De geschiedenis van de aardappel is rijk. De weg van dit gewas naar internationale roem was geen simpel verhaal - het ging gepaard met stigma, verdraaiingen en pure noodzaak.
De verre oorsprong in Zuid-Amerika
De aardappel komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en werd in de 16e eeuw door Spaanse ontdekkingsreizigers meegebracht naar Europa. Vanaf de tweede eeuw van onze jaartelling teelden de Inca’s in Zuid-Amerika al aardappels. Zelf noemden ze dit product ‘chunu’ en aten ze deze (overigens veel kleinere variant dan we in Europa kennen) groente als hoofdvoedsel. Er waren veel verschillende soorten chunu, die men teelde hoog in het Andesgebergte, waar geen andere planten konden groeien. Hoog in het Andesgebergte cultiveerden de Inca’s en hun voorouders het gewas zo’n achtduizend jaar geleden - niet alleen voor voeding, maar ook voor geluk.
De aardappel was voedzaam, bestand tegen kou en in staat te groeien in dunne, rotsachtige grond waar maar weinig andere gewassen het volhielden. Eeuwenlang ondersteunde de groente de bloeiende pre-Columbiaanse beschavingen.
In Zuid-Amerika werden aardappelen al duizenden jaren gegeten door de Inca’s. Ze aten de chunu vaak vers, gedroogd tot meel of tot bier gegist.
De introductie in Europa
In de zestiende eeuw werd Zuid-Amerika door de Spanjaarden ontdekt. Al plunderend veroverden de Spaanse conquistadores het huidige Chili en Peru. De expeditie die naar alle waarschijnlijkheid aardappels voor het eerst naar Europa meebracht, was die van Diego de Amalya. In 1536 beschreef de kroniekschrijver van De Amalya namelijk een plant met meelachtige wortels die verrassend goed van smaak waren.
De Spaanse veroveraars introduceerden de aardappel in de zestiende eeuw in Europa, nadat ze de groente meesmokkelden met de buit van hun kolonisatie. De aardappel maakte echter niet zo’n indruk als de andere gestolen goederen, zoals goud en chocolade.
Vanuit Spanje verspreidde de aardappel zich via de botanische tuinen van monniken en kloosterorden over Europa. Diverse geleerden waren enthousiast over het product, want de knollen groeiden vrijwel in elk klimaat, konden gemakkelijk worden verbouwd en waren zeer voedzaam. Dit zou dé oplossing kunnen zijn voor de vele hongersnoden die destijds Europa teisterden.
Het duurde nog wel even voordat de aardappel ook in Europa veel werd gegeten. De aardappelplant zelf is giftig en daarom dacht men lange tijd dat de knollen ook ongezond waren.
Vele Europese heersers probeerden de aardappelteelt dan ook in hun gebied te bevorderen. Dit ging niet gemakkelijk: de mensen vonden het een smakeloos product dat er raar uitzag met al die uitsteeksels, helemaal nergens naar rook en waarvan de stengels en bladeren ook nog eens giftig waren. Tegen de achttiende eeuw waren de meeste Franse recepten vervlochten met religie.
Aardappelpropaganda
Toen gooide hij het over een andere boeg: hij verbood de consumptie van aardappelen en maakte tot een koninklijk product dat alleen in de koninklijke tuinen geteeld werd. Binnen de kortste keren sierde de pieper vele Duitse akkers. De Franse apotheker Parmentier gebruikte nog ingenieuzere listen om de Fransen aan het aardappeleten te krijgen, waar hij glansrijk in slaagde.
De Franse farmacoloog Antoine-Augustin Parmentier, die als gevangene in Pruisen had overleefd op een dieet van aardappels, werd een trouwe verdediger van de eetbare knol. Hij overtuigde de wetenschappelijke gemeenschap met pamfletten waarin hij pleitte voor de aardappel.
Om ook de arbeidersklasse, die lang had geleerd de aardappel te haten, ervan te overtuigen dat de aardappel eetbaar was, paste Parmentier een oude marketingtruc toe: exclusiviteit. Toen hij 54 hectare land in de buurt van Parijs kreeg toegewezen van Lodewijk XVI zorgde hij ervoor dat zijn aardappelplanten enkel overdag bewaakt werden. Zo werden lokale mensen verleid om het geliefde gewas ’s nachts te ‘stelen’ en zelf te planten.
Aan het einde van de eeuw waren aardappelen volledig ingeburgerd. Madame Mérigot’s La Cuisinière Républicaine werd het eerste aardappelkookboek, waarin de knol wordt omschreven als ‘brandstof voor de armen’, stelt onderzoeker Rebecca Earle van de University of Warwick. Terwijl Parmentier bezig was de pieper te promoten in Frankrijk, werd er ook op andere plekken ter wereld aardappelpropaganda verspreid.
De aardappel in Nederland
In Nederland werd de aardappel in 1593 door de botanicus Carolus Clusius geïntroduceerd, die ze meenam uit de keizerlijke tuinen in Wenen toen hij hoogleraar in Leiden werd. In de Leidse Hortus werden de aardappels geplant en in 1640 werd een stekje in een Groningse kruidentuin geplaatst en in 1689 in een botanische tuin in Amsterdam. De Friese grietman (een soort plattelandsburgemeester) Vegelin van Claerbergen teelde in 1727 de eerste aardappels in de Lage Landen die tot voedsel voor mensen zouden dienen.
Pas in 1727 werd de aardappel voor het eerst in Nederland geaccepteerd en gegeten als voedsel. Toch deed het in de achttiende eeuw nog vooral dienst als varkensvoer en als voedsel voor de allerarmsten. Ook scheepvaarders maakten dankbaar gebruik van dit goedkope voedsel. Op lange zeereizen voorkwam de aardappel - die rijk is aan vitamine C - scheurbuik.
Langzaam maar zeker won de aardappel aan populariteit en kreeg het de rol van volksvoedsel. Vele minderbedeelden leefden louter op een rantsoen van aardappelen in de negentiende eeuw. Toen de aardappelziekte de oogst in 1845 teisterde, was dit een grote ramp. Het overgrote deel van de oogst was vernietigd en dit leidde tot bittere armoede en grote honger onder de Nederlandse bevolking.
In het noorden braken rellen uit en in het westen werden bakkerswinkels geplunderd. Daarop werd er graan uit Duitsland uitgedeeld en kwamen er innovaties op gang op het gebied van werkverschaffing. In de Eerste Wereldoorlog raakten velen in neutraal Nederland ondervoed door de ingestelde aardappelrantsoenen.
Toen Amsterdamse arbeidersvrouwen hoorden van een schip bij de Prinsengracht vol aardappels voor de militairen, besloten ze het schip op 28 juni 1917 te plunderen. De politie greep in, maar het bleef onrustig: er volgde een week van oproeren en plunderingen van pakhuizen (met o.a. aardappelen) voordat de rust weerkeerde.
Nederland heeft door de tijd heen een grote rol gespeeld in de veredeling van aardappelrassen. Eén van de bekendste kwekers was Geert Veenhuizen (1857-1930) die 94 nieuwe rassen in omloop bracht, waaronder de Eigenheimer. Een andere grote naam is Kornelis Lieuwes de Vries (1854-1929), die het tot nog toe bekendste Nederlandse aardappelras in 1905 ontwikkelde: het Bintje.
Hij gaf lessen tuin- en landbouwkunde en vernoemde het aardappelras naar zijn lievelingsleerlinge Bintje Jansma. Nog steeds is de aardappel één van de best verkopende producten in Nederland. Hoewel pasta, rijst, couscous, quinoa en allerlei andere exotische maaltijddragers bezig zijn Nederland te veroveren, ligt het hart van de traditionele Hollander nog steeds bij een maaltijd van aardappels, groente en een stukje vlees.
De Nederlandse naam aardappel, appel uit de aarde, is eigenlijk een beetje vreemd. De aardappel is namelijk geen fruit maar groente en lijkt niet eens op een appel. In Duitsland heet de aardappel ” Kartoffel” . Dit is afgeleid van de Spaanse omschrijving ‘ tartufo blanco’ (blanke knol). De Engelsen namen de aardappel uit de Carribean mee, waar deze ‘ batata’ wordt genoemd.
De aardappelziekte en de Ierse hongersnood
De hongersnood begon met een misoogst in 1845 als gevolg van de aardappelziekte Phytophthora Infestans. In 1846 mislukte de oogst eveneens door de aardappelziekte. In de jaren daarna stapelde de pech zich op. 1849 was misschien wel het slechtste jaar van de Ierse aardappelhongersnood, de bevolking was gedecimeerd en het land volledig bankroet.
Ierse vluchtelingen van de hongersnood brachten de aardappel naar Noord-Amerika. Vandaag de dag bezitten we veel kennis over deze schimmelziekte en werken aardappelveredelaars aan robuuste rassen die van zichzelf resistent of veel minder vatbaar zijn voor deze ziekte.
De aardappel vandaag
Nog steeds is de aardappel één van de best verkopende producten in Nederland. Hoewel pasta, rijst, couscous, quinoa en allerlei andere exotische maaltijddragers bezig zijn Nederland te veroveren, ligt het hart van de traditionele Hollander nog steeds bij een maaltijd van aardappels, groente en een stukje vlees.
Gemiddeld eten Nederlanders op 3 dagen in de week aardappelen. Ouderen eten meer aardappels dan jongeren. Buiten Nederland wordt de aardappel soms gezien als groente. De aardappel bevat dan ook diverse vitamines en mineralen die in pasta en rijst niet voorkomen.
De aardappelen die in de winkel te koop zijn, komen meestal uit Nederland. Doordat ventilatie- en koelapparatuur tegenwoordig van goede kwaliteit is, zijn aardappelen zelf na een half jaar in de opslag nog van goede kwaliteit. Daardoor kun je dus het hele jaar aardappelen van Nederlandse bodem in de winkel zien liggen. In het voorjaar kun je ook aardappelen uit landen rond de Middellandse Zee kopen, denk aan Malta, Israël, Egypte en Portugal.
Van Indiase aloo gobi tot Koreaanse gamja jorim, de aardappel heeft zich moeiteloos verspreid door keukens over de hele wereld. Telkens wanneer de groente wortel schoot, heeft het zich opnieuw uitgevonden en werden gaandeweg miljoenen monden gevoed.
De wetenschap achter de aardappel
Ongeveer 8 miljoen jaar geleden kruiste in Zuid-Amerika een voorouder van de moderne tomaat met een plant genaamd Etuberosum. Uit deze uitwisseling van genen ontstond de aardappel. De eenvoudige aardappel blijkt het product te zijn van een kruising tussen een oude tomatenplant en het minder bekende Zuid-Amerikaanse geslacht Etuberosum.
Botanist Sandra Knapp van het Natuurhistorisch Museum in Londen en haar collega’s bestudeerden de genetica van drie groepen planten van het geslacht Solanum. Ze bekeken de Petota, met 107 soorten waaronder gekweekte aardappelen (Solanum tuberosum), de tomatengroep, met 17 soorten, en Etuberosum, met drie soorten. De drie groepen deelden ongeveer 14 miljoen jaar geleden een gemeenschappelijke voorouder.
Het team bestudeerde 450 genomen - de volledige genetische samenstelling van een organisme - van geteelde aardappelen en 56 wilde aardappelsoorten. Ze ontdekten dat elk genoom een consistente mix van tomaat- en Etuberosum-genen. De resultaten suggereren dat het aardappelgeslacht afstamt van een kruising tussen de voorouders van tomaten en de Etuberosum-groep. Waarschijnlijk gebeurde dat zo’n 8 miljoen jaar geleden in het hedendaagse Chili.
Volgens Knapp maakte de kruising nieuwe genencombinaties mogelijk, waardoor nieuwigheden zoals de groei van knollen ontstonden. Dit laat zien dat kruising een ‘sterke kracht is in de evolutie van diversiteit’, zegt Knapp.
Aardappelconsumptie in Nederland en België
Nederland wordt als een echt aardappel-land gezien. Door Nederlanders wordt er voor 53 kilo aan ‘normale’ aardappelen gegeten per jaar. Tel je hierbij ook nog alle aardappelproducten zoals chips & friet bij op, kom je uit op 81 kilo aardappelen per persoon per jaar. Dit past niet eens in een winkelwagen. Van deze 81 kilo is ongeveer 9 kilo friet.
Een ander land waar een hoop aardappelen geteeld worden is ons buurland België. België behoort binnen de aardappel teelt zelfs tot de top van Europa. In België is de aardappelconsumptie per persoon per jaar ongeveer gelijk. In België bedraagt deze ongeveer 80 á 85 kilo per persoon. Van deze 80 tot 85 kilo aardappelen wordt er voor ca. 20 kilo aan friet gegeten.
| Land | Aardappelconsumptie per persoon per jaar (kg) | Frietconsumptie per persoon per jaar (kg) |
|---|---|---|
| Nederland | 81 | 9 |
| België | 80-85 | 20 |
labels: #Aardappel
Zie ook:
- Steak Tartare Vlees: De Beste Keuze voor een Topgerecht
- Steak Tartaar: Welk Vlees Gebruik Je Voor De Beste Smaak?
- Welk Vlees Past Perfect Bij Gebakken Aardappelen? Ontdek het Hier!
- Ontdek De Geheimen Van Hamburgers: Wat Zit Er Echt In En Hoe Maak Je Ze Perfect?
- Ontdek Welke Kaas Echt Minder Zout Bevat – De Ultieme Gids voor Gezonde Kaasliefhebbers!




