Minder vlees eten wordt steeds gewoner. Zo’n 40% van de Nederlanders noemt zichzelf inmiddels flexitariër en laat vlees dus vaker staan. Ook eten we met z’n allen minder rood en bewerkt vlees: in de periode 2019-2021 ging het om een daling van ruim 20% ten opzichte van 2007-2010. Ondanks dat er stappen in de goede richting worden gezet, is er ook nog veel winst te behalen. We begrijpen dat een stukje vlees op z’n tijd lekker is.

De Impact van Vleesproductie op het Milieu

De productie van vlees is heel belastend voor het milieu. Dat geldt vooral voor rood vlees zoals rundvlees. Er is veel land, water en voer nodig voor het houden van vee. Dit veevoer moet ook worden gemaakt en vervoerd. Voor 1 kilo vlees is gemiddeld 5 kilo plantaardig voer nodig. En voor het verbouwen van voer, zoals soja uit Zuid-Amerika, is niet alleen land nodig, maar wordt ook vaak oerwoud gekapt. Daarnaast zorgen dieren voor veel uitstoot van broeikasgassen door scheten, boeren en mest. Sommige stoffen uit mest kunnen in de natuur terechtkomen en daar de biodiversiteit verminderen.

Door minder vlees te eten kun je de klimaatimpact van jouw voedingspatroon dus flink verlagen. Stel je eet nu volgens de Schijf van Vijf-adviezen het maximum van 500 gram vlees per week. Wil je meer doen voor het klimaat? Dat kan: door minder dan die 500 gram vlees per week te eten. Natuurlijk bepaal jij hoeveel je wilt minderen, maar met elke dag minder verlaag je jouw impact op het klimaat.

De productie van vlees en zuivel belast het milieu over het algemeen meer dan plantaardige alternatieven. Er is meer energie, mest, water en landoppervlak voor nodig. Daarnaast zorgt de veehouderij voor meer uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Deze komen bijvoorbeeld vrij uit mest. Ook stoten herkauwers zoals koeien en schapen veel methaan (een heel sterk broeikasgas) uit.

Voor de productie van vlees is veel veevoer nodig. Bijvoorbeeld vier kilo voor een kilo kippenvlees en zelfs 25 kilo voor een kilo rundvlees. De productie van veevoer kost veel grondstoffen, bestrijdingsmiddelen, kunstmest en landoppervlak. Soms gaat veevoerproductie (bijvoorbeeld soja) gepaard met ontbossing, hoewel er steeds meer duurzaam geteelde soja wordt ingekocht in de veehouderij.

Veeteelt zorgt ook voor stikstofuitstoot. Wanneer stikstof neerslaat in kwetsbare natuur, zorgt dat voor verstoring van het evenwicht in de natuur (ecosysteem). Hierdoor neemt de biodiversiteit af. In Nederland liggen intensieve veehouderij en natuur vaak dichtbij elkaar en komt dit dus vaker voor.

Gezondheidsvoordelen van Minder Vlees Eten

Voor je gezondheid hoef je niet per se vlees te eten. Er zitten nuttige voedingsstoffen in vlees, zoals eiwit, ijzer en vitamine B1 en B12. Maar die voedingsstoffen kun je ook uit andere producten halen. Je kunt dus prima met minder of zonder vlees, als je het goed vervangt.

Minder of geen vlees eten is beter voor het milieu én gezond. In Nederland eten we meer dierlijke eiwitten dan nodig is voor onze gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat een vleesarm dieet het risico op hart- en vaatziekten en diabetes kan verminderen.

Vlees minderen wordt inderdaad in verband gebracht met een betere gezondheid en een kleiner risico op bepaalde ziekten. Vegetarische diëten, die vlees uitsluiten, en veganistische diëten, die alle dierlijke producten uitsluiten, zijn in verband gebracht met een verminderd risico op hartziekten en kanker. Bovendien blijkt uit onderzoek dat een plantaardiger voedingspatroon in verband wordt gebracht met een betere insulineresistentie en een lager risico op diabetes type 2, in vergelijking met een dierlijk voedingspatroon.

Beperking van vlees kan ook helpen om gewicht te verliezen en te behouden. Een analyse van 12 studies van hoge kwaliteit toonde aan dat mensen die gedurende gemiddeld 18 weken een vegetarisch dieet volgden aanzienlijk meer gewicht verloren dan mensen die een niet-vegetarisch dieet volgden.

Hartgezondheid

Er is veel onderzoek gedaan naar het effect van plantaardige diëten op de hartgezondheid. Controversieel onderzoek heeft een verband aangetoond tussen de inname van verzadigd vet, dat vooral voorkomt in vlees en dierlijke producten, en een verhoogd risico op hartziekten. Vlees dat minder verzadigde vetten bevat is gevogelte en mager vlees. Bovendien leidt het vervangen van verzadigd door onverzadigd vet - en niet alleen het verminderen van de totale inname van verzadigd vet - tot een lager risico op hartziekten. Bovendien is de grootste vermindering van het risico op hartziekten waargenomen wanneer bronnen van verzadigd vet worden vervangen door bronnen van meervoudig onverzadigd vet, zoals vis, lijnzaad en walnoten.

Als gevolg daarvan kan het goed zijn voor de hartgezondheid om meer plantaardig te eten en minder vlees te eten dat veel verzadigde vetten bevat. Het soort vlees dat je in je dieet opneemt kan ook een verschil maken. Vleeswaren bevatten vaak allerlei ongezonde kunstmatige toevoegingen en zijn ook zeer natriumrijk, wat kan bijdragen tot de ontwikkeling van hoge bloeddruk.

Darmgezondheid

Aangezien diëten die vlees uitsluiten vaak rijk zijn aan fruit, groenten, volle granen, peulvruchten en andere plantaardige voedingsmiddelen, bevatten ze vaak veel voedingsvezels. Vezels voeden de nuttige bacteriën in je darmen die verbindingen produceren met een ontstekingsremmende en immuunondersteunende rol in het lichaam. Darmbacteriën kunnen ook een rol spelen bij het voorkómen van de groei van bepaalde kankercellen, het verbeteren van de lichaamssamenstelling, en het beschermen tegen diabetes type 2. Plantaardige eiwitten en heilzame verbindingen, polyfenolen genaamd, die in plantaardige voedingsmiddelen voorkomen, kunnen ook helpen om de darmen gezond te houden.

Risico op Kanker

Beperking van bepaalde vleessoorten kan ook helpen je risico op bepaalde soorten kanker te verminderen. Het eten van veel rood en verwerkt vlees, zoals spek, worst en ander gerookt of gepekeld vlees, is in verband gebracht met een hoger risico op het ontwikkelen van darmkanker. Plantaardige voedingsmiddelen daarentegen lijken een beschermend effect te hebben tegen dikkedarmkanker en andere kankersoorten.

Hoe Minder Vlees Eten?

Vlees kun je goed vervangen door ei, peulvruchten (bonen zoals bruine, witte en kidneybonen, linzen, kikkererwten), tofu en tempé en ongezouten noten. Wissel af tussen die producten om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Als je eet volgens de adviezen van de Schijf van Vijf zonder vlees en dit vervangt door peulvruchten, noten en ei en 1 keer per week vis eet, dan verlaag je de klimaatimpact van jouw eten met ongeveer één derde.

Vind je het lastig om minder vlees te eten? Misschien werkt het voor jou om vlees op bepaalde dagen te laten staan of eet je liever een kleinere portie vlees. Zo kun je stap voor stap opschuiven naar een eetpatroon met minder vlees.

  1. Wil je vlees in je maaltijd niet helemaal missen? Probeer dan eens minder vlees te gebruiken in een gerecht en vul dat aan met een plantaardig product. Denk aan: een pastasaus met mager gehakt en linzen, rijst met minder kip en een handje cashewnoten, nasi met minder vlees maar wel pinda’s (of ei), een wrap met minder vlees en meer bonen.
  2. Als je nu vaak rood vlees eet, zoals biefstuk of runderlappen, kies dan eens vaker voor kip. Dit helpt om de milieu-impact te verlagen. Van alle vleessoorten heeft kip het minste invloed op het klimaat, rundvlees het meest. Varken zit daar tussenin, maar dichterbij kip. Ook voor je gezondheid is het beter om niet te veel rood vlees te eten.

Een weekplanning kan je helpen om minder vlees te eten. Maak een concreet plan. Hoeveel dagen per week wil je minder of geen vlees eten? Op welke dagen? En wat eet je op die dagen? Schrijf het op voor jezelf. Hang eventueel briefjes op als geheugensteuntje. Bijvoorbeeld: ‘zaterdag en maandag eet ik vegetarisch’ of ‘woensdag bonendag’.

Peulvruchten, ongezouten noten, tofu, tempé en ei kun je eten in plaats van vlees. Denk bij peulvruchten aan bruine bonen, kidneybonen, kikkererwten, linzen en kapucijners. En bij noten aan walnoten, hazelnoten en pinda’s. Je kunt veel inspiratie vinden op onze receptenpagina of via de wekelijkse nieuwsbrief Vegetarische favorieten.

Is dit misschien nog een te grote stap voor je? Je kunt ook af en toe kiezen voor kant-en-klare vleesvervangers, zoals vegetarisch gehakt of vegetarische wokstukjes.

Dierenwelzijn en Keurmerken

Daarnaast is dierenwelzijn voor sommige mensen een belangrijke reden om minder of geen vlees te eten. Wil je wel vlees eten maar ook letten op dierenwelzijn? Vind je dierenwelzijn of milieu belangrijk, kies dan voor vlees met het Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), EKO, Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren.

Wil je ook op dierenwelzijn letten? De Topkeurmerken Biologisch, EKO, Demeter en Beter Leven 2 en 3 sterren stellen hogere eisen voor het welzijn van dieren. Er is vlees te koop met Topkeurmerken: Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), EKO, Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren. Deze keurmerken garanderen een betere omgang met dieren dan wettelijk is voorgeschreven.

In de biologische landbouw worden dieren gehouden met meer aandacht voor milieu én voor dierenwelzijn. Biologisch gehouden dieren gaan bijvoorbeeld het hele jaar door naar buiten en hebben ook binnen meer ruimte. Daarnaast zijn er eisen voor biologisch voer.

Flexitarisch Eten

Je hoeft vlees niet volledig te schrappen om te profiteren van de vele voordelen die gepaard gaan met een verminderde vleesinname. Flexitarische diëten houden in dat de inname van dierlijke producten wordt beperkt, maar niet wordt afgeschaft. Uit onderzoek is gebleken dat ze verband houden met gezondheidsvoordelen die vergelijkbaar zijn met die van veganistische of vegetarische voedingspatronen.

Een flexitarische levensstijl biedt een smaakvolle en evenwichtige aanpak van je vleesconsumptie. Als flexitariër verminder je je vleesconsumptie zonder er volledig afscheid van te nemen. Dit creëert een gezonde balans en geeft je flexibiliteit. Je kunt nog steeds genieten van je favoriete vleesgerechten, terwijl je tegelijkertijd je menu aanvult met heerlijke plantaardige opties. Minder vlees betekent meer variatie, dus probeer het niet als een beperking te zien.

Vaak zijn kleine aanpassingen in je eetpatroon al genoeg om je vleesconsumptie merkbaar te verminderen. Een goed begin is bijvoorbeeld om één dag per week vleesvrij te eten, zoals tijdens een “Meatless Monday”. Ook het controleren van porties helpt: maak de vleesporties op je bord iets kleiner en voeg meer groenten toe. Zo creëer je snel een betere balans.

Aanbevelingen voor Vleesconsumptie

Wil je vlees eten? Ga dan voor mager onbewerkt vlees, dat staat in de Schijf van Vijf. Denk aan kipfilet (wit vlees), rundertartaar of varkensfiletlapje (rood vlees). Qua hoeveelheid zit je goed tussen de 0 en 500 gram vlees per week. Eet daarbinnen maximaal 300 gram rood vlees en zo min mogelijk bewerkt vlees. Bewerkt vlees, zoals een hamburger, worst of vleeswaren, staat niet in de Schijf van Vijf.

Eet je nu meer dan het geadviseerde maximum van 500 gram vlees per week? Bij die 500 gram gaat het om de hoeveelheid vlees zoals je het koopt in de winkel. Bij bijvoorbeeld een stuk kipfilet kijk je naar het gewicht op de verpakking, dus onbereid.

Als je 500 gram vlees eet, dan kan je week er bijvoorbeeld zo uitzien. Je eet 4 keer vlees bij de warme maaltijd, waarvan 2 keer kip, 1 varkensfiletlapje en 1 rundertartaar, en je neemt 3 keer vleeswaren op brood en 1 keer een vleessnack. Op de andere dagen eet je bijvoorbeeld 1 keer ongezouten noten, 1 keer peulvruchten en 1 keer (vette) vis.

Voorbeeld weekmenu met 500 gram vlees
Dag Maaltijd Inhoud
Maandag Warme maaltijd Kip
Dinsdag Broodbeleg Vleeswaren
Woensdag Warme maaltijd Varkensfiletlapje
Donderdag Snack Vleessnack
Vrijdag Warme maaltijd Rundertartaar
Zaterdag Broodbeleg Vleeswaren
Zondag Warme maaltijd Kip

labels: #Vlees

Zie ook: