Op deze pagina vindt u een uitgebreide lijst van voedingsmiddelen in het Nederlands met hun respectievelijke vertalingen in het Spaans. De lijst is ingedeeld in verschillende categorieën, waaronder groenten, fruit, vlees, vis en zeevruchten, nagerechten, drankjes, andere voedingsmiddelen, smaken en bereidingswijzen. Deze informatie is handig voor reizigers, koks en iedereen die geïnteresseerd is in de Spaanse taal en cultuur. Qué aproveche!

Verschillen tussen Spaanse en Zuid-Amerikaanse woorden

De onderstaande lijst is gebaseerd op de woorden die gangbaar zijn in Spanje. Hoewel de meeste woorden ook in Zuid-Amerika gebruikt worden, zijn er enkele belangrijke verschillen. Zo zeg je in Zuid-Amerika niet fresas maar frutillas (aardbeien). Wat in Spanje patatas heet, draagt in Zuid-Amerika de naam papas (aardappelen). En wil je een perzik kopen, dan moet je in Spanje een melocoton vragen en in Zuid-Amerika een durazno.

Groenten in het Spaans

Landbouw neemt in Spanje nog steeds een belangrijke plaats in, en Spanje is zelfs de vierde grootste producent van biologische voedingsmiddelen binnen Europa. De grote hoeveelheid verse groenten heeft als resultaat dat er in Spanje maar zeer weinig diepvriesproducten en kant-en-klaarmaaltijden te vinden zijn.

  • Artisjok: alcachofa
  • Asperges: espárragos
  • Aubergine: berenjena
  • Augurk: pepinillo
  • Biet: remolacha
  • Bloemkool: coliflor
  • Courgette: calabacín
  • Doperwten: guisantes
  • Komkommer: pepino
  • Kool: col
  • Kropsla: lechuga
  • Maïs: maíz
  • Paprika: pimiento
  • Peper: pimienta
  • Peterselie: perejil
  • Prei: puerro
  • Radijsjes: rábanos
  • Selderij: apio
  • Spinazie: espinacas
  • Spruitjes: coles de Bruselas
  • Tomaat: tomate
  • Tuinbonen: habas
  • Witloof: endivia
  • Wortel: zanahoria

Fruit / Vruchten

Citroenen, sinaasappels, noten en druiven zijn in Spanje het meest in trek. Andere typische Spaanse vruchten zijn kersen, kaki’s, granaatappels, mandarijnen, limoenen en aardbeien.

  • Aardbei: fresa
  • Abrikoos: albaricoque
  • Ananas: piña
  • Appel: manzana
  • Avocado: aguacate
  • Banaan: plátano
  • Bessen: grosellas
  • Citroen: limón
  • Druif: uva
  • Framboos: frambuesa
  • Kers: cereza
  • Kweepeer: membrillo
  • Meloen: melón
  • Perzik: melocotón
  • Pruim: ciruela
  • Rozijnen: pasas
  • Sinaasappel: naranja
  • Vijg: higo
  • Watermeloen: sandía

Vlees

Spanje telt na Duitsland het grootste aantal varkens in Europa. Ook schapen, geiten en kippen zijn er in grote getale aanwezig. Enkele vlees specialiteiten zijn chorizo en iberische ham.

  • Biefstuk: biftec, bistec
  • Bloedworst: morcilla
  • Borst: pechuga
  • Bout: pierna, pata
  • Eend: pato
  • Fazant: faisán
  • Gehaktballetjes: albondigas
  • Haas: liebre
  • Ham: jamón
  • Hersenen: sesos
  • Hert: ciervo, venado
  • Hotdog: perrito caliente
  • Kalfsvlees: ternera
  • Kalkoen: pavo
  • Kikkerbilletjes: ancas de rana
  • Kip: pollo
  • Konijn: conejo
  • Kotelet: chuleta
  • Kwartel: codorniz
  • Lamsvlees: cordero
  • Lever: hígado
  • Niertjes: riñones
  • Ossenhaas: solomillo de buey
  • Ossenstaart: rabo de buey
  • Ossenvlees: buey
  • Patrijs: perdiz
  • Pens: callos
  • Rib: costillas
  • Spek: tocino
  • Teelballen: criadillas
  • Tong: lengua
  • Varkenshaas: lomo de cerdo
  • Varkensvlees: cerdo
  • Wild: caza
  • Wildpastei: pastel de caza
  • Worstjes: salchichas
  • Zwezerik: mollejas

Vis en Zeevruchten

Spanje heeft de grootste vissersvloot van de Europese Unie en na de Japanners zijn de Spanjaarden zelfs de grootste visconsumenten ter wereld. De grootste vissershaven is Vigo, Galicië.

  • Aal, paling: anguila
  • Ansjovis: anchoa, boquerones
  • Forel: trucha
  • Glasaaltjes: angulas
  • Haring: arenque
  • Inktvis: calamares, pulpo
  • Kabeljauw: bacalao
  • Karper: carpa
  • Kokkels: berberechos
  • Krab: cangrejo
  • Kreeft: langosta
  • Makreel: caballa
  • Mosselen: mejillones, almejas
  • Oesters: ostras
  • Sardines: sardinas
  • Schaaldieren, schelpdieren: mariscos
  • Schol: platija
  • Slakken: caracoles
  • Tong: lenguado
  • Tonijn: atún
  • Zalm: salmón
  • Zeebaars: mero
  • Zeebarbeel: salmonete
  • Zeeduivel: rape
  • Zeewolf: lubina
  • Zwaardvis: emperador

Nagerechten

In Spanje worden zoetigheden vooral 's morgens gegeten, want Spanjaarden eten immers zelden of nooit brood.

  • Gebakje: pastel
  • Ijs: helado
  • IJscoupe: copa helada
  • IJstaart: tarta helada
  • Koekje: galleta
  • Marsepein: mazapán
  • Rijstebrij: arroz con leche
  • Roomijs: mantecado
  • Schuimgebak: merengue
  • Snoepgoed: gominolas
  • Yoghurt: yogur

Drankjes

Frankrijk en Italië zijn de grootste wijnproducenten van Europa, maar Spanje neemt toch maar mooi een derde plaats in. Andere typische Spaanse drankjes zijn cava, sangria, horchata en clara.

  • Anijslikeur: anis
  • Bier: cerveza
  • Cognac: coñac
  • Koffie met melk: café con leche
  • Koffie zwart: café solo
  • Kruidenthee: infusión
  • Likeur: licor
  • Limonade: limonada
  • Melk: leche
  • Sap: zumo
  • Wijn: vino

Andere Voedingsmiddelen

Spanjaarden eten twee warme maaltijden per dag, één keer rond 15 uur en één keer rond 22 uur. Een combinatie van een voor- en hoofdgerecht is hierbij de norm, zowel 's middags als 's avonds. Er wordt gemiddeld vier keer per week buitenshuis gegeten.

  • Amandel: almendra
  • Azijn: vinagre
  • Basilicum: albahaca
  • Belegd broodje: bocadillo, bocata
  • Boter: mantequilla
  • Bouillon: caldo
  • Brood: pan
  • Dadel: dátil
  • Gebakken eieren: huevos fritos
  • Gedroogde vruchten: frutos secos
  • Gepocheerde eieren: huevos escalfados
  • Hardgekookte eieren: huevos duros
  • Hazelnoot: avellana
  • Jam: mermelada
  • Kastanje: castaña
  • Kikkererwten: garbanzos
  • Knoflook: ajo
  • Koninginnenbrood: brazo de gitano
  • Linzen: lentejas
  • Olijfolie: aceite de oliva
  • Olijf: aceituna
  • Reuzel: manteca
  • Rijst: arroz
  • Roerei: huevos revueltos
  • Room: crema
  • Saus: salsa
  • Soep: sopa
  • Spiegeleieren: huevos al plato
  • Suiker: azúcar
  • Truffel: trufa
  • Ui: cebolla
  • Vermicelli: fideos
  • Walnoot: nuez

Smaken en Bereidingswijzen

De Spaanse keuken is zeer gevarieerd en verschilt sterk van regio tot regio. Hieronder enkele termen die handig zijn bij het lezen van een menukaart in Spanje:

  • Frito - Gefrituurd in olie en niet in vet.
  • Al Vapor of Vaporado - Gestoomd met water of bouillon.

In Spanje ligt de gemiddelde kwaliteit van het vlees vele malen hoger dan in Nederland. Zowel vlees als vis zijn zeer geliefd bij de mensen uit Sevilla.

Tapas en Tapitas: Begin altijd met een Tapa of Tapita als je niet weet wat je krijgt of bestelt. Dit is vooral handig als je met een groep of meerdere mensen bent.

labels:

Zie ook: