Krijgt je kind pijnlijke, rode plekjes en blaasjes op de handen, voeten en in de mond? Dat kan wijzen op hand-, voet- en mondziekte: een ziekte die vooral voorkomt in de nazomer en in de herfst.

Wat is hand-, voet- en mondziekte?

Hand-, voet- en mondziekte (HVMZ) is een besmettelijke infectieziekte, waarbij rode plekjes op de handpalmen, voetzolen en/of in de mond ontstaan. De plekjes kunnen uitgroeien tot blaasjes, die pijnlijk kunnen zijn. Je herkent de kinderziekte aan rood omrande blaasjes op de handen, voeten en in de mond.

De ziekte komt vooral voor bij kinderen die jonger zijn dan tien. De ziekte komt vooral voor bij jonge kinderen (0 tot 10 jaar), waarbij een piek gezien wordt bij kinderen tussen de 1 en 5 jaar. De virussen die hand-, voet- en mondziekte veroorzaken zijn erg besmettelijk.

Je denkt bij de naam van deze ziekte misschien aan mond- en klauwzeer, maar dit is niet hetzelfde. De kinderziekte hand-, voet- en mondziekte is overigens niet te verwarren met mond-en-klauwzeer. Mond- en klauwzeer wordt door een ander virus veroorzaakt en komt alleen voor bij vee. Goed om te weten is dat de hand-, voet- en mondziekte niét hetzelfde is als mond- en klauwzeer.

Hand-, voet- en mondziekte is over het algemeen onschuldig en verloopt bij de meeste kinderen mild, sommige worden zelfs niet eens ziek. Meestal verloopt de ziekte zonder - of met heel lichte - klachten. De infectieziekte treedt vooral op in de zomer en het najaar. In Nederland komt hand-voet-mondziekte vooral in de zomer en herfst voor.

Oorzaak

Hand-, voet- en mondziekte wordt veroorzaakt door een virus. De ziekte kan door verschillende virussen veroorzaakt worden. Verschillende virussen kunnen tot deze ziekte leiden, maar meestal gaat het om het coxsackie virus of het enterovirus.

Deze virussen worden, net als een verkoudheidsvirus, verspreid door druppeltjes die bij hoesten of niezen in de lucht terechtkomen. Als een besmet iemand hoest, niest of praat, komen er druppeltjes speeksel in de lucht, die vervolgens anderen kunnen besmetten. Ook via het vocht uit de blaasjes of via de ontlasting kan het virus overgedragen worden op anderen.

Na een toiletbezoekje kan het virus bijvoorbeeld via de handen op de kraan, spoelknop of de deurklink terechtkomen. Van de tien besmette mensen, worden een of twee mensen daadwerkelijk ziek. Als volwassene wordt u meestal niet ziek van deze virussen. Volwassenen worden meestal niet ziek van dit virus, omdat ze als kind vaak al weerstand hebben opgebouwd.

Symptomen

Hand-, voet- en mondziekte begint met lichte koorts. Hand-voet-mondziekte begint met een beetje koorts. Soms is je kindje al niet helemaal lekker.

Ook kan je kindje last hebben van misselijkheid, braken, buikpijn en/of keelpijn. Denk aan buikpijn, misselijk, braken, keelpijn en lichte koorts. Het zijn symptomen die soms voorafgaan aan de huidverschijnselen, want naast eventuele lichte klachten, ontstaan er in de mond een soort kleine blaasjes.

12 tot 36 uur na deze eerste klachten, ontstaan er rode vlekjes en blaasjes. Kort daarna (binnen 12-36 uur) ontstaan de huidverschijnselen: Dat begint in de mond. De blaasjes gaan makkelijk kapot en veranderen daarna in zweertjes die pijnlijk zijn. Ze gaan makkelijk kapot. Het worden dan pijnlijke ontstoken wondjes (zweertjes).

Vervolgens komen deze pijnlijke, rode vlekjes en blaasjes ook op de voetzolen en de handpalmen van je kind. Daarna komen er ook pijnlijke, rode plekken en blaasjes op de handpalmen en op de onderkant van de voeten. Je kunt de hand-voet-mondziekte vooral herkennen aan de rode vlekjes en blaasjes in de mond. Deze vlekjes en blaasjes zijn vaak erg pijnlijk.

Soms ontstaan er lijntjes op de nagels of laten de nagels los. Enkele weken na de infectie kunnen nagels opeens loslaten. Dit komt vaak voor.

Besmettelijkheid en incubatie

De incubatietijd, oftewel de tijd vanaf het moment van besmetting tot het optreden van ziekteverschijnselen, is 3 tot 6 dagen. Niet iedereen die met het virus besmet wordt, krijgt ook klachten. Niet-zieke mensen kunnen echter wel het virus op een ander overbrengen.

Een kind dat de hand-, voet- en mondziekte heeft, is al besmettelijk voordat de eerste klachten ontstaan. Iemand die hand,- voet,- en mondziekte heeft opgelopen, kan anderen een aantal dagen voor hij klachten krijgt al besmetten, maar ook nog enkele weken tot maanden daarna. Vanaf het moment dat ze weer helemaal beter zijn, zijn ze nog een aantal weken lang besmettelijk.

Na het doormaken van hand,- voet,- en mondziekte maakt je kindje antistoffen aan tegen het virus dat de ziekte heeft veroorzaakt. Daardoor is hij tegen dit virus langdurig beschermd. Omdat er veel verschillende virussen zijn die deze ziekte kunnen veroorzaken, is hij echter niet immuun voor de ziekte en kan hij het dus opnieuw krijgen. Helaas is het niet zo dat als je ooit deze virusziekte hebt gehad, je beschermd bent voor de rest van je leven. Je kunt deze aandoening voor een tweede keer krijgen.

Wat te doen bij hand-, voet- en mondziekte?

Heeft je kind hand-, voet- en mondziekte? Hand-, voet- en mondziekte gaat binnen één tot twee weken vanzelf over. Het kan gelukkig geen kwaad en gaat binnen twee weken vanzelf weer over. Meestal gaat hand-, voet- en mondziekte binnen twee weken over.

Hand-, voet- en mondziekte geneest vanzelf binnen een dag of 10. Er is geen specifieke behandeling voor. De blaasjes verdwijnen meestal na een week. Er bestaat geen zalf die helpt tegen het virus. Wel kan je de blaasjes eerder laten indrogen met mijn Verkoelende Lotion. Verder moet het afweersysteem van je kindje zijn werk doen.

Ook voor ongeboren of pasgeboren baby’s is de ziekte niet gevaarlijk. Wel is het zo dat wanneer de moeder antistoffen heeft, het kind ook voldoende wordt beschermd. Baby’s tot tien dagen oud hebben niet voldoende afweer en hebben dus meer kans op een ernstiger beloop.

Symptoombestrijding

  • Heeft je kind ook koorts? Zorg dan dat het dunne kleding draagt die losjes om het lichaam zit en geef het een lakentje in bed. Zo kan het lichaam goed de warmte kwijt. Geef een kind met koorts extra te drinken. Als je kindje koorts heeft, geef hem dan ook extra te drinken.
  • Heeft je kind het koud? Geef het dan tijdelijk een extra dekentje.
  • Zorg dat je kind regelmatig wat drinkt. Geef uw kind extra te drinken. Dit kan pijnlijk zijn vanwege de blaasjes in de mond. Bij pijn in de mond wil een kind soms niet drinken. Geef je kind dan telkens een klein beetje water, of laat het zuigen op een waterijsje. Geef dan vaker kleine slokjes koud water.
  • Zure smaakstoffen prikkelen de speekselklieren. Let dus op met het geven van eten of drinken met een hoog zuurgehalte. Dat kan pijn doen. U kunt uw kind beter geen zure dranken geven, zoals vruchtensap. Vruchtensappen hebben bijvoorbeeld een hoog zuurgehalte.
  • Heeft je kleine veel last van pijnlijke blaasjes, dan kan je hem paracetamol geven.
  • Wil je kindje echt niet drinken of eten, dan kun je de huisarts vragen om een verdovende zalf: lidocaïne orale gel.
  • Heeft je kind blaasjes in het luiergebied? Smeer dan een dikke laag Babybillen Zalf, zodat de ontlasting en urine niet in de wondjes kunnen komen.

Wat te eten

Je kunt je misschien wel voorstellen dat eten en drinken een opgave kan zijn, als je allemaal pijnlijke vlekjes en blaasjes in je mond hebt zitten. Daarnaast zorgt de hand-voet-mondziekte sowieso voor een verminderde eetlust. Toch is het belangrijk dat je kindje wel goed eet. Probeer daarom zacht of makkelijk kauwbaar voedsel te geven. Hieronder heb ik een aantal voorbeelden gezet:

  • Smoothies. Gebruik liever geen citrusvruchten. Deze kunnen namelijk bijten. Kies liever bijvoorbeeld voor bananen, appels, peren.
  • Vla of yoghurt
  • Stamppot
  • Spinazie a la crème
  • Macaroni
  • Soep
  • Aardappelpuree
  • Havermout(pap)
  • Avocado

Besmetting voorkomen

Besmetting is niet altijd te voorkomen, maar je kan een aantal dingen doen om het te beperken:

  • Hand- en hoest hygiëne. Door bij hoesten en niesen papieren zakdoekjes te gebruiken die je direct na gebruik weggooit, beperk je de verspreiding van het virus. Gebruik een papieren zakdoek. Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Was ook je handen na niesen of hoesten.
  • Toilethygiëne. Goed de handen wassen na een toiletbezoek is belangrijk in het voorkomen van besmetting. Doe dit ook als je de luier van je kleine verschoond hebt. Wassen met water en zeep is voldoende.
  • Speelgoed schoonmaken. Door het vocht uit de blaasjes of speeksel kan het virus op speelgoed terechtkomen. Maak speelgoed dat kinderen in de mond nemen elke dag schoon. Was veelgebruikt speelgoed dagelijks met water en zeep als iemand in het gezin hand-, voet- en mondziekte heeft.
  • Ventilatie. Een goede ventilatie wordt geadviseerd om de verspreiding van hand,- voet,- en mondziekte te voorkomen. Ventileer goed door ramen en deuren op een kier te laten.
  • Eigen handdoek. Deel geen handdoeken of washandjes met je kindje en gebruik dagelijks een schone handdoek en washand voor je dreumes met hand,- voet,- en mondziekte. Zo voorkom je verspreiding over zijn lijfje.
  • Kleding of beddengoed waar ontlasting of braaksel in zit, kan in de wasmachine. Doe de wasmachine niet te vol. Was minimaal op 40 graden op het volledige wasprogramma.
  • Maak zeker één keer per dag het toilet schoon. Dit kan met een doekje en gewoon zeepsop, bijvoorbeeld met allesreiniger. Gebruik het doekje daarna niet om iets anders schoon te maken.

Naar school of kinderdagverblijf?

Vertel op het kinderdagverblijf of op school dat je kind hand-, voet- en mondziekte heeft. Zo kunnen andere ouders worden gewaarschuwd over een mogelijke besmetting. Heeft uw kind hand-voet-mondziekte? Vertel het dan aan de pedagogisch medewerker of de leerkracht.

Als je kindje zich goed voelt, mag hij gewoon naar de gastouder of de kinderopvang. Je kind mag gewoon naar school of naar het kinderdagverblijf toe. Hem thuishouden voorkomt verspreiding van de ziekte niet, omdat dit waarschijnlijk al eerder is gebeurd. Het is wel handig om de leiding te informeren.

Zij kunnen andere ouders er dan op attent maken dat hun kind de ziekte ook kan krijgen. Kinderen die zich goed genoeg voelen, mogen naar het kinderdagverblijf of naar school. Het heeft geen zin om uw kind thuis te houden om anderen niet te besmetten.

Hand-voet-mondziekte is al besmettelijk voordat iemand klachten krijgt. Voelt een kind zich goed? Dan kan het gewoon naar een kinderopvang of school. Je kind hoeft niet in bed te blijven liggen en hoeft ook niet alleen maar thuis te zitten. Gewoon lekker spelen en naar buiten dus.

Wanneer naar de huisarts?

Soms is het wel verstandig om contact op te nemen met je huisarts. Als je kindje hand-, voet- en mondziekte heeft, hoef je niet per se de huisarts te bezoeken. Twijfel je, maak je je zorgen of heeft je kindje veel last, dan is het uiteraard wel verstandig.

Bel onmiddellijk een arts als de symptomen erger worden of niet binnen tien dagen ophouden. U of uw kind moet zich beter voelen 5 tot 7 dagen na het begin van de symptomen.

Kijk op Thuisarts.nl wanneer u de huisarts moet bellen bij hand-voet-mondziekte. Wil je een afspraak maken met je huisarts?

Neem contact op met je huisarts in de volgende gevallen:

  • een stuk minder drinkt dan normaal.
  • Krijgt je kindje hoge koorts en/of wordt hij of zij suf, waarschuw dan direct je huisarts.

labels:

Zie ook: