Het IJsselmeer is het grootste meer van Nederland.
Van zout naar zoet
Toen de Zuiderzee in 1932 met de Afsluitdijk werd afgesloten, ontstond het IJsselmeer. Voordat de Afsluitdijk werd aangelegd, heette het IJsselmeer de Zuiderzee. De Zuiderzee was een binnenzee waar veel zoutwatervis gevangen werd. Nadat de afsluiting van het IJsselmeer door het dichten van de Afsluitdijk in 1932 een feit was, was het aanvankelijk nog een meer met zout water.
Omdat er nu alleen nog maar zoet water werd aangevoerd, werd het meer eerst brak en na ongeveer 2 jaar was het in 1934 vrijwel geheel verzoet met grote ecologische gevolgen. Sinds omstreeks eind 1937 wordt gesproken van een volledig zoet IJsselmeer en een nieuw (biologisch) evenwicht werd medio 1939 bereikt. Iedereen die weleens een duik in de Noordzee heeft genomen, weet dat daar zout in zit. In het IJsselmeer zit geen zout; daarom noemen we dat water zoet.
Waterhuishouding van het IJsselmeer
Het meer wordt voornamelijk gevoed door de IJssel (die zijn water vooral uit de Rijn krijgt) en in wat mindere mate door de Overijsselse Vecht. De rol van het Markermeer hierin is klein: in de winter komt ongeveer 6% van het instromende water uit het Markermeer, in de zomer wordt netto water afgevoerd naar het Markermeer.
Het water wordt naar de Waddenzee geloosd door twee spuicomplexen, de Stevinsluizen bij Den Oever (Noord-Holland) en de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand. Dat spuien gebeurt bij eb, dan staat het water in de Waddenzee lager dan in het IJsselmeer. Een andere functie is om de omliggende gebieden te voorzien van zoet water; zo wordt bij Lemmer water ingelaten, om Friesland en Groningen te voorzien van zoet water. Het water wordt gebruikt voor de landbouw en doorspoeling om verzilting tegen te gaan. Ook wordt water gebruikt voor de drinkwatervoorziening zoals bij Andijk.
In de zomer staat water van het IJsselmeer 20 centimeter hoger. Het zomerpeil wordt op 0,20 m onder NAP gehouden, het winterpeil op 0,40 m onder NAP. In de zomer, wanneer de rivieren weinig water aanvoeren, maar wanneer er tegelijkertijd veel zoet water nodig is voor het doorspoelen van kanalen en het tegengaan van verzilting in de polders in heel Noordwest-Nederland, wordt voor een relatief hoog waterpeil in het IJsselmeer gezorgd.
Het IJsselmeer wordt begrensd door de Afsluitdijk, de Friese kust tussen grofweg Makkum en Lemmer, de westelijke dijk van de Noordoostpolder, de Ketelbrug, de noordwestelijke dijk van Oostelijk Flevoland, de Houtribsluizen, de Houtribdijk (tussen Lelystad en Enkhuizen) en de Noord-Hollandse kust van Enkhuizen naar Den Oever aan de Afsluitdijk. Door de aanleg van de Houtribdijk (1976) werd het Markermeer afgesplitst van het IJsselmeer. Het IJsselmeer heeft een oppervlakte van 1133 km². Het heeft een gemiddelde diepte van 4,4 meter. Het diepste punt bevindt zich voor de kust van Lelystad (9,5 meter beneden NAP).
In de tijd van de Zuiderzee zijn er door eb- en vloedstromingen diepe slenken in het het noordelijk deel van het IJsselmeer ontstaan. Na de bouw van de Afsluitdijk zijn de getijdebewegingen gestopt en worden de voormalige stroomgeulen ondieper, omdat het fijnere slib er neerslaat. De bodem van het IJsselmeer bestaat voornamelijk uit zand. In de diepere delen, bij de voormalige stroomgeulen, komt ook zavel en klei voor. Lokaal komt op enkele locaties keileem aan het bodemoppervlak.
Het IJsselmeergebied: altijd in ontwikkeling
Het IJsselmeergebied kent een lange geschiedenis, met als gevolg een grote diversiteit aan cultureel erfgoed en bijzondere landschappen. Van aardkundige relicten uit de ijstijden tot archeologische sporen van onze verre voorouders, die in het gebied rondtrokken toen het nog land was. Denk ook aan gebouwd erfgoed uit de tijd van het Hanzeverbond en later, de zeventiende-eeuwse intercontinentale scheepvaart. Een belangrijk deel van het erfgoed hangt samen met handel, havens, scheepvaart en de bijbehorende industrie en het visserijverleden. Een ander aspect herinnert aan de strijd tegen het water.
De uitdagingen en de toekomst
Ten eerste staat de zoetwaterfunctie van het IJsselmeergebied onder druk. Het IJsselmeer werkt voor Nederland als een soort regenton waarin zoetwater verzameld wordt om het van daaruit te verdelen naar landbouw- en natuurgebieden en als drinkwater voor een groot deel van Nederland. Het probleem is nu dat het IJsselmeer bij langdurige droogte kan verzilten. Dat betekent dat het zoutgehalte in het IJsselmeer toeneemt. Bij het sluizencomplex in de Afsluitdijk bij Den Oever dringt zoutwater binnen.
Zo spoelen bij het afvoeren van overtollig IJsselmeerwater jaarlijks miljoenen zoetwatervissen mee naar de zoute Waddenzee. Dat overleven ze voor het grootste deel niet. Bovendien is het voor trekvissen lastig om heen en weer te zwemmen tussen de Waddenzee en het IJsselmeer. De nieuwe Vismigratierivier lost dit probleem in de toekomst gedeeltelijk op aan de Friese kant van de Afsluitdijk, bij Kornwerderzand.
Daarnaast ontbreken door de harde grens van de Afsluitdijk verschillende leefgebieden die in een natuurlijke, geleidelijke overgang tussen zout- en zoetwater wel voorkomen. Denk aan brakwater, kwelders en intergetijdengebied: land dat bij vloed onder water staat en bij eb droogvalt. Ten derde biedt dit project kansen om de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving rond de Afsluitdijk te behouden: het bijzondere landschap en de grote maat en schaal van het IJsselmeer.
Sinds 1932 sluit de Afsluitdijk het IJsselmeer (de voormalige Zuiderzee) af van de Waddenzee. Vanwege het vele water wordt het IJsselmeergebied ook wel het âNatte Hartâ genoemd. Het gebied is belangrijk voor waterberging en drinkwatervoorziening.
labels:
Zie ook:
- Ontdek de Beste Culinaire Hoogtepunten aan het IJsselmeer: Eten als Nooit Tevoren!
- Filodeeg Recept Zoet: Makkelijk & Verrukkelijk!
- Zoet Zonder Suiker: Heerlijke & Gezonde Recepten!
- Onthul de Ultieme Tips om een Kater Slim te Verslaan met Gezond Brak Eten!
- Onmisbare Tips voor Maaltijden Invriezen: Bewaar Smaak en Versheid Perfect!




