Fred zat in zijn eeuwige ‘afritsbroek met pijpen’ in zijn grote stoel bij het raam. Een halflege kop Senseo-koffie stond naast hem op de vensterbank, inmiddels koud en met een droog, korrelig schuimrandje langs de bovenkant.
Zijn telefoon hield hij in zijn hand, het blauwe licht van het scherm weerspiegelde in zijn wijd opengesperde ogen. Anna zat tegenover hem op de bank, haar haar in een chaotisch kapsel dat er al minstens twee dagen zo uitzag en een verfveeg over haar neus. Ze keek hem met een vragende blik aan.
“Wat is er aan de hand?” Fred draaide langzaam zijn hoofd naar haar toe. "Ik geloof dat ik een medisch probleempje heb..."
Het kwam er onhandig en wrang uit, alsof hij hoopte dat het minder ernstig klonk met een verkleinwoordje. Hij overhandigde haar zijn telefoon, en met één snelle blik op de woordenstroom op het scherm begreep ze het meteen: kanker… pffff. Anna trok haar wenkbrauwen nog hoger, wat bijna een prestatie op zich was.
“Dus dat knobbeltje in je lies was het verstopplekje voor foute cellen die zich hebben gehergroepeerd en nu ineens ‘surprise’ roepen?” Fred grinnikte, maar het klonk meer als een rare, omgekeerde hik.
Hij leunde achterover in zijn stoel en wreef met zijn handen over zijn gezicht. "Het is toch niet normaal," mompelde hij achter zijn vingers. Alsof ze me net even melden dat ik een vitaminetekort heb of zo."
Anna boog zich naar voren en gaf hem een zachte por in zijn schouder. "Het ziekenhuis denkt vast dat jij de meest nonchalante patiënt ooit bent. 'Oh, Fred heeft kanker? "Alsof ik de CEO ben van mijn eigen gezondheid."
Hij deed zijn wanhopig handen uit elkaar. "En nu? Het is al na half vijf, dus het ziekenhuis is natuurlijk onbereikbaar. Artsen werken blijkbaar ook keurig binnen kantooruren. En de huisarts kan ik pas morgenochtend bellen."
Anna haalde haar schouders op en nam een slok van haar thee, die net zo koud was als Freds koffie. Ze trok een grimas. "We hebben internet. Misschien vinden we daar iets dat ons geruststelt. Of iets dat zegt dat er binnen een week een kolonie bloeddorstige pinguïns je lymfeknopen klieren."
Fred trok zijn wenkbrauwen samen en keek haar aan. "Oh, geweldig. Dat klinkt als iets dat we zeker moeten opzoeken."
Maar er was een glinstering in zijn ogen, eentje die alleen mensen zoals Anna konden zien. Een glinstering die balanceerde tussen angst en het absurde. Een glinstering die zei: Laten we lachen, want anders ga ik gillen.
Anna glimlachte naar hem en sloot de laptop die hij inmiddels had gepakt. "Kom op. Voor we ons verliezen in de horrorverhalen van Dr. Google, is het misschien beter om iets te eten. Wat dacht je van pizza met álle slechte, lekkere dingen erop? Als we dan toch door een emotionele achtbaan moeten, kunnen we ons net zo goed onderdompelen in lekkerheid."
Fred zuchtte, maar voelde hoe de spanning in zijn borst iets minder werd. "Pizza, hè? Prima. Misschien is dat wel hét wondermiddel dat het ziekenhuis vergeten is te vermelden."
Ze stonden samen op, met dat wankele gevoel van zekerheid dat alleen het moment kon bieden. Misschien was de wereld ineens vol medische brij en onbeantwoorde vragen, in ieder geval hadden ze elkaar. En pizza!
De Ochtend na de Diagnose
De ochtend na de diagnose voelde vreemd leeg, alsof iemand een handvol belangrijke dingen uit de lucht had geplukt en achter zich had gegooid. Fred had zich vastgeklampt aan routines die hem normaal gesproken houvast boden: een verse kop Senseo-koffie, een bak yoghurt met muesli, een poging om op zijn telefoon niet de diagnose in te toetsen voor dr Google…
Het is nog even wachten totdat de huisarts zal bellen. Anna loopt wat met haar ziel onder haar arm om hem heen te drentelen, niet goed wetende wat te doen en wat te voelen.
Wat gek eigenlijk dat je voor een ander precies denkt te weten hoe het zou moeten voelen terwijl dit in het eggie heel anders is… alle standaardzinnen klinken leeg en zijn woorden waar je geen flikker aan hebt. Het enige wat enigszins de spanning breekt is doodgewone humor. Dus de macabere grappen vullen de kamer…
Het Telefoontje van de Huisarts
En dan eindelijk….Fred’s telefoon trilde in zijn hand. Hij keek naar het scherm en slikte. De huisarts. Hij nam op, zijn stem even stevig als hij kon maken. "Met Fred," zei hij.
"Fred, euh… goedemorgen," klonk de zachte stem van zijn huisarts. Het soort stem dat je normaal gesproken gerust moest stellen, maar nu alleen zijn hart sneller deed kloppen.
"Euh, Ik wilde even checken hoe het met je gaat, na euh... "Wat... euh, wat heb je precies uit die euh, informatie gehaald?" Fred keek naar Anna, die in de keuken gespannen meeluisterde. Zelfs nu, in deze rare, grimmige situatie, voelde hij hoe mensen, zelfs professionals, onwennig en voorzichtig werden. Alsof ze om een groot, onzichtbaar beest heen dansten, bang om het wakker te maken.
"Nou," begon hij, zijn stem breekbaar maar vastbesloten. "Het klinkt alsof ik... kanker heb. Een behoorlijk serieuze vorm?."
De huisarts zweeg een moment, en Fred stelde zich voor dat ze daar zat, met een blik vol medeleven. "Euh…Ja," zei ze toen, haar stem heel zacht. "Ik begrijp dat dat heftig is om euh dit zo te horen. En euh.. het spijt me zo dat het op deze manier is gegaan. Wat verschrikkelijk onpersoonlijk.
"Euh, ik heb contact opgenomen met het ziekenhuis, en euh ze hebben inderdaad een afspraak voor je ingepland. Iemand van het ziekenhuis zal je vandaag bellen om de praktische zaken door te nemen." Fred probeerde de knoop in zijn maag te ontwarren. "Maar het blijft een bizarre manier om nieuws als dit te krijgen."
"Euh… het is niet de manier waarop het zou moeten gaan," gaf de huisarts toe. Ze sprak met een soort mededogen dat hem op de een of andere manier zowel troostte als frustreerde. "Wat het ook is," zei ze, "Ik ben er voor je. Euh…Je kunt me altijd bellen, en euh... we gaan hier samen doorheen."
Fred mompelde een bedankje, maar zijn gedachten bleven zich vastklampen aan de woorden: samen doorheen. Het klonk mooi, maar uiteindelijk was hij degene die ermee moest leven, letterlijk en figuurlijk. Samen met Anna… Hij beëindigde het gesprek en staarde naar zijn telefoon, de wereld buiten voelde nog steeds absurd en onwerkelijk.
Anna had tijdens het gesprek haar adem ingehouden en keek hem nu voorzichtig aan. "En?" vroeg ze zachtjes.
"Ze waren... voorzichtig," antwoordde Fred, met een flauwe glimlach die niet echt aankwam. "Heel lief en omzichtig, alsof ik een kwetsbaar antiek vaasje ben." Hij zuchtte en schudde zijn hoofd. "Het blijft absurd. Zelfs professionals lopen op eieren."
Anna knikte langzaam, een mengeling van bezorgdheid en begrip in haar blik. "Dan euh, dus euh... maar gewoon doorgaan? De 'euh's' benadrukkend van de huisarts. Dus gewoon vanmiddag jouw geplande museumbezoek met Marja? Kunst, en een flinke dosis bestaanscrisis erbij?"
Fred grinnikte, een lach die hem even lucht gaf. "Ja. Laten we het museum met een nieuwe blik bekijken. Wie weet is mijn bestaan straks het onderwerp van de volgende grote expositie: ‘Man wacht op nieuws en observeert zijn eigen sterfelijkheid.’"
Anna lachte, deze keer oprecht. "Nou, dat is een kunstproject dat ik graag zou overslaan. Maaaaaar, wel goed idee eigenlijk." Fred zag dat haar radertjes alweer op volle snelheid begonnen te ratelen… wie weet…
Marja kwam een uur later en samen met Fred vertrokken ze naar Groningen. De wereld denderde door, en de vraag: Ga ik dood? bleef in de lucht hangen, onuitgesproken maar aanwezig.
De Aankondiging van het Ziekenhuis
Onderweg gaf zijn telefoon een seintje en met een gevoel van tegenzin nam hij op. "Met Fred," zei hij, zijn stem kalmer dan hij zich voelde. De stem aan de andere kant klonk jong, haast te jong voor zo’n gesprek.
"Dag meneer, ik ben de AIO van de afdeling oncologie," zei de stem. "Uw huisarts heeft ons gevraagd om contact met u op te nemen." Er viel een ongemakkelijke stilte.
"Helaas kunnen we op dit moment alleen bevestigen dat we een afspraak voor u hebben ingepland, over acht dagen." Fred knikte, alsof de AIO hem kon zien. Acht dagen. Alsof hij een afspraak had gemaakt voor een kleine onderhoudsbeurt, niet voor iets dat zijn hele bestaan op de helling zette.
"Dank u," zei hij, met een stem die verbazend kalm bleef. "Acht dagen wachten." De AIO klonk opgelucht dat het gesprek snel voorbij was. "Goed, we zien u dan." Met een korte klik was de lijn dood.
"Ze kunnen niets zeggen," antwoordde Fred. "Behalve dat ik acht dagen moet wachten." Hij probeerde te lachen, maar het klonk meer als een geforceerde zucht. "Acht dagen vol spanning.
De auto reed verder, de wereld denderde door, en de vraag Ga ik dood? bleef in de lucht hangen, onuitgesproken maar aanwezig.
Anna, nu alleen in het grote huis, liep wat met haar ziel onder haar arm, drentelend van de keuken naar de woonkamer en weer terug, alsof ze ergens verwachtte een antwoord te vinden. Ze wist niet goed wat ze moest doen, wat ze moest denken, wat ze moest voelen.
Wat doe je als het leven plotseling van koers verandert en je samen op een wankel vlot drijft in een zee van onzekerheid?
Gelukkig kwam haar vriendin Suus langs, gewapend met vuilniszakken en een vastberaden blik alsof ze een realityshow over opruimen gingen winnen. "Kom op," zei ze, "laten we die kasten leegtrekken en de rommel eruit mieteren. Een beetje chaos is precies wat je nodig hebt." En zo begonnen ze, al snel verdwijnend in een berg oude kleding, hoeden en mysterieuze apparaten die niemand ooit gebruikt had.
Als dat de gedachten niet zou verzetten, dan wist Anna het ook niet meer…
De Rivier Styx
Nog zes dagen tot het gesprek in het ziekenhuis. Zes dagen die zich eindeloos lijken uit te strekken. Maar vandaag leek het verrassend normaal, of in ieder geval zo normaal als het kon zijn met dat klote-oorwurmpje wat steeds bleef rondzingen… kanker, kanker, kanker…
Het is mooi weer, een soort dag waarop de zon je naar buiten trekt ondanks dat de wind best fris was, en dus besloten ze te fietsen.
Hun mooie nieuwe blauwe gevaar, de trike-tandem, wordt uit z’n pyjama gepeld. Fred zit voorop, Anna achter hem, en samen trappen ze stevig door het landschap. De fietspaden waren vandaag ineens te smal en het was er gewoon geen dag voor steeds maar uit te wijken voor tegenliggers. Dit keer gaan ze in volle vaart over de plek waar de auto’s rijden. Lekker snel…
De wind waait alles even uit hun hoofd, en het voelt bijna alsof de spanning van de afgelopen dagen niet bestaat. Bijna.
“Misschien moeten we een nieuwe slogan bedenken voor de stichting,” riep Fred terwijl hij zich naar Anna omdraaide, zijn ogen glinsterend van de wind en de inspanning. “Onbeperkt op de Fiets: omdat piekeren veel moeilijker is met tegenwind.”
Anna schoot in de lach, haar stem vrolijker dan de laatste dagen. “Daar zeg je wat,” riep ze terug. “Misschien kunnen we dat als therapie aanbieden: tegenwind voor een leeg hoofd".
Ze hebben net een lekker tempo te pakken toen ze bij het pontje aankwamen waar ze over wilden. Een groot bord kondigt aan: Pontje gesloten van oktober tot april.
Ze remmen af en staarden even naar het water, dat er kalm en onaangedaan bij ligt. Fred zucht en wijst naar het water terwijl zijn mondhoek omhoog kruipt in een scheve grijns.
“Nou, dat is toch wat,” zegt hij, met een dramatisch gebaar naar het water. “Het lijkt wel de River Styx”, de mythologische dodenrivier. Ach, ik had gehoopt op een gratis overtocht, maar ja, de veerman van de Styx heeft blijkbaar ook zijn winterstop.”
Anna schoot in de lach. “Mafkees” zei ze, haar lach half verstikt door het absurde van de situatie. “Nou ja, misschien is dat juist een goed teken. Blijkbaar mag je nog even blijven rondhangen bij de levenden.”
Fred schudde zijn hoofd, zijn ogen glinsterend van het morbide grapje.
Ze draaien de trike om en trappen terug, hun lach nog steeds in de lucht hangend, als een buffer tegen de zwaarte van de dag. Terug thuis deden ze wat mensen doen op een zaterdag: ‘gewoon’ tv kijken, alsof dat hen kon afleiden, ‘gewoon’ eten maken, ook al smaakte het nergens naar, ‘gewoon’ koolhydraatarme taart uitproberen omdat het leven gevierd moet worden en liters koffie en thee.
Eigenlijk was het een bijna gewone dag, met dat ene extra ‘dingetje’ dat rondzoemt als een vervelende mug. Maar die gesloten pont en Freds zwarte humor hadden in elk geval voor wat lucht gezorgd. En soms was dat alles wat je nodig had.
Elektrisch Opwarmen
Nog drie nachtjes slapen, herhaalde Anna in haar hoofd, terwijl ze voor de zoveelste keer met haar vaatdoek over het aanrecht ging. Het was alsof die zin zich in haar hersenen had ingegraven en nu, elk moment van stilte opvulde.
Nog drie nachtjes slapen. Ze vroeg zich af of iemand ooit een boek zou schrijven met die titel, een zenuwslopende thriller over mensen die wachten op slecht nieuws. En misschien zou zij dan de hoofdpersoon zijn: Anna, de vrouw die probeerde normaal te doen terwijl haar hoofd overal en nergens was.
De dagen waren een aaneenschakeling van gewone dingen die op mysterieuze wijze misgingen. Zoals vanavond toen ze avondeten maakte en zo veel water in de butterchicken gooide dat het veranderde in een dikke pompoensoep. Fred had haar met een mengeling van verbazing en bewondering aangekeken. “Wauw,” zei hij, “je hebt zojuist een nieuwe culinaire uitvinding gedaan: ‘buttersoep à la paniek’.”
Anna had haar hand in een overdreven gebaar tegen haar voorhoofd gedrukt. “Ach, een meesterchef ben ik niet,” zei ze, “maar een dramaqueen, dat lukt me wel.” Ze hadden gelachen, en het voelde goed, al was het maar voor een paar minuten.
Ze had zich vaak afgevraagd hoe ze zich in zo’n situatie zou voelen, hoe ze zou reageren als het leven plotseling niet meer vanzelfsprekend was.
Het bleek dat ze vooral... drentelde. Doelloos, zoekend naar manieren om nuttig te zijn, om iets te fixen dat niet te repareren was. Ze liep rond met haar ziel onder haar arm, zoals haar moeder het altijd zo mooi zei, en probeerde de zorgen uit haar hoofd te houden door zichzelf te dwingen de meest alledaagse dingen te doen, veel opruimen en die eeuwige volle eettafel leeg te maken.
Het elektrische dekentje op de bank werd haar toevluchtsoord. Elke avond kroop ze er samen met Fred en de katten onder, alsof die warmte de zorgen even kon wegsmelten.
Het liefst wilde ze iets zeggen, iets troostends, iets dat de spanning in de lucht kon breken. Maar wat zeg je als je zelf ook niet weet hoe je je moet voelen?
Ze wilde sterk zijn, geruststellend, een anker in de storm, maar de realiteit was dat ze zelf ook overspoeld werd door onzekerheid. Ze voelde zich verloren, alsof ze midden in een doolhof stond zonder kaart of plan.
Nog drie nachtjes slapen. Het zoemde door haar hoofd, ongrijpbaar en vervelend, net als die mug die je maar niet te pakken krijgt.
Anna deed haar best om het normale vast te houden, maar wist dat het ‘gewone’ nooit meer echt hetzelfde zou zijn.
labels: #Pizza
Zie ook:
- Taart Surprise Knutselen: Leuke Ideeën & Tips
- LOL Surprise taart afbeeldingen: Maak je taart extra speciaal!
- Pannenkoeken Surprise Sinterklaas: Leuk & Lekker Recept!
- Knutselen Surprise Taart Maken: Creatieve Ideeën & Tips
- Ontdek Hoe Je Perfecte Griekse Bergthee Bereidt Met Deze Makkelijke Stappen!
- Ontdek de Beste Lunchplekken en Meer bij Paleis Soestdijk!




