De groene specht is een schuwe maar opvallende verschijning in het bos en is makkelijk te herkennen aan zijn opvallende groene kleur.

De groene specht heeft een appel groene rug en een opvallende geel groene stuit die in vlucht goed zichtbaar is. De kop is aan de bovenzijde rood en de voorkant zwart. De bovenzijde van zijn lichaam is groen en onderzijde geelgroen met een gele stuit.

Mannetjes hebben daarnaast nog een rode vlek onder het oog, deze vlek is bij vrouwtjes zwart. De volwassen vogel is 31 en 34 centimeter lang. Van snavelpunt tot einde staart is de lengte gemiddeld ongeveer 34 cm. Ze hebben een grijze dolksnavel.

Onvolwassen vogels zijn zwaar gevlekt over het gehele lichaam. Tijdens de vlucht houden ze hun kop omhoog, de hals lijkt daardoor dun en hun lichaam te zwaar. Vliegt met plotselinge uitbarsting van vleugelslagen, afgewisseld met glijvlucht met gesloten vleugels.

De groene specht heeft een voorkeur voor oudere loofbossen, het liefst met een wat open karakter. Groene spechten leven bij voorkeur in kleinschalig cultuurlandschap, open loofbossen, hoogstamboomgaarden, parken en oude houtsingels. Groene spechten broeden vooral in het kleinschalige cultuurlandschap met oude bomen, hoogstamboomgaarden en in de duinen, maar ze zijn steeds vaker te zien in polders, recreatiebossen, stads- en sportparken. In grote bosgebieden broedt hij vaak alleen langs de randen of rond kale stukken. De groene specht ontbreekt in grootschalige open landschappen.

Zijn voedsel bestaat vooral uit grote mieren (vooral rode bosmieren) en wordt meestal op de grond verzameld.

Het Voedsel van de Groene Specht

Het voedsel zoekt de groene specht op de grond en bestaat uit insecten en hoofdzakelijk mieren. De groene specht zoekt zijn voedsel hoofdzakelijk op de grond. Om mierennesten te bereiken graaft hij soms wel gaten van een halve meter diep.

Met zijn lange kleverige tong vangt deze de mieren en ze kunnen behoorlijk tekeer gaan in een mierennest. Gedurende de zomer zijn ze voorzichtiger om een mierennest te slopen, want dan zijn de mieren veel actiever met het spuiten van mierenzuur. Of hij zet zijn geheime wapen in: een tong die wel tot tien centimeter kan worden uitgestoken.

Groene spechten leven bijna uitsluitend van mieren. Uit de resultaten van dit nog ongepubliceerde onderzoek bleek dat kleine rode bosmiernesten weinig minder in trek zijn dan grootte.

Onderzoek naar de restanten in de uitwerpselen wijzen dat uit:

  1. Rode bosmieren zijn favoriet. Logisch, het zijn flinke prooien en de nesten zijn gemakkelijk te localiseren.
  2. Rode bosmieren worden in de zomer nauwelijks gegeten.
  3. In de winter worden naast rode bosmieren, mierensoorten gegeten die relatief volkrijke kolonies bezitten, relatief dicht aan het oppervlak overwinteren en ook gemakkelijk zijn te vinden: wegmieren, gele weidemieren en glanzende houtmieren.
  4. Kleine mieren zoals de zwarte zaadmier worden ook gegeten, terwijl andere kleine mierensoorten nooit in het menu voorkomen. Ook dit is logisch: zwarte zaadmierkolonies zijn zeer volkrijk, dus kunnen vele kleine prooien gemakkelijk worden verzameld.

De volgende tabel geeft een overzicht van de mierensoorten die in de keutels van groene spechten zijn gevonden:

Mierensoort Percentage
Formica rufa/polyctena 19,1%
Lasius niger 36,0%
Lasius platythorax 4,5%
Lasius flavus 17,4%
Lasius (chthonolasius) spec. -
Myrmica spec. -

Wat hier voor pleit is dat onlangs is ontdekt dat groene spechten ook spinnen eet, namelijk de mijnspin Atypus affinis een spin die een potlooddun gaatje in de bodem maakt en daarin, in een webje huist (Smits 2011).

Groene spechten hebben het moeilijk als strenge vorst het mierennest verhard. Als het eerst heeft gesneeuwd is het nest nauwelijks of niet bevroren en graaft de specht zich wel door de sneeuw heen.

Gedrag en Habitat

De groen specht blijft het hele jaar hier en is dus een standvogel. Groene spechten zijn standvogels.

De kenmerkende lachende roep van de groene specht valt vaak het eerst op. De roep van een groene specht is niet te missen. Het is een lachend kluu-kluu-kluu-kluu en doet een beetje aan een lachende heks denken. De kenmerkende lachende roep is namelijk gemakkelijk herkenbaar en draagt ver. Groene spechten roffelen nauwelijks, maar worden toch vaak gehoord.

Hij broedt meestal in een zelfgehakt hol in een oude loofboom. Aan het nesthol van zo’n 30 centimeter diep wordt bijna een maand gewerkt. Een nest maakt hij in oude loofbomen. De groene specht maakt nestholtes met een ingang van ongeveer 6 x 7 cm.

De broedtijd is ongeveer van maart t/m juni en het legsel bedraagt ongeveer zes eieren. Broedt in de periode maart-juni, heeft één legsel van 4-6 eieren. Broedduur: 14-15 dagen. De jongen zitten zo'n 23-27 dagen op het nest. Zowel het mannetje als het vrouwtje broeden de eieren uit. Jaarlijks wordt er slechts één broedsel grootgebracht.

Groene spechten worden ook regelmatig gezien in tuinen. Zeker als die tuinen in de buurt van parken en aan de rand van dorpen liggen. Wil je de kans vergroten op groene spechten in je tuin? Dan is de aanwezigheid van mieren het toverwoord. Dus geen mierenlokdozen, mierenspray of ander mierengif gebruiken. Want zonder mieren, geen groene spechten.

labels:

Zie ook: