Kastelen bestaan soms al meer dan 1000 jaar. Het Pajottenland is een prachtige regio in Vlaanderen, gelegen in de groene gordel rond Brussel. Het Pajottenland is een streek in het westen van Vlaams-Brabant, eerder toeristisch dan geologisch afgebakend, onderdeel van de Groene Gordel, begrensd door de steden Brussel, Halle, Edingen, Geraardsbergen, Ninove en Aalst. Bekend om zijn glooiende heuvels, pittoreske dorpen, historische kastelen en authentieke bierproductie, is het een must-ontdekkingsreis voor iedereen die de natuur, cultuur en geschiedenis wil combineren.

Het Pajottenland heeft eeuwenlang inspiratie opgeleverd aan kunstenaars zoals Pieter Bruegel de Oude, en biedt vandaag nog steeds een rijke mix van erfgoed, rust en gezelligheid. Het Pajottenland is een landbouwachtige streek met een heuvelachtig landschap en tal van historische en culturele trekkers. Het is een regio die rust en activiteiten in perfecte balans brengt. Of je nu een liefhebber bent van wandelen, fietsen, museumbezoeken of smaken, het Pajottenland heeft voor iedereen iets te bieden.

Kasteel en Park Ter Rijst

Het Kasteel en Park Ter Rijst in Heikruis is een ander historisch domein dat waard is om te bezoeken. Het kasteel dateert uit de 17de eeuw en is bekend om zijn indrukwekkende interieur en het uitgestrekte park dat eromheen ligt. Het park biedt diverse wandelingen en is ideaal voor een rustige middag in de natuur. Gelegen in Domein Ter Rijst in het Pajottenland. Het is een park, een neoclassicistisch kasteel en een bosreservaat in het prachtige Pajottenland.

Dit gebied van 100 hectare ademt geschiedenis en pakt uit met talrijke inheemse bomen, prachtige zeldzame bloemen, een wervelend dierenbestand en fenomenale vergezichten. Je kan hier wandelen in alle rust. In het voorjaar kan je hier volop genieten van de mooie bloemenpracht. Het is een paradijs voor vogelspotters. Matkopmees, glanskopmees, ijsvogel, Vlaamse gaai, tjiftjaf, bosrietzanger… vliegen vrolijk rond. Ook reeën voelen zich hier in hun nopjes. Kom langs tijdens het voorjaar en aanschouw de bloemenpracht.

De Molen ter Rijst

De Molen ter Rijst of Molen van Terlinden was een houten graanwindmolen bij het Hof ter Rijst in de huidige Terlindenstraat. Hij werd voor het eerst vermeld in 1335. In 1320 werd een "Jehan dou Meulekin" geciteerd als schepen van het Kestergewoud. Het verwijst mogelijk naar de molen ter Rijst, ofwel naar de molen ter Waarde in Oetingen. In 1448 werd molenaar Yehan le Molnier geciteerd.

Bij de verhoging van de rechtsmacht van Vander Noot door Pierre II de Luxembourg, heer van Edingen, zijn er meldingen van molens. Misschien was er buiten de houten molen van Terlinden een watermolen op de Haerebeek. In de Molenstraat, nabij de Vier Armen stond vroeger een windmolen, die aan het Kasteel toebehoorde. Het overlijdensregister van Heikruis meldde in mei 1602 het overlijden van Adriaan van Buercht, mulder van Te Rijst.

Gedurende de slag van Steenkerque op 3 oogst 1692 (tussen de Maarschalk van Luxemburg voor Louis XIV van Frankrijk, en de Prins van 0ranje met Willem III van Engeland), had een Frans Kapitein der Karabi- niers een observatiepost op de houten molen. In 1719 is Jan Baptiste Orins, gehuwd met Adriane Daminet, zoon van de maalder van Tollembeek, vermeld als maalder van "Risoir". Het betreft hier een zoon van de maalder van de “Oude Molen", rond 1629 opgericht te St Pieters Kapelle (grens Tollembeek), door Adriaen van der Swaelmen, mulder te Geraardsbergen.

De andere molens van Tollembeek zijn maar na 1721 opgericht. In 1728 werd de derde winst door de Hertog van Arenberg verkocht aan de heer De Kempis. In 1719-1723 was Jan-Baptist Orins er molenaar. Op 6 februari 1731 werd J.B. Orins aIs peter genoemd "moliter in mola du Risoir". Oudere van dagen weten nog dat een Jozef Orins mulder was op Te Rijst. Hij gaf het op om in Pepingen-Trop te gaan wonen. Na hem kwamen de maalders Van der Houdelinghen en Van Lieferingen en na deze Jozef Geeroms, gehuwd met de zuster van de toenmalige veldwachter Bosmans. Deze molen noemde men ook de molen van Schiebeke.

Tot in 1860 was er voor de pachters van de heren van Te Rijst verplichtingen om hun tarwe, koren, haver en zwijnaard op de molen van Te Rijst te laten malen. De houten molen kreeg in 1906 nog een nieuwe stalen molenroede (fabrikaat Verhaeghe, Ruddervoorde), maar werd in 1912 afgebroken. Men maalde van dan af met "moteur". Na Geeroms volgde Cornet, bijgenaamd "Pater". Zijn echtgenote was een dochter van de maalder Van den Schrieck van de Caronjemolen te Herfelingen. Na 1930 werd de maalderij eigendom van Nestor Simons. Hij vergrootte en verbeterde huis en maalderij.

De Watermolen ter Tijst

De Watermolen ter Tijst was een graanwatermolen met onderslagrad op de Harebeek, op het domein van het kasteel Ter Rijst.

Het Pajottenland: Meer dan alleen kastelen

Kenmerkend voor de streek is het licht heuvelachtige en landelijke karakter, waardoor het soms als bijnaam het ’Toscane van het Noorden’ wordt gegeven. Het betreft grotendeels het zuidwestelijk Brabants heuvellandschap tussen de Dender en de Zenne. De Lennikse advocaat F. J. De Gronckel introduceerde het woord Pajottenland (destijds gespeld als Payottenland) onder het pseudoniem Franciscus Josephus Twyfelloos. De guitige advocaat vond het woord uit als tegenhanger van het rond 1840 onder Leuvense studenten bekende Kerlingaland en plagieerde hiervoor zelfs het Kerelslied.

Volgens de geschriften van advocaat F. J. De Gronckel, die het Pajottenland voor het eerst beschreef, behoren ook de Ninoofse deelgemeenten Neigem en Lieferinge tot het Pajottenland. Het Pajottenland is een vruchtbare landbouwstreek, met kleine dorpen. Het kenmerkende heuvelachtige landschap bevat heuvels met namen die verwijzen naar bergen, zoals Ledeberg, Congoberg, Suikerenberg, IJsberg, Snikberg, Tomberg, Tuitenberg, Zwijnenberg en zelfs Putberg.

In het Pajottenland wordt nog de typische lambiek geproduceerd en de daarvan afgeleide geuze en fruitbieren zoals kriek(enlambiek) en frambozenlambiek, volgens authentieke procedés. Deze bieren hebben een beschermde geografische aanduiding.

Een ’Bruegelmuseum’ in Sint-Anna-Pede (Dilbeek) met 12 grote, kleurvaste en weerbestendige reproducties van de mooiste schilderijen van Pieter Bruegel de Oude, die in zijn Brusselse periode vooral in de Pedevallei inspiratie vond.

Verblijf in de omgeving

Dit bijzondere verblijf bevindt zich in de voormalige boswachterswoning uit 1840 en was de oorspronkelijk portiersloge van het Kasteel Terrijst. De kamer is bestemd voor 2 personen en ingericht met een tweepersoonsbed (queensize). Er is voldoende opbergruimte, een bureau en smart-tv. De badkamer is ingericht met een regendouche, lavabo & toilet.

labels:

Zie ook: