Het gevoel dat eten niet goed zakt, kan verschillende oorzaken hebben. Het is een frustrerende en soms beangstigende ervaring waarbij een simpel eetmoment verandert in een bron van ongemak of zorgen.

Functie van de slokdarm en maag

De slokdarm is een gespierde buis van ongeveer 25 cm lang die de keelholte verbindt met de maag. Zodra we eten doorslikken, komt het in de slokdarm terecht. De slokdarm vervoert het voedsel richting de maag. Dit is een actief proces waarbij de spieren in de slokdarmwand op een georganiseerde manier samentrekken. Deze samentrekkingen worden peristaltische bewegingen genoemd. Tussen de slokdarm en de maag zit een sluitspiertje (sfincter). De slokdarm dient ervoor om het doorgeslikte voedsel efficiënt naar de maag door te voeren. Bovendien zorgt de slokdarm ervoor dat het eenmaal in de maag aangekomen voedsel niet meer omhoog kan komen.

Mogelijke oorzaken van het gevoel dat eten niet zakt

  • Vernauwingen: Bij slokdarm-, maag- of longkanker kan de doorgang van je slokdarm of maag vernauwd zijn, waardoor het eten moeilijker zakt.
  • Achalasie: Een bewegingsstoornis van de slokdarm waarbij de zenuwvoorziening in het onderste deel van de slokdarm verminderd is.
  • Vertraagde maagontlediging: Een storing in de bewegingen van de maag, waardoor voedsel langer in de maag blijft.
  • Middenrifbreuk: Kan leiden tot refluxklachten, waarbij maaginhoud terugstroomt in de slokdarm.
  • Slikproblemen: Problemen bij het slikken zelf, waardoor het eten niet goed van de mond naar de maag gaat.

Achalasie: Een bewegingsstoornis van de slokdarm

Achalasie is een bewegingsstoornis van de slokdarm. Deze bewegingsstoornis wordt veroorzaakt door een verminderde zenuwvoorziening. De slokdarm krijgt dan minder prikkels die zorgen voor de beweging die de slokdarm maakt. Bij achalasie is de zenuwvoorziening in het onderste deel van de slokdarm verminderd. Er zijn in dat deel ook minder bewegingen van de spieren in de wand van de slokdarm. Dit heeft tot gevolg dat het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag niet goed kan ontspannen. Het sluitspiertje kan door deze verkramping niet goed meer openen. Daardoor kan voedsel niet weg uit de slokdarm. Het hoopt zich op boven het sluitspiertje waardoor de onderkant van de slokdarm uitzet. Achalasie is een vrij zeldzame aandoening.

Oorzaak van achalasie

Achalasie ontstaat door een verminderde zenuwvoorziening in het onderste deel van de slokdarm. De oorzaak hiervan is nog onbekend. Het is mogelijk dat een virusinfectie een rol speelt bij het ontstaan van de klachten. Ook zijn er aanwijzingen dat achalasie een auto-immuunziekte is. Een auto-immuunziekte is een ziekte waarbij het afweersysteem cellen van het eigen lichaam aanvalt en vernietigt.

Symptomen van achalasie

De voornaamste klacht is dat voedsel blijft hangen in de slokdarm. We noemen dit ook wel passageklachten. Door de ophoping van voedsel in de slokdarm zakt na een tijdje vocht ook niet goed meer. Slikken wordt hierdoor steeds moeilijker. Veel mensen krijgen ook last van:

  • een slechte adem
  • pijn en/of krampen in de buurt van het borstbeen
  • het omhoog komen van doorgeslikt voedsel. Dit gebeurt vooral na de maaltijd of als je gaat liggen. Als dit 's nachts gebeurt, kan je je gemakkelijk verslikken. Etensresten kunnen dan in de luchtwegen terecht komen.
  • minder zin in eten en daardoor afvallen.

In sommige gevallen verminderen de klachten na verloop van tijd. Dit komt doordat de slokdarm steeds verder uitzet en er meer voedsel in kan blijven staan.

Diagnose van achalasie

Meestal zijn verschillende onderzoeken nodig voordat duidelijk is dat het om achalasie gaat. Als pijn op de borst de belangrijkste klacht is, is onderzoek nodig om hartklachten uit te sluiten. Vanwege de slikklachten en passageklachten zal de arts ook een gastroscopie voorstellen om andere oorzaken van de klachten uit te sluiten. Een gastroscopie is een kijkonderzoek van de slokdarm en de maag. De arts kijkt met een flexibele slang via de mond in de slokdarm. Met dit onderzoek zijn eventuele afwijkingen van de slokdarm te zien. Tijdens dit onderzoek kan de arts zo nodig ook een weefselhapje (biopt) nemen. Dit weefsel wordt vervolgens in het laboratorium onderzocht. Soms is tijdens de gastroscopie een uitgezette slokdarm zichtbaar.

Je krijgt bij dit onderzoek een contrastmiddel te drinken, meestal bariumpap. Vervolgens worden röntgenfoto’s gemaakt waarop de bewegingen van de slokdarm te zien zijn. Dit is een drukmeting van de slokdarm. De arts schuift een slangetje via je neus in de slokdarm. Aan dit slangetje zit een instrument dat de druk kan meten.

Behandeling van achalasie

De behandeling van achalasie is gericht op de werking van het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag. Als dit sluitspiertje weer goed kan openen, kan voedsel door de zwaartekracht beter door de slokdarm heen. De verkramping van het sluitspiertje moet dus behandeld worden.

  • Pneumodilatatie (ballondilatatie): Met behulp van een flexibele slang (endoscoop) brengt de arts via de mond een ballonnetje in de slokdarm. Dit ballonnetje wordt ter hoogte van de sluitspier opgeblazen gedurende een minuut. Hierdoor wordt het sluitspiertje opgerekt. Deze behandeling moet meestal zo’n 1-2 keer herhaald worden met steeds een iets grotere ballon. Ongeveer 75% van de patiënten is na de oprekkingen klachtenvrij. Bij veel patiënten moet de serie oprekkingen na enkele jaren wel herhaald worden.
  • Myotomie volgens Heller: Dit wordt ook wel de myotomie volgens Heller genoemd. Tijdens de (kleine) operatie snijdt de chirurg het sluitspiertje een klein stukje in. Hierdoor neemt de knijpkracht, en daarmee de verkramping, af. Deze operatie kan ook via een kijkoperatie (laparoscopie) gedaan worden. Een nadeel van de ingreep is dat je last kunt krijgen van brandend maagzuur (reflux).
  • Per-orale endoscopische myotomie (POEM): Dit wordt ook wel per-orale endoscopisch myotomie (POEM) genoemd. Met behulp van een flexibele slang (endoscoop) wordt het sluitspiertje bereikt via de mond, langs de slokdarm, door een ’tunneltje’ te graven tot aan het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag. Deze kringspier kan dan worden doorgesneden, waarna het tunneltje weer wordt gesloten.
  • Botox-injecties: Botox (botuline toxine) is een stofje dat geproduceerd wordt door bacteriën. Botox werkt spierontspannend. Het wordt geïnjecteerd in de spieren in de slokdarmwand. Bij zo’n 90% van de patiënten is het een effectief middel tegen de klachten. Het effect is helaas maar tijdelijk. Deze behandeling lijkt het minst effectief te zijn. Bovendien hebben veel mensen last van bijwerkingen van medicijnen.

Vertraagde maagontlediging

Een vertraagde maagontlediging is het gevolg van een storing in de bewegingen van de maag. De maagspier trekt te weinig of te onregelmatig samen. In de maag wordt het voedsel gekneed en gemengd met maagsap. De binnenkant van de maag is bekleed met een dikke laag slijmvlies. Zo wordt de maag beschermd tegen het zure maagsap. Maagsap bevat enzymen die voedsel afbreken en zoutzuur dat bacteriën doodt. De maag heeft een spierlaag die het voedsel fijnmaalt. Tussen de slokdarm en maag zit een sluitspier die opent voor het voedsel en daarna weer sluit om terugstromen te voorkomen. Het voedsel blijft ongeveer drie uur in de maag. Bij vet eten heeft de maag meer tijd nodig. Als je last hebt van een vertraagde maagontlediging, blijft voedsel vaak veel langer in je maag.

Oorzaken van vertraagde maagontlediging

Bij veel mensen is de oorzaak van een vertraagde maagontlediging niet bekend. Bij onderzoek zijn er geen afwijkingen aan de maag te zien. Een vertraagde maagontlediging behoort tot de zogenaamde motoriekstoornissen van het maag-darmkanaal. Hierbij is sprake van een dysfunctie. Daarom spreekt men ook vaak van functionele buikklachten of functionele maagdarmklachten. Dat wil zeggen dat de klachten veroorzaakt worden door een verstoorde functie van de maag, maar dat er geen zichtbare afwijking te vinden is. Dit betekent niet dat er niets aan de hand is.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat functionele maagklachten te maken hebben met de samenwerking tussen de hersenen en de maag. Dit wordt de hersen-darm-as genoemd. Je hersenen en maag sturen constant signalen naar elkaar, bijvoorbeeld over honger of misselijkheid. Deze communicatie verloopt via de zenuwen in onze maag en darmen en in de hersenen (zenuwstelsel). Deze zenuwen kun je zelf niet sturen of beïnvloeden. Bij functionele klachten lijken dat signalen tussen de maag en darmen verstoord te zijn.

Het lijkt erop dat te veel, te weinig of verkeerde signalen naar de hersenen vanuit de maag worden gestuurd en andersom. Dit kan de maagklachten verklaren. Het is belangrijk om te weten dat deze klachten niet ‘tussen je oren zitten’, zoals vroeger vaak gedacht werd. Ze hebben geen psychische oorzaak.

In zeldzame gevallen kan een vernauwing (stenose) in de buurt van de maaguitgang of in het begin van de twaalfvingerige darm, de oorzaak zijn van ernstige maagontledigingsklachten.

Symptomen van vertraagde maagontlediging

Misselijkheid en soms braken na de maaltijd zijn veelvoorkomende klachten bij een vertraagde maagontlediging. Bij een ernstig vertraagde maagontlediging wordt het braaksel meestal met grote kracht uitgestoten.

Diagnose van vertraagde maagontlediging

Een verstoorde beweging van de maag kan vastgesteld worden door een maagontledigingsonderzoek. Bij dit onderzoek eet je voorafgaand een testmaaltijd met een kleine hoeveelheid voor jouw niet schadelijke radioactieve stof. Daarna zit je één tot twee uur voor een camera. De camera volgt hoe en hoe snel te testmaaltijd door je maag gaat. In sommige ziekenhuizen wordt een ademtest gedaan. Hierbij eet je een maaltijd met een stabiele isotoop. Als dit stofje de maag verlaat, wordt het snel door de lever afgebroken en je ademt het uit.

Omdat de verstoorde signalen tussen maag en hersenen niet zichtbaar te maken zijn, is het niet nodig om een gastroscopie te ondergaan. Bij een gastroscopie wordt dan niets afwijkends gevonden. Een gastroscopie wordt door velen als vervelend ervaren, met een heel klein risico op schade aan je maag of slokdarm. Het kan dus beter niet uitgevoerd worden als het niet echt noodzakelijk is.

Behandeling van vertraagde maagontlediging

De eerste stap in de behandeling van vertraagde maagontlediging is vaak het aanpassen van je voeding. Vertraagde maagontlediging kan behandeld worden met medicijnen. Deze medicijnen stimuleren de spieren in je maag, zodat het voedsel goed wordt gekneed en gemengd met maagsap voor een goede vertering. Deze medicijnen heten Prokinetica. Als voedingsadviezen en medicijnen niet genoeg helpen, kan sondevoeding een oplossing zijn.

Algemene tips om klachten te verminderen

Bij achalasie en vertraagde maagontlediging kunnen allerlei klachten optreden. Veelvoorkomend zijn problemen bij het slikken, het omhoog komen van doorgeslikt voedsel en gewichtsverlies. Hieronder staan tips die je kunnen helpen de klachten te verminderen. Dit zijn algemene adviezen en werken daarom niet voor iedereen.

  • Snijd de harde korsten van het brood en besmeer het met smeuïg beleg.
  • Drink iets bij iedere hap.
  • Vermijd vezelig vlees zoals rundvlees. Kip, wild of vis zijn meestal gemakkelijk door te slikken.
  • Snijd het vlees of de vis heel fijn of maal het met behulp van staafmixer of keukenmachine.
  • Ook groenten kan je pureren of fijn snijden. Gaargekookte groente zijn meestal gemakkelijker door te slikken dan rauwkost.
  • Een maaltijdsoep is een goede variant voor de warme maaltijd.
  • Je kan de aardappelen smeuïg maken met behulp van jus, appelmoes, saus of bouillon of vervangen door puree.
  • Eet rustig en kauw goed.
  • Drink voldoende tijdens en na de maaltijd.
  • Vermijd hele grote maaltijden.
  • Als je last hebt van een verminderde eetlust en gewichtsverlies, vraag dan advies bij een diëtist.

Voedingsadviezen bij vertraagde maagontlediging

Bij vertraagde maaglediging wordt de voeding te langzaam gekneed, onvoldoende vermengd met maagsap en niet goed voortbewogen richting de twaalfvingerige darm. Daarnaast is bekend dat de maag meer tijd nodig heeft om vette maaltijden te ‘verwerken’. Om klachten te verminderen is het dus in ieder geval belangrijk om vette voedingsmiddelen zoveel mogelijk te vermijden.

  • Eet rustig.
  • Blijf rechtop na het eten: Ga niet direct liggen na het eten.
  • Kies voor magere producten. Gebruik halfvolle magere melkproducten, mager vlees, 20+ of 30+ kaas.
  • Let op vezelrijke producten.
  • Vermijd sterk gekruid voedsel.
  • Vermijd rood, taai en draderig vlees.
  • Sommige voedingsmiddelen hebben (bijna) geen effect op de maagontlediging maar kunnen wel klachten geven.
  • Vaste voedingsmiddelen blijven langer in de maag dan vloeibare voedingsmiddelen.
  • Bij diabetes, te hoge bloedglucosewaarde (hyperglycemie) vertraagt de maaglediging.
  • Voorkom verstopping. Verstopping kan maagklachten verergeren. Vezels helpen bij zachte ontlasting, overleg met je arts of diëtist of je meer of minder vezels moet eten.
  • Ook al heb je minder trek, probeer regelmatig en gezond te eten.
  • Bij gebrek aan eetlust, probeer niet tijdens het eten, te drinken.

Reflux en brandend maagzuur

Bij reflux staat het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag vaker open, waardoor de zure maaginhoud terugstroomt in de slokdarm. Dit geeft klachten. Andere termen voor reflux zijn brandend maagzuur en zuurbranden. Bijna iedereen heeft wel eens last van brandend maagzuur of een oprisping, bijvoorbeeld na een zware maaltijd. Dit is niet erg. Maar als u regelmatig ernstige last heeft van opkomend maagzuur is het raadzaam om naar de huisarts te gaan.

Oorzaken van reflux

Er zijn verschillende oorzaken voor het vaak terugstromen van maagzuur in de slokdarm. De meest voorkomende zijn:

  • Overgewicht: hierdoor is de druk in de buik groter dan normaal. Het zuur stroomt dan makkelijk terug naar de slokdarm.
  • Een middenrifbreuk waardoor het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag niet goed meer werkt en open gaat staan.
  • Een zwangerschap. Als er door de groei van de baby minder ruimte in de buikholte komt voor de maag, neemt de druk op de maag toe. Hierdoor kan het sluitspiertje niet meer goed sluiten.
  • Een luie maag (vertraagde maagontlediging) zorg ervoor dat het voedsel langer dan normaal in de maag blijft. Hierdoor is de kans groot dat er teveel zure maaginhoud terug de slokdarm instroomt.
  • Ouderdom: hierdoor kan het sluitspiertje wat verslappen en minder goed sluiten.
  • Voedingsmiddelen, zoals chocola, pepermunt en alcohol kunnen ervoor zorgen dat het sluitspiertje verslapt en de maag niet meer goed afsluit.
  • Roken: nicotine heeft hetzelfde effect als chocola, pepermunt en alcohol.

Symptomen van reflux

De klachten bij brandend maagzuur verschillen per persoon. Sommige mensen hebben last van zure oprispingen en proeven het zuur dat omhoog stroomt de slokdarm in. Ook zonder het zuur te proeven, kunt u last hebben van brandend maagzuur.

Veel voorkomende klachten zijn:

  • Pijnlijk, branderig gevoel achter het borstbeen, vlak boven de maag.
  • Oprispingen waarbij een beetje maaginhoud terugvloeit tot in de mondholte.
  • Opboeren.
  • Geïrriteerde keel en hoestklachten.
  • Het gevoel alsof er voortdurend een brok in de keel zit.
  • Slikklachten.
  • Heesheid.
  • Slecht gebit.

Behandelingen van reflux

  • Voedingsadviezen en leefregels.
  • Medicijnen:
    • Medicijnen die een beschermende laag aanbrengen op de binnenkant van de slokdarm en de maag.
    • Medicijnen die de werking van de slokdarm- en maagspieren bevorderen.
    • Medicijnen die de maagzuurproductie remmen.
  • Anti-refluxoperatie.

Slikproblemen

Slikklachten zijn klachten die tijdens het slikken ontstaan. Het kan zijn dat het eten en drinken niet goed zakt (passageklachten). Ook hebben mensen soms last van verslikken.

Oorzaken van slikproblemen

Bij slikproblemen gaat er iets niet goed in je mond of keel. Bijvoorbeeld:

  • 1 of meer spieren werken niet goed.
  • De spieren werken niet goed samen.
  • 1 of meer zenuwen werken niet goed.
  • De hersenen sturen geen goede signalen naar de spieren en zenuwen.

Dat er iets niet goed gaat met de spieren of zenuwen in je mond of keel, kan hierdoor komen:

  • Je hebt een keelontsteking door een virus, bacterie of schimmel.
  • Je wordt ouder.
  • Je gebruikt bepaalde medicijnen. Bijvoorbeeld medicijnen waardoor je spieren of zenuwen minder goed werken. Of medicijnen waar je een droge mond van krijgt, zoals plastabletten.
  • Je hebt een ziekte, zoals een zenuwziekte of spierziekte, de ziekte van Parkinson, kanker, schade aan de hersenen of een afwijking aan je slokdarm.
  • De mond of keel is veranderd door een behandeling voor kanker.
  • Je hebt een verstandelijke beperking.

labels:

Zie ook: