Hoewel vis als gezond wordt gezien, kan vis ook ongezond zijn. Er zijn meerdere overwegingen om vis te eten. Vis is eiwitrijk. Vooral vette vis bevat aardig wat omega-3 vetzuren. Dit zijn essentiële vetten die ons lichaam moeilijk zelf kan aanmaken. Omega-3-vetzuren spelen een belangrijke rol in de gezondheid van onze hersenen en hart. Het kan mogelijk ontstekingen minderen en het risico op hartaandoeningen verminderen. Vis past dus perfect binnen een gezond voedingspatroon.

Om te beginnen is het advies van de gezondheidsraad om 2x per week vis te eten, waarvan 1x per week vette vis. Dit zou voldoende moeten zijn om te profiteren van de gezondheidseffecten van vis. Ben je geen visliefhebber? Je zou ook gebruik kunnen maken van visolie, algenolie of levertraan, om voldoende omega-3 vetzuren en vitamine D binnen te krijgen.

Helaas blijft het niet alleen bij positieve gezondheidseffecten. Afvalstoffen zoals kwik en polychloorbifenylen (PCB’s) komen terecht in grond-, meer- en oceaanwater waar bepaalde vissoorten leven. Sommige vissoorten bevatten door het zoute zeewater en conserveringswijze relatief veel zout. Vis bederft snel. De bederfbacteriën kunnen goed tegen de koeling, omdat het niet veel verschilt met de koude zee. De kans op een voedselvergiftiging is hiermee groter.

Gelukkig is dit allemaal meegenomen in de adviezen van de gezondheidsraad. De gezondheidsvoordelen wegen zwaarder op dan de nadelen als je helemaal geen vis eet. Om te beginnen wil je rekening houden met alle gezouten, zure en gerookte vissoorten. Deze bevatten veel zout. Denk aan gerookte zalm, paling, haring en ansjovis. Roofvissen zoals haaien en zwaardvissen bevatten over het algemeen de meeste afvalstoffen. Vette vissoorten kunnen meer vervuild zijn dan magere vissoorten, omdat de afvalstoffen in het vet worden opgeslagen. Dit is ook weer afhankelijk waar deze vissoorten zwemmen. Europese wateren (de Noordzee, het Middellands zeegebied, etc.) zijn bijvoorbeeld meer vervuild dan de Stille Oceaan. Kweekvis kan zelfs meer afvalstoffen bevatten dan wilde vis. Dit is afhankelijk van wat voor voeding ze krijgen.

Welke vissoorten minder gezond zijn hangt dus af van meerdere factoren. Dan kun je ook kijken of de vissoorten die je eet duurzaam zijn. De visstand wordt namelijk bedreigd!

Vis brengt zowel positieve- als negatieve gezondheidseffecten met zich mee. De voordelen wegen echter zwaarder op dan de nadelen. Om het meest te profiteren van gunstige effecten en negatieve effecten te minderen, is het advies om 2x per week vis te eten, waarvan 1x per week vette vis. Kijk van te voren of deze vis het ASC of MSC keurmerk bevat.

Top 5 Gezonde en Duurzame Vissoorten

Nu je weet welke vissoorten minder gezond of duurzaam zijn, wil ik mijn top 5 delen die relatief gezond en duurzaam zijn.

  1. Zalm: Er bestaan verschillende soorten zalm. De meeste soorten worden niet overbevist of onverantwoord gekweekt. De roze zalm, coho zalm en Atlantische zalm zijn over het algemeen goede keuzes. Zalm is een vette vissoort en bevat de zalm met een huid meer vet, dan de zalm soorten die geen huid hebben. Wanneer je zalm uit de diepvries koopt is het verhoudingsgewijs goedkoper dan verse zalm. Vind je zalm lekker of wil je het proberen?
  2. Makreel: Makreel uit de Atlantische Oceaan is een goede keuze. Vooral de Spaanse Makreel wordt niet overbevist en heeft verhoudingsgewijs minder afvalstoffen. Makreel is nog vetrijker dan zalm en bevat verhoudingsgewijs minder eiwit. In de supermarkten wordt meestal gerookte makreel aangeboden. En als je geluk hebt zitten er vrijwel geen graten in. Wil je zoutarmer eten?
  3. Haring: Haring komt ook uit de Atlantische oceaan. Het is ongeveer even vetrijk als makreel en bevat net als zalm en makreel veel omega-3 vetzuren. Haringfilet kun je vers of gerookt bij de supermarkt halen. Het bederft ongeveer even snel als makreel.
  4. Schelp- en schaaldieren: Hoewel schelp- en schaaldieren officieel geen vissoort zijn, worden ze meestal gerekend onder magere vissoorten.
  5. Tonijn: Ten slotte hebben we tonijn. Tonijn bevat over het algemeen veel afvalstoffen en heeft minder omega-3 vetzuren. Daarnaast zijn veel tonijnsoorten bedreigd.

Pangasius is een witte vis met een laag vet- en koolhydratengehalte. Het bevat veel voedingsstoffen. De pangasius komt van oorsprong uit de binnenlandse wateren in Azie. In het verleden heeft deze vissoort negatief in het nieuws gestaan, omdat het verontreinigende stoffen bevat. De visindustrie heeft afstand genomen van veel twijfelachtige praktijken, en verdere wet- en regelgeving zorgt ervoor dat pangasius veilig is om te eten.

Verantwoorde Vis: Waar Let Je Op?

Verantwoord vis eten is nog best lastig. Je hoort regelmatig berichten over bedreigde vissoorten vanwege overbevissing, onbedoelde bijvangst of dat de zeebodem wordt beschadigd door de visnetten. Via de viswijzer (ook als app te downloaden) kan je zoeken naar (Nederlandse) vissoorten die nog niet worden bedreigd. De gekleurde vissymbolen geven aan of de vis al of niet ok is. Niet alle verantwoorde vis komt uit de Noordzee of Waddenzee. Sommige vissoorten leggen vele transportkilometers af om hier te komen. Wil je graag Nederlandse vissoorten eten dan heb je nog steeds voldoende keuze. Naast het soort vis, is het van belang op welke wijze deze vis wordt gevangen.

De eerste duurzaam gevangen vissoort in Nederland is de harder die onder andere wordt verkocht door De Goede Vissers. Zij hebben voor deze vis, en later ook de zeebaars, het Waddengoud-keurmerk omdat zij een duurzame vismethode gebruiken genaamd ‘staand-want’. Deze ambachtelijke visserij is een vorm van jacht in ondiep water. Men legt eerst het schip voor anker in de buurt van een visplek van waar de schipper denkt vis te kunnen vangen. Vervolgens trekt men met rubberbootjes erop uit om met het blote oog vis te zoeken. Er wordt gevist op harder en zeebaars. Zodra er vis is gesignaleerd wordt handmatig het net in het water uitgezet.

Vis kan ook milieuvriendelijk worden gekweekt, dan heeft het geen MSC-keurmerk (deze is alleen van toepassing op wildvangst) maar een EKO-keurmerk (ofwel de vis is biologisch gekweekt). Bij biologische kweek wordt gebruik gemaakt van biologisch (en visvrij) voer en worden uiteraard geen antibiotica en/of kleurstoffen gebruikt.

In verband met de paartijd zijn bepaalde vissoorten niet het gehele jaar door beschikbaar. Zo zijn harder en zeebaars alleen van mei tot oktober vers verkrijgbaar en is er voor de Japanse oesters in de zomer een visstop.

Nederlandse Vissoorten

De Noordzee herbergt een grote diversiteit aan verschillende soorten vis, meer dan 200 soorten. Een deel van deze vis wordt gericht bevist door de Nederlandse vloot en een deel komt als bijvangst in de netten terecht.

Platvissen

Platvissen leven typisch op- of nabij de bodem en hebben een afgeplat lichaam. Maar gek genoeg zijn niet hun hele leven plat. Platvissen beginnen hun leven als een normale vis met beide ogen aan één kant en zwemmen dan vrij in de waterkolom. Na een bepaalde tijd, vaak per soort verschillend, ondergaan ze een metamorfose. Het oog van de ene kant verschuift naar de andere kant. De platvis heeft dan twee ogen op één kant van zijn lichaam, zie ook de illustratie hieronder. De vis wordt platter en gaat op de bodem leven. De oogzijde, de kant waar de ogen op staan, is dikwijls gekleurd om op de ondergrond te lijken.

Tong (Solea solea) Tong heeft een kleine kop met een gebogen bek en de neus steekt voor de bek uit. De ogen van de tong zitten op de rechterzijde van zijn lijf, deze zijde is (donker)bruin met vlekjes en stippen. De tong heeft een voorkeur voor warme, zandige- en modderige zeebodems. De noordgrens van het verspreidingsgebied ligt in de Noordzee. In strenge winters trekt hij naar plaatsen waar de zeebodem het warmst blijft. Hij breidt zijn verspreidingsgebied verder naar het noorden toe uit. Dit blijkt uit onderzoek van visserijbiologen verenigd in de International Council for the Exploration of the Sea (ICES).

Schol (Pleuronectes platessa) De schol is ongeveer twee keer zo lang als breed (excl. vinnen). Aan de kant van zijn ogen (rechterzijde) zitten bijna altijd rode of oranje vlekken. Schol komt langs de gehele Europese kustzone van de Barentszzee tot aan de westelijke Middellandse zee voor. Men kan deze vis vinden tot op 458 meter diepte en dan met name op zandige en gemengde bodems.

Tarbot (Scopthalamus maximus) De tarbot is een brede, vrijwel ronde platvis met een grote kop en bek. Zijn ogen staan op de linkerzijde. Hij heeft benige knobbels op de donkere kant. Tarbot is een zeer welkome bijvangst bij alle vismethoden, omdat hij over het algemeen een grote waarde op de Nederlandse visafslag heeft.

Griet () Griet is dunner en slanker dan tarbot. De ogen van de griet kunnen links of rechts zitten. Hij heeft kleine, gladde schubben zonder benige uitsteeksels. De kleur varieert afhankelijk van de kleur van de ondergrond. Over het algemeen heeft griet een zandkleurige tot bruine kleur met vele donkere vlekjes en stippen. Griet is een zeer welkome bijvangst bij alle vismethoden, omdat hij over het algemeen een grote waarde op de Nederlandse visafslag heeft.

Schar (Limanda limanda) Schar heeft een relatief kleine kop en kaken. De onderkaak van schar reikt tot aan het onderste oog. De ogen bevinden zich op de rechterzijde en een schar is meestal lichtbruin tot grijsbruin gekleurd met verspreide stipjes. Schar komt in het algemeen voor langs de Nederlandse kust, maar ook langs de kusten van de Atlantische Oceaan ten noorden van Spanje, de Noordzee en de zuidelijke Oostzee.

Bot Bot heeft z’n ogen meestal op de rechterzijde, maar soms ook op linkerzijde. De oogzijde wordt vaak gekenmerkt door onregelmatige oranje vlekken, maar nooit zo duidelijk als bij de schol. Verder heeft bot een ruwe huid langs de zijlijn en bij de basis van de rug- en anaalvin. De overige huid is verder glad. Bot komt voor langs de kust van heel Europa tot dieptes van ongeveer 230 m.

Tongschar (Microstomus kitt) De tongschar heeft z’n ogen op de rechterzijde. Verder is het lichaam van de tongschar ovaal, dik, vlezig en voelt z’n huid zeer glad aan. Ook heeft de tongschar geen benige knobbels of ruwe schubben en is de huidskleur vaak chocoladebruin met lichtere vlekken. Tongscharren zijn meestal een bijvangstsoort.

Witje (Glyptocephalus cynoglossus) Het witje heeft de ogen op de rechterzijde. Verder is het witje te herkennen door z’n langgerekte lichaam dat uniform grijsbruin van kleur is met een donkere rand langs de vinnen. Witjes leven op de zachte bodem van de diepe Noorse fjorden, in de noordelijke Noordzee en in de diepere wateren ten westen van de Britse eilanden.

Heilbot () Heilbot is een langwerpige vis met de ogen op de rechterzijde. De staartvin is recht en de zijlijn maakt een duidelijke bocht boven de borstvin. Heilbot heeft een voorkeur voor diepe, koude wateren van 200 tot 2000 m. Daarbij wordt heilbot gevonden op verschillende ondergronden. Onvolwassen exemplaren worden ook wel gevangen in ondiepe kustwateren en zelfs in havens.

Scharretong () De scharretong heeft een grote bek en heeft géén of slechtzichtbare vlekken op de kant waar het oog zit. Het lichaam is dun en de onderzijde is doorschijnend. De scharretong komt voornamelijk voor in het noordoosten en het oosten van de Atlantische oceaan en de Middellandse zee, maar in de Noordzee wordt hij weinig aangetroffen. Scharretong wordt voornamelijk als bijvangst bij de bodemvisserij gevangen in de noordelijke Noordzee.

Lange schar Lange schar heeft een grote mond en een relatief lang, slank lichaam met het oog vrijwel altijd op de rechterzijde. De zijlijn is bijna recht (afgezien van een kleine kromming boven de borstvin). Ze leven op zachte bodems op een diepte van 10-400 m. In de Noordoost-Atlantische oceaan heeft de lange schar nauwelijks economische waarde.

Kraakbeenvissen

Kraakbeenvissen verschillen van andere vissen op een aantal kenmerken, vooral van beenvissen. Zo hebben kraakbeenvissen geen zwemblaas om hun drijfvermogen te regelen zoals (been)vissen dat doen. In plaats hiervan hebben kraakbeenvissen die in de waterkolom leven (met name haaien) brede borstvinnen en veel olie in hun lever. Haaien hebben dan nog een staart die die voor extra lift zorgt. Haaien en roggen (kraakbeenvissen) hebben zelfs een uniek zintuig. Dit zintuig bestaat uit de ‘ampullen van lorenzini’ waarmee ze elektrische signalen opvangen. Dieren zenden constant elektrische signalen uit om spieren aan te spannen of te ontspannen, kortom, om te bewegen. Met de ampullae van lorenzini kunnen haaien en roggen elektrische signalen opvangen.

Roggen

Stekelrog (Raja clavata) De bovenkant is bedekt met donkere en lichte vlekken en verspreide grote stekels. Er staat een rij van grote stekels op de rug tot op de staart. Sommige stekels hebben een opgezwollen basis.

Koekkoeksrog (Leucoraja naevus) De grootoogrog heeft een grote zwart-met-gele oogvlek op elke borstvin. Op de staart staan twee of vier rijen stekels, waarvan de binnenste twee verder lopen op de rug.

Blonde rog (Raja brachyura) Op het lichaam en de staart loopt in het midden een rij grote, gladde doorns met een ovale basisplaat. Ten westen van de Britse eilanden is het een algemene bijvangst. Vaak worden ze als bijvangst gevangen met de gemengde bodemvisserij en met kieuwnetten.

Gevlekte rog (Raja montagui) Aan de bovenkant zitten talloze donkere vlekjes die niet tot de rand van de vinnen komen. Vaak, maar niet altijd, zitten er twee duidelijk lichtere vlekken op de rug, welke omringd zijn door zwarte vlekken. Dit zijn de oogvlekken, die zich voordoen als ogen, zodat het roofdier dat er boven zwemt denkt dat de rog hem in de gaten houdt.

Haaien

Gevlekte gladde haai (Mustelus asterias) De tweede rugvin is veel groter dan de anaalvin en er staan geen stekels bij de rugvinnen. Verder is de rug grijs of bruin met witte vlekken op de flanken, maar die kunnen ook ontbreken. Echter, uit DNA-onderzoek in 2009 is gebleken de gladde haai niet in de Noordzee en Noordoost-Atlantische Oceaan aangetroffen wordt.

labels:

Zie ook: