Je bestek zegt meer dan je misschien zelf weet. Vroeger, als ik klaar was met eten en mijn mes en vork niet met de handvatten bij elkaar op mijn bord legde, kreeg ik op mijn kop van mijn moeder. Niet omdat ik een ondankbare eter zou zijn, maar omdat het vervelend is met het bestek oppakken als je de tafel afruimt. Nu ik volwassen ben, snap ik helemaal wat mijn moeder bedoelde, want ik heb er zelf ook een hekel aan om gebruikt bestek op een vies bord bijeen te pakken bij het afruimen. Zeker als ik meer dan twee borden af te ruimen heb of als een bord niet is leeggegeten.

Wat ik als kind niet wist, is dat de manier waarop je je bestek neerlegt, ook vertelt hoe ver je bent met eten, of je meer lust, of je uitgegeten bent en wat je van de maaltijd vond. Inmiddels ben ik iets groter en een heel klein beetje wijzer en ik probeer er dus altijd voor te zorgen dat mijn bestek het juiste verhaal vertelt als ik buiten de deur eet. Dit doe ik in een restaurant en dit doe ik als ik ergens te gast ben.

Bestek Posities en Hun Betekenis

De manier waarop je tijdens of na het eten je bestek op je bord legt zegt een stuk meer dan je misschien denkt of weet.

  • Even pauze: In dit geval hoef je niet perse je bestek op je bord te leggen. Je mag de punt van je mes en de tanden van je vork ook op de rand van je bord leggen. Het is niet netjes om je reeds gebruikte bestek op tafel te leggen.
  • Mag ik nog: Soms zie je dat mensen wanneer ze een tweede ronde zouden willen opscheppen of opgeschept zouden willen krijgen hun bestek naast hun bord leggen zoals het lag vóór ze aan de maaltijd begonnen. Gebruikt bestek hoor je niet op tafel te leggen, dus doe dit niet.
  • Ik ben uitgegeten: Je mes en vork met de handvatten bijeen op je bord gelegd geeft aan dat je bent uitgegeten (voor de betreffende gang). Leg de handvatten naar onder als je niets bijzonders te vertellen hebt over de maaltijd.
  • Ik ben uitgegeten en het was heerlijk: De handvatten van je mes en vork bijeen en op 9 uur óf op 3 uur op je bord laat weten dat de maaltijd voortreffelijk heeft gesmaakt.
  • Ik ben uitgegeten en vond het niet lekker: Heel vervelend dat de maaltijd niet heeft gesmaakt. Als je te gast bent bij iemand thuis zul je het bestek misschien niet zo snel zo neerleggen. Je wilt immers een dankbare gast zijn en kunt er voor kiezen om een kleinere portie op te scheppen om voor de vorm enkele happen te nemen. Je kunt je verontschuldigen met de mededeling dat je geen grote honger hebt. Krijg je een gevuld bord voorgeschoteld en heb je zelf dus geen invloed op de hoeveelheid eten op je bord? Je hoeft je bord niet leeg te eten wanneer je niet zelf opschept. In een restaurant ben je een goede gast als je het netjes meldt dat de maaltijd niet zo goed smaakt als verwacht en de keuken de kans geeft het op te lossen. Wordt hier niets mee gedaan kun je het bestek in deze positie leggen. Dreig nooit met het plaatsen van een slechte recensie. Dit is niet chique en zal er waarschijnlijk voor zorgen dat het restaurant minder genegen is te luisteren naar je kritische feedback of je tegemoet te komen.

Aanvullende Tafelmanieren en Etiquette Tips

De warme wintermaanden zijn begonnen en dat betekent automatisch veel feestjes, borrels en gezellige diners. Een goed moment om de tafeletiquette weer even op een rijtje te zetten. Want hoe hoort het eigenlijk ook alweer? Waar dient het servet ook alweer voor en wat mag je er wel en niet mee?

  • Het servet: Het servet mag op meerdere plaatsten liggen: links van het bord, onder de vorken, of op het onderbord. Zodra je aan tafel gaat leg je het stoffen servet - niet helemaal uitgevouwen - op schoot. Belangrijk om te weten is dat het servet niet gebruikt dient te worden als slab of zakdoek. Je mond deppen is wel toegestaan.
  • Bestekgebruik: Voor elke gang ligt er apart bestek op tafel, want na een voorgerecht even je mes en vork aflikken en gebruiken voor de volgende gang is niet zoals het hoort. Gebruik het bestek vervolgens van buiten naar binnen. Je werkt als het ware naar je bord toe. Dus als er tijdens de eerste gang soep wordt geserveerd, dan ligt de soeplepel aan de buitenkant. De vorken liggen links van het bord en de messen rechts. De lepels liggen rechts van het mes. Houd je vork altijd in je linker- en het mes in je rechterhand. Dessertbestek ligt altijd boven het bord. Zodra het dessert wordt geserveerd mag je het betreffende bestek verplaatsen.
  • Algemene regels: Dat smakken, slurpen en met volle mond praten uit den boze is, is voor iedereen wel bekend. Maar er zijn meer tafelmanieren. Zo is het bijvoorbeeld niet heel netjes om te warm eten ‘koud’ te blazen. Wacht gewoon rustig tot het eten iets is afgekoeld. Je ellebogen raken de tafel niet aan en wees vooral niet te hebberig en schep je bord dus niet te vol…Een tweede keer opscheppen mag gewoon. Hang ook nooit over tafel om iets te pakken. Vraag gewoon even aan een andere tafelgenoot om het aan te geven. Mocht er iets doorgegeven worden, dan doe je dit altijd naar rechts. Verder is prakken ‘not done’ en vlees snij je hapje voor hapje. En misschien overbodig, maar je snuit je neus héél zachtjes - en alleen als het echt nodig is.
  • Drinken: Breng het bestek altijd naar je mond. Je zult het misschien niet geloven, maar zelfs voor het drinken van water of wijn gelden speciale regels: zo houd je het wijnglas bijvoorbeeld aan de steel vast, zo wordt de wijn niet door je hand verwarmd. Bij het tafeldekken zet je de wijnglazen rechtsboven: aan de binnenkant van het wijnglas het waterglas, precies boven de messen. Als er meerdere gangen geserveerd worden, is het dichtstbijzijnde glas bedoeld bij de eerste gang, etc.
  • Afronding: Een diner wordt meestal afgesloten met een lekker dessert en vaak wordt er ook nog koffie en thee geschonken na de maaltijd, met eventueel een digestief. Goed om te weten is dat glazen voor dessertwijn vaak pas op tafel worden gezet als het toetje geserveerd wordt en digestiefglazen komen ook pas na afloop van de maaltijd op tafel. Hetzelfde geldt voor koffie- en theeservies. En last but not least: Schuif je servies nooit van je af als je klaar bent met eten.

Wat je moet vermijden aan tafel

Over het algemeen hebben de waarschuwingen betreffende dingen, die men onder alle omstandigheden dient te vermijden de overhand en daarom willen wij ons daarmede het eerste bezig houden. Zij, die gesteld zijn op goede vormen en manieren (en dit geldt óók voor dagelijksch gebruik in den huiselijken kring!) moeten niet:

  • leunen, noch over de tafel hangen,
  • niet eten met de ellebogen op de tafel geplant,
  • niet met open mond eten,
  • niet smakken,
  • niet slurpen,
  • niet morsen,
  • nimmer met de vingers de spijzen aanraken,
  • niet praten met eten in den mond,
  • niet drinken met eten in den mond,
  • geen eten - ook geen kruimels - uit den mond laten vallen,
  • geen groote happen nemen noch de mond haastiglijk vol proppen,
  • nimmer aardappelen met het mes snijden,
  • niet spelen met het dessertzilver, dat boven aan het bord ligt,
  • noch de steel van het wijnglas tusschen de vingers laten draaien,
  • noch pilletjes draaien van broodkruimels,
  • onder het praten niet gesticuleeren met vork, mes of lepel in de hand en ten slotte: niet prakken!

d.w.z. eten fijndrukken met de vork, de verkregen substantie omroeren en nog eens omroeren en ten slotte naar den mond brengen; ook stapele men z'n bord niet torenhoog op. Alvorens den mond aan glas of kopje te zetten vege men met het servet de lippen af. Bij het plaats nemen zorge men ervoor niet te ver van den tafelrand te gaan zitten. Het servet wordt open gevouwen doch niet heelemaal, het blijft als een lange, smalle driedubbelige reep over de knieën liggen. noch in het vest gestoken of in de halsopening van de japon. Het mes wordt in bovenhandschen greep vastgehouden precies zooals men een trapleuning of het handvat van een fietsstuur vasthoudt. Nooit met een opgeheven pink en nimmer zooals men een schrijfpen hanteert.

Specifieke Eetgewoonten en Tafelmanieren

Dit zijn dwaze uitvindingen van lieden, die het graag erg mooi willen doen, maar die volstrekt niet weten hoe het eigenlijk hoort. Men houdt het mes in de rechter en de vork in de linkerhand. Bij het verorberen van een ragoutachtige (brijachtige) spijs, zooals roereieren, hâché met puree, poulet met rijst e.d. (ook erwten en boonen!) die zonder mes alleen met een vork worden gegeten, houde men de vork in de rechterhand (en een stukje brood voor het optasten in de linkerhand) en hanteere de vork als lepel, d.w.z. De lepel wordt vastgehouden zooals men een schrijfpen vasthoudt. Aanbeveling verdient het den soeplepel niet heelemaal vol te scheppen, teneinde morsen te voorkomen. Een soepbord mag even schuin gehouden worden voor het laatste restje mits - men het gedeelte van den rand dat het dichtst bij den etenden persoon is heel even optilt en niet het buitengedeelte van den rand. Het getuigt van zeer slechte tafelmanieren om van een hoog opgetasten lepel of vork beetje bij beetje af te happen.

Terwijl men het hapje kauwt wordt langzaam op het bord het volgende hapje gereed gemaakt, zoodat het nuttigen van een bordvol rustig achter elkaar kan geschieden. Vindt men naast het bord alleen een vork voor de visch (bij een gastvrouw b.v. Verder dan het polsgewricht mag de arm niet op de tafel rusten. Vingerkommen dienen om er de toppen van de vingers in te steken (niet de geheele hand!) na het schillen van fruit e.d. Het afvegen van vingers, waaraan vruchtensap kleeft aan het servet is onbehoorlijk. ten van gestoofde vruchten, - compôte - op den lepel deponeert. Nimmer worden deze op het bord gespuwd. Pitten van rauw klein fruit (kersen) worden in de tot een kokertje gevormde hand gedeponeerd en op het bord gelegd. Bij het verwijderen van vruchtenpitten op den lepel is het beleefd de linkerhand voor den mond te houden.

Wanneer de gerechten worden rondgediend legge men na zich bediend te hebben de vork en lepel weer netjes op den schotel d.w.z. zoo dat zij er niet gemakkelijk afvallen en zoo dat zij ook niet in de saus glijden, hetgeen voor een volgenden gast buitengewoon onaangenaam is. Wenscht men van een gerecht niet te gebruiken dan heeft men slechts zacht - neen dank U - te zeggen. Het is volkomen correct om in zoo'n geval b.v. te zeggen: - géén kip meer, dank U - alleen nog wat compôte - of indien men van alles nog wat wil: - ja alsjeblieft. Wenscht men van een gerecht nogmaals te gebruiken dan legge men na het leegeten van het bord vork en mes gekruist neer: de vork met de tanden naar beneden. Bij het opstaan van tafel evenals bij het zittengaan schuive men den stoel onhoorbaar weg. Zij die vaak in (goedkoope) restaurants eten hebben de gewoonte het eetgerei met het servet af te vegen. Het behoeft nauwelijks betoog, dat dit aan tafel van een gastvrouw hoogst onbehoorlijk is. glas gedronken wordt. Wanneer men klaar is schuive men nimmer het bord van zich af (mededeelingen als: ik ben zat - ik kan niet meer e.d.

Tafelmanieren voor Kinderen

Boven omschreven tafelmanieren gelden in hoofdzaak ook voor kinderen, die buiten en behalve het opgesomde moeten leeren zwijgen wanneer ouderen aan het woord zijn. Aanbeveling verdient het de kinderen tijdens den dagelijkschen maaltijd te laten praten en vertellen. Men leere het kind als het aan tafel iets te vragen heeft terwijl er gasten zijn, vork en mes neer te leggen, op te houden met eten en de moeder vragend aan te zien ten teeken dat er iets is. Zij, die het eerste bediend zijn wachten tot de gastvrouw gaat eten met toe te tasten. Tenzij dat deze zegt: niet op mij wachten hoor!

Specifieke Gerechten en Hoe Ze Te Eten

  • Artisjokken: Artisjokken worden per halve of vierde op het bord gelegd (indien klein van formaat soms een heele). Een artisjok bestaat uit een zachte schijf, waarin dakpansgewijze harde groene bladeren steken. Heeft men zoo'n halve artisjok op het bord met een beetje saus er naast, dan trekke men een voor een de harde oneetbare bladeren er uit met de rechterhand, doope het zachte glazige uiteinde in de saus en zuige het zachte deel er af. Aan een zoo'n groot blad is dus bijna niets eetbaars. wijze van het zachte eetbare uiteinde ontdaan, dan houdt men de kern of een deel van de kern over. Men hapt er een flink stuk af en legt het uiteinde op het bord.
  • Aardbeien: Aardbeien worden met vork en lepel gegeten of alleen met de vork.
  • Appels en Peren: Appelen en peren worden met de linkerhand aangevat, waarna men ze met de rechterhand, die het fruitmes hanteert in vier partjes snijdt. Nadat men het fruitvorkje in het vruchtvleesch heeft gestoken schilt men het partje, dat men van het bord omhoog heft.
  • Bananen: Bananen worden met de linkerhand aangevat; met de rechterhand, die het fruitmesje houdt maakt men aan een der uiteinden een inkeping, waarna de schil in reepen wordt afgepeld.
  • Sinaasappelen: Sinaasappelen kan men afschillen en vervolgens in partjes breken, die men dan met vork en mesje nuttigt na ze in tweeën te hebben gesneden.
  • Bouillon: Bouillon in koppen wordt gelepeld zoolang deze zeer heet is.
  • Broodjes: Voor soepbroodjes aan een diner heeft men veelal een apart klein bordje of schoteltje. Het broodje wordt met de vingers gebroken. Men houdt - als er sprake is van boter - een stukje brood in de linkerhand en botert dat met het mes, dat in de rechterhand wordt gehouden. Broodjes geroosterd en belegd met kaas, hard ei, ansjovis e.d. Cream crackers of toast bij oesters geserveerd, worden op het kleine bordje gelegd of naast het groote bord op het tafellaken.
  • Doperwten: presenteerd in een schaaltje met lepel. Doperwten worden als ze groot en melig zijn aan de vork geprikt, als ze klein zijn met de vork (met de tanden van de vork naar boven) gelepeld.
  • Kievitseieren: Kievitseieren worden hard gekookt opgediend (d.w.z. zalfachtig) meestal op een bedje van sterkers. (De eieren worden in koud water opgezet met een scheutje azijn tegen het uitkoken, als 't water kookt nog vijf minuten er in laten). Een kievitsei wordt gewoon met de vingers gepeld. Vervolgens plaatst men het gepelde ei met de punt naar boven op de palm van de linkerhand en drukt het (van boven naar beneden) plat met de palm (niet met de vingers!) van de rechterhand. Van het platgedrukte ei wordt vervolgens het puntje afgesneden waarna men het (steeds met de vingers) in zout doopt, dat men op den rand van het bord heeft geschept, waarna men het ei in enkele hapjes verorbert.
  • Kreeft: Kreeft wordt met vischvork en mes gegeten. Voor het tevoorschijn brengen van het vleesch uit de scharen bezigt men een kreeftenvorkje: een staafje, dat aan het uiteinde in twee heel kleine tandjes uitloopt.
  • Olijven: Olijven worden nooit met een vork gegeten, doch aan een scherp gepunt dun houtje geprikt (genre tandenstoker) en daarvan af gegeten.
  • Salade: Salade wordt niet fijn gesneden op het bord. Een maal doorsnijden is voldoende.
  • Spaghetti: Spaghetti wordt om de vork gedraaid met de linkerhand, na in de saus te zijn gedoopt, met het mes aangedrukt en snel naar den mond gebracht.

Bestek Links of Rechts? Een Formele Tafelschikking

Tafeletiquette gaat om hoe je bestek neerlegt en hoe je een tafel sfeervol dekt. Zelfs als het om een eenvoudige maaltijd gaat, is er een tafeletiquette, dan wel een andere dan de formele tafeletiquette. Een bord in het midden, de vork links van het bord, het mes rechts van het bord en de lepel rechts van het mes. Hoewel de formele tafelschikking ingewikkeld lijkt, is het wel praktisch. Wat je moet onthouden over het formele couvert, is dat het bestek in dezelfde volgorde is gerangschikt als de gangen van de maaltijd, beginnend aan de buitenkant naar binnen, naar het bord toe.

Het servet zet je links. In het midden staan per plaats de verschillende borden voor de gangen. Het grootste bord (dinerbord) zet je onderop. Daarnaast zet je het salademes, of het mes voor het voorgerecht. Boven het traditionele couvert kan je een botermes en een broodbord zetten (als je er plek voor hebt). Dit is handig voor een tussengerecht terwijl gasten wachten op een hoofdgerecht. Stokbrood en kruidenboter vallen altijd wel in de smaak. Een apart mesje voor de (kruiden)boter is dan niet overbodig.

Creatieve Tafeldekking

Leg het bestek neer hoe jij het leuk vindt en haal er zowel een stukje natuur als kleur bij door een wat kruiden op het bord te leggen. Voor een hele andere look kies je olijfhouten bestek. Leg het op een stuk jute met een stukje rozemarijn. Dit zorgt niet alleen voor een mooi, natural effect, maar creëert ook een gezellige, informele sfeer waardoor je gasten zich zonder twijfel thuis voelen. Kies voor een stijl waar het bestek ook tot zijn recht komt, zoals in deze afbeelding. Het bestek ligt mooi naast elkaar, links van het bord.

Het servet is eenvoudig opgerold in een servetring. Dit chique, zwarte, 24delige couvert is traditioneel en toch bestand tegen de tijdsgeest. Trakteer jezelf op een nieuw couvert en dat geeft je er weer helemaal zin in om in het nieuwe jaar jouw tafel te dekken! Grijs op RVS creëert rust en zorgt ervoor dat jouw (kleurrijke) gerechten extra goed opvallen. Dit bestek valt net vrijwel alle kleuren te combineren en kan je iemand ook mooi cadeau doen als je niet zeker weet wat er bij hem/haar in de smaak valt.

labels:

Zie ook: