De aardappel (Solanum tuberosum) is een eenjarige plant die behoort tot de familie van de nachtschadegewassen (Solanaceae). De aardappel staat in sommige regio's ook bekend als patat of pieper. Er bestaan ondertussen 5.000 verschillende aardappelsoorten die kunnen variëren in kleur en vorm. Naast de klassieke gele variëteiten uit de supermarkt zijn er ook blauwe soorten zoals de "Vitelotte" met paars-wit gemarmerd vruchtvlees. Verder wordt er een onderscheid gemaakt tussen bloemige en vastkokende aardappelrassen en tussen vroege en late rassen.

Hoewel de aardappel in onze keuken tegenwoordig niet meer weg te denken is, was de groente lange tijd onbekend in onze contreien. Pas toen de knol in de 16e eeuw vanuit Amerika over zee werd geïmporteerd, kon ook de Europese bevolking ervan genieten. In eerste instantie werd de knol populair omwille van de mooie bloemen. Tegenwoordig is de aardappel een vast element in de voorraadkast. Hoewel de aardappel misschien wat stoffig en flauw lijkt (in tegenstelling tot de populaire tomaat), is hij dat helemaal niet. Gepoft, gebakken, in de vorm van chips of pannenkoekjes, als puree, in soep of gewoon gekookt : de aardappel is heel veelzijdig.

Waarom Aardappelen Voorkiemen?

Aardappelen voorkiemen is een geweldige oude traditie. Deze methode stimuleert je pootaardappelen te kiemen voordat je ze plant. Zo krijgen ze een voorsprong en hebben ze bij het uitplanten al groeiende uitlopers. Voorgekiemde aardappelen zullen sneller oogstklaar zijn. Ze hebben immers al scheutjes gevormd nog voor ze geplant worden.

Wanneer Beginnen met Voorkiemen?

Voorkiemen doe je in de periode van eind januari tot maart. Het is weer zover; het is half februari en dat betekent dat de eerste zaden de grond in mogen. Het is nu nog te koud en nat om in de volle grond groenten te zaaien.

Hoe Aardappelen Voorkiemen: Stap-voor-Stap

  1. Kiem je best drie à vier weken voor.
  2. Dit doe je door ze in een koele (±10°C) maar lichtrijke omgeving (geen direct zonlicht) mooi open te leggen zodat ze allemaal gelijktijdig kunnen kiemen, en er geen schimmel ontstaat.
  3. Bereken hoeveel knollen je nodig hebt. Dat doe je door de lengte van je rij(en) te schatten en voor elke knol 30 cm ruimte in te plannen.
  4. Bekijk elke aardappel - aan één kant zie je meer ogen.
  5. Zet de aardappels met deze ogen naar boven. Dat kan dicht tegen elkaar in een zaaitray of rechtop in een eierdoos. Gooi knollen die tekenen van rot vertonen weg. Zijn ze slechts wat verschrompeld?
  6. Zet de zaaitrays of eierdozen op een lichte plek, zoals op een vensterbank of in een vorstvrije kas, bij een temperatuur tussen de 10 °C en 15 °C . De scheuten zullen hierdoor gaan groeien.
  7. Zijn de scheuten zo’n 2 à 4 cm groot? Dan kan je al begin februari starten. Je kan de primeuraardappel dan begin mei oogsten.

De aardappelen kun je nu binnen voor laten kiemen. Doe dit op een plek waar de temperatuur consistent is. Het liefste tussen de 10 en 15 graden. Hoe warmer, hoe sneller de aardappel uitloopt, maar dat is niet altijd goed. Je kunt het herkennen aan de kleur van de uitlopers. Zijn deze donkergroen, dan is dat goed. Zijn ze licht van kleur, zoals je ook wel eens in het keukenkastje de doorgeschoten aardappelen ziet liggen, dan is dat niet goed. Dit gaat veel te snel waardoor de planten gevoeliger zijn voor ziektes etc.

De Juiste Pootaardappelen Kiezen

Pootaardappelen worden speciaal gekweekt om te poten en ze zijn dan ook vrij van virussen. Daarom kun je ook beter geen aardappelen uit de supermarkt gebruiken. Vroege en middenvroege aardappelen zijn als eerste soorten oogstklaar. Doe trouwens geen moeite hoofdteelt-variëteiten voor te kiemen: die blijven langer in de grond.

De Ideale Locatie en Omgeving

De aardappelplant is een echt "zomerkind". De plant houdt van een warme omgeving, maar is niet zo gek op de middaghitte. Verder stelt de groente weinig eisen wat betreft de omgeving : een klassieke moestuin, een verhoogde moestuinbak, een plantzak en grote kuipen zijn allemaal geschikt voor de aardappelteelt. Zorg altijd voor voldoende ruimte. De aardappelplant heeft namelijk ruimte nodig voor de ontwikkeling van de wortels en de knollen. Een pot moet een diameter hebben van minimum 25 centimeter, bij voorkeur 30 of 40 centimeter.

Aardappelen voelen zich goed in een voedingsrijke en luchtige bodem die in de zon snel opwarmt en niet te lang vochtig blijft. Een zandgrond of zanderige kleibodem is dus ideaal. Ook in een normale, zware kleigrond komen aardappelen goed terecht. De enige voorwaarde is dat je de bodem in de herfst ploegt zodat de grotere klonters in de winter door de vorst uiteenvallen.

Aardappelen in Potten en Moestuinbakken

Aardappelen kan je zonder probleem in een moestuinbak of in een pot aanplanten, zolang ze over genoeg ruimte beschikken. Bovendien is het belangrijk dat je de moestuinbak op de juiste manier opvult. Als je aardappelen in een pot of bak wilt kweken, raden we je aan om er eentje te kiezen met een inhoud van minimum 15 liter. Deze moet eveneens voorzien zijn van minstens één afvoergat zodat het overtollige water gemakkelijk kan weglopen. Bedek de bodem met een laagje drainagemateriaal (vb. puimsteenkorrels). Deze korrels zullen zorgen voor een goede beluchting, het overtollige water zal gemakkelijker weglopen en de wortels zullen beter worden voorzien van verse zuurstof. Een voedingsrijke biologische potgrond voor groenten vormt de ideale basis voor een gezonde wortelontwikkeling.

Aardappelen Planten: Stap-voor-Stap

De ideale periode om aardappelen te zaaien is van maart tot juni. Dit hangt echter ook van de betreffende aardappelvariëteit af. Een kleine tip : nieuwe aardappelen worden bij voorkeur afgedekt met een folie of vlies om ze te beschermen tegen vorst. Zaai in maart of april voor op de vensterbank. Eens er geen vorst meer wordt voorspeld, kan je de jonge plantjes naar buiten verhuizen. Laat de plantjes wennen aan de zon door ze eerst enkele uurtjes buiten te zetten - of ze nu vers gekocht zijn of zelf gekweekt.

  1. Na het voorkiemen, kan je de pootaardappelen voorplanten in de serre of in een bak in huis.
  2. Diep genoeg planten : het is belangrijk dat de pootaardappelen 8 tot 10 centimeter diep worden aangeplant, met de spruit naar boven. Elke aardappel zal een nieuwe plant produceren met 15 tot 25 dochterknollen.
  3. Aandrukken en begieten : druk vervolgens de grond goed aan en geef rijkelijk water.

De meeste plantaardappelen worden van maart tot midden april in de volle grond gestoken. Dit proces heet poten. Hoe lichter de grond, hoe dieper je de aardappelen moet planten. diepte van 5 à 10 cm zijn. Als voorbereiding maak je de grond best zo luchtig mogelijk.

Aardappelen poten in een aardappelpot

Als je nu start met de aardappelen, dan kies je voor vroege aardappelen. Dit heet niet voor niks zo. Je poot ze vroeg en oogst ze in verhouding vroeg in het jaar. Na 3 à 4 weken (ca. half april) kunnen de aardappelen buiten worden uitgeplant. Ik kies voor een aardappelpot van elho. Deze collectie is gemaakt van 100% gerecycled plastic. Het grote voordeel hieraan is dat je de groei heel goed in de gaten kunt houden. De pot heeft namelijk 2 lagen. De buitenlaag is dicht en heeft onderin gaatjes zodat het overtollige water weg kan lopen. De 2de pot zit erin en deze heeft hele grote gaten, zodat je deze, tussen het oogsten door, omhoog kunt tillen om te kijken hoe het gaat en eventueel al iets kunt oosten als het zover is. Voordat de pootaardappelen met de gekiemde oogjes naar buiten kunnen, moet je ze eerst weer even laten wennen aan de temperatuur buiten. Verschuif de eierdoos, waarin ik ze altijd leg om te ontkiemen en om de 3 dagen in omdraai, naar een koelere plek met licht.

Verzorging van Aardappelplanten

Water geven

Of en hoeveel hongerige magen je zal kunnen vullen met je eigen aardappeloogst, hangt in grote mate af van hoeveel water de plant krijgt. De toevoer van water is namelijk heel belangrijk voor de dochterknollen. Daarbij moet je het juiste evenwicht zoeken : niet te veel, maar ook niet te weinig. We raden je aan om net voor de gietbeurt een vinger in de grond te stoppen om te voelen of bodem nog vochtig is. De waterbehoefte is afhankelijk van meerdere factoren : de weersomstandigheden, het substraat, de lichtinval en de vruchtvorming. De vruchten worden steeds groter tussen de tiende en veertiende week. Kort na het begin van de bloeiperiode heeft de aardappel de grootste hoeveelheid water nodig. Hoewel de gietbeurt de eerste drie weken kan worden verwaarloosd, heeft de plant tussen de derde en de zesde week voldoende water nodig. Vuistregel : een lichtrijke en vochtige bodem is ideaal. Geef je aardappelen 's avonds water.

Bemesten

Aardappelen zijn sterk terende gewassen die veel voedingsstoffen nodig hebben om je aan het einde van de zomer van grote en smakelijke knollen te kunnen voorzien. Om dit te realiseren, kan je de bodem net voor de aanplanting verrijken met compost. Na acht tot twaalf weken kan je je aardappelplant voorzien van een verse portie meststof. Kies voor een aangepaste biologische meststof die alle belangrijke voedingsstoffen bevat. Strooi de korrels rond de plant en werk ze lichtjes in de bodem in. Geef vervolgens rijkelijk water om de werking van de meststof te activeren.

Opgelet indien je enkel bemest met koe- of stalmest! Hierin zit veel stikstof die ervoor zorgt dat je veel loof krijgt. En hoe meer loof, hoe groter de kans op schimmels en dus de aardappelplaag. Daarnaast zal te veel stikstof nefast zijn voor de kwaliteit van de aardappel. kaliumrijke meststoffen zoals Vinasse kali of Patentkali. Een tekort aan kalium zal ervoor zorgen dat de aardappelen glazig worden en de houdbaarheid achteruit gaat. Het is dus een goed idee om de juiste meststof toe te voegen bij het aanaarden!

Aanaarden

Van zodra de aardappelplant zo’n 10 à 15 cm boven de grond gegroeid is, kan je beginnen aanaarden. Doe dit door met een hark de grond tussen de rijen weg te halen, tegen de aardappelplant. Zorg ervoor dat de toppen van de aardappelplant nog net zichtbaar zijn.Voorspellen ze vrieskoude? Bedek dan de volledige plant met een vliesdoek.Voor een grote oppervlakte kan je ook een speciale aanaarder kopen.

Aardappelen worden traditioneel aangeaard. Dit betekent dat de grond rond de scheuten wordt opgehoogd. Jonge planten worden zo diep aangeplant, dat enkel het bovenste bladpaar nog boven de grond uitsteekt.

Een paar weken nadat je je aardappelen gepoot hebt, zie je meestal de eerste stengels met blaadjes boven de grond verschijnen. Zodra de bovengrondse stengels ongeveer 15 cm hoog zijn, is het tijd om je aardappelplanten aan te aarden. Dat betekent dat je de grond rond de stengels aan beide kanten van de plantrij gaat ophogen. De jonge stengels zullen hierdoor grotendeels bedekt worden met aarde. Indien er nog nachtvorst verwacht wordt, mag je ze zelfs volledig bedekken. Zo zorg je voor extra bescherming. Het aanaarden herhaal je het beste nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.

Tijdens het aanaarden doe je er goed aan om ook meteen een kaliumrijke voeding toe te dienen. DCM Meststof Aardappelen is een puur organische voeding met een hoog kaliumgehalte.

Het aanaarden van je aardappelplanten heeft zo zijn voordelen:

  • Je planten worden gestimuleerd om meer ondergrondse stengels en dus meer aardappelen te vormen.
  • Het extra laagje aarde beschermt ze bovendien tegen nachtvorst en zorgt ervoor dat de reeds gevormde knollen niet blootgesteld worden aan het zonlicht, waardoor ze groen zouden kleuren.
  • De opgehoogde grond warmt tevens sneller op en voert de regen beter af.

Bescherming tegen Vorst

Opgelet bij de vroege soorten: Bij grondvorst kan het loof bevriezen en krijgen de planten een groeiachterstand. De vrieskou is de grootste vijand van de pootaardappel dus let hiervoor op! Deze kan voor een serieuze groeivertraging zorgen en is dus zeer schadelijk. Spreken ze van een koude nacht? Dan bescherm je de planten maar beter met stro, een plastic afdekking of kan je ze extra aanaarden.

Oogsten

Aardappelen kunnen tussen juli en oktober worden geoogst, afhankelijk van het ras. Uitgedroogde bladeren zijn een duidelijk teken dat het tijd is om te oogsten. Omdat de schil van de aardappelen hard wordt tot ze rijp zijn, mag je niet te vroeg rooien. Aardappelen met groene schil moet je verder laten rijpen. Gebruik bij het oogsten een aardappelschoffel en een schopje. De aardappelen mogen net vóór de opslag niet gewassen worden. Voor de opslag van aardappelen kan je luchtdoorlatende houten kisten gebruiken. Deze plaats je in een droge, donkere en koele ruimte. Bij een te lage temperatuur zullen de knollen een zoete smaak ontwikkelen. Bij een te hoge temperatuur en veel licht zullen de aardappelen echter beginnen kiemen. Omdat de kiemen en ook de groene schil solanine (een giftige stof) bevatten, vormen gekiemde aardappelen een gezondheidsrisico. Uitzondering : het solaninegehalte in verse scheuten is zo laag dat je nog steeds aardappelen kunt eten met een spruitlengte van maximaal één centimeter.

labels: #Aardappel

Zie ook: