De uitdrukking "iets voor zoete koek slikken" betekent iets gewillig verdragen, doen alsof men het onaangename niet bemerkt; iets voor goede munt aannemen, iets goedwillig geloven.

De Oorsprong van de Uitdrukking

Letterlijk wil de uitdrukking zeggen: zonder te letten op wat men in de hand gestopt krijgt, dit als een lekkernij opeten. Eigenlijk: zoete koek, die reeds aan plakjes gesneden is en die men zo kan nuttigen. Hetzelfde als: heel wat te horen krijgen. Wordt vaak gezegd van iemand die veel standjes, terechtwijzingen, vermaningen krijgt.

De uitdrukking schijnt eerst in de 19de eeuw voor te komen. Vroeger zeide men ‘Hy moet dat voor suiker opeeten’. Vergelijk hiermede: hy neemt het al in 't goet, al voor suycker; iets voor suycker opeten; voor suiker ineten; voor suiker en banket opkauwen (17de eeuw); enz.

Vergelijk verder het Zaanse iets niet in zoete opkunnen en iets voor ruw hooi opeten, zich eene onaangename bejegening niet stilzwijgend laten welgevallen; in het Fries ik wol alles net for swiete koeke of in swiet sûkerparke (suikerpeertje) op-ite of opnimme; vgl. fr.

De Context van Gebruik

Men bezigt deze uitdr. wanneer iemand zich eerst over het een of ander sterk uitlaat, en naderhand zich gedwee en inschikkelijk toont. ‘Zoete broodjes’ zijn broodjes die men gemakkelijk eet, omdat ze extra lekker zijn klaargemaakt; derhalve: zeer inschikkelijk zijn, iemand alle voldoening geven. De bedoeling is: omtrent iedere stand groeperen zich ‘weerstanden'. Zo ook hier: rondom elke stand verzamelen zich mensen, andere standen, die zijn grenzen bepalen.

Voorbeelden en Toepassingen

Om de context verder te verduidelijken, hier zijn enkele voorbeelden:

  • "En denkt S.S. nu werkelijk, dat de lezers van ‘Het Volk’ alles voor zoete koek opeten?"
  • "Zij nemen het voor zoete koek aan (gelooven het)."

Kritisch Denken en "Zoete Koek"

Deze voorbeelden uit het vocabulaire van evangelische christenen moeten wij niet zomaar voor zoete koek slikken. Nogmaals: waar sprake is van oprechtheid kan dit mogelijk geen kwaad, maar o zo gauw ligt de belager aan de deur die misbruik maakt van vroompraterijen.

Soms heb ik om de christelijke clichétaal onbedaarlijk moeten lachen. Dat mag wel eens een keer. Ik kan dit boekje van harte (hoewel dit stukje geen recensie is) bij u aanbevelen.

De "Tale Kanaäns" en Clichés

Al vele eeuwen zijn wij in kerkelijk Nederland bekend met het verschijnsel van de tale Kanaäns. Dat zijn woorden en gedachten die vooral in meer bevindelijke kringen gebezigd worden om uitdrukking te geven aan vrome en godsdienstige gevoelens.

Natuurlijk is het nooit helemaal te voorkomen dat je gebruikelijke uitdrukkingsvormen hanteert. Wie kan immers altijd helemaal oorspronkelijk zijn? Je gebruikt de taal van de gemeenschap waarin je opgroeit en waarin je je thuis voelt. Daar is niets mis mee, maar sommige begrippen of uitspraken hebben de neiging zich langzaam aan te gaan ontwikkelen als clichés die vooral bedoeld zijn als herkenningstekens naar de eigen mensen. Zo kennen we elkaar en zo begrijpen wij elkaar!

Het is dan een in-crowdtaal geworden, waarmee de eigen nestgeur wordt verspreid. Maar hoe verstaanbaar ben je dan nog? Voor buitenstaanders kan het misschien nog wel fris overkomen als je zegt dat je ‘onder de bedekking bent van de zalving’, maar het heeft ook iets vervreemdends. Het is taal voor ingewijden, waar je als buitenstaander geen deel aan hebt. Dus vanuit een oogpunt van evangelisatie is het niet aan te bevelen die ‘tale evangelica’ vaak te bezigen.

labels:

Zie ook: