Mensen moeten eten, zoals alle schepselen, maar typisch voor mensen is dat zij samen eten. De maaltijd gaat gepaard met communicatie, delen van je lotgevallen en ervaringen.

Aan tafel ontstaat gemeenschap: je wordt uitgenodigd voor een feest of een ontmoeting met vrienden of bekenden, familie. Verzameld rond de eettafel lachen en huilen wij met onze naasten, en niet zelden neemt het feestmaal een dramatische wending.

Er zijn veel films waarin maaltijden een grote rol spelen. In Het feest van Babette slaagt een Française erin stijve Denen tot soepele vreugde-uitingen te brengen. Als de monniken van Thibirine besluiten om te blijven waar ze zijn, wordt er met bescheiden middelen een feestmaal gehouden (Des Hommes et des Dieux). In Festen wordt de onwaarachtigheid van een feestmaal onthuld door een van de kinderen, die de incestpraktijken van vader openbaart.

Soms worden maaltijden zo belangrijk, dat ze een religieus karakter krijgen. De HEER van de hemelse machten richt voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen. Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.

Voor altijd doet hij de dood teniet. God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg - de HEER heeft gesproken. Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: hij zou ons redden. Hij is de HEER, hij was onze hoop.

Het Joodse Pesachmaal heeft een vergelijkbare diepgang. Het ritueel wordt tot op de dag van vandaag herhaald, en men viert het echt als een huisfeest: een grappige anekdote, een stukje Bijbel, een gebed voor we het volgende gerecht nemen dat telkens een symbolische betekenis heeft. Kernachtig zijn woorden als bevrijding, de dood teniet doen, tranen wissen van gezichten en redding ervaren.

De Laatste Maaltijd en het Avondmaal

Zou de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen niet de beroemdste maaltijd zijn uit de geschiedenis? Je mag je dat net zo voorstellen: een anekdote (“Weet je nog toen we met die weduwe stonden te praten in Naïn?”), een stukje Bijbel (“Toen Israël uit Egypte trok…”), een gebed bij het brood, en een bij de beker.

Praten over bevrijding, de dood teniet doen, tranen van gezichten wissen. Op leven en dood werd gedronken, gepraat en werd verbijstering ervaren. Over Jezus, die daar zo soeverein tussen stond. Die dat volhield tot aan zijn kruisdood.

Wat voel je wanneer je avondmaal viert, voel je blijdschap of verdriet? Wat wil je voelen, wat zou je moeten voelen? Ik kan me voorstellen dat je verwarrende, dubbele gevoelens hebt bij het avondmaal. We vieren de dood van Jezus - dat klinkt heel verkeerd. Toch doen we dat.

Een van de avondmaalsgebeden zegt: ‘dankbaar gedenken we aan dit avondmaal de bittere dood van uw geliefde Zoon’. En in de opwekking: ‘Neem blij en eensgezind deel aan de maaltijd van uw Heer’. En ergens in het onderwijzende gedeelte staat: ‘Met blijdschap maken we bekend dat zijn dood ons het leven schenkt’.

Moet je nou blij zijn of verdrietig wanneer je avondmaal viert? Ik heb het idee dat veel mensen dit lastig vinden. Een andere vraag is, wat doe je nou precies bij het avondmaal? Je eet, je drinkt, je gedenkt en gelooft. Maar wat gebeurt er met je? En wat doe je zelf?

In vers 18 zegt Jezus: vanaf nu zal ik geen wijn meer drinken tot het koninkrijk van God gekomen is. Pal daarvoor heeft Hij een beker met wijn gepakt en tegen de leerlingen gezegd: ‘neem deze beker en geef hem aan elkaar door’. Jezus drinkt deze avond geen wijn. Waarom? Om zich voor te bereiden op zijn lijden.

Wijn is een feestdrank. Maar Jezus gaat lijden. Dat weet Hij. Vers 15: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt.’ In het licht van zijn naderend lijden drinkt Jezus geen wijn. Misschien ook omdat Jezus het lijden nuchter wil ondergaan.

Het plaatje is dus dit: feestende leerlingen en Jezus die zich onthoudt. Dat Jezus gaat lijden en sterven is nog niet tot ze doorgedrongen. In die zin klopt het plaatje, want het bittere lijden van Jezus wordt hun vreugde. In alle onschuld vieren de leerlingen de dood van Jezus. Niet omdat ze blij zijn dat Hij gaat sterven (zo vier je de dood van een vijand), nee de discipelen vieren de dood van Jezus omdat Jezus het zo geregeld heeft.

Jezus verbindt zijn lot aan de gebeurtenissen van dat moment. Dat betekent dat Jezus zich persoonlijk voor de komst van Gods rijk gaat inzetten. Dat gaat Hij doen door te lijden. Want door te lijden wordt het pesach vervuld. Dat is de tweede sterke uitspraak van Jezus, vers 16: ‘Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God’.

Vers 16 en 18 samen laten zien hoe het zit: Jezus onthoudt zich van wijn (vers 18) omdat door zijn lijden het pesach wordt vervuld (vers 16). Jezus maakt duidelijk dat door zijn lijden de vreugdevolle vervulling van het pesach nu werkelijkheid gaat worden.

De Vervulling van Pesach

Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen. Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn. God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg - de HEER heeft gesproken. Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: hij zou ons redden. Hij is de HEER, hij was onze hoop.

We hebben gelezen over de instelling van het pesach in Exodus 12. Het was het feest van de haastige uittocht uit Egypte, bevrijding van jarenlange slavernij. Het was het feest van op weg gaan naar het beloofde land. Het was het feest van de doodsengel die de deur van de Israëlieten voorbij ging (waarschijnlijk heeft het woord pesach te maken met ‘overslaan’).

De deuren waarbij bloed aan de deurpost zat sloeg de doodsengel over. De eerstgeborenen van de Israëlieten bleven leven, maar de eerstgeborenen van de Egyptenaren gingen dood. Het verlies van de eerstgeborenen betekende dat het land zijn toekomst en trots kwijt was.

Jezus zegt immers: Ik eet geen pesachmaal meer voordat het vervuld is in het koninkrijk van God. Denk aan het volgende. De eerstgeborenen die gered werden door het bloed aan de deurpost zijn later toch gestorven. Nadat de Israëlieten bevrijd waren uit Egypte kwam toch de Farao nog achter ze aan. Het beloofde land, waar ze pas na veel omzwervingen aankwamen, bleek niet voor eeuwig: vanwege hun zonden werden ze in de tijd van de ballingschap eruit weggevoerd.

De schitterende wereld van Jesaja 25 wordt ook beschreven in het boek Openbaring. In hoofdstuk 19:9 gaat het ook over een maaltijd: ‘Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd’ (zie ook 3:20). Jezus benoemt het ook in Lucas 22:30, tegen zijn leerlingen zegt Hij: ‘jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel’.

Het pesach is pas vervuld als Gods koninkrijk op aarde is gekomen. Jezus kijkt aan de maaltijd met zijn leerlingen ver vooruit. Tegelijk doet Hij dat vanuit wat op het punt staat te gebeuren. Want zijn nabije toekomst en de verre toekomst hebben met elkaar te maken, zijn aan elkaar verbonden: het is door zijn lijden dat het pesach eens zijn vervulling zal krijgen.

Daarom is het avondmaal vreugdevol voor ons, maar verdrietig voor Jezus. Wij zijn blij met zijn bittere dood. Waarom laat God ons weten dat zijn vreugdevolle wereld er alleen komt door de pijn en het verdriet van Jezus? Om ons klein te maken en zichzelf groot zodat wij onze vreugde vinden in Hem.

Concreet, laat de blijdschap overheersen in je leven. Vier het avondmaal in blijdschap. Bedenk dat de vreugde in wat God doet altijd groter is dan vreugde in wat we zelf doen. Probeer dat te ontdekken en te ervaren.

Lied 762: Een Uitbundige Vertolking

In de profetie van Jesaja wordt gesproken over het feestmaal voor alle volkeren, een feestmaal van uitgelezen gerechten en belegen wijnen, waar de sluier wordt weggenomen waarmee de volkeren omhuld zijn. Aan de basis van dit lied ligt Jesaja 25,6-8, de profetie over het feestmaal dat de Heer aan zal richten op zijn berg. De feestgangers zijn ‘de volken’.

