Bestek neerleggen en correct gebruiken kan soms voor verwarring zorgen. Het is geen ramp als een lepel of vork aan de verkeerde kant van je bord ligt, maar als je moeite hebt gedaan om een mooie tafel te dekken, is het fijn om te weten hoe het hoort. De etiquette voor het neerleggen van je bestek kan soms aanvoelen als een puzzel.

Waar begin je?

Waar hoort je vork, links of rechts? En hoe moet je je bestek neerleggen na het eten? Dit artikel geeft een uitgebreid overzicht van de etiquette rondom het gebruik van een vork bij het eten.

Plaatsing van het Bestek

Ligt je vork links of rechts? Vorken liggen altijd links van het bord. Leg je bestek van buiten naar binnen neer. Het bestek dat je nodig hebt voor het voorgerecht, leg je aan de buitenkant. Het bestek voor het dessert leg je niet links en rechts, maar horizontaal boven het bord.

Bestek na het Eten

Ben je uitgegeten? Dan leg je je bestek schuin neer op je bord, met de punten van het bestek naar linksboven gericht. Legt één van de gasten zijn of haar bestek in een punt (als een omgekeerde V) op het bord, met het mes in de vork gehaakt? Dan betekent dat diegene het eten niet lekker vond, het geen leuke avond vond… of dat diegene niet op de hoogte is van de juiste tafeletiquette.

Algemene Tafelmanieren

Over het algemeen hebben de waarschuwingen betreffende dingen, die men onder alle omstandigheden dient te vermijden de overhand en daarom willen wij ons daarmede het eerste bezig houden.

Zij, die gesteld zijn op goede vormen en manieren (en dit geldt óók voor dagelijksch gebruik in den huiselijken kring!) moeten niet:

  • leunen, noch over de tafel hangen
  • niet eten met de ellebogen op de tafel geplant
  • niet met open mond eten
  • niet smakken
  • niet slurpen
  • niet morsen
  • nimmer met de vingers de spijzen aanraken
  • niet praten met eten in den mond
  • niet drinken met eten in den mond
  • geen eten - ook geen kruimels - uit den mond laten vallen
  • geen groote happen nemen noch de mond haastiglijk vol proppen
  • nimmer aardappelen met het mes snijden
  • niet spelen met het dessertzilver, dat boven aan het bord ligt, noch de steel van het wijnglas tusschen de vingers laten draaien
  • noch pilletjes draaien van broodkruimels
  • onder het praten niet gesticuleeren met vork, mes of lepel in de hand
  • ten slotte: niet prakken! d.w.z. eten fijndrukken met de vork, de verkregen substantie omroeren en nog eens omroeren en ten slotte naar den mond brengen
  • ook stapele men z'n bord niet torenhoog op

Alvorens den mond aan glas of kopje te zetten vege men met het servet de lippen af. Bij het plaats nemen zorge men ervoor niet te ver van den tafelrand te gaan zitten. Het servet wordt open gevouwen doch niet heelemaal, het blijft als een lange, smalle driedubbelige reep over de knieën liggen.

Het mes wordt in bovenhandschen greep vastgehouden precies zooals men een trapleuning of het handvat van een fietsstuur vasthoudt. Nooit met een opgeheven pink en nimmer zooals men een schrijfpen hanteert. Dit zijn dwaze uitvindingen van lieden, die het graag erg mooi willen doen, maar die volstrekt niet weten hoe het eigenlijk hoort. Men houdt het mes in de rechter en de vork in de linkerhand.

Bij het verorberen van een ragoutachtige (brijachtige) spijs, zooals roereieren, hâché met puree, poulet met rijst e.d. (ook erwten en boonen!) die zonder mes alleen met een vork worden gegeten, houde men de vork in de rechterhand (en een stukje brood voor het optasten in de linkerhand) en hanteere de vork als lepel, d.w.z. De lepel wordt vastgehouden zooals men een schrijfpen vasthoudt.

Aanbeveling verdient het den soeplepel niet heelemaal vol te scheppen, teneinde morsen te voorkomen. Een soepbord mag even schuin gehouden worden voor het laatste restje mits - men het gedeelte van den rand dat het dichtst bij den etenden persoon is heel even optilt en niet het buitengedeelte van den rand.

Het getuigt van zeer slechte tafelmanieren om van een hoog opgetasten lepel of vork beetje bij beetje af te happen. Terwijl men het hapje kauwt wordt langzaam op het bord het volgende hapje gereed gemaakt, zoodat het nuttigen van een bordvol rustig achter elkaar kan geschieden.

Wanneer de gerechten worden rondgediend legge men na zich bediend te hebben de vork en lepel weer netjes op den schotel d.w.z. zoo dat zij er niet gemakkelijk afvallen en zoo dat zij ook niet in de saus glijden, hetgeen voor een volgenden gast buitengewoon onaangenaam is. Wenscht men van een gerecht niet te gebruiken dan heeft men slechts zacht - neen dank U - te zeggen.

Het is volkomen correct om in zoo'n geval b.v. te zeggen: - géén kip meer, dank U - alleen nog wat compôte - of indien men van alles nog wat wil: - ja alsjeblieft.

Wenscht men van een gerecht nogmaals te gebruiken dan legge men na het leegeten van het bord vork en mes gekruist neer: de vork met de tanden naar beneden.

Bij het opstaan van tafel evenals bij het zittengaan schuive men den stoel onhoorbaar weg. Zij die vaak in (goedkoope) restaurants eten hebben de gewoonte het eetgerei met het servet af te vegen. Het behoeft nauwelijks betoog, dat dit aan tafel van een gastvrouw hoogst onbehoorlijk is.

Boven omschreven tafelmanieren gelden in hoofdzaak ook voor kinderen, die buiten en behalve het opgesomde moeten leeren zwijgen wanneer ouderen aan het woord zijn.

Aanbeveling verdient het de kinderen tijdens den dagelijkschen maaltijd te laten praten en vertellen. Men leere het kind als het aan tafel iets te vragen heeft terwijl er gasten zijn, vork en mes neer te leggen, op te houden met eten en de moeder vragend aan te zien ten teeken dat er iets is. Zij, die het eerste bediend zijn wachten tot de gastvrouw gaat eten met toe te tasten. Tenzij dat deze zegt: niet op mij wachten hoor!

Specifieke Gerechten en Vorkgebruik

Hieronder enkele tips over hoe bepaalde gerechten gegeten dienen te worden.

  • Artisjokken: Artisjokken worden per halve of vierde op het bord gelegd (indien klein van formaat soms een heele). Een artisjok bestaat uit een zachte schijf, waarin dakpansgewijze harde groene bladeren steken. Heeft men zoo'n halve artisjok op het bord met een beetje saus er naast, dan trekke men een voor een de harde oneetbare bladeren er uit met de rechterhand, doope het zachte glazige uiteinde in de saus en zuige het zachte deel er af.
  • Fruit: Aardbeien worden met vork en lepel gegeten of alleen met de vork. Appelen en peren worden met de linkerhand aangevat, waarna men ze met de rechterhand, die het fruitmes hanteert in vier partjes snijdt. Nadat men het fruitvorkje in het vruchtvleesch heeft gestoken schilt men het partje, dat men van het bord omhoog heft. Bananen worden met de linkerhand aangevat; met de rechterhand, die het fruitmesje houdt maakt men aan een der uiteinden een inkeping, waarna de schil in reepen wordt afgepeld. Sinaasappelen kan men afschillen en vervolgens in partjes breken, die men dan met vork en mesje nuttigt na ze in tweeën te hebben gesneden.
  • Broodjes: Voor soepbroodjes aan een diner heeft men veelal een apart klein bordje of schoteltje. Het broodje wordt met de vingers gebroken. Men houdt - als er sprake is van boter - een stukje brood in de linkerhand en botert dat met het mes, dat in de rechterhand wordt gehouden.
  • Doperwten: Doperwten worden als ze groot en melig zijn aan de vork geprikt, als ze klein zijn met de vork (met de tanden van de vork naar boven) gelepeld.
  • Kievitseieren: Een kievitsei wordt gewoon met de vingers gepeld. Vervolgens plaatst men het gepelde ei met de punt naar boven op de palm van de linkerhand en drukt het (van boven naar beneden) plat met de palm (niet met de vingers!) van de rechterhand. Van het platgedrukte ei wordt vervolgens het puntje afgesneden waarna men het (steeds met de vingers) in zout doopt, dat men op den rand van het bord heeft geschept, waarna men het ei in enkele hapjes verorbert.
  • Olijven: Olijven worden nooit met een vork gegeten, doch aan een scherp gepunt dun houtje geprikt (genre tandenstoker) en daarvan af gegeten.
  • Spaghetti: Spaghetti wordt om de vork gedraaid met de linkerhand, na in de saus te zijn gedoopt, met het mes aangedrukt en snel naar den mond gebracht.

Culturele Verschillen

De manier waarop je bestek gebruikt, verschilt per cultuur. Hier zijn enkele voorbeelden:

  • Italië: Volgens de diner etiquette eet je spaghetti met een vork in je rechterhand en een lepel in de linker.
  • Amerika: Flexibeler dan Europeanen. Waar Europeanen de vork altijd in de linkerhand houden, leggen de Amerikanen na het snijden hun mes neer.
  • Taiwan: Eet aan het begin niet te veel zodat er ruimte is voor eventuele volgende gangen. Het bord leegeten is eveneens niet beleefd. Dit kan opgevatt worden als teken dat het geserveerde eten onvoldoende was. De Taiwanezen stellen het zeer op prijs als buitenlandse bezoekers met stokjes eten (oefening baart kunst!).

Misstappen in de Eetiquette

Voor aardig wat chefs kan het een grote belediging voor ze zijn, of voor de cultuur en cuisine die zij koken, wanneer klanten het geserveerde eten niet op de juiste manier eten. Sushi die verzopen wordt in de sojasaus, pizza dat met mes en vork gegeten wordt of zelfs hamburgers die per laag gegeten worden. Een pijnlijk gezicht voor de mensen die hier zo veel werk en trots in hebben gestopt!

Tenzij je 5 jaar bent, is het not done om je pasta te snijden. Alleen grote ravioli mag je met een vork in tweeën delen. Om spaghetti te eten gebruik je volgens de eet etiquette geen lepel en eet je het al helemaal niet alsof je een kom ramen naar binnen aan het slurpen bent.

De Geschiedenis van het Bestek

Eten en drinken zijn letterlijk eerste levensbehoeften. Lange tijd eet de mens met zijn vingers en tot 1500 bestaan er nauwelijks gedragsregels aan tafel. In een doorsnee gezin staat de kookpot of braadpan op tafel en eenieder nuttigt hieruit zijn portie. Het eetgerei beperkt zich tot het meest noodzakelijke. Vast voedsel wordt met de vingers of met de punt van het mes naar de mond gebracht. Voor vloeibare spijzen gebruikt men een lepel. Tot in de zestiende eeuw is het de gewoonte dat iedere gast zijn eigen lepel en mes meebrengt. Hij doet dat in een koker of doos die ‘bestek’ genoemd wordt.

In de loop van de geschiedenis meten de Europese hoven en de burgerij in de steden zich steeds meer etiquette aan. In 1671 schrijft Antoine de Courtin in boekje Nouveau traité de la civilité qui se pratique en France parmi les honnestes gens dat handelt over goede manieren.

Van het eetgerei is de lepel het oudste. Aanvankelijk zijn ze van hout of tin. De laat-middeleeuwse lepel heeft een ronde lepelbak en een lange dunne steel. Tot in de zeventiende eeuw is het mes een persoonsgebonden voorwerp dat veelal in een schede van leer aan de gordel wordt meegedragen. Het snijdend deel van een mes heet lemmet. Het lemmet van de oudste messen loopt uit in een spitse punt om afgesneden stukjes vlees te kunnen prikken en zo naar de mond te brengen. Dit onderdeel van een mes is vrijwel altijd van ijzer of staal.

Lange tijd volstaan een mes en een lepel om te eten. Het idee om met een vork het voedsel naar de mond te brengen vindt zijn oorsprong aan het einde van de middeleeuwen in het Byzantijnse Rijk. In onze streken wordt de vork met weinig enthousiasme ontvangen en vooral de geestelijkheid fulmineert tegen het gebruik. De vreemde gewoonte om voedsel met een vork te eten, moet volgens haar wel van de duivel afkomstig zijn. Pas in de achttiende eeuw komt de tafelvork algemeen in gebruik, al eten veel kleine burgers nog als vanouds met hun handen.

Vanaf het moment dat de vork aan de dinertafel zijn intrede doet, verandert ook de vorm van het tafelmes. Om voedsel naar de mond te brengen, wordt het niet langer aan de punt van het mes geprikt en dus krijgt het lemmet van het tafelmes een afgerond uiteinde.

Vanaf het tweede kwart van de achttiende eeuw is het niet langer gebruikelijk eigen eetgerei naar een maaltijd mee te nemen, maar zorgt de gastheer voor voldoende lepels, messen en vorken voor zijn gasten. Hieruit volgt de introductie van bij de elkaar horende set eetgerei: het tafelcouvert. Als regel bestaat dit uit een tafellepel, een tafelvork en een tafelmes.

De bak van de tafellepel is voldoende diep om soepen of andere vloeibare gerechten te gebruiken. Het tafelmes heeft een afgeronde punt en meestal een gekarteld lemmet. De tafelvork heeft over het algemeen vier tanden (een enkele keer vijf).

Verschillende Soorten Couverts

Er zijn verschillende soorten couverts, elk ontworpen voor een specifiek doel:

  • Voorgerechtcouvert: Een voorgerechtcouvert is over het algemeen een kleinere kopie van het tafelcouvert.
  • Dessertcouvert: Het dessertcouvert is kleiner dan het voorgerechtcouvert en wordt gebruikt voor het eten van zoetigheden, zoals taart, gebak of andere nagerechten.
  • Fruitcouvert: Het fruitcouvert is weer kleiner dan het dessertcouvert. Het fruitmesje is klein en scherp, bedoeld voor het schillen en snijden van fruit. De fruitvork is smal met drie of vier kleine tanden om fruit op te prikken.
  • Viscouvert: Een couvert speciaal ontworpen voor het eten van vis. Het vismes heeft een breed, stomp lemmet zodat het visvlees niet wordt beschadigd. De visvork heeft iets bredere en kortere tanden dan een normale vork, om makkelijker graten uit het visvlees te verwijderen.

Uitgebreide Bestekcassettes

Tegen het einde van de achttiende eeuw ontstaan de eerste sierlijke koffers om lepels, messen en vorken in op te bergen. In de eerste helft van de 20ste eeuw, als de productie van eetgerei steeds efficiënter en goedkoper wordt, gaat deze benaming over op een verzameling van bij elkaar horend tafelzilver. Vanaf die tijd verkopen bestekfabrieken speciale cassettes waarin lepels, messen en vorken elk hun vaste plek hebben, van juslepel tot sardinevork en van groentelepel tot croquetschep. Dankzij goede marketing wil iedereen een cassette in huis hebben en niemand begrijpt nog hoe eerdere generaties ooit zonder hebben gekund.

Een uitgebreide cassette bestaat uit heel veel onderdelen met elk een specifieke functie. Hier zijn enkele voorbeelden:

  • IJslepel: Lepel voor het eten van ijs.
  • Botermes: Een klein mes voor het smeren van boter op brood.
  • Kaasmes: Mes, zowel om kaas te snijden, als om gesneden plakjes kaas van een schaaltje te nemen. Het lemmet heeft aan de bovenzijde twee scherpe punten.
  • Steakmes: Een mes speciaal ontworpen voor het snijden van steak of ander gebakken vlees.
  • Kaviaarmes: Een mes speciaal ontworpen voor het smeren van kaviaar.
  • Oestervork: Klein, drietandig vorkje om oesters uit de reeds geopende schalen te prikken.
  • Cocktailvork: Kleine vork, vaak gebruikt voor het serveren van garnalen, kreeft of andere zeevruchten.
  • Escargotvork en -tang: Een set voor het eten van escargots (slakken). De escargotvork heeft twee smalle tanden die in het slakkenhuis passen.
  • Thee- of koffielepel: Vrijwel elke cassette bevat kleine lepeltjes voor bij de koffie of thee.
  • Mokkalepel: Kleiner dan een koffielepeltje, bestemd voor het roeren van suiker of melk in espresso.
  • Punchlepel: Lepel met een lange dunne steel met een ovale bak met één of twee brede schenktuiten, om bowl of punch uit een kom in een glas of kommetje te schenken.

Dienlepels

In de loop van de twintigste eeuw neemt ook het aantal dienlepels toe. Ze zijn vaak groter en dieper dan normale lepels en komen in verschillende vormen en maten voor. Ze hebben elk een specifieke functie en dragen bij aan de verfijning van de maaltijd. Uiteraard ontbreken de dienlepels niet in de cassette en sommige zijn zelfs speciaal ontworpen om deel uit te maken van de cassette. Hier zijn enkele voorbeelden:

  • Soepdienlepel: Een grote lepel met een lange steel en een diepe bak, bedoeld om vloeibare gerechten, zoals soep en bouillon, uit een terrine te scheppen.
  • Sauslepel: Een kleine versie van de soepdienlepel, bedoeld voor het serveren van saus, jus of dressing.
  • Groentelepel: Lepel met een lange steel en een brede druppelvormige bak waarvan het breedste gedeelte aan de steel is gezet.
  • Aardappellepel: Lepel met een brede, ronde bak, voorzien van twee uitstulpingen, voor het opscheppen van aardappelen.
  • Rijstlepel: Een lepel met een brede druppelvormige bak, waarvan het smalste gedeelte aan de steel is gezet.
  • Brijlepel: Grote dienlepel voor het opscheppen van brij, stamppot, ragouts en stoofgerechten. De brijlepel heeft dezelfde vorm als een eetlepel, maar is anderhalf tot twee keer zo groot.
  • Visschep: Een brede schep vaak met kleine gaatjes erin, bedoeld om vis uit een schaal te serveren.

Speciale Diencouverts

Bij een formeel diner of een speciale gelegenheid worden vaak speciale diencouverts gebruikt voor het aansnijden van vlees en vis. Ze zijn ontworpen om het snijden van specifieke gerechten gemakkelijker en eleganter te maken.

  • Trancheercouvert: Dit couvert bestaat uit een groot mes en grote vork met twee tanden. Het wordt gebruikt voor het trancheren, oftewel het in dunne plakken snijden van grotere stukken vlees. Het lemmet van een trancheermes is lang en smal en vaak zeer scherp. De trancheervork houdt het vlees op zijn plaats tijdens het snijden.
  • Hors d’oeuvrecouvert: Een set bestaande uit een kleine zuurlepel met bijpassend vork, een klein botermes, een kleine vleesvork en een sardinevork.
  • Visdiencouvert: Set bestaande uit een mes en een vork met een bijzondere vorm, speciaal om vis te serveren. De vorm van het visdiencouvert komt overeen met het viscouvert, doch is groter.

Andere Metalen Voorwerpen aan Tafel

Naast de onderdelen die gebruikt worden voor het nuttigen of opdienen van de gerechten, zijn er andere metalen voorwerpen te vinden aan de dinertafel:

  • Servetringen: Band om de servet in te bewaren.
  • Messenleggers: Voorwerp, waarop aan tafel het lemmet van een mes steunt om het tafellaken niet te bevuilen.
  • Tafelkleedklemmen of -houders: Tafelkleedhouders zijn kleine klemmen die ervoor zorgen dat het tafelkleed niet verschuift.
  • Kaarsenhouders en kandelaars: Kaarsenhouders en kandelaars helpen bij het netjes en veilig plaatsen van kaarsen op de tafel.
  • Naambordjes en menukaartenhouders: Naambordjes helpen bij het organiseren van zitplaatsen.
  • Vingerkommetje: Een klein kommetje met water en een schijfje citroen om je vingers in te reinigen, vaak gebruikt bij visgerechten.

Wat te Vermijden bij een Formeel Diner

Bij een formeel gedekte tafel zijn er bepaalde zaken die je moet vermijden om de etiquette en presentatie te respecteren. Etiquette is belangrijk om respect te tonen voor je tafelgenoten en de gastheer. Boeren, winden laten, en te hard praten zijn gedragingen die als zeer ongepast en onbeleefd worden beschouwd. Bij een formeel diner is het de etiquette dat de gastheer of gastvrouw als eerste van tafel gaat of het signaal geeft dat het tijd is om op te staan.

Hoe Hoort Het Eigenlijk?

Bestek is voor ons heden ten dage onmisbaar bij elke maaltijd. Wat nu een uitzondering is, was lang geleden de regel. Toen gebruikten mensen nog helemaal geen bestek en ook niet de borden zoals wij ze kennen. De ontwikkelingen van bestekken gingen door met de ontwikkeling van de bestek etiquette. In elke situatie waarbij u met mensen te maken heeft, zijn omgangsvormen belangrijk. Etiquette is hierbij een onmisbare schakel. Juiste omgangsvormen ondersteunen een goede relatie tussen mensen en bedrijven. Goede omgangsvaardigheden tonen een professionele houding en geven u daardoor extra uitstraling.

Tips voor een Sfeervolle Tafel

Bij veel gelegenheden gaan we uit eten, maar je kunt ook thuis een chique, stijlvol gedekte tafel creëren. Tafeletiquette gaat om hoe je bestek neerlegt en hoe je een tafel sfeervol dekt. Het biedt de oplossing voor vragen waar je momenteel mee zit. Zelfs als het om een eenvoudige maaltijd gaat, is er een tafeletiquette, dan wel een andere dan de formele tafeletiquette.

Een bord in het midden, de vork links van het bord, het mes rechts van het bord en de lepel rechts van het mes. Hoewel de formele tafelschikking ingewikkeld lijkt, is het wel praktisch. Wat je moet onthouden over het formele couvert, is dat het bestek in dezelfde volgorde is gerangschikt als de gangen van de maaltijd, beginnend aan de buitenkant naar binnen, naar het bord toe.

Het servet zet je links. In het midden staan per plaats de verschillende borden voor de gangen. Het grootste bord (dinerbord) zet je onderop. Daarnaast zet je het salademes, of het mes voor het voorgerecht. Boven het traditionele couvert kan je een botermes en een broodbord zetten (als je er plek voor hebt). Dit is handig voor een tussengerecht terwijl gasten wachten op een hoofdgerecht. Stokbrood en kruidenboter vallen altijd wel in de smaak. Een apart mesje voor de (kruiden)boter is dan niet overbodig.

Leg het bestek neer hoe jij het leuk vindt en haal er zowel een stukje natuur als kleur bij door wat kruiden op het bord te leggen. Voor een hele andere look kies je olijfhouten bestek. Leg het op een stuk jute met een stukje rozemarijn. Dit zorgt niet alleen voor een mooi, natural effect, maar creëert ook een gezellige, informele sfeer waardoor je gasten zich zonder twijfel thuis voelen.

Bestek Links of Rechts?

Kies voor een stijl waar het bestek ook tot zijn recht komt. Het bestek ligt mooi naast elkaar, links van het bord. Het servet is eenvoudig opgerold in een servetring. Dit chique, zwarte, 24delige couvert is traditioneel en toch bestand tegen de tijdsgeest.

Alternatieve Bestekgebruiken

Er zijn situaties waarin mensen afwijken van de traditionele bestekgebruiken. Sommige mensen eten bijvoorbeeld gerechten zoals pizza, patat en burgers altijd met mes en vork, omdat ze het vervelend vinden als hun vingers vies worden. Hoewel deze gerechten prima met de hand gegeten kunnen worden, is het gebruik van mes en vork niet verboden en kan het een persoonlijke voorkeur zijn.

Positie van het Bestek

Leg mes en vork in de ‘tien over vier’ positie: het mes boven (10 over heel) en de vork daaronder (vier). Als je even in de war bent met de cijfers, leg dan het bestek naast elkaar op het midden van je bord.

'Eet Smakelijk' Wensen

In adellijke kringen vangt de maaltijd niet aan met elkaar 'eet smakelijk' toe te wensen; men gaat er van uit dat het eten goed zal zijn. Er is echter nog een reden: de sociale uitsluiting. De klasse waartoe men behoort is immers direct duidelijk. Zo zeg je in adellijke kringen ook geen colbert (moet zijn: jasje), gebakje (taartje) en koelkast (ijskast). Tijdens chique diners is het niet verstandig om elkaar 'smakelijk eten' toe te wensen, hoe goed bedoeld ook. Voor thuis is het aardig om het juist wel te zeggen. U twijfelt immers niet aan de kunsten van de kok, maar gebruikt het als een teken dat de maaltijd begint.

Culturele Gevoeligheden

Het is belangrijk om rekening te houden met culturele gevoeligheden bij het eten. Wat in de ene cultuur als beleefd wordt beschouwd, kan in een andere cultuur als onbeleefd worden gezien. Het is daarom raadzaam om je te informeren over de lokale gebruiken en gewoonten voordat je een ander land bezoekt.

labels:

Zie ook: