De Kaapse Kruisbes, ook bekend als Peruaanse grondbes of Peruaanse kers, behoort tot de familie van het nachtschadegewas (Solanaceae). De botanische naam „Physalis“ is afkomstig uit het Grieks en betekent „blaas“ wat te maken heeft met de op een blaas lijkende vruchtkelk. Een grootdeel van de ca. 80 eenjarige en kruidachtige vaste planten zijn inheems in Amerika. De duurzame jodenkersen zijn vaak wortelvormend.

De laatste jaren is de Kaapse Kruisbes ook in de tuinbouw belangrijker geworden. Het lijken wel lampionnetjes of prachtig verpakte bonbons. Maar laat je niet in de war brengen; het is fruit! De Kaapse kruisbes bestaat uit een gele, eetbare bes. De bes groeit in een lampionachtig, doorzichtig omhulsel. De vrucht wordt ook wel ananaskers, goudbes of physalis genoemd. De smaak is zoetzuur en heeft wat weg van ananas.

Teelt en Seizoen van Kaapse Kruisbessen

Kaapse kruisbessen groeien aan heesters en hebben veel warmte nodig om te groeien. De Kaapse kruisbes bestaat uit een gele, eetbare bes. De bes heeft zachte, eetbare pitjes. De bes groeit in een lampionachtig, doorzichtig omhulsel. Dat omhulsel is doorgaans verdord als de bes te koop wordt aangeboden.

De vrucht komt van oorsprong uit Peru en wordt ook wel ananaskers, goudbes of physalis genoemd. De naam Kaapse kruisbes heeft de bes overgehouden aan de teelt van de bes in Zuid-Afrika aan het begin van de 19e eeuw.

De Kaapse Kruisbes wordt tegenwoordig geteeld in Kenia, Madagaskar, Colombia en Nieuw-Zeeland. De vruchten worden het hele jaar door aangevoerd.

Physalis Kweken: Van Zaad tot Oogst

De Kaapse kruisbes kan door zaad worden gekweekt. Dit wordt al vanaf maart onder glas in een broeibak bij 18° tot 20° C worden uitgezaaid. Als de kiembladeren ontstaan kunnen de zaailingen als jonge planten verder worden gekweekt. Iemand die handig is kan het zaad van het fruit uit de winkel zelf winnen. Het lukt niet altijd, maar het is wel mogelijk en het proberen waard. Bij een eigen oogst worden ze uit de rijpe of overrijpe vruchten gewonnen. Ze worden in lauwwarm water meerdere uren lang ingeweekt en het zaad voorzichtig van het vruchtvlees verwijderd.

De Kaapse Kruisbessen worden in het voorjaar als voorgekweekte planten aangeboden. Na de ijsheiligen, ca vanaf half mei, worden ze in de tuin op een zonnige tot lichte standplaats geplant. Een windbeschutte standplaats buiten is voordelig. Een grotere oogst is door het vroegtijdige voorkweken in de broeikas of onder glas te verwachten. Een vruchtbare, vochtige en goed doorlatende grond zorgt voor een optimale ontwikkeling van de planten. Als de bodem te veel zand bevat wordt voor het planten compost bijgemengd. Bij een zware bodem is het raadzaam voor een verhoogd bed te kiezen. De bodem verwarmt sneller en er is geen gevaar voor stuwvocht.

Door hun grootte is een plantafstand van ca. 75 cm oftewel 1 tot 2 planten per m² aan te bevelen. Physalis kan in een kuip op het terras worden gekweekt. Voor een klein balkon is de Peruaanse kers niet aan te bevelen, want ze wordt groot en neemt nogal veel plaats in. Voor het kweken in een pot, neemt men normaal gesproken hoogwaardige potgrond voor balkonplanten of kruidenpotgrond. Planten die in een kuip staan hebben het voordeel dat ze kunnen overwinteren. De Peruaanse kers is meerjarig en kan de winter op een vorstvrije plaats goed overleven.

Physalis Verzorgen: Water, Voeding en Snoeien

De snelgroeiende Physalis heeft voldoende water nodig en rijkelijk voedingsstoffen. Gegoten wordt ‚s morgens of ‚s avonds, want in de middaghitte kan bij een te sterke straling van de zon het blad verbranden.

In de zomer wordt bemest met een kruiden- of bio meststof. De dosering geschiedt volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Ook kunnen hoornspaanders of andere organische meststoffen worden gebruikt.

Opdat de planten goed vertakken en vele takken vormen, worden ze in een jong stadium getopt. Het afknijpen van de toppen leidt tot een sterkere vertakking en een verhoogde bloei- en vruchtvorming.

Het snoeien kan gedurende het seizoen worden beperkt tot takken die door de wind of andere mechanische invloeden afgebroken zijn. Als de Kaapse kruisbes als eenjarige plant wordt gehouden, worden de planten na de laatste oogst of na de eerste vorst teruggesnoeid. De Physalis die in een pot staat wordt teruggesnoeid voordat deze naar het winterverblijf verhuisd.

Physalis Overwinteren

Als het winterverblijf voldoende plaats heeft, kan de van warmte houdende physalis overwinteren. Potplanten worden voor het verhuizen zover teruggesnoeid dat een kleine plant overblijft.

Om te overwinteren is een lichte plaats, ca 15° C warm, in een kas of in een trappenhuis geschikt. In de winter wordt het gieten gereduceerd. Via de vingerproef wordt regelmatig gekeken of de aarde nog vochtig is. Weinig gieten is raadzaam omdat de tropische planten al snel te veel water krijgen en daarmee de wortels beschadigen. De plant blijft in huis totdat de laatste vorst voorbij is.

Physalis Oogsten

De oogst van de physalis begint als de vruchten rijp zijn, na ca. 3 tot 4 maanden. Het is gemakkelijk te zien omdat de lampionvormige omhulsels er geelbruin tot stroachtig uitzien. In tegenstelling tot andere fruitsoorten is het vroegtijdige oogsten niet nodig omdat de vruchten niet narijpen. De rijpe vruchten worden met de vruchtkelken geoogst. Zodra de struik volledig geoogst is, kan de plant - als deze eenjarig is - compleet gesnoeid en op de compost afgevoerd worden.

Is Physalis Giftig?

De Kaapse Kruisbes behoort tot de familie van het nachtschadegewas (Solanaceae). Deze familie heeft vele giftige planten zodat het vermoeden dat de planten giftig zijn voor de hand ligt. In principe is de Kaapse kruisbes niet giftig, want de vruchten gelden als delicatesse. Pas voordat de bessen worden gegeten worden ze uit de vruchtkelk gehaald en in een zeef met water gewassen.

De in onze regio als sierplant bekende echte lampionplant is echter niet verteerbaar. Onrijpe vruchten en bladeren zijn slecht voor de gezondheid als deze worden gegeten. Intensief contact met de huid kan irritaties opwekken.

Physalis FAQ

Welke Physalis soorten zijn er?

In de tuinbouw zijn de vorstbestendige lampionplanten (Physalis alkekengi) als goed groeiende duurzame sierplant en de Peruaanse kers (Physalis peruviana) als fruit- en moestuinplant goed bekend.

Welke uitwerking heeft Physalis?

De Kaapse kruisbes bevat ijzer en vitamine C, die als gezondheid bevorderend en immuun versterkend gelden.

Kan Physalis worden ingevroren?

Het invriezen van Physalis bessen is niet gebruikelijk. Vaak worden de vruchten gedroogd en als rozijnen gebruikt. Gedroogde Physalis bevatten een hoog proteïne gehalte.

Verdere Informatie over Physalis en Aanverwante Soorten

Zo ook de Europese physalis (Physalis alkekengi), die tuinbezitters beter bekend is als de echte lampionplant. Ze is een geliefde bodembedekker voor bloemperken en borders. Als men de lampionplant hun vrije loop laat, kan ze agressief de buurplanten verdringen. Hun opvallende eigenschap ontstaat vanaf de zomer als de zaadvruchten rijpen. Ze zijn in lampionvormige vruchtkelken in een stralende oranje kleur ingesloten. De papierachtige vorm zorgt ervoor dat het uiterst decoratieve fruit interessant is voor herfst- en droogboeketten.

Nog bekender is de verwante Kaapse kruisbes, die over het algemeen bekend is als Physalis of Peruaanse Kers. De vruchten zijn het hele jaar door als delicatesse in goed gesorteerde fruitafdelingen te vinden. De Kaapse Kruisbes is een duurzame plant, die in onze regio vanwege haar ontbrekende vorstbestendigheid vaak als eenjarige plant wordt gekweekt. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het Westen van Zuid-Amerika, waar ze als cultuurgewas wordt gekweekt en vaak verwildert. Met viltige behaarde bladeren vormt ze krachtige bossen, die bij ons ca. 1 meter hoog worden. De gele bloemen met het donkere hart zitten op korte bloemstelen. Na de bestuiving ontstaat een oranjegekleurde bes, ingesloten in een geelbruine papyrusachtige vruchtkelk. De Peruaanse kers wordt vandaag de dag in tropische gebieden van Zuid-Amerika, Afrika en Azië als cultuurgewas industrieel gekweekt. Bijzonder is dat de kersgrote vruchten niet narijpen. Ze bevatten ijzer en vitamines, bv. C en B1. De smaak kan als zoetzuur worden beschreven.

Rijpe bessen zijn oranjegeel van kleur. Nog niet rijpe bessen zijn groen. Kies gave exemplaren zonder vlekken.

Onrijpe bessen rijpen bij kamertemperatuur goed na.

Tip: Van deze bes eet je er meestal niet zoveel tegelijk. Een kleine, maar bijzondere bijdrage aan je dagelijkse aanbevolen hoeveelheid fruit van 200 gram.

De smaak is zoetzuur en heeft wat weg van ananas. Een groene bes is weliswaar niet rijp, maar kan wel gegeten worden. De smaak is dan zuurder.

Retinol act. De ananaskers is familie van de Physalis alkekengi (die lage vaste planten met oranje lampionnetjes die vroeger zo bekend waren maar je tegenwoordig niet vaak meer zo vaak in tuinen vindt - waarschijnlijk mede omdat ze nogal kunnen woekeren). De lampionnetjes zijn dan ook de gemene deler bij deze planten. Ananaskers is dus een bes, geeloranje van kleur, zo’n 2 centimeter groot en de smaak is licht zoet met een fris zuurtje erin. Je kunt er nog wel jam, etc. van maken maar ik geef eerlijk toe dat er hier maar zelden ananaskersen thuis komen, hier peuzelen we de besjes gewoon bij de planten op, lekker als ze nog een beetje warm zijn van de zon.

Van nature komen deze planten voor in Zuid-Amerika, je kunt dan al bedenken dat ze van veel warmte houdt. In Nederland kan de oogst daarom nog wel eens wisselend zijn, veel hangt af van een mooie zomer, maar zeker ook van haar standplaats. In de slechtste tuinzomer ooit van 2011 heb ik de planten voor de oogst verwijderd omdat ze toen helemaal platgeregend en omgewaaid waren. Maar in een andere slechte zomer van 2012 had ik 3 planten Physalis pubescens in een pot gezet - wel regen maar de planten lagen dus niet in de kletsnatte modder en gaven toen ondanks de koele, natte zomer toch een prima opbrengst. Zorg dus voor een warm en zonnig en beschut plekje. Je behandelt de planten als éénjarigen.

En mocht je de mogelijkheid hebben om haar in een verhoogde bak of in een pot te kweken, dan zou dat dus de voorkeur hebben: de grond in pot en verhoogde bak warmt sneller op in de zon, en kan niet kletsnat worden. Je kunt voor beiden zorgen dat er een ideale grondmix in pot of bak zit (luchtig, humusrijk). Ananaskers is eigenlijk een vaste plant, maar niet winterhard. Je kunt haar gelukkig in Nederland als eenjarige telen.

Er zijn van de Physalis peruviana wel wat verschillende rassen, die eigenlijk allemaal wel erg op elkaar lijken hoor. Wel duidelijk anders is de eerder genoemde Physalis pubescens - enige jaren geleden eens gekocht bij De Nieuwe Tuin omdat daar werd gezegd dat ze vroeger is dan de grote ananaskers, en dat klopt ook. Zelfs in een matige zomer geeft de pubescens nog een vroege en goede oogst. En dat voor zo’n klein plantje. Want waar de Physalis peruviana wel een hoogte en breedte van wel zo’n 80-90 centimeter kan halen, wordt de pubescens niet veel groter dan een centimeter of 40 tot 50. En de Physalis pubescens geeft voor zo’n klein plantje zeker ook een prima oogst, de besjes zijn wel duidelijk een maatje kleiner (ongeveer 1 centimeter groot, ten opzichte van gemiddeld 2 centimeter groot voor een ras van een Physalis peruviana). Maar even lekker van smaak.

Zaai ananaskers (zowel de Physalis peruviana als de Physalis pubescens) niet te vroeg. Zaai de zaden dus ergens tussen half maart en half april, bij kamertemperatuur kiemen de zaden binnen 7 tot 10 dagen. De zaailingen mogen na 12 mei (IJsheiligen) buiten uitgeplant worden. Geef de planten een warm, zonnig en beschut plekje. Spit in de winter wat compost onder voor een goede luchtige grond (die wel vocht vasthoudt maar niet kletsnat blijft). Geef ananaskers zeker niet teveel voeding, veel stikstof zorgt voor veel blad en stengels en groei maar dat gaat ten koste van de opbrengst aan vruchtjes, een handje algemene moestuinvoeding is prima.

Voor de volle grond en verhoogde bak geef je een dosis zoals op de verpakking staat aangegeven een week of 2 voor het planten en nogmaals rond juli. Je hoeft de planten niet te dieven, etc. Laat haar vooral groeien zoals ze zelf wil. Het kan handig zijn er een stok bij te zetten om haar te kunnen aanbinden wanneer nodig: de stengels zijn niet heel sterk, bij flinke regenbuien of een zomerstorm kunnen de planten gemakkelijk omwaaien. Dit geldt natuurlijk vooral voor de Physalis peruviana, maar ook de Physalis pubescens kan omwaaien of afbreken. Voor beiden geldt dat een laag stro of een andere mulchlaag onder de planten, in volle grond, pot of bak, altijd handig is.

De oogst van ananaskers begint ergens rond eind juli tot eind augustus (afhankelijk van standplaats, de teelt in verhoogde bak of pot of volle grond, een goede of slechte zomer en natuurlijk soort en ras). De oogst van de kleinere besjes van de Physalis pubescens begint altijd het vroegst; soms al rond begin tot half juli. Je kunt de besjes oogsten en eten wanneer ze rijp zijn. Je kunt dat gemakkelijk herkennen aan de lampionnetjes; die zijn in het vroege stadium groen en gesloten maar wanneer de bessen rijpen, worden ze dor en droog en goudbruin van kleur. Als de lampionnetjes knisperen en breken/scheuren wanneer je er in knijpt kun je het besje zien. Bijna altijd is het besje dan geeloranje van kleur en een beetje zacht bij het duwen op het velletje, en dus rijp genoeg om te oogsten. Heel soms niet, laat het besje dan gewoon nog hangen, ook zonder hoesje zal ze nog narijpen.

Zelfs wanneer de besjes al een week op de grond liggen kun je ze nog eten (het papierachtige hoesje beschermt de besjes maar het helpt dus ook om een mulchlaag van stro of wat dan ook aan te brengen). Dat is niet heel moeilijk. Oogst 1 of 2 goed rijpe besjes en halveer ze. Druk er met je duimen het sap en de heel kleine lichtbruine zaadjes uit en vang dat op in een bakje. Doe er wat water bij en laat een kwartiertje staan. Na een kwartier schep je eventuele velletjes eraf en de drijvende zaden.

Rassen kunnen natuurlijk heel gemakkelijk kruisen maar ik heb ondertussen ervaren dat ook een kruising tussen Physalis pubescens en Physalis peruviana heel makkelijk en over wat grotere afstanden mogelijk is; in 2017 teelde ik de Physalis Aunt Molly vanuit zelf geoogste zaden; het leverde wat kleinere planten op met ook wat kleinere besjes, in een een enorme opbrengst. Kruisen hoeft dus zeker niet slecht te zijn; als je zo per toeval wat minder grote planten krijgt, met de hoge opbrengst die ook nog vroeger valt, dan heb je alle beste eigenschappen van de 2 soorten verenigd 🙂 .

labels:

Zie ook: