komen aan de banken die die bedrijven financieren en aan hun aandeelhouders.

In dit stadium is er echter geen garantie dat deze uitgaven, die met overheidsgeld moeten worden gefinancierd, het gewenste economisch effect zullen hebben. Het is daarentegen veel waarschijnlijker dat deze uitgaven uiteindelijk door de bevolking betaald zullen worden.

De wereld staat op een keerpunt. De almacht van de Verenigde Staten als economische en diplomatieke grootmacht is niet langer vanzelfsprekend. Europa, nog altijd afhankelijk van de VS op het vlak van defensie en handel, begint in te zien dat de relatie niet meer stabiel is. In Europa is de consensus bij de politieke beleidsmakers algemeen: we hebben hogere militaire budgetten nodig, om ons te kunnen verdedigen in een onveiligere wereld.Maar precies daar dreigt een fundamentele fout.

Nog geen maand na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne dreigde Poetin al met kernwapens. Israël wordt momenteel beschuldigd van verschillende oorlogsmisdaden en de nucleaire dreiging spookt bij iedereen in het achterhoofd. Men krijgt meer en meer de indruk dat kernwapenstaten opereren op een ander speelveld, één waar ze zich niet houden aan de regels die voor andere staten wel gelden.

Het Verdrag inzake het verbod op kernwapens (TPNW), geadopteerd door de Verenigde Naties in 2017, is relevanter dan ooit. Kernwapens zijn de enige wapens die de hele mensheid kunnen uitroeien. Niet-kernwapenstaten zien opnieuw hoe weinig concrete inspanningen er geleverd worden door de kernwapenstaten voor echte ontwapening, integendeel.

Het Non-proliferatieverdrag (officieel het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens) dateert al van 1968. Dit verdrag wilde niet alleen de verspreiding van kernwapens stoppen, maar had totale ontwapening als doel. In ruil voor ontwapening van de kernwapenstaten beloofden de niet-kernwapenstaten om zelf geen kernwapens te ontwikkelen.

Ondertussen ligt het verdrag aan de bron van decennialange frustraties van niet-kernwapenstaten. Ontwapening wordt steeds maar uitgesteld, en nu zien we bovendien hoe kernwapens worden ingezet als chantagemiddel. Deze hypocriete dynamiek is niet langer houdbaar.

Zuid-Afrika, Mexico, Indonesië, Oostenrijk en meer economische zwaargewichten hebben zich uitgesproken over dit dubbelspel door zich aan te sluiten bij het TPNW. Meerdere Europese leiders pleiten nu voor een Europese nucleaire paraplu (los van de VS). De Franse president Macron spreekt over mogelijke uitbreiding van het Franse nucleaire arsenaal. De Duitse kanselier Friedrich Merz staat ook achter dit idee. Verder, in Polen, vraagt Donald Tusk publiek om kernwapens in zijn land te stationeren.

Wat volgt is een steeds agressievere positionering van Europa. Door het idee van meer Europese kernwapens openlijk te steunen, wordt het een bedreiging voor de andere kernmachten enerzijds en een onbetrouwbare partner voor de ontwapeningsgezinde staten anderzijds. Dit schaadt het vertrouwen, ondermijnt diplomatieke kansen en creëert frictie die economische samenwerking belast. Dit is het klassieke veiligheidsdilemma.

Het spanningsveld tussen de kernwapenstaten (of de staten onder de nucleaire paraplu) en de niet-kernwapenstaten is geen abstracte discussie maar een fundamenteel probleem dat de internationale relaties sterk onder druk zet. De primaire doelstelling van elke staat is zelfbehoud. En die wordt bedreigd door kernwapens. Daarom worden staten die nieuwe dreigingen creëren niet geapprecieerd.

Het begrip ‘nucleair taboe’ weerspiegelt een diepgewortelde internationale consensus tegen het gebruik en de ontwikkeling van kernwapens. Dit is ook de reden dat zelfs kernwapenstaten publiekelijk vasthouden aan het principe van totale ontwapening. Ze begrijpen dat het bestaan van deze wapens ook een bedreiging voor henzelf is.

Vrede tussen staten ontstaat door samenwerking, vertrouwen en wederzijdse afhankelijkheid. Dat is het tegendeel van ‘Si vis pacem, para bellum.’ Als Europa echt wil inzetten op strategische autonomie en mondiale invloed, dan moet het kiezen voor diplomatie boven dreiging, en voor partnerschap boven polarisatie.

Het versterken van banden met staten die pleiten voor ontwapening is niet alleen moreel juist, het is ook geopolitiek verstandig. In een tijdperk waarin de contouren van de wereldorde herschreven worden, moet Europa zich positioneren als bruggenbouwer, niet als uitdager van het nucleaire evenwicht.

Het is tijd voor Europa om de banden te versterken met de nieuwe economische zwaargewichten in de wereld, zwaargewichten die proliferatie weigeren. Europa is zo in de ban van de nucleaire mythe dat het niet stilstaat bij de enorme implicaties van nucleaire proliferatie. Door zich in tijden van internationale spanningen vijandig te positioneren, sluiten we ons af van belangrijke toekomstige partners.

Naomi Zoka is bewegingswerker Veiligheid & Ontwapening bij Pax Christi.

Bron Aantal Tanks Infanteriegevechtsvoertuigen Artilleriestukken Gevechtsvliegtuigen
EU-lidstaten (2024) ~4.000 ~6.000 ~11.500 ~1.550
Rusland (2024) ~1.800 ~4.170 ~5.570 ~1.300

labels: #Ei

Zie ook: