Aardappelen smaken nóg lekkerder als je ze zelf geoogst hebt. Het leuke is: je hebt voor het telen van aardappelen geen grote tuin nodig. Een hoekje in de tuin of een vierkante meter moestuin zijn al voldoende. Kies een zonnige, beschutte plek. Aardappelen houden van een lichtzure bodem, dus vermijd plekken die onlangs gevoed zijn met kalk. Is je grond erg alkalisch? Teel je aardappelen dan in verhoogde bedden of bakken. En, heel belangrijk, verbouw aardappelen niet elk jaar op dezelfde plek.
Een paar maanden na het poten, kun je je aardappelen oogsten. De grond moet niet te koud of nat zijn voor het poten van aardappelen. Halverwege april is de grond voldoende opgewarmd en kun je verschillende soorten aardappelen poten. Wil je in februari of maart al beginnen met vroege soorten?
Stappenplan voor de Lekkerste Aardappeloogst
Met dit eenvoudige stappenplan krijg je dit jaar je lekkerste aardappeloogst ooit:
- Stap 1. Bereid de grond ruim op tijd voor, liefst al in de herfst, zodat de aarde kan rusten. Spit diep, verwijder onkruid en grote stenen, en voeg veel organisch materiaal (zoals compost) toe.
- Stap 2. Als je je aardappelen voorkiemt, krijg je een vroegere oogst. Om de pootaardappelen goed te laten kiemen, leg je ze het best naast elkaar in bakjes. Zet ze vervolgens gedurende een drietal weken op een koele plek (ca. 10° C) en zorg ervoor dat ze voldoende licht krijgen.
- Stap 3. Aardappelen mag je poten met een afstand van 30 cm. Nu ben je natuurlijk benieuwd hoe diep je aardappelen moet poten en wat de beste afstand is? We raden een diepte van 12 cm aan. Vroege soorten zet je 30 cm uit elkaar, met 45 cm tussen de rijen.
- Stap 4. Aard regelmatig aan wanneer de planten groeien. Dat doe je door de grond rondom de stengels omhoog te harken. Zo krijg je een groter gewas en bescherm je de planten tegen vorst. Het aanaarden herhaal je het beste nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.
- Stap 5. Geef tijdens droge perioden grondig water, liefst met regenwater uit de regenton. Bewater de aarde en houd het blad droog om het risico op ziektes te verminderen.
- Stap 6. Oogst vroege soorten aardappelen wanneer de bloemen openen en latere soorten wanneer ze groot genoeg zijn. Dit is ongeveer 2 of 3 maanden na het poten. Haal de aardappels op een droge dag omhoog en verspreid ze een paar uur over de grond om de schil af te harden.
Tips voor het Kweken van Aardappelen
Het kweken van aardappels in je eigen tuin is ontzettend makkelijk en ook nog eens leuk. Want het is zo’n verrassing als je aan het einde van het seizoen de plant eruit haalt en hier ontzettend veel aardappels aan hangen. Maar hoe zorg je nou dat je daadwerkelijk aardappelen kunt oogsten en kan dit ook in potten?
Bij het kweken van aardappelen gebruik je het beste pootaardappelen. Dit zijn aardappelen die gekweekt zijn om weer aardappelen uit te laten groeien. De aardappelen uit de supermarkt die je zelf ook opeet kun je beter niet gebruiken, deze zijn namelijk gekweekt voor consumptie en de kans dat de opbrengst maar klein is of de plant sneller ziektes oploopt is een stuk groter.
De pootaardappelen leg je in maart in een eierdoos om ze te laten ontkiemen, dit doe je het beste op een plek waar het wat koeler is maar niet vriest. Een plekje van 10-15 graden is super. Begin april gaan de aardappels met de wat groene uitlopertjes de grond in. Heb je hele grote pootaardappelen en zijn ze goed uit gelopen dan kun je deze ook nog in stukken snijden.
Plant de aardappels 10-15 cm diep in de grond. De planten hebben veel water nodig dus zorg ervoor dat de bodem niet uitdroogt ook na het uitplanten. Aardappelen houden van veel zon, hoe meer zon hoe meer de plant het naar zijn zin heeft en dus ook meer oogst zal leveren. Aardappelen kun je oogsten als je merkt dat het loof afsterft en op de grond gaat hangen. Test er eens eentje merk je dat er veel aardappels te vinden zijn, zijn ze te oogsten.
Ja ook aardappelen kun je in potten kweken, ik vind dit altijd veel fijner omdat ik dan meer ruimte in de moestuin vrij houd en de aardappels zijn uiteindelijk ook makkelijker te oogsten omdat je de cementton, waar je de pootaardappelen in uitplant, op keert en de aardappelen zo oogsten. Neem een pot die groot genoeg is, hoe meer ruimte de aardappelen hebben om te groeien hoe meer opbrengst ze ook uiteindelijk leveren. Zeker 30 toto 40 cm diepte is dan ook aan te raden.
De meeste mensen denken dat aardappels telen in een moestuinbak van 20 cm diep niet kan. Jazeker, en beter dan iedereen denkt. Zoek je op internet info over zelf aardappels telen, dan lijkt het best moeilijk: ze moeten diep, je moet ze aanaarden, hoge torens maken en dat soort gedoe. Daar deed ik zelf ook aan mee. Maar na jaren experimenteren weet ik dat dat allemaal overbodig is. Sterker nog: je krijgt een grotere opbrengst op mijn manier.
Pootafstand en Plantdiepte
Voor het beste resultaat is het belangrijk om de juiste pootafstand en pootdiepte te hanteren. Dit verschilt per ras en de uitgeplante maat. Bij het poten en aanaarden in twee werkgangen maakt men onderscheid tussen ondiep (onderkant pootaardappel op maaiveld), gemiddeld (onderkant pootaardappel onder maaiveld) en diep (pootaardappel twee centimeter onder het maaiveld) poten. Tussen de onderkant van de poter en de vaste ondergrond moet één à twee centimeter losse grond aanwezig zijn. Bij het ‘all-in-one’ poten spreekt men over de plantdiepte. Dit is de afstand tussen de bovenkant van de aardappelrug en de bovenkant van de pootaardappel.
De plantdiepte moet zodanig zijn dat ongeveer 8 tot 10 cm grond op de aardappel komt als deze net onder maaiveldniveau ligt. De afstand tussen de regels is ca. 75 cm. De afstand tussen de aardappels in de regels is ± 28 cm voor aardappels maat 28/35 en ± 38 cm voor de maat 35/55.
Belangrijke Factoren Tijdens de Groei
Vooral in het begin van de groeiperiode moet de grond tamelijk vochtig zijn. Het zou de eerste 8 weken eigenlijk 25 mm moeten regenen. Aandachtspunt tijdens de groeiperiode is phytophthora. Dit is een hardnekkige schimmelziekte, te herkennen aan bruinzwarte vlekken op het blad. Phytophthora ontstaat tijdens natte regenachtige periodes. Verwijder dan het loof, bij voorkeur met een brander. De sporen worden hierdoor gedood.
Als het loof geel gaat verkleuren en afsterft zijn de aardappelen rijp en kunnen ze gerooid worden. Gerooide aardappelen kun je het beste een paar dagen laten liggen, zodat ze op beter op smaak komen.
De Voorbereiding van het Pootgoed
Wanneer je overweegt om zelf aardappelen te kweken, wacht dan niet te lang om het pootgoed uit te kiezen. Door je pootaardappelen al vroeg in het jaar te kopen, profiteer je niet alleen van een ruim aanbod, maar heb je bovendien nog voldoende tijd om de knollen te laten kiemen.
Voorgekiemde aardappelen zullen sneller oogstklaar zijn. In de tussentijd kan je het perceel voor de aardappelen alvast plantklaar maken.
De Ideale Grond voor Aardappelen
De meeste grondtypen zijn geschikt voor aardappelen, maar ze doen het vooral goed in een vruchtbare, goed drainerende grond. Weet ook dat aardappelen het liefst een iets lagere zuurtegraad hebben (pH= 5-6). Ze zijn dan minder gevoelig voor schurft. Een aardappelveldje kan je daarom beter niet bekalken.
Bereid het perceel voor de aardappelen op dezelfde manier voor als de andere percelen in je moestuin.
Aardappelen Poten
Zodra de grond warm genoeg is en er geen nachtvorst meer wordt verwacht, kan het gekiemde pootgoed de grond in. Om het planten te vergemakkelijken, maak je de grond net voor het planten het beste nog even goed los. Bij het aanplanten doe je er goed aan voldoende kalium in het plantgat mee te geven, bijvoorbeeld in de vorm van DCM Tuinkali / Tuinpotas. Kalium bevordert immers de vruchtvorming en zorgt voor dikke, stevige en smakelijke aardappelen.
Plant de aardappelen in rijen. Zorg voor voldoende afstand tussen de rijen (± 70 cm), zo kan je je aardappelplanten achteraf gemakkelijker aanaarden. Maak plantgaten van zo’n 5 cm diep. In lichte grond (zandgrond) mogen ze zelfs iets dieper zijn (tot 10 cm). Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten. Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje. Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen.
Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.
Aardappelen Aanaarden en Bemesten
Een paar weken nadat je je aardappelen gepoot hebt, zie je meestal de eerste stengels met blaadjes boven de grond verschijnen. Zodra de bovengrondse stengels ongeveer 15 cm hoog zijn, is het tijd om je aardappelplanten aan te aarden. Dat betekent dat je de grond rond de stengels aan beide kanten van de plantrij gaat ophogen. De jonge stengels zullen hierdoor grotendeels bedekt worden met aarde. Indien er nog nachtvorst verwacht wordt, mag je ze zelfs volledig bedekken. Zo zorg je voor extra bescherming.
Tijdens het aanaarden doe je er goed aan om ook meteen een kaliumrijke voeding toe te dienen. DCM Meststof Aardappelen is een puur organische voeding met een hoog kaliumgehalte.
Het aanaarden van je aardappelplanten heeft zo zijn voordelen:
- Je planten worden gestimuleerd om meer ondergrondse stengels en dus meer aardappelen te vormen.
- Het extra laagje aarde beschermt ze bovendien tegen nachtvorst en zorgt ervoor dat de reeds gevormde knollen niet blootgesteld worden aan het zonlicht, waardoor ze groen zouden kleuren.
- De opgehoogde grond warmt tevens sneller op en voert de regen beter af.
Aardappelen Kweken in Potten
Een van de spannendste groentes om zelf te kweken is de aardappel. Om zelf aardappels te telen heb je niet eens een groot stuk land nodig. Het kan prima in je eigen tuin, op je (dak-) terras en zelfs op je balkon. En ja: het kan ook in potten. Neem een pot met genoeg ruimte: bijvoorbeeld de MM-mini. Die meet 30 bij 30 cm, is 20 cm diep en is groot genoeg voor 2 aardappelplanten.
Vul de pot met een luchtige aardemix die goed vocht vasthoudt maar niet te veel - en genoeg voeding geeft. Gele aardappelplanten? Eerst maar even afwachten hoe het dit jaar gaat.
Rassen en Eigenschappen
Er zijn heel wat smaak- en structuurverschillen tussen aardappelrassen. Vroege rassen vormen over het algemeen minder blad dan late rassen en kunnen dan ook iets dichter bij elkaar worden geplant. Zelf heb ik wel altijd deze oude wijsheid geleerd: ‘Zonder loof geen aardappel’. En de bovengrondse plant moet inderdaad groot genoeg zijn, gezond en sterk zijn en voldoende stengels/blad bevatten om voedingsstoffen op te kunnen nemen voor de ontwikkeling en groei van de ondergrondse aardappelen. Aan de andere kant: teveel stikstofrijke voeding zorgt voor teveel blad en weinig/kleine aardappelen.
De lijst is op volgorde van vroege naar late rassen. Kijk hieronder bijvoorbeeld even naar het oude en geliefde ras Roseval. Ze krijgt voor vroegheid een 8 (dus een vroeg ras). En voor resistentie tegen Phytophthora een 3 voor in het loof en een 4 voor in de knol. Gelukkig is het zo’n vroeg ras dat ze vaak al geoogst kan worden als de eerste Phytophthora-aantastingen in de zomer beginnen.
Bij een ander oud ras, bijvoorbeeld de middelvroege tot middellate Bildtstar zie je ook lage cijfers voor resistentie tegen Phytophthora en dat zorgt voor meer risico, omdat je deze aardappelen later kunt oogsten, wanneer Phytophthora vaak al ernstige aantastingen kan veroorzaken. Vergelijk de cijfers van de oude rassen even met nieuwere rassen waarbij in de veredeling de resistentie tegen Phytophthora heel belangrijk was/is. Zie bijvoorbeeld Vitabella, Camillo en Carolus, met een hoge resistentiecijfers in zowel loof als knol.
Wanneer Poten?
Vroege aardappelen kunnen vanaf half ongeveer maart worden gepoot; dat is een gokje, want het loof is niet goed bestand tegen vorst. Door het gebruik van vliesdoek of het poten onder glas kun je de teelt nog iets vervroegen. Als je late aardappelen wilt telen poot je deze tussen half april en half mei. Poot bij voorkeur zo vroeg mogelijk binnen de periode, in verband met de eerder genoemde aardappelziekte Phytophthora.
Zo’n 3 weken na het planten (afhankelijk van plantdiepte en het weer) speuren we elke dag het vak met aardappelen af, op zoek naar exemplaren die boven de grond komen.
Grondsoort en Bemesting
Hoewel aardappelen op alle grondsoorten gekweekt kunnen worden hebben ze een voorkeur voor een neutrale tot iets zure grond (de ideale pH voor kleigrond is 6 en voor zandgrond is 5). De vroegste rassen doen het heel goed op zandgrond omdat die grond in het voorjaar sneller opwarmt en minder nat blijft dan kleigrond. Middelvroege en latere rassen zouden het daarom beter doen op kleigrond, omdat die voedzaam is en langer/beter vochtig blijft in de zomer.
Aardappelen zijn redelijk gulzige planten maar de behoefte aan kalium (voor de ontwikkeling van de knollen) is relatief hoog ten opzichte van de behoefte aan stikstof (voor bladgroei). In het voorjaar schuiven we dat opzij en voegen compost toe. We geven een kleine hoeveelheid samengestelde organische meststof wanneer we de aardappelen poten. Rond mei geven we vervolgens nog wat kalium (bijvoorbeeld vinassekali) voor de ontwikkeling en groei van de knollen.
Voorbereiding Pootaardappelen
Door het pootgoed uit te spreiden in bakjes en die een paar weken lang op een koele en zo licht mogelijk (maar niet zonnige) plaats te zetten kunnen de aardappelen al wat uitlopen op de ogen. Zelf leggen we (voor vroege en middelvroege aardappelen) zo rond half tot eind februari de aardappelen in de doosjes waarin je eieren koopt; zo ligt elke pootaardappel goed gescheiden van de rest, kan er voldoende licht bij, is er weinig kans op zweten of schimmel door vocht. De ideale temperatuur daarbij is 10°C.
Als je geen goede plaats hebt om de aardappelen te laten spruiten (dus volop licht zonder zon bij 10 graden) kun je overwegen om het voorkiemen over te slaan: een goed voorgekiemde pootaardappel heeft 2 weken voorsprong op het bovenkomen van de plant en de uiteindelijke oogst maar het heeft geen invloed op de uiteindelijke grootte van de oogst. Liever geen scheuten dan te lange, dunne en waterige scheuten.
Aardappelen houden van een losse, humusrijke en luchtige grond. Kort voor de teelt maak je de grond daarom goed los, dat maakt het poten ook gelijk makkelijker.
Kiem je best drie à vier weken voor. Dit doe je door ze in een koele (±10°C) maar lichtrijke omgeving (geen direct zonlicht) mooi open te leggen zodat ze allemaal gelijktijdig kunnen kiemen, en er geen schimmel ontstaat. Zijn de scheuten zo’n 2 à 4 cm groot? Dan kan je al begin februari starten. Je kan de primeuraardappel dan begin mei oogsten.
Opgelet bij de vroege soorten: Bij grondvorst kan het loof bevriezen en krijgen de planten een groeiachterstand.
Hoe Diep Poten?
De meeste plantaardappelen worden van maart tot midden april in de volle grond gestoken. Dit proces heet poten. Hoe lichter de grond, hoe dieper je de aardappelen moet planten. Als voorbereiding maak je de grond best zo luchtig mogelijk.
Van zodra de aardappelplant zo’n 10 à 15 cm boven de grond gegroeid is, kan je beginnen aanaarden. Doe dit door met een hark de grond tussen de rijen weg te halen, tegen de aardappelplant. Zorg ervoor dat de toppen van de aardappelplant nog net zichtbaar zijn. Voorspellen ze vrieskoude? Bedek dan de volledige plant met een vliesdoek. Voor een grote oppervlakte kan je ook een speciale aanaarder kopen. Zorg voor een losse bodem.
Bemest met kaliumrijke meststoffen zoals Vinasse kali of Patentkali. Een tekort aan kalium zal ervoor zorgen dat de aardappelen glazig worden en de houdbaarheid achteruit gaat. Het is dus een goed idee om de juiste meststof toe te voegen bij het aanaarden!
labels: #Aardappel
Zie ook:
- Ontdek Hoe Diep Je Aardappelen Moet Planten Voor Maximaal Succes!
- Boontjes Koken: De Perfecte Kooktijd & Tips
- Hoe Lang Moet Fusilli Pasta Koken? Perfecte al dente pasta!
- Koken met Van Boven recepten: heerlijke gerechten geïnspireerd door Yvette van Boven
- Bakkerij van de Mortel Asten: Heerlijk Brood & Gebak




