Brood is in onze windstreek het allerelementairste voedsel. Het staat elke dag op het menu, of je het lekker vindt of niet. Brood is als basisvoedsel zelfs zo onmisbaar geworden dat het als synoniem kan dienen van ‘voedsel’, ‘kost’: brood op de plank hebben en je brood verdienen hebben dezelfde betekenis als de kost verdienen.
Engelstaligen zeggen: to earn the bread, maar voor wie weleens uitgekeken is op dat eeuwige brood biedt de Engelse spijskaart een alternatief: to bring home the bacon. Het Franse equivalent maakt geen melding van brood en evenmin van bacon, maar laat vagelijk doorschemeren dat er een warme maaltijd genoten wordt: de Fransen laten de pot koken (faire bouiller la marmite).
Hoe belangrijk brood is voor onze dagelijkse voeding blijkt ook uit het grote aantal spreekwoorden en uitdrukkingen waarin het woord brood voorkomt. Een blik in Van Dale onder dit trefwoord laat zien dat er zeer veel brood in ons idioom zit.
Variaties op het Broodje
Ronde broodjes heten bollen, of, als er krenten in zijn verwerkt, krentenbollen. Ronde en van boven platte broodjes zijn kadetjes. Het deeg van een luxebroodje is voor het bakken ineengedraaid.
Er zijn diverse soorten:
- Het langwerpige koffiebroodje, waarin krenten en rozijnen zitten en dat met glazuur is bedekt.
- Het puntje, dat aan twee kanten in een punt eindigt.
- De botervlinder, van bladerdeeg.
- De croissant, het halvemaantje of halfmaantje, dat uit bladerdeeg is gebakken en de vorm van een halve maan heeft.
- Een pistolet is langwerpig en heeft in het midden een groef.
Er zijn ook broodjes met vlees: de hotdog, met een worstje ertussen, en de hamburger, belegd met warm gebraden gehakt en ui.
Brood in Spreekwoorden en Uitdrukkingen
Wiens brood men eet, diens woord men spreekt
Het spreekwoord constateert een broodnuchter feit: iemand kiest partij voor degene van wie hij afhankelijk is voor zijn levensonderhoud, ongeacht of dat moreel juist is. De Friezen zeggen het net iets mooier: men spreekt met de mond waarmee men het brood eet (men praat mei de mule, der't men brea mei yt). Het Franse spreekwoord laat het niet bij een constatering maar vindt blijkbaar ook dat het zo hóórt: lui louer devons de qui le pain mangeons, ‘wij moeten diegene prijzen wiens brood wij eten’. Maar Duitsers en Engelsen brengen het er nauwelijks beter af. Zij worden door hun afhankelijkheid van de broodheer getransformeerd in regelrechte variété-artiesten: de Duitsers zingen liedjes, de Engelsen maken dansjes. Wes Brot ich esse, dessen Lied ich singe. Who finds my bread and cheese, it's to nis tune I dance. Ook in het Hindoestaanse idioom wordt er door de loonslaven lustig op los gedanst. De Russen eten niemands brood, maar zitten op iemands wagen.
De een zijn dood is de ander zijn brood
Datgene waarmee de een zijn brood verdient, is soms de ondergang van de ander: de een zijn dood is de ander zijn brood (Duits: des einen Tod, des andern Brot). In het Engels is het de een zijn adem de ander zijn dood (one man's breath, another's death). Mooi voor die een, maar veel heeft hij daarmee nog niet. Nog geen brood, bijvoorbeeld. De woorden dood en brood rijmen in de Germaanse talen mooi, maar het Engels had daarnaast toch ook behoefte aan een andere tegenstelling: het vlees van de een is het gif van de ander (one man's meat is another man's poison). Jammer dat dit niet rijmt.
De allermooiste variatie op het thema ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’ komt uit hetzelfde Spanje. Wanneer een monnik sterft zeggen de anderen: een vijand minder en een portie meer (cuando un fraile se muere, dicen los demás: un enemigo menos, y una ración más).
Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien
Hoe alledaags brood ook is, toch kan het voorkomen dat je er gebrek aan hebt. Dan kun je kiezen: óf het wordt behelpen met iets heel eenvoudigs, óf je neemt iets dat juist veel lekkerder of luxueuzer is. Van dit laatste geval gewaagt het spreekwoord bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. De spreekwoorden hebben nu natuurlijk een ironische lading, maar vroeger was dat anders. De pasteikorst was niet bestemd om gegeten te worden en gold dus als een niet bepaald luxueuze vervanging voor brood. Het spreekwoord betekende dus: soms moet je je toevlucht nemen tot iets minders. Duitsers behelpen zich graag met koek: wenn man kein Brot hat, soll man Kuchen essen. De Franse keuken biedt nog meer van dit soort prettige alternatieven. Zo komt de merel in de plaats van de lijster: faute de grives on mange des merles, en is kip het luxueuze surrogaat voor kabeljauw: faute de morue, on mange du poulet.
Brood en kaas zijn
Beleg en brood vormen een bijna ontroerende twee-eenheid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Italiaanse uitdrukking brood en kaas zijn (essere come pane e cacio), oftewel dikke vrienden zijn, of, om ‘in het brood’ te blijven, dikke mik met elkaar zijn. De innige verbondenheid van brood en beleg wordt alleen geëvenaard door die van hand en handschoen: in het Engels bestaat een uitdrukking hand en handschoen zijn (to be hand and glove). Duitsers en Engelsen zijn, net als wij, dicke Freunde, thick friends.
Zoete broodjes bakken
Zoete broodjes bak je nadat je je eerst nogal scherp hebt uitgelaten over iets. Je hoopt de desbetreffende persoon alsnog mild te stemmen. De Friese broodjes zijn bij deze gelegenheid niet zoet, maar klein of zacht: lytse of sefte broadsjes bakke. In het Duits rasp je zoethout (Süßholz raspeln), of je deelt honingkoeken uit (Lebkuchen austeilen). Het hangt van de smaak van de begunstigde af welke lekkernij hem het gunstigst zal stemmen. Engelsen eten zelf, en wel humble pie.
Snacks en hun Bijzondere Namen
Dat we in Nederland niet vies zijn van een snackje op z’n tijd, bewijst het rijke arsenaal aan bewoordingen wel.
Hier zijn enkele opvallende voorbeelden:
| Snack | Beschrijving |
|---|---|
| Stoephoerenschotel | Een grote schaal friet met allerlei minisnacks erop. |
| Discodel | Een frikandel gevuld met mayo en besprenkeld met discodip. |
| Broodje schuurspons | Een broodje (ham)kaassoufflé, of een broodje Spee: een zacht bolletje met kaassoufflé, satésaus, chilisaus en uitjes. |
| Frietje Frans Bauer | Patat met babi pangang. |
| Frietje moeilijk | Een puntzak friet met de saus onderin de punt. 'Friet extra moeilijk' is patat met zuurvlees, curry, mayo en uitjes. |
| Trekkerband met stront | Een Mexicano Pindasaus. Op een broodje heet het een ‘Broodje schoenzool’; een Mexicano zonder pindasaus op een broodje. |
| Patat kapsalon | Friet bedekt met shoarma, afgetopt met kaas, even onder de grill, met salade, knoflooksaus en sambal. |
| Patatje rotzooi / Patatje troep | Patat met allerlei verschillende sausjes erop. |
| Beschuit stuiter met kleppenvet | Een gehaktbal met mayo. |
| Patatje kernoorlog / Patat revolutie / Patat ziekenhuis | Patat met mayo, curry, saté en ui. |
| Broodje geramde rat | Een broodje tartaar. Een ‘Bal met de pet op’ is een broodje bal met mayo. |
| Berenlul | Synoniem voor frikandel. Een frikandel met mayo heet “lange met zalf”, met satésaus “een lul met poep”, en een frikandel speciaal heet “open ruggetje”. |
En tenslotte, de gehaktstaaf, oftewel Picanto.
labels: #Brood




