Om tot een duurzaam voedselsysteem te komen, is het essentieel inzicht te hebben in de mate van milieubelasting van verschillende voedingsmiddelen over hun gehele levenscyclus. In Nederland kopen we jaarlijks zo'n 33 kilo vlees per persoon (rund, varken en kip samen). Dat is wel 4 tot 6 keer zoveel als past binnen de draagkracht van de aarde. Minder of geen vlees eten is beter voor het milieu én gezond.
De Milieu-impact van Vleesproductie
De productie van vlees en zuivel belast het milieu over het algemeen meer dan plantaardige alternatieven. Er is meer energie, mest, water en landoppervlak voor nodig. Daarnaast zorgt de veehouderij voor meer uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Deze komen bijvoorbeeld vrij uit mest. Ook stoten herkauwers zoals koeien en schapen veel methaan (een heel sterk broeikasgas) uit.
Voor de productie van vlees is veel veevoer nodig. Bijvoorbeeld vier kilo voor een kilo kippenvlees en zelfs 25 kilo voor een kilo rundvlees. De productie van veevoer kost veel grondstoffen, bestrijdingsmiddelen, kunstmest en landoppervlak. Soms gaat veevoerproductie (bijvoorbeeld soja) gepaard met ontbossing, hoewel er steeds meer duurzaam geteelde soja wordt ingekocht in de veehouderij.
Veeteelt zorgt ook voor stikstofuitstoot. Wanneer stikstof neerslaat in kwetsbare natuur, zorgt dat voor verstoring van het evenwicht in de natuur (ecosysteem). Hierdoor neemt de biodiversiteit af. In Nederland liggen intensieve veehouderij en natuur vaak dichtbij elkaar en komt dit dus vaker voor.
Hoe Wordt de CO2-uitstoot Berekend?
De cijfers in de database worden samengesteld door middel van de Levenscyclus Analyse (LCA). Hierbij wordt eerst alle relevante informatie uit de levenscyclus van een voedingsmiddel verzameld en opgeslagen in een zogenoemde ‘Life Cycle Inventory’ (LCI). Met behulp van het LCA-softwareprogramma SimaPro (versie 9.5), en het ReCiPe 2016 effectbeoordelingsmodel is deze inventaris vertaald naar LCA-gegevens voor de zes milieu-indicatoren.
De LCA studies hebben als doel de milieubelasting van een voedingsmiddel op de Nederlandse markt te modelleren en daarbij alle relevante materiaal- en emissiestromen van een levenscyclus te beschrijven (‘attributional approach’).
In de tabel zijn drie sets van gegevens opgenomen, die van elkaar verschillen in de gehanteerde systeemgrens: van ‘wieg-tot-consumptie ’, van ‘wieg-tot-distributie’ en van ‘wieg-tot-retail ’ . Hieronder worden de levenscyclusfasen toegelicht. Er wordt uitgegaan van aankoop van het voedingsmiddel in een Nederlandse supermarkt.
- Primaire productie van het voedingsmiddel, bijvoorbeeld agrarische gewassen, vee en vis. Dit is per land van herkomst gemodelleerd.
- Na-oogst-bewerking van primaire producten.
- Verwerking van primaire producten tot voedingsmiddelen.
- Verpakking van voedingsmiddelen. Het type verpakkingsmiddel is gekozen op basis van het actuele aanbod in supermarkten.
- Opslag en distributie van voedingsmiddelen. De voedingsmiddelen worden al dan niet gekoeld of bevroren opgeslagen in het distributiecentrum en gereed gemaakt voor transport.
- Verkoop van voedingsmiddelen.
- Bereiding van voedingsmiddelen thuis. Deze fase bestaat uit drie onderdelen, namelijk het al dan niet gekoeld of bevroren bewaren, het snijden (waardoor verliezen ontstaan) en uiteindelijk het ‘koken’ van voedingsmiddelen.
- Consumptie van voedingsmiddelen. Niet al het bereide voedsel wordt daadwerkelijk geconsumeerd.
Transport is gemodelleerd tot en met de verkoop in de supermarkt. Afhankelijk van het type voedingsmiddel en de herkomstlanden, kan dit transport via lucht, water, weg of rails gaan.
Er vindt op verschillende plekken in de keten voedselverspilling plaats. Dit kunnen vermijdbare en niet vermijdbare voedselverliezen zijn, zoals verliezen in supermarkten en snijverliezen tijdens de bereiding.
Voor de verpakking van de voedingsmiddelen is er van uitgegaan dat er alleen primair verpakkingsmateriaal wordt gebruikt, de (laatste) verpakking waarin het voedingsmiddel verpakt zit. Daarnaast wordt er van uitgegaan dat er geen gerecycled materiaal wordt gebruikt.
Als een product meerdere bijproducten heeft, wordt de milieubelasting over deze productstromen verdeeld. In deze LCA studies is deze verdeling, of allocatie, gebeurd op basis van de economische waarde van de producten.
Milieu-indicatoren
- Klimaatverandering: Dit is een indicator voor de opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteit. Alle emissies tijdens de levenscyclus van een product die bijdragen aan klimaatverandering zijn inbegrepen.
- Verzuring: Dit is een indicator voor de verandering van de zuurgraad in de bodem door de atmosferische depositie van anorganische stoffen door menselijke activiteit. Alle emissies tijdens de levenscyclus van een product die bijdragen aan verzuring, zoals sulfaten, nitraten en fosfaten, worden hierbij meegenomen.
- Vermesting: Dit is een indicator voor de verrijking van de mariene- en zoetwateromgeving door nutriënten als gevolg van menselijke activiteit. Alle emissies gedurende de levenscyclus van een product die bijdragen aan vermesting, voornamelijk stikstof en fosfaatverbindingen, worden hierbij meegenomen.
- Landgebruik: Dit is een indicator voor het gebruik en de transformatie van landoppervlakte als gevolg van menselijke activiteit.
- Watergebruik: Dit is een indicator voor de consumptie van zoetwater als gevolg van menselijke activiteit.
Praktische Tips om je CO2-uitstoot te Verminderen
In Nederland eten we meer dierlijke eiwitten dan nodig is voor onze gezondheid. Vind je dierenwelzijn of milieu belangrijk, kies dan voor vlees met het Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), EKO, Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren.
Wil je rekening houden met dierenwelzijn als je (toch) vlees eet? Er is vlees te koop met Topkeurmerken: Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), EKO, Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren. Deze keurmerken garanderen een betere omgang met dieren dan wettelijk is voorgeschreven.
Biologisch vlees herken je aan het Europese keurmerk voor biologische landbouw (groen blaadje). In de biologische landbouw worden dieren gehouden met meer aandacht voor milieu én voor dierenwelzijn. Biologisch gehouden dieren gaan bijvoorbeeld het hele jaar door naar buiten en hebben ook binnen meer ruimte. Daarnaast zijn er eisen voor biologisch voer.
Bij kringlooplandbouw worden grondstoffen optimaal gebruikt. Het streven bij kringlooplandbouw is dat vee alleen restproducten eet uit de akkerbouw, tuinbouw en voedingsmiddelenindustrie. Of gras van niet voor akkerbouw geschikte graslanden. De mest van de dieren dient als grondstof om nieuwe producten mee te verbouwen.
Kringlooplandbouw gaat uit van het volgende principe: het aantal dieren dat een boer houdt, wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid reststromen die beschikbaar zijn als voer voor de dieren.
Sommige aanbieders bieden een rekentool aan waarmee je zelf je CO2-uitstoot kunt berekenen. Hoe die uitstoot wordt berekend verschilt vaak per aanbieder. Vaak zie je bij zo’n berekening CO2e of CO2eq staan.
CO2-compensatie
Bij CO2-compensatie wordt de hoeveelheid CO2 die jij uitstoot, ergens anders op de wereld verminderd of vastgelegd. Het planten van bomen is een manier om jouw CO2-uitstoot vast te leggen. Bij Trees for All kun je jouw persoonlijke CO2-uitstoot of de uitstoot van je bedrijf berekenen en compenseren.
Jouw bijdrage gebruiken we om bomen te planten in onze gecertificeerde bosprojecten in het buitenland. Je uitstoot verdwijnt hiermee niet direct, maar je helpt ons wél om bomen te planten die deze hoeveelheid CO2 de komende jaren vastleggen. Onze projecten zijn hiervoor gecertificeerd zijn door Plan Vivo: een internationaal keurmerk voor CO2-compensatie.
labels: #Vlees
Zie ook:
- Ontdek de Verbazingwekkende CO2-Impact van Vleesproductie en Wat Jij Kunt Doen!
- Steak Tartare Vlees: De Beste Keuze voor een Topgerecht
- Vlees bij Gebakken Aardappelen: De Beste Combinaties & Recepten!
- Ontdek Waarom Katoenen Zakjes Perfect Zijn Voor Het Invriezen Van Brood!
- Ontdek de Lekkerste Taarten in Leidsche Rijn – Bestel Nu en Laat Bezorgen!




