Wanneer je bezig bent met het schrijven over bakkers, hun producten en alles wat daarmee samenhangt dan loop je al snel tegen de meest leuke, gekke en soms vreemde en onbekende spreekwoorden en uitdrukkingen aan. Een reden te meer om er kennis mee te laten maken.
Iemand een Poets Bakken
Als je iemand een poets bakt, heb je de lolbroek aan. Je neemt de ander in de maling en maakt een grapje. De vraag is hier natuurlijk waar de ‘poets’ op slaat. Helaas is dat niet helemaal duidelijk.
Taalkundigen hebben wel een verband gelegd met het Middelnederlandse woord ‘bootse of ‘boetse’, waarmee een bult, knop of ruwe steen werd aangeduid. De poets zou volgens F.A. Ook is een verband gesuggereerd met het Duitse woord ‘Posse’ dat grap betekent. Verwante uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld iemand een vijg koken of een kool stoven.
Poets betekent ‘grap, streek’. Waar dit woord vandaan komt, is niet zeker. Mogelijk is het een afleiding van het werkwoord poetsen in de betekenis ‘slaan, botsen’, dat als een klanknabootsing is gevormd. Als dat klopt, is een poets eigenlijk een ‘uitgedeelde klap’.
Deze ‘klap’ werd later figuurlijk opgevat als ‘iets wat je geestelijk uit je evenwicht brengt’. Een andere verklaring is dat poets (in het Middelnederlands ook pots) een variant is van het al lang verdwenen woord bootse/boetse. Dat betekende ‘bult’.
Het was ook de benaming voor een versiering op bouwwerken, die je nog steeds weleens ziet, bijvoorbeeld een grappig gezichtje op een raamlijst. Die versieringen staken namelijk een beetje uit - net als een bult. Mogelijk is bootse/boetse door de invloed van het Duitse woord Posse (‘poets, klucht’) veranderd in poets/pots.
Bakken in iemand een poets bakken betekent ‘bereiden, klaarmaken’. Dit is ironisch bedoeld. Als je iemand een poets bakt, ‘bereid’ je die persoon immers een verrassing waar die helemaal niet om heeft gevraagd. Het woord potsierlijk (‘lachwekkend’) heeft ook te maken met dat Duitse woord Posse. Van Posse werd in het Duits het werkwoord possieren (‘grappen maken’) afgeleid, en daarbij ontstond weer het bijvoeglijk naamwoord possierlich.
Eig. iets voor hem klaarmaken; ironisch opgevat: hem iets onaangenaams berokkenen, vooral bekend in de uitdr. iemand een poets (pots) bakken; vandaar een znw. bak, bakkie, poets, grap, leugen. Eig. iets voor hem klaarmaken; ironisch opgevat: hem iets toedienen, dat hem beleedigt, dat hem onaangenaam aandoet, 17de eeuw; Ndl. Wdb. II, 888); vooral bekend in de uitdr. iemand een poets (pots), een kool bakken (zie ald.); vandaar ook een bak, een bakkie (Jord. 399, Menschenw.
Zoete Broodjes Bakken
Zoete broodjes bakken. Men bezigt deze uitdr. wanneer iemand zich eerst over het een of ander sterk uitlaat, en naderhand zich gedwee en inschikkelijk toont (Weiland). De eig. bet.
Men bezigt deze uitdr. wanneer iemand zich eerst over het een of ander sterk uitlaat, en naderhand zich gedwee en inschikkelijk toont (Weiland). De eig. bet. is: nadat men iemand iets onaangenaams te slikken heeft gegeven, hem wat lekkers klaar maken, om hem weer goed te stemmen; uit een ander vaatje tappen; vgl. het mnl. vladebackere, eig. koekebakker, fig. bakker van zoete broodjes, pluimstrijker, vleier; 17de eeuw vleibakker.
Inde 17de eeuw: kleine (= fijne) broodjes bakken (o.a. in de Gew. Weuw. III, 20); evenzoo in de 18de eeuw in het Boere-krakeel, 157 en 205, en thans nog in Groningen en Drente: smalle, kleine broodjes bakken (Molema, 385 a; Bergsma 73). Voor Zuid-Nederland zie Rutten, 41 b: kleine broodjes moeten bakken, moeten onderdoen; waarnaast: met iemand brookens bakken, meer in vriendschap zien te komen (Schuerm. Bijv. 55 a); platte brooikens bakken (Schuerm. 47 b; Antw. Idiot. 304 en Tuerlinckx, 104); zoete boter spelen (Waasch Idiot. 138 a).
Volgens Joos, 71 beteekent ‘zoete broodjes bakken’ bedriegen. In denzelfden zin als onze uitdr. kent men in het Westvl. den zoeting (of zoetingen) schudden, eig. zoete appelen schudden; trachten vrede te maken met iemand, dien men beleedigd of verbitterd heeft (De Bo, 1438). Zie ook Ndl. Wdb. II, 887; III, 1553; Slop, 88; Boefje, 149 en vgl. hd.
Andere Uitdrukkingen met 'Brood'
- Zijn broodje is gebakken. Voor hem is gezorgd.
- De een zijn dood is de ander zijn brood.
- Brood met brood er tussen. Een uitdrukking om armoede aan te geven.
- Daar lusten de honden geen brood van.
- Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
- Er is brood op de plank.
- Iemand iets op zijn brood geven.
- Liever een brood in de zak dan een pluim op de hoed.
Spreekwoordelijke Vergelijkingen
- Een hoofd als een brood van zes pond.
- Het klopt als twaalf eieren met een boterham van wittebrood.
labels: #Bakken
Zie ook:
- Spreekwoorden met Soep: De Leukste Uitdrukkingen op een Rij!
- Ontdek de Meest Intrigerende Spreekwoorden met ‘Worst’ en Hun Betekenissen!
- Ontdek de Verborgen Betekenissen en Oorsprong van Spreekwoorden met 'Kip'!
- Ontdek de Verborgen Betekenis Achter Koekjes Spreekwoorden!
- Ontdek Verrukkelijke Aziatische Groenten Recepten voor een Kleurrijke en Smaakvolle Reis!
- Mais Koken: Zo Behoud Je de Heerlijke Smaak!




