In het dagelijks taalgebruik komen we vaak uitdrukkingen tegen waarvan de oorsprong en betekenis niet direct duidelijk zijn. Een bekende uitdrukking is "dan rijst de vraag". Maar wat betekent deze uitdrukking precies en waar komt ze vandaan?

Woorden zijn de eenheden van vorm en betekenis in een taal, die op een systematische manier met elkaar verbonden worden tot zinnen. Mensen communiceren echter niet (alleen) met losse woorden of zinnen, maar meestal met grotere ‘brokken’ taal: tekst (of discourse). Heel vaak is de relatie tussen zinnen in een tekst bovendien helemaal niet expliciet gemaakt met voegwoorden en dan rijst de vraag hoe lezers/luisteraars, op grond van talige maar ook niet-talige aanwijzingen, toch kunnen komen tot een coherente interpretatie van de samenhang in een tekst.

In het taalgebruik is de oorsprong van een spreekwoordelijke uitdrukking ons gewoonlijk evenmin bewust als die van enkelvoudige woorden. Maar terwijl woorden als paard of boom, als tekens voor bepaalde voorstellingen, aanvaard worden zonder dat men zich afvraagt waarom ze juist zò genoemd worden, zullen woordgroepen als op de fles gaan, van de prins geen kwaad weten telkens weer de nieuwsgierigheid prikkelen.

De betekenis van de woordgroep is voor spreker en hoorder onmiddellijk duidelijk, en in veel gevallen zal de afzonderlijke betekenis van de woorden fles of prins niet meer tot bewustheid komen. Toch kàn dat bij zulke bekende woorden licht gebeuren, en dan rijst de vraag: wat kan er voor verband bestaan tussen dit woord en de woordgroep? Hier ligt een gebied waar dilettantiese taalwijsheid sinds eeuwen heeft gewoekerd en nog lang zal tieren.

De wetenschappelijke beschouwing onderscheidt zich van de dilettantiese vooral daarin, dat de eerste moeilijkheden en ingewikkeldheden blootlegt, waarvan de laatste geen begrip heeft. De klank- en begripsassociaties, als factoren van taalverandering, die ten onrechte met de naam ‘volksetymologie’ bestempeld werden, zijn in woordgroepen als de spreekwoordelijke uitdrukkingen, dezelfde factoren werkzaam.

Zo'n uitdrukking bevat meestal een beeld. Zolang dat beeld de spreker en hoorder scherp bewust is, zullen vorm en inhoud zich kunnen handhaven. Wanneer het beeld gaat verbleken of verdwijnen, opent zich de mogelijkheid tot vervorming. De woordgroep heeft alleen gezamenlijk een betekenis: de woorden worden onderling niet meer in logisch verband gevoeld.

Hun samenhang wordt ongeveer dezelfde als die van een aantal lettergrepen in een enkelvoudig woord, of als die van de bestanddelen in een niet meer gevoelde samenstelling. Onvolkomen verstaan of onvolkomen reproductie - vooral wanneer de uitdrukking zeldzaam en het woordgeheugen niet sterk is - veroorzaken afwijkingen, die gesteund kunnen worden door ongeveer gelijkluidende woorden.

Men hoort er een bekend woord in, dat op de achtergrond van het bewustzijn een begeleidende voorstelling te voorschijn roept, die soms los naast de betekenis van de gehele uitdrukking staat. Ieder kan daar de proef van nemen. Men moet dan niet vragen: ‘wat betekent dat woord in die uitdrukking?’ - want dan komt er een bedachte verklaring - maar: ‘waar heb je bij dàt woord wel eens aan gedacht?’ Op het onopzettelijke komt het aan.

Zulke begeleidende voorstellingen, die zeer vaag kunnen blijven - oefenen soms niet de minste invloed uit op de gangbare betekenis van de uitdrukking, en onttrekken zich dan aan de waarneming. Soms gaat hun invloed verder, en suggereren ze een nieuw beeld. Als de overdrachtelijke betekenis dan dezelfde blijft, zal eerst bij een opzettelijk onderzoek kunnen blijken, welke sprekers of schrijvers zich het andere beeld bewust zijn geweest.

De Rol van Context en Taalverandering

In de huidige maatschappij, waar mensen vaak op de automatische piloot leven, kan het leven soms leeg aanvoelen. Veel mensen leven hun leven op de automatische piloot; zij nemen elke dag dezelfde weg naar kantoor, zien dezelfde mensen, kijken dezelfde series op Netflix, doen hetzelfde rondje in sportschool en gaan op dezelfde tijd naar bed. Dan is het niet zo gek dat veel mensen hun leven als ‘leeg’ ervaren. Dan rijst de vraag: Hoe krijg ik meer zingeving?

Zingeving verwijst naar het ervaren van betekenis en doel in het leven. Hierbij gaat het om het vinden van een diepere connectie met jezelf, met anderen en met de wereld om je heen. Het ervaren van zingeving is iets universeels. Elk mens komt op een punt in zijn of haar leven dat de roep om zingeving versterkt. Vraag jij jezelf af: hoe leef ik een zinvol leven?

Betekenisvol werk omvat de voldoening van een doelgerichte bijdrage in wat we dagelijks doen. Het gaat dus niet alleen over het verdienen van een salaris. Maar betekenisvol werk is geen eenrichtingsverkeer. Het vereist een wisselwerking tussen individuen en de organisaties. Het is tijd om anders naar werk te kijken.

Wanneer je wordt geconfronteerd met situaties die je wenkbrauwen doen fronsen, als onrecht je handelingsvrijheid beknelt en je vermogen om authentiek te leven wordt aangetast, dan rijst de vraag hoe je daarmee omgaat.

Spiritualiteit gaat over de verbinding maken met iets dat groter is dan jezelf, of dat nu religie, natuur, of het universum is. Dit klinkt misschien zweverig, maar het tegenovergestelde is waar. Zingeving kan van alles zijn en is ook voor iedereen anders.

Het is een feit dat spreekwoorden en uitdrukkingen voortdurend in beweging zijn. Klank- en begripsassociaties spelen een belangrijke rol bij de verandering van taal. De invloed van de moderne technologie en de globalisering zorgen ervoor dat taal zich blijft aanpassen en ontwikkelen.

labels:

Zie ook: