Rond 3000 v. Chr. vestigden de eerste bewoners zich in agrarische nederzettingen in het gebied van het huidige Brabant. Met de bouw van de eerste boerderijen ontstonden kleine nederzettingen. Agrarische vernieuwingen leidden rond het jaar 1000 n. Chr. tot een explosieve groei van de voedselproductie. Dit leidde tot een groeiende handel en de verstedelijking van Brabant.
Het overgrote deel van de Brabanders bleef echter woonachtig en werkzaam op het platteland. In de achttiende en negentiende eeuw kregen de kleine Brabantse boeren het steeds moeilijker. De grote Brabantse zandgronden waren niet geschikt voor de verbouw van gewassen op grote schaal. Veel boeren stapten dan ook over op vee, terwijl men in West-Brabant de oplossing vond in suikerbieten.
Daarnaast richtte pater Gerlacus van den Elsen in 1869 de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) op, waarin leden gezamenlijk op grote schaal producten konden in- en verkopen. Hoewel het aantal boerenbedrijven in Brabant terugloopt, zijn er nog steeds vele boerenbedrijven verspreid over de provincie. Maar net als in alle sectoren speelt schaalvergroting ook in de agrarische sector een rol.
De Bijenhoudersvereniging Alphen: Een Nieuwe Bijenhal
Op 8 maart 2008 zijn we gestart met de sloop van de oude bijenhal van Harrie van Dijk. De bijenhal heeft op deze plaats gestaan vanaf 1955 tot 2008. De vereniging Alphen gaat op deze plaats een nieuwe verenigingsbijenhal bouwen waar we educatieve middagen en avonden kunnen houden. Het afgelopen jaar zijn we een vereniging geworden met volledige rechtsbevoegdheid en hebben een stuk grond van de gemeente kunnen kopen om de bijenhal te realiseren. Nu maar hopen dat de bouw voorspoedig zal verlopen.
In 2005 hebben we ons 100 jaar bestaan gevierd met de uitgave van een boekje waarin de geschiedenis staat beschreven van de vereniging Alphen. Ook hebben we enkele jaren erin gezet van de kranten artikelen van Jan Huijben genaamd Bijenpraatje. Deze zullen we nog een keer hier neerzetten zodat alle belangstellenden ervan kunen genieten.
Officiële Opening van de Bijenhal Alphen
Afgelopen zaterdag 30 augustus 2008 heeft de bijenhoudersvereniging hun nieuwe bijenhal geopend. Voor de genodigden die er op af waren gekomen was het een wel heel mooie dag, de zon stond hoog aan de hemel en was ons dus goed gezind. De voorzitter Jan Roozen hield als eerste een praatje en ging zo langs alle belangrijke mijlpalen om te komen tot de realisatie van de verenigingsbijenhal. Zoals daar waren de eerste plannen welke gemaakt zijn door het toenmalige bestuur, Jan Huijben , Kees Damen en Henk Cornelissen in 1995, deze eerste poging is niet door gegaan maar door de vasthoudendheid van de leden is de bijenhal er dan toch gekomen.
Vanaf 2005 is er met de gemeente Alphen-Chaam intensief contact geweest en nu in augustus 2008 wordt de bijenhal dan toch eindelijk geopend. De tweede spreker was wethouder Mols. Ook deze memoreerde dat de bijenhouders menigmaal met de gemeente overleg hebben gehad alvorens de hal daadwerkelijk gebouwd kon worden. Hij gaf ook aan dat de hal niet alleen voor de imkers bestemd is maar dat de imkers een educatieve taak op zich hebben genomen met de bouw van deze bijenhal, immers de intentie om scholen, groepen, denk aan verenigingen, bedrijfuitjes, en zomaar passanten welke langs komen kunnen bij de imkers terecht voor een gedegen uitleg over het wel en wee in de bijenvolken.
Om de hal te kunnen blijven bekostigen kwam de wethouder uit bij een wel heel mooie spreuk De wesp zij dood is de bij zijn brood. Zoals de spreuk al aangeeft, met het bestrijden van wespennesten kan de vereniging toch maar mooi een deel van de kosten betalen welke nu ieder jaar weer terug komen.
Na de wethouder was het tijd om de naam van de bijenhal te onthullen. Hiervoor hadden wij 2 dames uitgenodigd die wel heel erg nauw bij de bijenhouderij in Alphen betrokken zijn geweest. Voor deze taak hadden wij uitgenodigd, mevr. Van Dijk en mevr Huijben, Harrie van Dijk heeft meer dan 35 deel uitgemaakt van het bestuur van de vereniging, en was voor de vereniging een steun en toeverlaat, secr/pen is Harrie geweest vanaf de eerste dag in het bestuur in 1953 tot aan zijn overlijden in 1990, en de bijen van Harrie hebben altijd op de plaats gestaan waar we nu de bijenhal hebben gebouwd.
Jan Huijben was al imker vanaf zijn 12e jaar, en hij heeft nagenoeg altijd bijen gehad. Een korte periode heeft Jan geen bijen gehad vanwege de grote drukte op zijn bedrijf, Kalveren en een fruitteelt bedrijf runde Jan Huijben op de Boslust. Toen Jan op zijn 50e jaar van de kinderen een bijenvolkje kreeg, kon het niet meer op, dat ene volkje werden er op het hoogtepunt wel 75. Daarnaast deed Jan aan koninginnen teelt, hij schreef er een handleiding voor, zodat zijn methode door andere gebruikt kon worden, En iedereen kent Jan nog wel van Het Bijenpraatjeï in Ons Weekblad. In het bestuur heeft Jan gezeten van 1981 tot 1999 als voorzitter.
De beide dames mochten de naam van de bijenhal onthullen, en beide waren zeer vereerd dat de imkers hun daarvoor hadden gevraagd. De naam kwam vanachter een doek tevoorschijn en is geworden Bijenhal Alphen. Daarna werd door de vele aanwezige een glas mede geheven op de toekomst van de nieuwe verenigingsbijenhal in Alphen. Aansluitend werd natuurlijk vooral over de bijenhal en bijen gekeuveld. Aan belangstelling geen gebrek.
Op zaterdag waren er een kleine 100 genodigden op de opening afgekomen, op zondag de opendag voor belangstellende hebben we 300 belangstellende mogen begroeten, zij kwamen van heinde en ver, van Alphen en verre omgeving tot vanuit België en Portugal toe. Ook de deelnemers aan de basiscursus Bijenhouden uit Breda hebben een bezoekje gebracht.
Het was gedurende de gehele dag lekker druk, de imkers hebben heel wat uitgelegd en laten zien, soms mocht men zelfs mee kijken in een bevruchtingskastje en dit zonder bescherming, men had door het enthousiasme er geen erg in dat men met een tiental onbeschermd in een bijenkastje stond te kijken. We hopen dat we de vele vragen naar tevredenheid hebben beantwoord en dat we mogelijk uit deze belangstellende toch weer nieuwe leden mogen begroeten, zodat de imkers weer met meer de toekomst in kunnen.
Voor ieder bezoeker was er ook op zondag een glaasje mede en die wilde een drankje. Voor de imkers is de opendag zeer gelaagd en voor herhaling vatbaar. We denken al weer aan de toekomst en in ons volgende vergadering komt dit aan bod.
De educatie moet verder uitgewerkt worden, de samenwerking met de scholen moet in gang gezet. Zijn er verenigingen of groepen welke een keer een dagje uit zijn en wel wat meer willen zien en ruiken aan en van de bijen, Maak een afspraak met een van de leden.
Wilt u nadat u in de bijenhal bent geweest starten met het houden van bijen, laat ook dit even weten aan een van de imkers, dan kunnen zij u verder helpen, en denk niet, ik heb thuis geen plaats voor de bijen, daar hebben de imkers van Alphen e.o. wel aangedacht, bij de bijenhal aan de Zandstraat is altijd plaats om uw bijenvolken neer te zetten.
Al met al een heel erg goed geslaagde opendag bij de nieuwe verenigingsbijenhal van de Bijenhoudersvereniging Alphen e.o. Natuurlijk mogen we de sponsors niet vergeten die ervoor gezorgd hebben dat we niet alle kosten zelf moesten dragen.
De imkers van Alphen e.o. bedanken, Gebr. Van Eijck, Wim v Gorp, Jos Reijns, Not Bolscher, Ruud Huijben, Gérar Hoefnagels, Janus v Hal, Jos v Dijk, Maatsch. Huijben, Adrianus de Jong, Kees Damen, Klijs BV, Wim Aarts, Tennis ver. Alphen, DEVO bijenmaterialen, Multi-Mate, fam. Broeders, fam. Meeuwsen, Gemeente Alphen-Chaam, al diegene waar wij de tegels vandaan hebben gehaald, we zullen er best nog wel een enkele over het hoofd hebben gezien, sorry als u er niet bij staat, maar het resultaat mag er wezen, de imkers van Alphen e.o. kunnen weer jaren vooruit in deze heel mooie bijenhal aan de Zandstraat.
Bijenhoudersvereniging Alphen en omgeving is een zeer actieve vereniging. Er wordt zeer regelmatig overleg gevoerd, voorlichting gegeven en er worden allerlei activiteiten ontwikkeld om de betrokkenheid van de leden bij de vereniging te versterken.
Activiteiten van de Bijenhoudersvereniging Alphen
- Gezamenlijk reizen met de bijen: Ieder voorjaar wordt voor de honingwinning gezamenlijk met een aantal volken gereisd naar een paar fruitteeltbedrijven. Met deze bedrijven wordt een goede band onderhouden zodat we jaar na jaar verzekerd zijn van goede drachtbestemmingen. Maar ook daarnaast zoeken de leden elkaar op om gezamenlijk volken te plaatsen bij drachtplanten als acacia, linde, klaver, balsemien, koolzaad enz.
- Opleiding en voorlichting: Om de bijenhouderij onder de aandacht van de jeugd te brengen worden in overleg met basisscholen jaarlijks enkele voorlichtingsdagen georganiseerd. Tijdens deze voorlichting krijgen de kinderen zeer uitgebreid les over de honingbijen in het bijzonder en uitleg over de solitairebijen. Er is een demonstratiekastje aanwezig zodat men het bijenvolk kan zien en volgen.
- Bezoeken van groepen: Ook verenigingen, fietsgroepen, sportclubs, wandelclubs, familiereünies, scholen enz. kunnen onze bijenhal aandoen voor een gezellige onderbreking met voorlichting. Tijdens deze pauzes kan men genieten van een kop koffie en ondertussen voorlichting krijgen over allerlei aspecten van de bijenteelt. En uiteraard kan men genieten van de drachtplantentuin en de bijenkasten. Uiteraard is er dan ook gelegenheid om onze lekkere honing te kopen. Deze bijeenkomsten kosten niets. De bezoekers kunnen op vrijwillige basis als blijk van waardering een kleine donatie in de blok bij de buitendeur doen.
De Bijenhal Alphen staat aan de Zandstraat 5131 AC in Alphen, na nr 25, net voor u het bos inrijd. Als de poort open staat bent u altijd van harte welkom in de bijenhal.
Honinginkoop-verkoop, de vereniging koopt de honing van haar imkers en doet deze gezamenlijk in de potten.
Gijsbertus Maas: Bisschop in Tijden van Reformatie
XII. 1. DE 25ste OCTOBER 1593 VERLEENDE DE HEILIGE stoel de institutie aan de door Philips II benoemde vierde bisschop van Den Bosch, Gijsbertus Maas. Deze was in 1545 of 1546 te Zaltbommel geboren, in 1579 kanunnik van Sint Jan, in 1588 plebaan en aartsdiaken geworden. Hij werd 7 Maart 1594 te Brussel geconsacreerd door Petrus Simons, bisschop van Yperen, geassisteerd door Johan van Strijen, bisschop van Middelburg, en Laevinus Torrentius, bisschop van Antwerpen. Met de komst van deze vierde bisschop vangt het tijdvak van systematische katholieke reformatie aan, dat zou eindigen met de inneming van Den Bosch door Frederik Hendrik.
Gijsbertus Maas was een krachtig regent, die onder zeer moeilijke omstandigheden het grote werk van het herstel van het godsdienstig leven en de kerkelijke tucht aangevat en tot belangrijke successen gebracht heeft. Hij was een waardig vertegenwoordiger van het nieuwe bisschopstype, van de kerkvoogd der katholieke reformatie, die in verdieping van de clericale studie en vooral van het geestelijke leven der zielzorgers het voornaamste middel tot herstel van het geloofsleven ziet. briefwisseling. Dit wijst reeds op verwantschap van geest; zijn eigen woorden en daden als bisschop zouden bewijzen, dat hem hetzelfde streven bezielde en dat hij zich met de volle toewijding van zijn persoon aan het werk van de katholieke reformatie gaf.
Hij past ook in het kader van de Spaanse politiek van het eind der zestiende eeuw, die zulk een consequente voortzetting vond in de regering van de vrome aartshertogen, wier gehele doen en laten in de Zuidelijke Nederlanden gezien moet worden als dienstbaar aan de daadwerkelijke invoering van de Trentse hervorming. Dit ‘stil en stemmig’ aartshertogelijk paar heeft alwat aan overgeleverde wrok jegens de Spaanse tyrannie in de zo geteisterde Zuidelijke Nederlanden bij adel, patriciaat en volk was blijven leven, weten uit te wissen door zijn met het eigen voorbeeld bezegelde nadruk op de godsdienst als het fundament van alle maatschappelijk en geestelijk leven.
Ofschoon nog door Philips II benoemd, valt Gijsbertus Maas te rekenen tot de reeks voortreffelijke bisschoppen, die het program van de aartshertogen in de Zuidelijke Nederlanden consequent en met persoonlijke toewijding hebben ten uitvoer gelegd. Zonder onbillijk te zijn jegens Maas' voorgangers Sonnius en Mets, die in tijden van vervolging en oorlog het werk hadden moeten inzetten kunnen wij op de beslissende historische betekenis van Maas' episcopaat de nadruk leggen. Niet alleen de oorlogsellende, maar ook de taaiheid der ingeslopen misbruiken hadden tot dusver het reformatieproces sterk geremd. Er moest bier, als overal elders, een generatie uitsterven, eer de herstelbeweging voldoende kracht ontving. Speciaal geldt dit van de clerus.
Ook die van dit bisdom vertoont alle blijken van corruptie en verslapping, alle tekorten in theologische kennis en beginselvastheid, die ons van de noordelijke gewesten bekend zijn. bisdom te noemen, dat het juk der protestantisering het niet in deze vervaltijd opgelegd werd. Nog in 1594 was de toestand van het bisdom, naar de zielzorg gezien, weinig verheffend, ja, in vele opzichten recht droevig te noemen. Het seminarie, het grote instrument van de katholieke reformatie, was ten gevolge van de sabotage van een vijandig kapittel na korte strijd bezweken. Nog altijd ontbrak het dus aan de zekerheid, dat de clerus gaandeweg in Trentse geest vernieuwd zou worden.
Zo de Bossche clerus al niet langer in de ernstigste verwording leefde - dit succes moeten de maatregelen van Sonnius voor het minst gehad hebben -, de priesters waren nog evenmin bedeeld met de zin voor de ware vroomheid, het streven naar de christelijke volmaaktheid en het practisch oog voor de middelen tot verheffing van het godsdienstig leven van een te lang verwaarloosde massa. Het is de betekenis van de volgende twee episcopaten, die van Gijsbertus Maas en Nicolaas Zoes, dat de evolutie naar een hoger peil zich onder hen voltrokken heeft. Met het toekennen van een deel der verdienste daarvan aan Gijsbertus Maas wordt dan niet uit het oog verloren, dat hij de tijd daartoe evenzeer meehad als Sonnius en Mets hem tegen gehad hebben.
Tegen het eind van zijn zo welbesteed leven bleef hij niet onbesproken en drongen geruchten van pijnlijke aard zelfs tot de aartshertogen te Brussel door. De nuntius Bentivoglio vertoefde in de zomer van 1611 enige tijd te 's-Hertogenbosch en rapporteerde vandaar naar Rome, dat de geruchten omtrent zekere relatie van de bisschop tot een gehuwde dame in de stad niet geheel ongegrond waren en dat hij de aartshertogen zou adviseren, te pogen deze dame uit Den Bosch te doen vertrekken. natuurlijk geheel of ten dele onjuist geweest zijn, dan heeft de bisschop waarschijnlijk zekere aanstoot niet weten te vermijden.
Er is alle reden, deze bisschop op één lijn te stellen met de grote apostolische vicarissen van de Hollandse Zending, die zijn tijdgenoten waren, Sasbout en Rovenius, want ook zij vormen in hun meest opvallende trek - die van bisschop zielzorger - het scherpste contrast met de bisschoppenkerkvorsten en de bisschoppenambtenaren, die voorafgegaan waren en zich in vele staten nog enige eeuwen zouden handhaven. Wat Maas echter van de Hollandse missiebisschoppen van zijn tijd onderscheidt, is zijn houding tegenover de reguliere clerus. Maas was een vriend en beschermer van de grote orden der katholieke reformatie: de Jezuïeten en de Capucijnen, wier tewerkstelling in het bisdom hij bevorderde en steunde.
Gijsbertus Maas had in zijn Leuvense studietijd de Societeit leren kennen en bleef sindsdien overtuigd, dat zij bij uitstek geschikt was, de katholieke reformatie een hechte grondslag te geven. Zodra hij de Bossche zetel beklommen had, begon hij te ijveren voor de stichting van een Jezuïetencollege in de stad. Door aan de paters de opleiding toe te vertrouwen van de opgroeiende jongeren uit de aanzienlijke kringen, meende de bisschop het grote herstelwerk belangrijk te bevorderen. Dat de voortdurende oorlogstoestand de stichting niet mogelijk maakte, was hem een ernstige teleurstelling. Tot zijn voldoening maakte de Societeit van de vredestoestand, die in 1609 intrad, onmiddellijk gebruik door naar Den Bosch te komen.
Behalve de aartshertogen zelf bevorderde ook de Bossche gouverneur Schetz van Grobbendonck - van wie later twee zoons in de Societeit zouden treden - met alle kracht haar vestiging. Gijsbertus Maas stond de vijf Jezuïeten, die in Juni 1609 naar Den Bosch kwamen, een deel van zijn eigen paleis in de Hinthamerstraat af. In November 1609 betrokken zij een eigen huis in de Verwerstraat. Het duurde tot October 1610, eer zij hun college konden openen. stadskerken en katechismusonderwijs. Dat hun optreden te Den Bosch algemene bijval bij de seculiere clerus vond, is onaannemelijk.
Er zijn trouwens bewijzen van stille en openlijke tegenwerking genoeg; velen namen de bisschop zijn duidelijke voorkeur voor de Societeit kwalijk. Vooral, dat hij bij de plechtige opening van het college pontificeerde en omstreeks dezelfde tijd een lofrede op Sint Ignatius hield, behaagde niet aan alle wereldlijke geestelijken. Dit was echter voor Gijsbertus Maas geen reden, de orde zijn krachtige steun te onthouden.
Het was op zijn verzoek, dat de paters reeds in 1610 een congregatie oprichtten, het grote middel, waarmee de Societeit de katholieke reformatie wist te doen doordringen tot alle kringen van de bevolking. Van deze ‘Sodaliteit of Broederschap van de glorieuze Maged Maria’ werd de bisschop zelfs de eerste prefect.
De Capucijnen, wier lot daarin van dat der Jezuïeten verschilt, dat zelfs uitgesproken vijanden van de Societeit, als Frans van Dusseldorp, met grote genegenheid over hen spraken en autoriteiten als Rovenius en Marius voor hun handhaving in de Hollandse Zending pleitten, waren de Bossche bisschop niet minder welkom. Hij prees het door hun gestreng leven gegeven voorbeeld van wereldverachting en bevorderde hun occasioneel optreden als predikant in de Bossche kerken.
Dank zij de vrijgevigheid van een vermogend burger, de op rijpe leeftijd priester geworden Goijart van Engeland, die zijn eigen huis daartoe afstond, konden zich in 1611 twee Capucijnen te 's-Hertogenbosch vestigen. Zowel de bisschop van Den Bosch als de Brusselse nuntius Bentivoglio hadden daartoe krachtig meegewerkt. In September 1613 betrokken de paters het voormalige refugiehuis van de abdij van Postel in de Postelstraat, waarin zij tot de overgave van de stad in 1629 gevestigd bleven en van waaruit zij een zeer heilzame werkzaamheid ten bate van de katholieke reformatie ontplooiden. Als predikanten traden zij geregeld op in vrijwel alle kerken der stad, vooral in de Advent en de Vasten.
Zijn eigen bestuurlijk werk werd, speciaal wat de Meierij aangaat, gedurende het grootste deel van zijn episcopaat aanmerkelijk gedwarsboomd door de voortdurende oorlogstoestand. kon zijn contact met de parochies buiten de bisschopsstad geregeld noch intensief zijn. Toch greep hij blijkbaar elke tijdelijke verbetering van de situatie aan om bepaalde delen van zijn diocees te bezoeken. Zo treffen wij hem in Januari 1597 te Eindhoven aan, waar hij de pastoors van het dekenaat in vergadering deed bijeenkomen en hun instructies gaf. Hiermee schiep hij een surrogaat voor de in de toenmalige omstandigheden uitgesloten diocesane synoden.
In September van hetzelfde jaar kwam hij naar Helmond; hier reconcilieerde hij de kerk en diende hij het heilig Vormsel toe. Ook belegde hij weer een vergadering van de pastoors. Spoedig werd de situatie echter zelfs voor zulke gedeeltelijke visitaties te ongunstig. In 1601 en wederom in 1603 werd Den Bosch met belegering door de staatse troepen bedreigd. Beide malen echter hief Maurits het beleg na korte tijd weer op. Tijdens de tweede poging bewoog Albertus van Oostenrijk de stedelijke regering niet dan met de grootste moeite, een Spaans garnizoen toe te laten, dat onder Schetz van Grobbendock stond. Nog vers lagen de burgerij de ervaringen met vroegere inkwartieringen in het geheugen en bovendien was Den Bosch nu eenmaal weinig Spaansgezind, veel minder dan b.v.
In deze situatie van gestadige bedreiging meende de bisschop zich niet uit het diocees te mogen verwijderen voor zijn driejaarlijks bezoek aan Rome. Bij schrijven van 3 Augustus 1600 stelde hij de kanunnik Jan Willems aan om in zijn naam het bezoek af te leggen en verslag uit te brengen. Hij motiveert zijn wegblijven o.a. met het nijpende priestergebrek in zijn bisdom. Inderdaad was omstreeks deze tijd de nood hoog gestegen. Immers de priesters der oude bedeling moeten tegen het eind der eeuw wel zo goed als uitgestorven zijn.
Wanneer het seminarie van Laurens Mets niet te onzaliger ure van levenskansen beroofd was, hadden beter-onderlegde jongeren de open komende plaatsen kunnen innemen. Nu was daarvan geen sprake. Even begrijpelijk is het, dat Maas, al blijkt hij de situatie scherp te hebben doorzien, in deze oorlogstijd geen kans zag, het seminarie te heropenen. was, het conflict tot het einde uit te vechten. Het was dan ook een triomf van betekenis, dat Rome hem de 7de October 1604 volledig recht van visitatie der kapittels gaf. Een nieuwe overwinning boekte hij, toen hij er in 1607 in mocht slagen, drie prebenden aan het kathedraal kapittel te onttrekken en deze te bestemmen voor de drie pastoors der nieuwe stadsparochies, nog steeds onvoldoende gedoteerd.
Reeds in 1602 had de paus hem de beschikking over alle prebenden gegeven; zelfs in de pauselijke maanden zou hij de te benoemen kanunniken aan de heilige stoel voordragen. Het verslag, dat de kanunnik Jan Willems 11 April 1601 uit naam van Gijsbertus Maas indiende bij paus Clemens VIII over de toestand van het bisdom Den Bosch, begint met een korte samenvatting van de geschiedenis der oprichting van het diocees, voor de voorgeschreven inlijving der abdij van Tongerlo en de vernietiging van deze inlijving door Sixtus V.
Overgaande tot het exposé van de huidige toestand, deelt de relatio mee, dat het kapittel van Sint Jan bestaat uit 29 kanunniken (eigenlijk 30, maar een der prebenden is overeenkomstig de bulla limitum bij de bisschoppelijke tafel ingelijfd). Over het zedelijk leven van de kanunniken en andere priesters der stad legt het verslag een gunstig getuigenis af: zij leven eerbaar en onder hen is niet alleen geen enkele concubinarius bekend, maar niet een wordt van concubinaat verdacht of beticht.
Buiten het kathedraal kapittel bestaan in het bisdom nog 11 kapittels, nl. te Sint-Oedenrode, Oirschot, Hilvarenbeek, Eindhoven, Boxtel, Geel, Geertruidenberg, Heusden, Zaltbommel, Rossum en Nederhemert. den onteigend en de kerken voor de hervormde eredienst in beslag genomen. De zes andere bestaan nog, maar ook hun inkomsten zijn door het oorlogsgeweld zeer achteruitgegaan. Toch handhaven zij nog merendeels hun oude pretenties op exemptie.
Behalve Den Bosch telt het bisdom nog tien steden, nl. Oss, Helmond, Eindhoven, Ravenstein, Megen, Zaltbommel, Heusden, Geertruidenberg, Woudrichem en Zevenbergen. In de eerstgenoemde drie heerst het gezag van de aartshertogen; het katholicisme wordt er vrij uitgeoefend en ketterse prediking wordt er niet geduld. Ravenstein en Megen maken met hun omgeving politiek-onafhankelijke gebieden uit; hun heren erkennen noch het gezag van de aartshertogen noch dat van de Republiek. Volgens deze heren zijn zij slechts bij vergissing in de bulla limitum van het bisdom opgenomen.
In de laatste tijd schijnt in deze mening enige verandering te komen; men toont zekere neiging, het gezag van de Bossche bisschop te erkennen. De laatstgenoemde vijf behoren tot het rechtsgebied van de Republiek; het protestantisme is er officieel gevestigd en het katholicisme wordt er vervolgd. In de vrije steden en op het platteland zijn de priesters schaarser dan gewenst is; de priesternood is zeer groot. De inkomsten van de meeste pastoraten en beneficiën zijn door allerlei oorzaken zeer...
labels: #Brood
Zie ook:
- Gouden Melk Recept: Gezond & Heerlijk Zelf Maken
- Gouden Plakken Nederland: Ontdek de Lekkerste Soorten
- Het Gouden Ei: Spannende Samenvatting en Diepgaande Analyse die Je Moet Lezen!
- Warm Ontbijt Recepten: Energieke Start van de Dag met Havermout & Meer
- Zeebaars Grillen als een Pro: Het Ultieme BBQ Recept voor een Smakelijke Zomer