De strofen 1 en 2 gaan over de maaltijd zelf (Jesaja 25,6). Over het wegnemen van de sluier waarmee de volken zijn bedekt (Jesaja 25,7) gaan de strofen 3 en 4. In strofe 4 ‘treden’ we zelfs ‘aan het ontoegankelijk licht’. De strofen 5 en 6 zijn een uitwerking van Jesaja 25,8 en gaan over de vernietiging van de dood, het afwissen van de tranen van alle gezichten en het wegnemen van de smaad van Israël.

‘Maar wij die dit zingen zijn ons bewust van de afstand die ons van huis uit van die ‘berg der verheerlijking’ scheidt’ (Compendium, k. 198). Na het feest, het mystieke licht, de onvoorstelbare vreugde komt er nog een strofe. Zal het zo gaan?

Dit lied is ook zeer geschikt om bij de Tafeldienst gezongen te worden. Het verwijdt dan de horizon, het helpt de Tafelgenoten zich bewust te worden van de wereldlijke diaconale implicaties, die de liturgie eigen zijn’ (Compendium, k. 198).

Maaltijden in de Bijbel: Een Overvloed aan Voorbeelden

Is het je wel eens opgevallen hoe belangrijk maaltijden, voedsel, vruchten, aan tafel zitten en samen eten in de bijbel zijn? De bijbel is er vol van. De eerste aanwijzing die God de mensen geeft, gaat over eten: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven’ (Genesis 2:16-17).

Je kunt de Bijbelse hoofdlijn zelfs in beeld brengen door te vertellen over vier maaltijden. Eerst is er een uitnodigend menu (de schepping): de door God geschapen wereld in het paradijs, de bomen met de vruchten om te eten. Dan is er de stiekem gestolen snack (de zondeval): de mensen eten toch van de ene verboden boom. Vervolgens is er de maaltijd van de Heer (de verlossing): samen aan tafel eten als daad van verzoening, samen het genademaal vieren.

Jezus is op zijn best aan een tafel. Iemand heeft de kern van het evangelie eens zo samengevat: ‘Jezus die aan tafel geniet van het goede leven samen met slechte mensen’. Want de tafel kan niet zonder eten en drinken, maar evenmin zonder mensen die aan tafel zitten. De verkeerde mensen. Jezus at met tollenaars en zondaars. Niet voor niets is de maaltijd een van de belangrijke beelden voor het koninkrijk van God op aarde zoals in de hemel. Want het koninkrijk van God is een feestmaaltijd, een geest van genade en goedheid, een feest van vreugde en vrede.

Israël en de Volkeren: Een Gezamenlijke Toekomst

Onopgeefbaar verbonden: kerk en Israël hebben een gezamenlijk verleden maar, blijkens de profetieën die aan Israël gegeven zijn, ook een gezamenlijke toekomst. God reikt door Jesaja een visioen aan, waarin Jeruzalem (eindelijk) echt een stad van vrede is, waarin de volken samenkomen. Wij geloven dat dat onder de vlag van de Messias zal gebeuren (Jesaja 11:10).

Profetische kritiek: de gezamenlijke maaltijd kan pas plaatsvinden als aan enkele voorwaarden is voldaan. Eén daarvan is dat de (rouw)sluier waarmee de volken omhuld zijn, vernietigd wordt. Het wegnemen van de sluier is bevrijdend. Maar de sluier zelf wijst op oordeel.

De andere voorwaarde is dat de smaad van Israël wordt weggenomen. De slechte naam werd in Jesaja’s tijd veroorzaakt door de koning, die door de profeet verantwoordelijk werd gehouden voor het bestaande onrecht: ook nu roept het handelen van de Israëlische regering afschuw op bij vijanden én vrienden.

Spagaat: het ongemak dat wij voelen bij de huidige situatie in en rondom Israël, is niet nieuw. De tekst is daarover duidelijk: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: Hij zou ons redden’ (25:9). Alleen God kan (en zal) ons bevrijden uit onze kramp.

Zorg voor een positief einde, met Jesaja: te midden van alle verwoesting en destructie klinkt een hoopvol woord. Ééns zullen we met elkaar aan tafel gaan: ‘Ja, de God van Israël, maar niet zonder alle volken.

Liederen die Verlangen naar de Nieuwe Wereld Uitdrukken

De prikkelende vraag welk lied je zou willen meenemen naar de nieuwe wereld kun je natuurlijk ook omdraaien: welke liederen nemen jou mee in de richting van het hemelse Koninkrijk, het nieuwe Jeruzalem, het paradijs, de nieuwe aarde, de eeuwigheid?

Je merkt in zo’n lied dat je de roep om een nieuwe wereld door de hele Bijbel heen tegenkomt. Het zit in de verhalen, je hoort het in de liederen en je krijgt het voor ogen in de visionaire beelden van profeten en apostelen. Heel veel in de Bijbel - misschien wel alles - heeft op één of andere manier te maken met die grote zomer die komt.

Dat betekent ook dat je in veel liederen van de christelijke gemeente toespelingen vindt op het nieuwe waarop zo gehoopt wordt. Niet zelden in een laatste regel van een lied, waarin nog even verder wordt gekeken dan het hier en nu.

Zo schreef Willem Barnard zijn ‘Laat komen Heer, uw rijk’, met als slotcouplet: ‘De nacht is als een graf, ontij heerst in het rond. Kom van de hemel af, o Ster van Gods verbond.’ En het avondmaal is altijd gevierd met de bede ‘Kom, Jezus, kom’ (LB 407a). Zo heeft de kerk vanuit het hier en nu het verlangen bezongen naar een wereld die komt.

Met Jezus voor ogen betekent Jesaja bijvoorbeeld veel: ‘De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan… En Hij, het leven-zelf, verslindt de dood’ (LB 762, LvdK 27 - Jesaja 25) en ‘De steppe zal bloeien’ (LB 608 - Jesaja 35). Dat is de grote zomer vanuit profetisch perspectief!

De Gelijkenis van het Koninklijk Bruiloftsmaal

De gelijkenis die we vanmorgen hebben gelezen is de laatste in een serie van drie. In de gelijkenis van de wijngaard werd het lied van Jesaja over Gods wijngaard uitgelegd en de gelijkenis over het bruiloftsmaal moet begrepen worden tegen de achtergrond van Jesaja lied over de Heer, die op zijn berg een maaltijd aanricht.

Beide gelijkenissen gaan over hetzelfde: over de verhouding tussen Israël en de volkeren. Het gaat over degenen die als eerste de wijngaard in beheer hebben gekregen en over degenen die als eerste tot de bruiloft zijn geroepen. En daarmee zijn het ook gevaarlijke gelijkenissen, want als je ze niet leest tegen de achtergrond van Jesaja, zou je deze gelijkenissen zomaar kunnen lezen als verhalen over de verwerping van het volk Israël.

Het koninkrijk der hemelen, Mattheüs is de enige evangelist die die uitdrukking gebruikt, al is er geen reden om aan te nemen, dat hij er iets anders mee bedoelt dan de anderen als die het hebben over “het koninkrijk van God”. Het koninkrijk der hemelen, dat is de wereld zoals die vanuit de hemel gedacht is. Waar Gods wil op aarde wordt gedaan “zoals ook in de hemel”. Het is de wereld als bij het feestmaal van Jesaja, waar de dood voor eeuwig vernietigd is en God zelf de tranen van alle gezichten heeft gewist en de smaad van zijn volk is weggenomen.

God zelf is de koning en Israël is de zoon. God heeft een bruiloft in gedachten: het huwelijk tussen Israël en de volkeren. De sluier die over de volkeren hangt zal worden weggenomen en allen zullen komen naar de heilige berg om daar aan te zitten aan het feestmaal.

En dan zegt Mattheüs iets dat je bij Lucas niet aantreft; hij zegt: de slaven verzamelden allen die ze aantroffen de goeden en de slechten. Wij zullen niet uitmaken, wie er wel en wie er niet bij horen, uiteindelijk is het alleen de koning zelf, die zal bepalen, wie er wel en niet op zijn bruiloft mogen zijn. De uitnodiging afslaan, daarmee zet je jezelf buitenspel, maar ook als dan tenslotte de hele feestzaal vol zit, blijkt er toch een te zijn, die er niet thuishoort.

Hij heeft geen bruiloftskleed aan. Als we geloven in dat koninkrijk, moeten we meedoen met het feest, gaan we niet aan de zijlijn zitten mokken, maar trekken ons meest feestelijke pak aan en doen mee. Het is een feest, dat je uitgenodigd wordt om naar Gods wil te leven in een wereld van vrede en gerechtigheid, als je niet van harte komt, maar het als een plicht beschouwd, dan hoor je er net zo min bij als degenen die helemaal niet komen.

labels:

Zie ook: