In de zeventiende eeuw dronk in de Republiek, althans in de steden, bijna niemand water.

Want de grachten van steden als Amsterdam waren open riolen waar de drollen en het huisvuil in dreven.

Bovendien loosden leerlooiers en textielververs hun vuile water gewoon in de stad.

Iedereen - mannen, vrouwen, kinderen - dronk bier.

Dat was verhit en vrij van ziektekiemen.

In 1620 telde de Republiek dan ook meer dan zevenhonderd bierbrouwerijen.

Gemiddeld dronk een Nederlander 280 liter bier per jaar, vier keer zoveel als tegenwoordig.

Het bier was wel minder sterk.

Het had een alcoholpercentage van circa 2%.

Bier bij het Ontbijt: Een Gebruik uit de Gouden Eeuw

“Het ontbijt was in de tijd van Willem van Oranje standaard brood met bier”, vertelt Lizet Kruyff.

“In die tijd werd er veel alcohol gedronken”, vertelt Lizet.

“Naast het bier bij het disjunez (ontbijt) ging er op een gemiddelde dag twee liter wijn per persoon doorheen.

Men was namelijk heel voorzichtig met water, dat niet altijd hygiënisch was.

Men was namelijk heel voorzichtig met water, dat niet altijd hygiënisch was. Er volgen nog drie maaltijden: rond het middaguur een disné (diner) met twee gangen, aan het begin van de avond een soupper en de dag wordt groots afgesloten met het banquetz (banket).

De vierde en laatste maaltijd is uitsluitend voor de elite.

Vader des vaderlands Willem van Oranje zette als eerste Prins van Oranje meteen de toon.

Lizet Kruyff is als wetenschapsjournalist gespecialiseerd in culinaire geschiedenis, en weet alles over zijn eetgewoontes.

Als je het hele dagschema, vier maaltijden, van Willem van Oranje kopieert, dan begint je dag al meteen goed.

Kinderen en Bier in het Verleden

Nederland kent zoiets niet.

In het verleden dronken kinderen hier wel bier, dat heel lang een belangrijke dagelijkse drank voor iedereen is geweest.

Volwassenen consumeerden in 1689 gemiddeld 310 liter bier en kinderen onder de 8 jaar 155 liter, aldus voormalig Heinekendirecteur Dirk Stikker in zijn Memoires (1966).

En kinderen dronken toen vermoedelijk geen ‘kinderbier’, maar hetzelfde als volwassenen.

Een eeuw later hadden koffie, thee, chocolade en limonade de drankenmarkt ruimschoots veroverd.

Limonade schijnt toen echter vooral een volwassenendrank te zijn geweest.

Chocolade werd wel geliefd onder kinderen, en ze zaten ook aan de koffie en thee.

De geneeskundige Lambertus Bicker zag in 1785 zelfs een verband tussen het ‘verslaafd’ drinken van koffie en thee vanaf de jeugd en de opkomende zenuwziekten.

Hij adviseerde kinderen alleen ‘koud water en bier te drinken’.

Dat deden ze toen óók nog altijd; en in de 19e eeuw evenzeer.

Bier-schenkingen aan Kinderen

Zo was het op 14 augustus 1773 feest in Groningen-Stad ter gelegenheid van het bezoek van prins-stadhouder Willem V.

De Leeuwarder Courant beschreef hoe hij de kinderen van het Diaconieweeshuis eens flink liet verwennen.

Als ontbijt kregen ze krentenbollen en ’s middags rijstebrij met suiker en kaneel, gebraden vlees, wittebrood etc.

Daarbij maakten ze ‘een anker Wyn’ en ‘drie halve tonnen Kluin’ stuk.

De donkere, in die tijd vrij zoete kluin was al eeuwen hét bier van de stad Groningen.

In Rotterdam werden de lokale armen- en weeskinderen in augustus 1858 getrakteerd door de brouwerijen De Lelie en De Oranjeboom.

Die schonken hen bij een uitstapje naar de dierentuin twintig vaten bier om op te maken.

Een jaar later lieten ze de kinderen weer genereus in hun brouwsels delen.

Uit advertenties van begin 1859 blijkt overigens dat De Lelie en De Oranjeboom dezelfde bieren produceerden tegen exact dezelfde prijzen.

Vermoedelijk leverden beiden dus tien vaten van hetzelfde.

Voor veel tehuiskinderen was dit geen dagelijkse kost.

Uit Jan Wagenaars meerdelige geschiedenis van Amsterdam blijkt dat kinderen in het Aalmoezeniershuis eind 18e eeuw alleen ’s zomers wat bier kregen, en soms als dessert vijfguldens-‘zoet bier’.

Het armenhuis van de Lutherse diaconie tapte wel vaker.

(Ver)sterk(end) Bier

Verondersteld wordt dat kinderen vroeger lichtalcoholische bieren dronken.

Eind 18e eeuw was het niet zo simpel.

De Groningse kinderen kregen ‘gewoon’ de lokale kluin, en nog wijn ook.

En het Amsterdamse Burgerweeshuis schonk toen na de maaltijd soms achtguldensbier, een beter en sterker ‘dessert’-bier dan in het Aalmoezeniershuis.

Eind 19e eeuw ging het soms nog verder.

Schrijver Justus van Maurik, die zijn ogen en oren goed de kost gaf in de Amsterdamse binnenstad, gaf er een voorbeeld van.

‘Wat zal mevrouw drinken?’ vraagt de kellner als hij de biefstukken op tafel zet.

‘Heb jelui dorst, kinderen?’

‘Ja, moe!’ roepen drie monden te gelijk.

‘Breng dan maar wat bier.’

‘We geven alleen Engelsch bier aan tafel, mevrouw.’

‘Dat is me ’t zelfde, Engelsch of Hollandsen, als ’t maar goed is - breng maar een flesch.’

‘Oogenblikkelijk!’

‘Dat is bepaald lekker bier,’ zegt voldaan tante Fietje, als zij het glas Burton-ale, na een zucht van wellust, bijna ledig op tafel zet.

Burton ale, iets zoetig en vrij donker, kon tot 11% alcohol bevatten.

En Tante Fietje liet inderdaad nog een tweede fles aanrukken.

Iedere dochter dronk er dus een halve fles van.

Conclusie

Bier schenken aan kinderen gold destijds dan ook als onschadelijk.

Het Haarlemse Burgerweeshuis haalde in juli 1872 zélf een paar vaten in huis, om ‘gedurende de warme dagen den kinderen van tijd tot tijd daarvan een frischen dronk te verschaffen’, aldus de archiefboeken.

Wijn geven aan kinderen was al eerder bekritiseerd door gezondheids- en opvoedkundigen; en tegen sterkedrank trok een actieve volksbeweging ten strijde met publicaties en bijeenkomsten.

In november van datzelfde jaar 1872 werd een aantal van die Haarlemse weeskinderen naar zo’n ‘publieke vergadering van het afschaffingsgenootschap’ gestuurd.

Maar bier: daar was niets mis mee.

Sterkedrank verschaffen aan kinderen jonger dan 16 werd in 1886 in het Wetboek van Strafrecht opgenomen.

Bier schenken aan kinderen werd pas in de 20e eeuw een vraagstuk.

Dagblad De Tijd beschreef in 1900 op plastische wijze een soort binge drinking door kinderen op Koninginnedag: glas na glas bier, ‘om tot braken te komen’.

De excessen leidden tot duizelingen, overgeven en valpartijen.

Water als alternatief was niet voorhanden.

Toch zouden maatregelen nog drie decennia op zich laten wachten.

Bierconsumptie door de Eeuwen Heen

Hieronder een overzicht van de bierconsumptie door de eeuwen heen:

Periode Consumptie Opmerkingen
1620 280 liter per jaar Gemiddelde Nederlander
1689 310 liter per jaar (volwassenen) Kinderen onder 8 jaar: 155 liter

labels:

Zie ook: