De aardappel is in de chemische landbouw het meest bespoten gewas. Er wordt toch al gauw zo’n 15 tot 18 keer gespoten tijdens een groeiseizoen. Tijdens het seizoen wordt, afhankelijk van het weer, door de meeste telers elke 7 tot 10 dagen met een chemisch bestrijdingsmiddel gespoten tegen de aardappelziekte (phytophthora).

De noodzaak van chemische bestrijding is alleen te beperken door de keuze van zoveel mogelijk ziekte-resistente rassen. Met behulp van Plantenveredeling, bijvoorbeeld door middel van genetische modificatie, wordt getracht om meer resistente rassen te ontwikkelen, maar dit verloopt nog maar moeizaam.

Bij de teelt van aardappelrassen zoals Bintje, Bildtstar en Eigenheimer wordt relatief veel gif gebruikt. In 2021 hoorde ik voor het eerst van 2 huismiddeltjes waar je phytophthora niet mee kan genezen maar wel de aantasting kan voorkomen en zelfs remmen (vernevelen met een oplossing van water en baking soda of vernevelen met een oplossing van water en appelazijn).

Phytophthora kan in vochtige, warme omstandigheden binnen enkele dagen een heel veld aantasten. Daarom kiezen veel gangbare boeren voor een preventieve aanpak: al om de paar dagen wordt gespoten met fungiciden. Daarnaast wordt gespoten tegen insecten zoals bladluizen (virusverspreiders) en coloradokevers (vraatzuchtige bladeters), tegen onkruid, en aan het eind van het seizoen met loofdoodmiddelen om de oogst te vergemakkelijken.

Boeren doen dit niet voor hun plezier. Spuiten kost geld, tijd en levert spanningen op met de omgeving. Maar ze zitten in een systeem dat ervan uitgaat dat deze teeltwijze de norm is.

Impact van bestrijdingsmiddelen

De gevolgen van deze aanpak zijn breder dan we vaak beseffen. Natuurlijk is er de impact op het bodemleven, het watermilieu en de resistentie-opbouw bij plagen. Ook is er de zorg over honingbijen en wilde bijen die indirect schade oplopen door het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Soorten bestrijdingsmiddelen

Bestrijdingsmiddelen kun je indelen in drie categorieën:

  • Insecticiden: Deze zijn schadelijk voor algen, vissen en insecten zoals watervlooien.
  • Fungiciden: Dit zijn schimmelbestrijders.
  • Herbiciden: Een controversiële herbicide is glyfosaat, dat veel wordt gebruikt ondanks bezwaren.

Alternatieven voor chemische bestrijding

Boeren die kiezen voor biologische teelt laten zien dat het mogelijk is om aardappelen te telen zonder wekelijks te spuiten. Zij gebruiken resistente rassen (zoals Carolus of Sarpo Mira), ruime vruchtwisseling, luchtige plantafstanden en zorgen voor een weerbare bodem. Daarnaast zijn er initiatieven die werken met mengteelt of strokenteelt: aardappelen naast graan, veldbonen of bloemen. En dan is er de agro-ecologische benadering, waarin boeren niet tegen de natuur werken, maar met haar meebewegen. Geen standaardrecepten, maar lokale oplossingen.

Tuinder Anton van Garderen hangt zakjes met roofmijt op als biologisch bestrijdingsmiddel. De roofmijt eet de schadelijke insecten op zijn gewassen. Er is één groot obstakel waar Koppert regelmatig tegenaan loopt, vertelt Evert Hamblok, manager regulatory affairs. En dat is de regelgeving. Onze middelen moeten worden gekeurd door een systeem dat volledig is gebaseerd op chemie, waar ook de experts chemici zijn. Door die mal kun je onze middelen niet halen. Zo kunnen we best oplossingen ontwikkelen tegen bladluis. De simpelste middeltjes worden daardoor een probleem.

Rond 2000 ben ik al van koers veranderd’, zegt Van Woerkom. ‘Ik heb allereerst kunstmest vervangen door organische mineralen. Mijn planten werden er aantoonbaar sterker en weerbaarder door. Ik hoefde niet meer preventief te spuiten. En weet je wat? Van Woerkom noemt het ‘bodemische’ landbouw. ‘Ik liep eens over mijn land en dacht: waar komt mijn bodem eigenlijk vandaan? Via de rivier en het IJsselmeer komt de klei uiteindelijk uit de bergen. Er zitten allerlei mineralen en nutriënten in die in steen te vinden zijn. Als je kunstmest toevoegt, is dat heel eenzijdig voedsel. Het is alleen stikstof, fosfor en kalium.

Dirty Dozen en Clean Fifteen

Elk jaar brengt het wetenschappelijk onderzoeksteam van de EWG een update uit met de vastgestelde hoeveelheid aan bestrijdingsmiddelen op groente en fruit. Hieruit volgt dan de bekendmaking van de beroemde Dirty Dozen en Clean Fifteen, die respectievelijk de gewassen met de meeste en minste bestrijdingsmiddelen weergeven.

Aardappelen zijn nieuw op de lijst, maar dit heeft vooral te maken met een specifieke Amerikaanse situatie. In de VS wordt na de oogst vaak chlorpropham toegepast om uitlopen te voorkomen, een stof die de Europese Unie in 2019 al heeft verboden vanwege gezondheidsrisico’s.

Tabel: Dirty Dozen 2025 (voorlopig)

Rang Gewas
1 Spinazie
2 Aardbeien
10 Bramen
Aardappelen

Het is verplicht om op de prijskaartjes het land van herkomst te vermelden. Je zal zien dat avocado’s uit Amerika kunnen komen en kiwi’s uit Nieuw-Zeeland. Omgekeerd kan ook; in de Amerikaanse supermarkt kunnen ook weer Spaanse tomaten liggen. De EWG is een fan van biologische producten, omdat deze doorgaans veel minder bestrijdingsmiddelen bevatten. Zij raden aan om alle producten die in de Dirty Dozen staan alleen nog te eten als ze biologisch zijn.

Producten uit de Clean Fifteen zijn dusdanig schoon, dat je deze ook van reguliere oorsprong zou kunnen eten. De EWG benadrukt overigens dat groente en fruit te allen tijde van essentieel belang zijn in een gezond dieet, ongeacht of ze nu zijn bespoten of niet. Het risico op blootstelling aan ongezonde hoeveelheden bestrijdingsmiddelen is nog altijd aan de orde van de dag.

labels: #Aardappel

Zie ook: