Het Heilig Avondmaal is een van de twee sacramenten in de Protestantse Kerk, naast de Heilige Doop. Wereldwijd vieren christenen het Heilig Avondmaal, dat ook wel de Maaltijd van de Heer wordt genoemd. Voor veel gelovigen vormt het een cruciaal moment van gemeenschap met Christus en andere gelovigen. Zij komen samen rond de Tafel van de Heer en nuttigen brood en wijn. Door het vieren van dit sacrament ervaren zij Gods aanwezigheid en ontvangen zij Zijn genade.

De betekenis van ons liturgische avondmaal zou je ook kunnen bezien vanuit ‘de gewone, dagelijkse maaltijd’. Ze verschillen én ze lijken op elkaar. Ze beïnvloeden en kleuren elkaar. De vraag ‘Het avondmaal is een maaltijd, maar wat betekent dat?’, die de rode draad vormt in de bundel die we redigeerden, opent een breed scala aan perspectieven op het avondmaal én op de ‘gewone maaltijd’.

De term ‘avond-maal’ en de aanduiding ‘Maaltijd van de Heer’ wijzen er uit zichzelf al op dat het hier om een maaltijd gaat, al heb je er soms wat fantasie voor nodig om het avondmaal als maaltijd te zien. Zonder andere maaltijden zou je het vroege avondmaal niet kunnen begrijpen. Je moet weten wat een gewone maaltijd is om een bijzondere maaltijd te kunnen herkennen. In het vroege christendom leken de maaltijden om Christus mee te gedenken dus op andere maaltijden in de wereld van alledag. Maar: ze vielen er niet mee samen. Paulus maakt hier uitgebreid een punt van.

Het avondmaal lijkt op andere maaltijden, zeker, maar bij déze maaltijd gaat het om Christus, die zijn leven gaf voor anderen, die gekruisigd werd vanwege zijn trouw aan God en mensen en die van de doden verrees. Ook vandaag de dag kun je zo naar het avondmaal kijken: als ‘een bijzondere gewone maaltijd’. Het bijzondere ervan - de gedachtenis van Christus, de gemeenschap met mensen met wie je geloof deelt, de viering in verbondenheid met christenen wereldwijd - blijkt vooral als je ook gewoon het dagelijkse ontbijt kent (het ontbijt waarvoor je misschien ook bidt, maar dat toch anders is) en denkt aan allerlei andere momenten waarop je eet en drinkt: het avondmaal is hetzelfde en toch anders.

Wat is een sacrament?

Maar wat is eigenlijk het Heilig Avondmaal? Wat is een sacrament? Het woord sacrament is afgeleid van het Latijnse woord sacramentum, dat ‘heilig (geloofs)geheim’ betekent. De protestantse traditie kent twee sacramenten: de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal. Beide sacramenten worden verstaan als door Christus zelf ingesteld, en rechtstreeks terug te voeren op het Woord van God in de Bijbel.

In de nacht waarin Jezus Christus werd verraden en uitgeleverd vierde Hij met zijn discipelen (leerlingen) een Pesachmaaltijd, waarbij Hij hun brood en wijn gaf. De woorden die Hij daarbij sprak lezen wij in de Bijbel (1 Kor. 11:23-25; Matt. 26:26-28; Marc. 14:22-24; Luc. Christus heeft ons opgedragen het Heilig Avondmaal steeds opnieuw te vieren, tot Zijn gedachtenis (‘doet dit tot mijn gedachtenis’). Door het vieren van dit sacrament komen wij nader tot God, ervaren wij Zijn aanwezigheid in de gemeenschap van gelovigen en met alle Heiligen, en wij ontvangen Zijn genade. Het sacrament vormt een zichtbaar teken (symbool) en zegel (bevestiging) van Zijn genade.

Het Heilig Avondmaal is een bijzondere maaltijd, met een heel bijzondere betekenis en werking. Deze bijzondere betekenis blijkt al uit de benaming van dit sacrament: een heilig maal, een maaltijd van de Heer. Het is Christus zelf die ons uitnodigt om deel te nemen aan het maal aan Zijn tafel, in gemeenschap met Hem. God wil in en door het Heilig Avondmaal bij ons aanwezig zijn, in Zijn gemeenschap van gelovigen. Hoewel het Heilig Avondmaal aan ons wordt bediend, ontvangen wij brood en wijn rechtstreeks uit Zijn hand.

Jezus Christus heeft zijn leven gegeven, zijn lichaam en bloed. Wanneer wij het Heilig Avondmaal vieren, brood en wijn eten en drinken als Zijn offer voor ons gegeven in lichaam en bloed, gedenken wij dat Hij heeft geleefd, geleden en is gestorven tot vergeving van al wat ons van God scheidt: onze zonden. Maar wij gedenken en vieren ook dat Hij is opgestaan uit de dood. Het is Christus zelf, de levende God, die wij door het Heilig Avondmaal als gave ontvangen. God wil bij ons zijn, onder ons mensen.

Het vieren van het Heilig Avondmaal vormt een bijzonder moment waarop eenieder die eraan deelneemt individueel nader komt tot God, maar waardoor wij als mensen ook nader komen tot elkaar. Wij worden op een nieuwe manier één in Zijn gemeenschap, als broeders en zusters in het lichaam van Christus. Door het vieren van het Heilig Avondmaal krijgen wij ook een voorproef op het Koninkrijk van God, dat Jezus Christus heeft verkondigd. Wij proeven in de bijzondere tekenen van brood en wijn het Koninkrijk van God, en zien hoopvol uit naar Zijn wederkomst.

Door het vieren van het sacrament ervaren wij een voorproef op de komende vrede, gerechtigheid en liefde in Zijn rijk. Onze relatie tot God, maar ook onze relaties tot elkaar worden door het vieren van het Heilig Avondmaal in gemeenschap met Christus hernieuwd. Hij maakt ons vrij van alle kwaad en geeft ons nieuw leven. Door de goede gaven van God te ontvangen en te delen worden wij één in Christus, waarbij alles wat ons van God en van elkaar scheidt, wat ons verdeelt en vervreemdt wegvalt.

Hoe wordt het Heilig Avondmaal gevierd?

Gemeenten die behoren tot de Protestantse Kerk vieren het sacrament van het Heilig Avondmaal ten minste viermaal per jaar, maar veel gemeenten vieren het vaker. Het Heilig Avondmaal wordt gevierd in de eredienst op zondagen en veelal tijdens hoogtijdagen (feestdagen). Voor het vieren van het Heilig Avondmaal wordt de avondmaalstafel (in de Lutherse traditie ook wel altaar of altaartafel genoemd) gedekt als de Tafel van de Heer met brood en wijn.

De voorganger (predikant) citeert bij het breken van het brood en het gieten van de wijn de zogenaamde instellingswoorden. Dat zijn de woorden die Jezus uitsprak tijdens het Laatste Avondmaal. Daarbij spreekt de voorganger bij het reiken van de gaven aan de gemeenteleden de passende uitdelingswoorden, waarbij hij of zij veelal wordt geholpen door ambtsdragers. Iedereen die zich geroepen weet door de persoonlijke uitnodiging van Christus tot deelname aan het sacrament van het Heilig Avondmaal ontvangt de tekenen van brood en wijn.

Er zijn verschillende liturgische vormen waarmee de gemeenten die behoren tot de Protestantse Kerk het Heilig Avondmaal bedienen. In een deel van de gemeenten komen de gemeenteleden naar voren naar de avondmaalstafel om het Heilig Avondmaal te ontvangen. In andere gemeenten wordt het Heilig Avondmaal aan gemeenteleden op hun eigen plaats in de kerk bediend, waarbij brood en wijn worden doorgegeven door de banken- of stoelenrijen.

In sommige gemeenten mogen alleen belijdende leden deelnemen, terwijl andere gemeenten iedereen uitnodigen die zich door Christus geroepen voelt. Voor gemeenten die zich verbonden weten met de hervormde en gereformeerde tradities vormt het afleggen van de openbare geloofsbelijdenis vaak een voorwaarde om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal. Deze gemeenten laten alleen belijdende gemeenteleden toe tot het sacrament. Andere gemeenten laten ook doopleden toe die (nog) geen openbare belijdenis van het geloof hebben afgelegd. Volgens deze tradities worden gemeenteleden enkel door de doop (en het afleggen van de openbare geloofsbelijdenis) opgenomen in Zijn gemeenschap.

Ten slotte zijn er ook gemeenten die onvoorwaardelijk iedereen die zich door Christus geroepen weet toelaten tot het sacrament van het Heilig Avondmaal. Dit betreft voornamelijk de gemeenten die zich verbonden weten met de lutherse traditie. Deze traditie stelt dat de kerk als gemeenschap ontstaat als antwoord op Christus’ uitnodiging in Woord en Sacrament.

De Betekenis van de Maaltijd in de Bijbel

In het kerkelijk spraakgebruik en de geloofspraktijk denken we bij ‘maaltijd’ aan het heilig avondmaal, ook wel genoemd de eucharistie of de maaltijd van de Heer. Deelnemen aan een maaltijd is een ont-moetingsgebeuren. Als symbool is de maaltijd een beeld van het heil van Gods Koninkrijk. In de antieke wereld zijn het gewone leven en de godsdienstige, sacrale sfeer met elkaar verbonden. In onze cultuur is die band zo goed als verloren gegaan. Wat gebleven is, is het sociale aspect. De maaltijd geldt nog altijd als een plek van ontmoeting en gastvrijheid.

Het meest voorkomende woord voor maaltijd in Nieuwe Testament is deipnon, dat doorgaans de hoofdmaaltijd aangeeft, die aan het begin van de avond gehouden werd (vgl. Luc. 14:12, waar het staat naast ariston, dat een maaltijd eerder op de dag aangeeft). Daarnaast wordt een maaltijd ook aangeduid met het woord ‘het breken van het brood’ (klasis tou artou), namelijk de handeling die de vader of de gastheer verrichtte aan het begin van een maaltijd.

Naast de dagelijks terugkerende maaltijden waren er in het leven van een Israëliet tal van bijzondere momenten die gepaard gingen met een maaltijd, zoals het sluiten van een huwelijk (Gen. 29:22), het moment waarop een moeder ophield haar kind borstvoeding te geven (1 Sam. 2:23), de ontvangst van gasten (Gen. 18:5). Maaltijden verstevigden de onderlinge band (Gen. 43:32) en waren een uitdrukking van vriendschap. Bij het sluiten van een verbond of een verdrag speelde een maaltijd dan ook een belangrijke rol. Niet alleen bij verdragen die tussen mensen gesloten werden (Gen. 26:30), maar ook als het gaat om het verbond tussen de Here en zijn volk Israël.

Bij de ver-bondssluiting op de Sinaï (Ex. 24) werd de band tussen God en zijn volk bezegeld met een offerplechtigheid. Zij aanschouwen God, die zich openbaart als Koning op zijn troon (Ex. 24:10). De ervaring van Gods presentie is niet dodelijk (24:11). De Here is als gastheer present (vgl. Ps. 23:5).

In het Oude Testament wordt ook een relatie gelegd tussen de offercultus en de gemeenschappelijke maaltijd. De offermaaltijd vormt een uitdrukking van de afhankelijkheid van de Here, van zijn aanwezigheid en van de zegen waarin men deelt. Omdat men verkeert in de tegenwoordigheid van God, de gastheer, dienen de deelnemers zich te heiligen, dat wil zeggen zich ritueel te reinigen (1 Sam.

De Pesachmaaltijd

Een bijzonder karakter droeg de pèsach-maal-tijd op de veertiende Nisan volgens de joodsekalender. De maaltijd die de Israëlieten in Egypte vierden aan de vooravond van de uittocht (Ex. 12:1-28) leidde tot de instelling van dit jaarlijkse feest (Ex. 12:43-51) ter gedachtenis aan de verlossende daden van God in de bevrijding van zijn volk uit de slavernij. Het feest in de nacht staat tegen de achtergrond van het met de dood bedreigde leven. Israël mag het niet vieren in gezapige rust, maar als een volk dat klaarstaat om op Gods bevel uit te trekken (Ex. 12:11).

De Babylonische ballingschap leidde tot een heroriëntatie waarbij de profeet wiens stem we horen in Jesaja 40-55 de hoop van het volk richtte op een nieuwe uittocht, de bevrijding uit de ballingschap. De viering van het Pascha kreeg in de daaropvolgende eeuwen ook een nieuwe, eschatologische dimensie, in die zin dat de herinnering aan de uittocht in het verleden fungeerde als een bron van hoop en uitzicht op het komende rijk van Gods heerschappij.

Jezus en de Maaltijd

Tot de omgang van Jezus met de mensen uit zijn tijd behoort het gegeven dat Hij regelmatig te gast was aan een maaltijd. Lucas heeft de berichten hierover op eigen wijze vorm gegeven. Zo’n symposium bestond niet alleen uit de beschrijving van een maaltijd, maar ook uit de vermelding van de tafelgesprekken en discussies over omstreden kwesties (vgl. bijv. Luc. 5:27-39; 15:1-32). We zien in de evangeliën Jezus als gast aanwezig in het huis van farizeeërs (Luc. 7:36; 11:37; 14:1), maar vooral gebruikte hij de maaltijd met als collaborateurs beschouwde belastingpachters en met zondaars, mensen die naar het oordeel van de wetsgetrouwe joden onrein waren en slecht gezelschap vormden (Luc. 5:30; 15:2).

Een bijzonder teken van Gods koningsheerschappij vormt ook de maaltijd waarbij Jezus zich openbaart als de gastheer voor de schare. Alle evangelisten maken melding van de spijziging van de vijfduizend (o.a. Mar. 6:3244; Joh. 6:1-15). Jezus is de Herder die bekommerd is om het welzijn van de schapen (Mar. 6:34). Daarom gaat de broodvraag Hem ter harte. Hij is de Messias die in dit gebeuren iets laat oplichten van het visoen van Jesaja 25 als teken dat de heilstijd in zijn komst en werk begonnen is.

Vlak voor zijn lijden en sterven vierde Jezus met zijn leerlingen het pascha (Luc. 22:15-16). Tijdens deze maaltijd heeft Jezus de woorden gesproken die bekendstaan als de instellingswoorden van het avondmaal (o.a. Mat. 26:1729). Omdat Jezus zich niet bij alle momenten in de paasmaal-tijd aansloot, is het avondmaal dan ook niet te zien als een christelijke vorm van het Pascha.

In de nacht, waarin de menselijke boosheid het hevigst tot uiting komt, stelt Jezus een teken van zijn alles te boven gaande liefde en trouw jegens zijn gemeente. Brood en wijn worden betrokken op het lichaam en bloed, dat wil zeggen: op de zelfovergave van Jezus in zijn kruisdood ten behoeve van en in de plaats van de zijnen. De viering van de maaltijd is betrokken op het heilsgebeuren van Jezus’ lijden en sterven tot verzoening van onze zonden. Dit heil wordt in het woord over de beker getekend als de gave van het nieuwe verbond waar de profeten Jeremia (31:31-34) en Ezechiël (16:59-60) van gesproken hadden.

Bij de instelling roept Jezus zijn leerlingen op: ‘Doet dit tot mijn gedachtenis’ (Luc. 22:19; vgl. 1 Kor. 11:24). Dit gedenken is gericht op wat eens en vooral in het verleden geschied is met het oog op het heden en de toekomst. In het gedenken verlaten we ons op wat Christus - ons ten goede - gedaan heeft. Paulus spreekt over de verkondiging van de dood van de Heer, dat wil zeggen de opgestane Christus, totdat Hij komt (1 Kor. 11:26). Daarom klinkt bij de viering van deze maaltijd de roep ‘Maranata’ in de dubbele betekenis: a. Onze Heer komt; b. Kom, Heer (1 Kor.

Het avondmaal is niet alleen betrokken op de viering van de verzoening met God en op de verwachting. Het is ook de maaltijd van de gemeenschap met Christus en met elkaar. In 1 Korintiërs 10:16 schrijft Paulus: ‘Is niet de beker der dankzegging, waarover wij de dankzegging uitspreken, de gemeenschap aan het bloed van Christus? Is niet het brooddat wij breken, een gemeenschap met het lichaam van Christus?’

Paulus maakt in dit hoofdstuk een tegenstelling tussen de maaltijd van de Heer en de cultische maaltijden onder de heidenen, mogelijk een soort gilde-maaltijden (1 Kor. 10:14-22). In de gemeente van Korinte waren er blijkbaar mensen die van mening waren aan beide maaltijden met een gerust hart te kunnen deelnemen. De verbondenheid met Christus impliceert ook de verbondenheid met elkaar. Haast ongemerkt gaat de apostel over van het voor ons in de dood overgegeven lichaam van Christus naar de gemeente als zijn lichaam.

Hoe zwaar dit gemeentelijk en gemeenschappelijk aspect van het avondmaal voor de apostel weegt, blijkt uit 1 Korintiërs 11:17-34. Er komen misstanden in de gemeente voor tijdens de samenkomsten, waarbij de gezamenlijke maaltijd placht uit te lopen op een avondmaalsviering. Paulus noemt dat een op onwaardige -want liefdeloze - wijze eten van het brood en drinken van de beker en roept de gemeenteleden op tot zelfbeproeving (1 Kor. 11:27-29).

Je kunt niet tegelijk de verbondenheid met Christus begeren en ondertussen je broeders en zusters verwaarlozen. Mensen leven niet op zichzelf en voor zichzelf, maar vormen samen een gemeente. De maaltijd met zijn aspecten van vriendschap, gastvrijheid en verbondenheid geeft daar uitdrukking aan. We moeten het verticale aspect - de verbondenheid met God - en het horizontale - de gerichtheid op de naaste -bijeenhouden.

Brood en Wijn in het Oude Testament

Er is in het Oude Testament ook al een gebeurtenis waarbij het gaat om brood en wijn. Genesis 4: 18-20. En Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste en sprak een zegen over Abram uit: ‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde.

Andere teksten uit het Oude Testament over brood en wijn:

  • Deuteronomium 29:4-5.
  • Ruth 2:14.
  • Psalm 104:14-15.
  • Spreuken 4:17.
  • Spreuken 9:5.
  • Prediker 9:7.
  • Klaagliederen 2:12.

De instelling van de Pesachmaaltijd

Op de dag voor de bevrijding van het volk Israël uit Egypte stelde God de Pesachmaaltijd in. Het is te lezen in het boek Exodus. Exodus 12:2-10. Zeg tegen de hele gemeenschap van Israël: “Op de tiende van deze maand moet elke familie een lam of een bokje uitkiezen, elk gezin één. Gezinnen die te klein zijn om een heel dier te eten, nemen er samen met hun naaste buren een, rekening houdend met het aantal personen en met wat ieder nodig heeft. Het mag het jong van een schaap zijn of het jong van een geit, als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder enig gebrek. Houd dat apart tot de veertiende van deze maand; die dag moet de voltallige gemeenschap van Israël de dieren in de avondschemer slachten.

Het bloed moeten jullie bij elk huis waarin een dier gegeten wordt, aan de beide deurposten en aan de bovendorpel strijken. Rooster het vlees en eet het nog diezelfde nacht, met ongedesemd brood en bittere kruiden. Het dier mag niet halfgaar of gekookt worden gegeten, maar uitsluitend geroosterd, en in zijn geheel: met kop, poten en ingewanden. Zorg dat er de volgende morgen niets meer van over is.

Teksten in het Nieuwe Testament over de Maaltijd

In zes tekstgedeelten in het Nieuwe Testament komt de instelling van de maaltijd van de Heer voor. In alle vier de boeken van de evangelisten en in twee hoofdstukken van de eerste brief van Paulus aan de gemeente van Korinthe. De ene tekst benadrukt een ander onderdeel of heeft een aanvulling t.o.v. een andere tekst van de maaltijd.

  • Matteüs 26: 17-29
  • Marcus 14:17-25
  • Lucas 22:14-23
  • Johannes 13:21-30
  • 1 Korintiërs 10:14-22
  • 1 Korintiërs 11:23-29

Naamgeving van de Maaltijd

In de evangeliën en in de brief van Paulus staan drie uitdrukkingen voor wat in de kerk de Eucharistieviering, het Avondmaal of het Heilig Avondmaal wordt genoemd. Het begrip brood en wijn komt eenmaal voor, namelijk in het boek Genesis. Het woord pascha komt 29 keer voor in 27 verzen. Het woord deipneō komt vier keer voor. De uitdrukking ‘de tafel van de HEER’ komt eenmaal voor namelijk in de brief 1 Korintiërs 10:21. De uitdrukking ‘de maaltijd van de Heer’ komt ook eenmaal iets verder in deze brief namelijk in 1 Korintiërs 11:20.

Een aantal keren wordt ook het woord ‘aanliggen’ gebruikt. Men zat niet op stoelen, maar men lag op kleden of lage banken. Dat was de manier waarop men dat toen deed.

Wat zou de beste uitdrukking zijn? Voor deze studie is als naam ‘de maaltijd van de Heer’ gekozen. De tafel van de Heer is ook mooi. Of ‘brood en wijn’. De maaltijd gebruiken is een te algemene uitdrukking en de naam het Pesachmaal past niet bij onze manier van de maaltijd houden.

Het is bij het volk Israël gebruikelijk om te danken voor het eten en daarna voor het drinken. Dat gebeurt in de kerk ook bij het avondmaal. Eerst voor het brood, “dat wij dankzeggende zegenen” en daarna voor de wijn. De joden danken voor de maaltijd. Zover ik weet sluiten ze de maaltijd niet af met een gebed.

Het brood dat men eet wijst op het lichaam van Jezus. De wijn wijst op het bloed van Jezus. Het eten van mijn vlees en het drinken van mijn bloed zijn uitdrukkingen van Jezus, zie het hoofdstuk over Johannes 4 en 6. Het gaat er om dat je als persoon je vereenzelvigt met Jezus.

Slotgedachte

Het avondmaal is een bijzondere maaltijd met een bijzondere betekenis: een ‘heilig’ avondmaal. Deze bijzondere betekenis wordt helder aangeduid in één van de vroegste benamingen: ‘Maaltijd van de Heer’ (1 Korintiërs 11: 20). Wie aan de Maaltijd van de Heer deelneemt, gaat aan tafel bij Jezus Christus, de Levende die in zijn gemeente aanwezig is. In het breken en ontvangen van het brood herkent de christelijke gemeente de bijzondere aanwezigheid van de Opgestane, net zoals de Emmaüsgangers dat deden kort na Pasen (Lucas 24: 30-31).

Telkens wanneer wij als gemeente de Maaltijd vieren, ontvangen wij brood en wijn uit de hand van de opgestane Heer. Tegelijk gedenkt de gemeente in de Maaltijd van de Heer hoe Jezus Christus op aarde heeft geleefd en hoe Hij zijn leven heeft gegeven voor ons. Telkens wanneer wij als gemeente de Maaltijd vieren, gedenken wij Jezus’ leven en dood door brood en wijn te ontvangen als zijn lichaam en bloed. In het ontvangen van brood en wijn nemen wij Jezus Christus zelf aan, die voor ons heeft geleefd en die voor ons is gestorven.

In de Maaltijd van de Heer verwacht de gemeente het koninkrijk van God dat Jezus Christus heeft verkondigd. Paulus wijst ook op die toekomst, wanneer hij zegt dat wij de maaltijd van de Heer vieren ‘totdat Hij komt’ (1 Korintiërs 11:26). Het komende koninkrijk van God wordt in de bijbel voorgesteld als een maaltijd. Wanneer wij als gelovigen de Maaltijd van de Heer vieren, verbindt de Heilige Geest ons leven met Jezus Christus, die is gestorven, die leeft en die komt.

In deze gemeenschap met Jezus Christus worden onze relaties met God, met elkaar en met de mensen en schepselen om ons heen tot in de wortel vernieuwd. Door de genade van de Vader maakt onze vervreemding van God plaats voor een nieuwe overgave aan Hem in vertrouwen en gehoorzaamheid. Door de verlichting van de Geest herkennen en aanvaarden wij onze tafelgenoten als broeders en zusters zonder op hun maatschappelijke positie te letten.

labels:

Zie ook: