Lentekriebels! Zo rond Pasen krijgen we allemaal zin om ons huis weer op te frissen, wat kleur naar binnen te brengen en soms zelfs in een grote schoonmaak. Het neerzetten van een paastak is een oude traditie die een beetje in het verlengde hiervan ligt: het is een overblijfsel van de verering van de meiboom, waarmee het begin van de lente en daarmee een nieuw begin werd gevierd. Met Pasen is het traditie om een paar paastakken in een vaas te zetten en deze te decoreren met allerlei vrolijke versiersels. In sommige delen van Nederland wordt een paastak ook wel een paasboom genoemd. Heel vroeger werden bepaalde bomen als heilig beschouwd en kwamen mensen bij de boom bijeen om te offeren en te bidden. Uit praktisch oogpunt wordt er nu gekozen voor enkele takken in een vaas, in plaats van een boom.
De oorsprong van de paastak
De ultieme paastaak heeft gekrulde takken met groene knoppen die later frisse blaadjes worden. Paastakken zijn takken van de Salix babylonica 'Tortuosa', meestal van de krulwilg, ook wel kronkelwilg genoemd. De gekrulde takken worden graag gebruikt in de bloemisterij.
Waarom zelf kweken?
Veel mensen kopen de paastak in de supermarkt. Hup, plastic eraf en in een vaas. Toch een beetje zonde als je nadenkt over de bestrijdingsmiddelen, het transport en de verpakking. De sierplanten die tuincentra, doe-het-zelfzaken en supermarkten verkopen, zitten vaak vol bestrijdingsmiddelen die (zeer) schadelijk zijn voor bijen. Het is dus niet echt een groene keuze om de paastakken in de supermarkt te kopen dus.
Hoe kweek je je eigen duurzame paastak?
Wanneer je takken van de krulwilg of krulhazelaar in een vaas laat staan, gaan deze takken wortels maken. Eén zo’n tak kan uitgroeien tot een nieuwe boom. Kijk dus eens op Marktplaats of vraag in je omgeving of iemand een krulwilg heeft en je daar een paar takken vanaf mag knippen. Je zet ze in een vaas met water, wacht tot er behoorlijk wat wortels aan gegroeid zijn en voilà, je eigen boom is geboren. Wacht nog even tot half mei voordat je jouw miniboompje daadwerkelijk in de volle grond zet.
Als je een paastak lang wilt laten staan, haal dan 1 a 2 cm van de onderkant af en zet deze in een vaas of pot met een laagje water. Ververs het water wekelijks. Grote kans dat de tak gaat wortelen maar dat is een goed teken van een gezonde tak.
Informatie over de krulwilg (Salix babilonica ‘Tortuosa’)
De krulwilg bloeit van maart tot en met april met gele katjes. Het is een drachtboom, dat houdt in dat hij nectar en stuifmeel produceert voor bijen en andere insecten. Voor deze vroege vliegers is het na een lange, harde winter van groot belang dat ze eens goed kunnen bijtanken. De gele katjes zijn hiermee de rijkelijk gedekte tafel voor insecten. De Wilg is een makkelijke boom die snel groeit.
Hij staat graag in de volle zon of half zon. De krulwilg kan acht tot twaalf meter hoog worden, maar laat zich prima in toom houden bij een regelmatige snoeibeurt. Hij groeit graag op een vochtige grond, maar doet het overal wel prima. Hij verliest zijn blad in de winter, de kronkelende takken geven een mooi decoratief silhouet.
Snoei alleen als de boom te groot wordt of als er dode, kruisende of in de weg zittende takken zijn. Snoei niet als het vriest. Snoei in de winter als het blad van de bomen is gevallen, de boom is dan in rust. Bij de aanplant is het verstandig om boompalen te gebruiken, zodat de boom niet omwaait. Boompalen zijn ook belangrijk voor de nieuwe haarwortels van de boom, hiermee neemt de boom voeding en water op vanuit de grond.
Inheemse planten en bomen
De Krulwilg is inheems in Oost-Azië. Het heeft de voorkeur om zoveel mogelijk inheemse bomen, struiken en planten in je tuin te zetten. Komen planten niet hier uit de regio, dan moeten ze voor mij wel altijd een toegevoegde waarde hebben voor de dieren, zoals stuifmeel of voedsel in de vorm van besjes. Ik gebruik ook niet-inheemse planten om de bloeiboog zo lang mogelijk te maken. Ik streef ernaar om jaarrond altijd iets in bloei te hebben, zodat de insecten worden voorzien van stuifmeel en nectar. En dat lukt niet altijd met alleen inheemse planten.
Wat kun je nog meer met de wilgentakken?
Veel dieren zijn gek op de takken van wilgen. Konijnen, geiten en paarden eten ze heel graag. De wilg is een hele sterke plant, dus je kunt prima wekelijks een paar takjes afknippen. De takken zijn ook goed te verwerken in bloemstukken of in een vaasje bloemen uit eigen tuin.
Wilgenwater maken van je duurzame paastak
Ook kun je wilgenwater (een aftreksel van de twijgjes) als alternatief voor stekpoeder gebruiken. Stekpoeder gebruik je om stekjes beter te laten groeien, maar met een wilg kun je dit prima zelf maken en hoef je dus niet een potje stekpoeder te kopen. Wilgen wortelen heel goed, omdat ze een bepaald planthormoon bevatten, wat ook een van de bestanddelen is van commercieel stekpoeder. Daarnaast bevat wilg ook salicine. Dat is de grondstof voor acetylsalicylzuur, beter bekend als aspirine. Voor de wilg is het onderdeel van zijn immuunsysteem, het zorgt ervoor dat de hele plant reageert op een lokale infectie met ziekteverwekkers. En met een verhoogde afweer verhoog je uiteraard de kans van slagen van een stek.
Wilgenwater maak je door jonge takjes (twijgjes) in kleine stukjes te knippen van 2,5 centimeter, de blaadjes te verwijderen en de takjes vervolgens in een glazen pot te stoppen. Giet er kokend water overheen en laat het afkoelen. Een andere manier is door koud regenwater in de pot te gieten en 24-48 uur te weken. Dat duurt dus iets langer, maar is wel duurzamer. Zeef het water en je kunt het meteen gebruiken, door je stekken een paar dagen in het wilgenwater te zetten.
De symboliek van de duurzame paastak
Naast dat een paastak er voor veel mensen met Pasen gewoon bijhoort om het paasgevoel te versterken, markeren ze ook de lente. Een fijn, fris, nieuw begin. Een nieuw seizoen: de terugkeer van de zon en de vruchtbaarheid. Een zelfgroeiende paastak past wat dat betreft perfect bij die symboliek!
Tips voor het stekken van wilgentakken
Hier zijn enkele tips om succesvol wilgentakken te stekken:
- Stekken laten uitdrogen: Zorg ervoor dat je een nieuwe stek altijd zo snel mogelijk in water kan bewaren.
- Te veel óf te weinig water geven: Hou de grond altijd lichtvochtig.
- Te vroeg omplanten: Verpot een stek pas in potgrond als de wortels zo’n 5 à 10 centimeter lang zijn.
- Niet goed knippen: Je knipt een stengelstek altijd vlak onder de knop van het blad af.
- Te weinig licht: Kies dus een plek met veel indirect licht zoals een vensterbank bij het raam, maar niet in de volle zon.
- Geen scherpe en schone attributen gebruiken: Gebruik altijd een scherp voorwerp om onnodige beschadiging aan de plant of stek te voorkomen.
- Te hoge verwachtingen: Probeer dan altijd meerdere stekjes van een plant af te knippen.
Door deze tips te volgen, vergroot je de kans op een succesvolle groei van je eigen krulwilg!
labels:




