Net als van veel andere gewassen is de kostprijs van aardappelen de afgelopen jaren flink gestegen. Dit komt door gestegen kosten over de gehele linie van de teelt. De meeste akkerbouwers berekenen zelf de kostprijs van hun aardappelen. Kostenposten zoals gewasbescherming, meststoffen, landbouwmachines en de loonwerker zijn meestal wel in beeld.

Belangrijke Factoren bij de Kostprijsberekening

Bij het in beeld brengen van de kosten, is het belangrijk om ook aan de opbrengstenkant te denken. Daarbij neemt de ene teler alleen de directe kosten mee in de berekening, een andere teler neemt ook de machinekosten en kosten van gebouwen in de berekening mee. Een aspect dat minder in het oog springt, is de opbrengstenkant. Neemt u de werkelijk gerealiseerde kilogramopbrengsten van de afgelopen jaren mee in uw berekening?

Opbrengsten en Kostprijs per Kilogram

Reken vanuit de afgeleverde kilogrammen eens de kostprijs per afgeleverde kilogram aardappel uit. In onze jaarlijkse benchmarkrapportages zien we in vergelijking met vier en acht jaar geleden zeer grote verschillen in opbrengsten. Over de gehele linie zien we voor de rassen met een grote oppervlakte een licht dalende tendens. We kunnen geen duidelijke oorzaak benoemen van deze zorgelijke ontwikkeling.

Een goede kostprijsberekening begint bij het analyseren van de kilogramopbrengsten per ras en per hectare van de netto afgeleverde kilogrammen. Daarnaast brengt u de (directe en indirecte) kosten in beeld. Hebt u vragen over het maken van uw kostprijsberekening?

De Rol van de Werkgroep Consumptie Aardappelen (WCA)

De Werkgroep Consumptie Aardappelen (WCA) van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond presenteert vandaag een inschatting van de kostprijs voor komend teeltjaar (2025). De Werkgroep Consumptie Aardappelen (WCA) van de NAV heeft weer een inschatting gemaakt van de kostprijs van consumptieaardappelen voor komend seizoen. In de afgelopen jaren (2022, 2023 en 2024) hebben aardappeltelers al te maken gehad met een flinke kostenstijging. De WCA berekent dat die kosten voor het komende seizoen verder doorstijgen. De klimaatverandering begint zijn tol te eisen, waardoor de gemiddelde opbrengsten over de afgelopen 5 jaar duidelijk lager zijn. Daarom heeft de WCA besloten de opbrengsten in de berekening met 1,5 ton per hectare te verlagen. De contractprijzen zijn de afgelopen jaren flink gestegen, maar de berekening voor 2025 laat zien dat de industrie ook dit jaar weer met een verhoging moet komen om gelijke tred te houden met de kostprijs voor de telers.

Kostprijs Berekeningen van de WCA

De berekeningen van de WCA komen uit op klei leveren afland 23,2 cent per kilo en voor leveren uit de schuur week 12 op 29,4 cent per kilo. Voor zandgrond is dit respectievelijk 19 en 24,4 cent per kilo. De WCA berekent al sinds 2010 ieder jaar de kostprijs van consumptieaardappelen voor een voorbeeldbedrijf op zandgrond en op kleigrond. Deze berekeningen worden steeds op dezelfde manier uitgevoerd, zodat ze door de jaren heen goed met elkaar te vergelijken zijn. Voor de inschatting van de kostprijs voor oogst 2025 heeft de WCA wel besloten om rekening te houden met de licht dalende kg-opbrengsten van de afgelopen jaren door de gehanteerde opbrengsten overal met 1,5 ton/ha te verlagen. De kostprijs is berekend ex BTW en exclusief de kosten voor beregening. De WCA rekent voor beregenen € 270/ha per keer bij een gift van 25 mm.

‘De teelt- en bewaarkosten zijn de afgelopen seizoenen al flink gestegen en de WCA constateert dat deze kostenstijging het komende seizoen doorzet. De kosten van vooral pootgoed, gewasbescherming, arbeid, grond en energie voor de bewaring stijgen stevig door. De kosten voor meststoffen en kiemremming vallen lager uit dan vorig jaar en de overige opbrengsten (mest) stijgen komend seizoen t.o.v. 2024. De WCA rekent altijd een marge van 15% op de kale kostprijs voor het risico dat de boer neemt om tot de gewenste opbrengstprijs te komen. Door het extremer wordende weer en het wegvallen van vele essentiële gewasbeschermingsmiddelen is deze marge meer dan nodig om ook in de toekomst nog aardappelen te kunnen blijven telen. Voor 2025 komt de gewenste opbrengstprijs (kostprijs incl. marge) voor de afland levering voor fritesaardappelen op zand op 19,0 cent/kg en op klei afland op 23,2 cent/kg. Het is wel goed om bij de hier berekende kostprijzen te betrekken dat de kosten voor beregenen niet zijn meegenomen.

Contractprijzen en Kostendekkende Teelt

De eerste signalen zijn dat de fritesindustrie de contractprijzen maar minimaal zal aanpassen. Uit de Contracttool van de POC valt af te leiden dat de gemiddelde contractprijs voor oogst 2024 in week 12 ongeveer 26,5 cent/kg is. De berekeningen van de WCA tonen aan dat dit voor veel telers niet voldoende is. Er zijn nog niet veel contractprijzen bekend, maar er zal t.o.v. oogst 2024 nog wel 2 tot 3 cent bij moeten om voor de teler een kostendekkende teelt te realiseren.

Verschil in Kostprijs tussen Fritesaardappelen en Tafelaardappelen

De WCA heeft vorig jaar ook gekeken naar het verschil in kostprijs tussen fritesaardappelen en tafelaardappelen. De conclusie was dat de kostprijs van tafelaardappelen bij gelijke opbrengst zeker 2,5 tot 3 cent/kg hoger is. Omdat opbrengsten en kwaliteitseisen nogal uiteen lopen is het voor tafelaardappelen zeker nodig om een kostprijs te berekenen voor de eigen situatie. In teeltjaar 2025 krijgen veel telers te maken met een stikstofkorting omdat ze in een zogeheten Nutriënten Verontreinigd Gebied zitten. Dit betekent dat daar de stikstofgift voor consumptieaardappelen 25% lager uitvalt dan in 2023. Dat dit gevolgen heeft voor de opbrengst mag duidelijk zijn, maar hoe dit precies uitpakt weten we nu nog niet. Daarom heeft de WCA besloten de gevolgen voor 2025 nu niet mee te nemen.

De KostprijsCalculator van de POC

De Producenten Organisatie Consumptieaardappelen (POC) heeft in samenwerking met LTO Nederland, de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV), Delphy, ABN Amro en boekhoudkantoren Flynth, Alfa en Countus de zogeheten KostprijsCalculator ontwikkeld. Volgens de POC nemen grote afnemers steeds meer tijd om contracten aan te bieden, terwijl ze traditioneel snel een vaste prijs vaststelden die voor iedereen gold. Hoewel de contractprijzen vorig jaar zijn gestegen, zijn deze volgens de organisatie nog steeds niet kostendekkend. ‘Zeker niet als we alle kosten en risico’s meerekenen.’ Toch blijven veel telers aardappelen telen, ziet de POC. ‘Dit komt door de langetermijninvesteringen die zijn gedaan en het optimisme dat het beter zal gaan. Om consumptieaardappeltelers bij dit laatste te ondersteunen, is de KostprijsCalculator ontwikkeld.

Betrokken zijn boekhoudkantoren Flynth, Alfa en Countus en de organisaties LTO Nederland, de NAV, Delphy en ABN Amro. ‘De tool helpt bij het maken van een accurate kostprijsberekening’, stelt de producentenorganisatie. Reden voor de ontwikkeling van de kostprijsberekeningstool is het feit dat de POC streeft naar een zogeheten ‘kostprijsplus’-model. Daarbij zijn een gezonde winstmarge en ruimte voor risico’s in de kostprijs inbegrepen. Maar het berekenen van een nauwkeurige kostprijs is volgens de POC ingewikkeld. ‘Vooral vanwege de vele variabelen in de akkerbouw en het delen van machines. Naast de introductie van de kostprijscalculator, meldt de producentenorganisatie ook dat de contracttool vernieuwd is. ‘Deze tool is onder meer bedoeld om telers meer controle te geven over het contractproces. Ten opzichte van teeltjaar 2022 stijgen de kosten voor de aardappelteelt opnieuw 10 procent. Vooral de stijgende energiekosten en de kosten voor dieselverbruik en de gewasbeschermingsmiddelen wegen zwaar door. POC wijst erop dat bij de berekening van de totale kosten beregening nog niet is meegenomen. De kosten zijn berekend op levering van de aardappelen in april. POC gaat uit van een netto-opbrengst van 47,5 ton per hectare, bewaarverliezen zijn daarin meegenomen. De reële opbrengstprijs met 15 procent marge voor de teler komt dan volgens de organisatie op 252 euro per ton.

Bestuurder Jacco de Graaf meldt dat POC met de berekening bewustwording wil creëren bij telers die hun kostprijs onvoldoende in beeld hebben. Kostprijsexperts van POC berekenden vorig jaar dat het break-evenpunt tussen tarwe en aardappelen lag bij een tarweprijs van 320 euro per ton. Uit een nieuwe berekening blijkt dat dit omslagpunt inmiddels ligt bij een tarweprijs van 300 euro per ton. Volgens de POC maakt de kostprijsberekening voor 2023 duidelijk dat er iets moet veranderen in de aardappelketen. De organisatie stelt dat een substantiële contractprijsverhoging nodig is om de aardappelteelt in de benen te houden.

Vaste en Variabele Kosten

Akkerbouwers hebben zowel vaste kosten (land, gebouwen, machines) als variabele kosten (arbeidskosten, zaad en pootgoed, gewasbeschermingsmiddelen, bemesting). Voor elk gewas is het mogelijk de zogenaamde kostprijs te berekenen. Er zijn voor verschillende gewassen voorbeeldberekeningen, maar de kostprijs van een product is per boer verschillend. De inkomsten van een akkerbouwer bestaan in de eerste plaats uit de verkoop van het geoogste product. Dat kan zijn via losse verkoop (ook wel vrije verkoop genoemd) of via contractteelt. Vaak zijn de prijzen die een boer krijgt voor zijn product lager dan de kostprijs, vooral voor granen en in veel jaren ook voor consumptieaardappelen. Dan lijdt hij dus verlies. De consument betaalt wel veel hogere prijzen, maar de marge (winst) die in de keten wordt genaakt komt niet bij de boer terecht.

Conclusie

De kostprijs van aardappelen berekenen is een complex proces dat rekening moet houden met verschillende factoren, waaronder teeltkosten, opbrengsten, en regionale verschillen. Organisaties zoals de WCA en POC spelen een cruciale rol in het verstrekken van accurate berekeningen en tools om telers te ondersteunen bij het maken van weloverwogen beslissingen.

labels: #Aardappel

Zie ook: