Absint zou Absint niet zijn als het binnen een ronduit joviaal nummer over kinderboeken geen ruimte zou laten voor een artikel over een van de meest onthutsende romans in de Nederlandse literaire geschiedenis: Het gouden ei. Tim Krabbé’s haast analytische uiteenzetting van een ontvoering spreekt dusdanig tot de verbeelding dat het maar liefst twee keer is verfilmd. Dat Het gouden ei, een goed boek, tegenwoordig vooral om deze redenen bekendstaat, is betreurenswaardig.

Middelbare scholieren en filmmakers hebben aardig wat gemeen. Ze hangen geregeld huilend aan de telefoon met hun moeder, denken dat niemand het doorheeft wanneer ze drugs hebben gebruikt, en houden niet van lezen. Dat laatste maakt Het gouden ei bij uitstek een geliefde roman bij beide groeperingen. Het boek telt immers een schamele 67 bladzijden, opgedeeld in krap vijf hoofdstukken. Dat moet filmregisseur George Sluizer ook hebben gevonden.

De man was klaarblijkelijk zo verzot op het oorspronkelijke werk (of hij las geen andere boeken) dat hij het niet alleen verfilmde in Nederland, maar hetzelfde proces dunnetjes overdeed in het Beloofde Filmmakersland dat Hollywood heet. Een bondige beschouwing dan wel recensie van Krabbé’s roman dreigt de lengte van het boek algauw te evenaren. Wat valt er na decennia van schoolverslagen eigenlijk nog over te zeggen? Dan toch een poging.

Personages en Verhaallijn

Het hoofdpersonage, Rex, verloor acht jaar geleden zijn bijna acht jaar jongere vriendin Saskia bij een tankstation op vakantie in Frankrijk. Ze werd nooit gevonden. Nu dreigt zijn relatie met Lieneke stuk te lopen omdat Rex nog altijd nachtmerries heeft over Saskia’s verdwijning. In de tussentijd maken we uit Rex’ belevingswereld op dat hij constant bezig is de macht te behouden.

Zo bestond de relatie die hij met Saskia onderhield uit constant gelijk krijgen, moet en zal hij een acht jaar oud jongetje verslaan in een arcadekastspel, en wanneer hij en Lieneke badmintonnen tegen twee andere mannen, moet zij voor hem bewijzen dat ze in staat is te winnen- alleen dan wil hij met haar trouwen. Bij het haar ten huwelijk vragen krijgt hij een erectie, net als toen hij in zijn jeugd stiekem zijn eerste sigaret rookte met zijn neef (dat moet leuke familiereünies hebben opgeleverd).

‘De erectie van pure opwinding, iets spannends doen. […] Het is spannend omdat het nieuw is, maar ook omdat ik wetten overtreed die eigenlijk nog steeds gelden,’ zegt hij. Wie erecties krijgt om evenzo ambigue redenen is Raymond Lemorne. De Fransman heeft de uitstraling van een brave familieman (een primeur voor de Fransen), maar fantaseert al sinds zijn jeugd over het overtreden van universele wetten.

Toen hij zestien jaar oud was brak hij zijn been en arm omdat hij van een hoog balkon sprong, simpelweg omdat de mogelijkheid ertoe bestond. ‘Hoe kon hij te weten komen of het waar was dat hij die mogelijkheid had - anders dan door te springen?’ De consequenties lijken hem niet te interesseren. Wanneer Rex en Lemorne elkaar na jaren ontmoeten is het duidelijk wat Krabbé probeert te schetsen: deze mannen verschillen in essentie weinig van elkaar. Het zijn enkel de uitingsvormen van hun machtsoefeningen die hen onderscheiden. Samen reizen ze af naar de plek waar Lemorne Saskia heenbracht.

Verfilmingen van Het Gouden Ei

In een interview met filmcriticus Roger Ebert zei regisseur Nicolas Winding Refn dat cinema een fetisj is: alleen seks en geweld kunnen ermee worden uitgedrukt. Omdat Het gouden ei in zekere zin ook hierop neerkomt (help! Mijn jonge, sexy vriendin is mogelijk vermoord!) is het uitermate geschikt voor een verfilming. Alleen dramaturgisch gezien moet de film een uitdaging zijn geweest. Het vertelperspectief van het verhaal ligt zowel bij Rex als bij Lemorne, twee tegenpolen wier handelingen op dezelfde plek noch in dezelfde tijd plaatsvinden - op hun uiteindelijke ontmoeting na.

Gelukkig is Spoorloos een Europese productie, het soort dat erom bekendstaat afwijkende vertelmethoden niet te schuwen. Regisseur George Sluizer opent de film met Rex en Saskia, maar toont al snel een shot waarin Lemorne zich voorbereidt op de ontvoering bij het tankstation. De identiteit van de dader is dus reeds onthuld! Niet gevreesd, want dit blijkt een doordachte zet van de makers.

Na de verdwijning van Saskia verschuift het vertelperspectief namelijk volledig naar dat van Lemorne - een gewaagde zet binnen traditionele filmvertellingen - die we in de persoon van de fantastische acteur Bernard-Pierre Donnadieu leren kennen als een onvoorspelbare, berekenende sociopaat met desondanks een vreemd soort charisma. Alleen al door de casting is het personage meer uitgewerkt dan de anonieme, afstandelijke variant in het boek. Daarbij wordt de relatie met zijn vrouw meer aandacht gegeven en worden zo kwesties over loyaliteit binnen het huwelijk aangestipt. Verder blijven Sluizer en Krabbé - die samen het script voor de film schreven - relatief trouw aan het boek.

Onbedoeld maken ze het hiermee aantrekkelijk voor scholieren en filmmakers om nóg minder hun best te doen: waarom lezen als de film het verhaal evengoed vertelt? Daar zijn een paar argumenten voor. In de film donderen bijvoorbeeld de rollende r’s zo hard van de tongen van de acteurs dat de Nederlandse dialogen geen enkel moment natuurlijk klinken - alleen op toneel spreken mensen zo zuiver. Ook een toegevoegde scène waarin Rex achter een fantasie aanrent waarin het goed met hem en Saskia afloopt is te letterlijk, banaal bijna. Daar tegenover staan toevoegingen die het verhaal juist versterken.

Hoe Lemorne Rex teistert met brieven die hem vragen naar Frankrijk af te reizen, om vervolgens niet op te komen dagen, Rex tot wanhoop drijvend: het is een effectieve visuele manier om Rex’ obsessie met Saskia’s verdwijning te vertellen. Het sterkste toegevoegde detail is een subtiele: de sprong die de jonge Lemorne van het balkon maakt is exact hetzelfde als de sprong die hij op latere leeftijd maakt om een jong meisje uit het water te redden.

The Vanishing: De Amerikaanse Remake

Over sprongen gesproken: na het succes van Spoorloos waagde George Sluizer een sprong in het diepe, stak de Atlantische Oceaan over, en verfilmde Het gouden ei opnieuw. Dit deed hij niet uit eigen beweging, maar omdat men hem er praktisch om smeekte. Eerdergenoemde filmcriticus Roger Ebert - een legende binnen het vak - gaf de film vier van de vier sterren, wat op zichzelf een uitnodiging naar de VS betekende. Maar het was vooral Stanley Kubrick die de aantrekkingskracht van Hollywood onweerstaanbaar moet hebben gemaakt.

De filmregisseur zei over Spoorloos dat het de engste film was die hij ooit had gezien - en dat wil wat zeggen, want hijzelf is verantwoordelijk voor de klassieke horrorfilm The Shining. Om die reden besloot Sluizer dit compliment te eren door Spoorloos te vertalen naar The Vanishing. De remake moet Kubrick ook de stuipen op het lijf hebben gejaagd, zij het niet op de manier die Sluizer bedoelde. Vanaf het begin gaat het mis. Lemorne heet ditmaal Barney en wordt gespeeld door Jeff Bridges, die heden ten dage vooral beroemd is om zijn rol als The Dude in de komedie The Big Lebowski.

Wie die ontspannen, charismatische rol van hem kent, kan zich waarschijnlijk niet inbeelden dat Bridges een angstaanjagende vrouwenmishandelaar speelt. Bridges kon dat ogenschijnlijk ook niet, want hij komt niet verder dan het opzetten van een bril en een vreemd glimlachje. Om dat probleem te verhelpen, is een volwaardig subplot opgezet waarbij Jeffs nieuwe vriendin Rita (zo heten Rex en Lieneke nu) probeert te achterhalen waar Jeff naartoe gaat wanneer hij zijn ontmoeting met Barney heeft.

Door deze inhoudelijke ingreep wordt een ander soort spanning opgeroepen dan in het boek. In de film is de vraag: lukt het Rita om Jeff te redden uit Barney’s klauwen? Terwijl in het boek de lezer net als Rex twijfelt of hij wil weten wat er met Saskia is gebeurd - het antwoord is immers een gegarandeerd slechte afloop. En dus eindigt The Vanishing met een gevecht tussen Jeff, Rita en Barney dat zijn climax bereikt wanneer Barney’s hoofd wordt doorklieft met een schep. Jeff deelt zijn verhaal vervolgens met een uitgever die - onder de indruk van alle narigheid - een boekendeal met hem sluit, wat leidt tot het ontstaan van Het gouden ei.

Over dat gouden ei gesproken: in Spoorloos kwam Saskia’s nachtmerrie hierover nog voor, maar in de Amerikaanse remake is het afwezig. De nachtmerrie moet te cryptisch zijn geweest voor de hamburgereters, een vermoeden dat bij mij bevestigd werd omdat het teken voor oneindigheid (∞) te pas en te onpas terugkeerde in de film. Oneindigheid is een belangrijk motief in Het gouden ei, te herkennen aan het veelvuldig voorkomen van het cijfer 8. Zo rommelt de film ook met de thematiek.

Niet langer staan machtsverhoudingen binnen relaties centraal, maar de vraag of het leven gedoemd is zich te herhalen of zoiets. Of misschien de vraag of liefde oneindig is? Maar waarom is dan alleen de liefdeloze Barney geobsedeerd met het symbool? Bovendien wordt aan liefde in deze film niet getwijfeld. Rita valt als een blok voor Jeff, ook al is hij een waardeloze sloeber die zich niet over zijn verdwenen ex heen kan zetten. Het kan niet zo zijn dat Sluizer achter al deze veranderingen stond.

In plaats daarvan barst de film van studio-ingrepen in een suffe poging de film toegankelijker te maken voor een breed publiek. Wat er overblijft is een voorspelbare thriller met een verkeerd gecaste schurk. Het succes van Spoorloos legde Sluizer in eerste instantie geen gouden windeieren, maar na het uitbrengen en floppen van The Vanishing ging zijn carrière bergafwaarts. Hij was bezig met de film Dark Blood, tot tijdens het filmen zijn hoofdrolspeler overleed. De film kon niet afgemaakt worden en de projecten die erna wél het witte doek haalden, gooiden geen hoge ogen.

Toch is niet alles kommer en kwel. Spoorloos werd opgenomen in de zeer exclusieve Criterion Collection, waarin wereldwijd films worden verzameld die een belangrijke culturele impact hebben gemaakt op het internationale filmlandschap.

Thema's en Motieven

De belangrijkste thema’s in het boek zijn (de omgang met) de dood van een geliefde en (2) onzekerheid. Het boek laat zien hoe Rex omgaat met de verdwijning van Saskia en de onzekerheid die daar bij hoort. Een belangrijk (leid)motief in het verhaal is het gouden ei zelf. Het komt vaak terug in het boek d.m.v. de nachtmerries, maar is ook een symbool voor de angst en eenzaamheid die Rex voelde tijdens de 8 jaar van de vermissing van Saskia én die Rex en Saskia gevoeld hebben tijdens hun ontvoering zelf.

Ook komt de nachtmerrie dus als motief meerdere keren terug in het boek.

De hele roman draait om het gegeven van het opgesloten zijn. Dat komt al tot uiting in de titel, die verwijst naar een droom van Saskia:

Het begrip ‘ei’ is normaliter verbonden met geboorte en bescherming, maar hier staat het voor totale eenzaamheid en dood. Wanneer Rex aan het slot van hoofdstuk 1 vermoedt dat Saskia iets gruwelijks is overkomen, staat er: ‘Het was alsof hij voelde wat zij nu voelde - de angst en de eenzaamheid van het Gouden Ei, en alsof daarmee zijn wens eindelijk in vervulling was gegaan: één met haar worden.’ (p. 25) Die wens wordt daadwerkelijk vervuld aan het slot, wanneer Rex levend in zijn doodkist ligt en beseft dat hem hetzelfde overkomt als Saskia: ‘De eenzaamheid hiervan!’ (p.

ei en zal dus in zekere zin niet sterven, net als Saskia in haar droom: ‘“Stel je voor dat ik niet kan doodgaan,” dacht Rex, en hij barstte uit in snikken.’ (p. Het motief van het opgesloten zijn komt nog op een andere manier voor. De reden dat Saskia er zo op aandringt om benzine te gaan tanken, hoewel dat helemaal niet nodig is, heeft te maken met een vroegere vakantie van hen, toen ze 's nachts zonder benzine kwamen te zitten en Saskia drie uur in de auto moest wachten tot Rex terugkwam met een jerrycan: ‘De beklemming in het kleine zwarte hok van de auto had haar bijna gek van angst gemaakt.’ (p.

Toch heeft ook de letterlijke opsluiting op nogal morbide wijze een positief aspect, want voor Rex betekent die niet slechts de dood, maar in zekere zin ook een verlossing uit zijn eenzaamheid. Zijn verlangen om één te worden met Saskia en om haar lot te ontraadselen wordt verwezenlijkt wanneer hij op zijn beurt in de doodkist ligt. ‘Er was maar één ding dat telde: weten wat er met Saskia gebeurd was. De bevrediging van dat verlangen zou samenvallen met de vernietiging van het bevredigde.’ (p. Dood en liefde - de twee thema's van het boek - zijn verbonden met het gouden ei.

Als de dood een gouden ei is, dan rest na de dood slechts de totale eenzaamheid. Tegenover Yvonne Kroonenberg formuleerde Krabbé het thema van zijn boek als: ‘dat er geen dood is en dat het einde die tocht in Het gouden ei zal zijn. Dat je niet kunt sterven en eeuwig eenzaam moet zijn.’ Maar in de droom wordt de mogelijkheid opengelaten dat eens de twee gouden eieren in het eindeloze heelal elkaar toch zullen ontmoeten en er dus ooit verlossing zal zijn. Met de symboliek van het ei hangt het motief van de sleutel samen, die immers ook tegelijk verwijst naar opsluiting en bevrijding.

Stijl en Spanning

Het gouden ei is een thriller, een genre waarvoor ‘spanning’ een essentieel begrip is. Die spanning wordt hier opgewekt door de chronologische bouw en het perspectiefgebruik. In hoofdstuk 1 en 2 verkeren lezer en hoofdpersoon in dezelfde onzekerheid. In het derde hoofdstuk, dat in feite een grote flash-back is, komt de lezer te weten hoe Saskia ontvoerd is (maar nog niet wat er daarna precies is gebeurd) en weet hij dus meer dan Rex. Deze verneemt de ontvoering in het vierde hoofdstuk; aan het slot daarvan wordt hem en tegelijk de lezer duidelijk hoe Saskia gestorven is.

Het perspectiefgebruik hangt hiermee nauw samen. In de hoofdstukken 1, 2 en 4 is er een personaal perspectief vanuit Rex, terwijl in hoofdstuk 3 het perspectief bij Lemorne ligt. Het slothoofdstukje dient ter afsluiting en is auctorieel geschreven. Kenmerkend voor thrillers en detectives is het uitzetten van verkeerde sporen. Een mooi voorbeeld daarvan komt voor in hoofdstuk 2. Aan het slot van het eerste hoofdstuk weet de lezer niet wat er met Saskia is gebeurd.

Wanneer Rex tijdens het badmintonspel in hoofdstuk 2 opeens tegen Saskia begint te praten die aan de zijlijn zit, denkt de lezer automatisch dat ze blijkbaar terecht is. Pas later in dit hoofdstuk blijkt dat het acht jaar later speelt, dat Saskia nooit gevonden is en dat de scène klaarblijkelijk een gedachte van Rex weergeeft. Eenzelfde onduidelijkheid zit in het begin van hoofdstuk 4. Aan het eind van hoofdstuk 2 vraagt Rex Lieneke ten huwelijk, maar dat daar niets van terecht is gekomen wordt maar zeer terloops en hoogst onduidelijk meegedeeld in de loop van hoofdstuk 4 (dat aansluit op 2): ‘Ze hadden elkaar na de droevige terugrit maar één keer gezien.’ (p. 81)

In de brief die hij haar schrijft, laat hij ‘zijn melancholie vrijelijk vloeien zonder haar iets concreets voor te stellen’ (p. Beide zaken versterken het geheimzinnige karakter van de roman, wat ook gebeurt door het introduceren van een zekere Sandra in hoofdstuk 4: in het stof op een stationcar die dagenlang bij Rex' woning geparkeerd staat, heeft iemand geschreven ‘Rex ik vind je lief Sandra’ (p. 78). door deze onbekende, wier naam zoveel op ‘Saskia’ lijkt. In dit hoofdstuk komt ook iets voor dat ervaren thrillerlezers zal irriteren: het is buitengewoon onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk dat Rex Lemorne vrijwel meteen herkent.

Hoewel Het gouden ei vóór alles een spannende thriller is, is het ook een psychologische roman. Het gaat niet alleen om de ontraadseling van Saskia's lot, maar ook om de psychologie van Rex en Lemorne. Lemorne is het voorbeeld van iemand die volstrekt gewetenloos is, niet in de alledaagse betekenis van dat woord, maar in de psychologisch-pathologische: ‘zoals iemand anders een vinger mist, zo mist hij een geweten’ (Krabbé tegen Kroonenberg). Dit blijkt ook uit de haast terloopse wijze waarop hij twee kampeerders vermoordt die hij aantreft bij zijn buitenhuisje.

Lemorne is de eigenlijke hoofdpersoon van het boek, dat volgens Hans Vervoort in essentie gaat ‘over het testen van het Superego, het uitproberen van het Kwade. Iedereen heeft een geweten dat hem vertelt wat hij wel of niet mag doen, op straffe van uitstoting uit de groep en op straffe van schuldgevoel. Rex Hofman is - vanzelfsprekend, zou men bijna zeggen - een heel ander figuur. Maar er moet een zekere verwantschap tussen beide mannen bestaan, anders is het psychologisch volkomen onaannemelijk dat Rex aan het slot met Lemorne meegaat in de wetenschap dat hij zal sterven.

Die overeenkomst ligt in het zelfbeschouwende van hun karakter. Beiden kunnen naar zichzelf kijken alsof ze iemand anders zijn. Lemorne stelt zich voortdurend iemand voor die een moord beraamt en speelt dat na. Letterlijk staat op p. ‘of hij nu wel of niet tot het uiterste de stappen zou volgen van degeen die ook de laatste zou doen’ (p. Ook bij Rex kom dit ‘naspelen’ voor. In de auto bij Lemorne ervaart hij ‘een gevoel van volmaaktheid’ dat hij herkent uit de tijd dat hij nog poëzie schreef. Een paar keer had hij toen ‘het opwindende besef [...] dat hij iets nadeed; dat hij eindelijk deed wat iets heel hoogs van hem wilde, en dat hij de zware verantwoordelijkheid droeg dat stap voor stap te blijven doen’ (p. 90).

Een zekere wreedheid is ook Rex niet vreemd. Zo heeft hij ooit een rijksdaalder uit Saskia's beurs genomen, ‘gefascineerd door zijn slechtheid’ (p. 13). Op een keer belt hij haar op voor een citaat dat hij niet kan vinden. Tijdens het draaien van haar nummer schiet het hem al te binnen en ‘terwijl zij de passage op dicteersnelheid voorlas en hij in zijn opengeslagen boek meelas had hij een griezelige wellust gevoeld’ (p. 13). Tegenover Lieneke heeft hij een soortgelijke houding: ‘Die Lieneke [...], wat zullen we daar nou eens van vinden? Eindelijk eens ruzie maken om te kijken of er een touwtje is dat het breken waard is? Afwachten of ze uit zichzelf weer weggaat?’ (p.

Over zijn gedrag tegenover Saskia vraagt hij zich af waar dit vandaan komt. ‘Bij geen enkele andere vriendin had hij ooit iets dergelijks gedaan. Saskia was de enige met wie hij er werkelijk naar had verlangd één te zijn - uitte hij met die martelingen zijn machteloosheid dat dat zelfs met haar niet kon?’ (p. 13) Deze diepe band met Saskia verklaart dat Rex acht jaar later nog steeds met haar verdwijning bezig is. Zijn bijna willoos meegaan met zijn aanstaande moordenaar wordt psychologisch gemotiveerd door zijn bezetenheid om achter Saskia's lot te komen. Het mislukken van zijn relatie met Lieneke is uitsluitend daaraan te wijten - in ieder geval wordt het zo door Lieneke ervaren: ‘Ik hou van hem. Maar ik kan hem toch nooit van Saskia afpakken.’ (p.

Misschien heeft het artikel over Cantor dat Rex in die periode aan het schrijven is voor een populair-wetenschappelijk jeugdblad hier iets mee te maken. De grote Duitse wiskundige Georg Cantor (1845-1918) besteedde de laatste twintig jaar van zijn leven aan maar één wiskundig probleem (de ‘continuüm-hypothese’), maar wist dit nooit op te lossen. Hij raakte regelmatig in diepe depressies en moest enkele malen in een psychiatrische...

Personages in Detail

  • Rex Hofman: Rex is een vriendelijke man die veel voor anderen over heeft. Hij wilt bijvoorbeeld weten wat er met Saskia is gebeurd en dat moet hij zelf bekopen met de dood. Daarnaast is hij een doorzetter, hij laat zich niet snel iets vertellen en zet altijd door totdat hij zijn eindpunt bereikt heeft.
  • Saskia Ehlvest: Saskia is een vriendelijke roodharige vrouw die een relatie met Rex heeft.
  • Raymond Lemorne: Raymond Lemorne is een 41-jarige Franse man die als scheikundeleraar op een school werkt met middelbare scholieren. Hij heeft een vrouw en twee kinderen. Het is een gewelddadige man met aparte gedachten die daar apart mee om gaat. Hij denkt niet zo vaak aan anderen.
  • Lieneke: Lieneke is een vriendin van Rex nadat Saskia ontvoerd is.

Conclusie

Tim Krabbé heeft een prettige schrijfstijl. Hij neemt geen omwegen en beschrijft alles kort en bondig. Hierdoor leest het boek lekker en snel. De stijl van Krabbé zorgt dat iedere lezer geboeid raakt door het verhaal. Je wil doorlezen en niet stoppen, want het boek verveelt nooit. Je leeft mee met het verhaal van de personages en na hoofdstuk 3 ook met het lot van Rex. De lezer weet namelijk al wat er met Saskia gebeurd is en dus ook wat Rex te wachten staat als hij meegaat met Lemorne.

labels: #Ei

Zie ook: