Meeldauw is een wijdverspreide schimmelziekte van nuttige en sierplanten die voorkomt bij meer dan 100 verschillende soorten. Er wordt een algemeen onderscheid gemaakt tussen echte meeldauw en valse meeldauw. Het is belangrijk om het verschil te herkennen, want de twee vormen hebben verschillende oorzaken en worden ook verschillend bestreden.
Beschrijving en schade door meeldauw
Schimmels behoren tot een lagere plantensoort die geen bladeren, stengels en wortels hebben om zelf de voedingsstoffen te kunnen vormen die nodig zijn om te kunnen groeien. Meeldauw parasiteert op een gastheer, veroorzaakt bladval en laat soms de gastheer zelfs sterven. Sommige soorten, zoals appelmeeldauw, tasten alleen bepaalde planten aan.
Echte meeldauw (Erysiphaceae) behoort tot de buisvormige schimmels en bestaat uit een groot aantal soorten. Elke soort is specifiek en kan slechts één type waardplant aanvallen. Dit betekent dat echte meeldauw die een tomaat aantast, geen komkommer of andere plantensoorten kan aantasten. Hetzelfde geldt in bijna alle gevallen voor valse meeldauw (Peronosporaceae), wat eigenlijk geen echte schimmel is. Het is een pseudo-schimmel en is eigenlijk veel nauwer verwant aan bruine algen en diatomeeën.
Terwijl echte meeldauw ook kan groeien bij droog weer, heeft valse meeldauw een hoge luchtvochtigheid en natte bladeren nodig om zich te kunnen verspreiden. Overigens geldt voor beide schimmelziekten hetzelfde: Geïnfecteerde bladeren en vruchten zijn niet echt giftig vanwege de meeldauwschimmels. Toch raden we af om ze te eten, omdat de schimmels soms ernstige allergieën kunnen veroorzaken.
Aantasting door meeldauw voorkomen
Het is natuurlijk het beste als planten in de eerste plaats niet worden aangetast door meeldauw. De volgende tips kunnen helpen bij de preventie:
- Kies resistente variëteiten bij het herplanten of zaaien. Kies resistente variëteiten zoals ‘Dolphin’ spinazie, ‘Fanny’ wijnranken of de bodembedekkende roos ‘Sommermärchen’.
- Vermijd overbemesting, vooral met stikstof. Gebruik zo min mogelijk stikstofrijke meststoffen op je planten. Deze zorgen namelijk voor veel zachte, bladachtige groei. Tip! Een goede meststof om te gebruiken bij planten die gevoelig zijn voor meeldauw is zeewiermest.
- Zorg ervoor dat de planten niet te dicht op elkaar staan en voldoende lucht en zon krijgen. Geef je planten voldoende ruimte, zodat er weinig vocht achterblijft op de bladeren en stengels na een bui. Hoe dichter het gebladerte, hoe makkelijker er vocht achterblijft. Kies een locatie die veel licht en goede ventilatie biedt.
- Zet kruiden zoals basilicum, kervel of bieslook tussen de planten. Deze worden gemeden door echte meeldauw.
- Zorg er tijdens droog weer voor dat u voldoende extra water geeft zodat de planten niet kunnen verzwakken.
- Bescherm de bladeren tegen vocht en geef de planten alleen water van onderaf, bij voorkeur 's ochtends of 's middags. Vochtige bladeren werken schimmelziekten namelijk in de hand. Bewust water geven helpt ook om valse meeldauw te voorkomen. Stop een vinger 2 tot 3 cm diep in de potgrond om te controleren of het nodig is om water te geven. Geef aan de voet van de plant water en zorg ervoor dat de bladeren zo droog mogelijk blijven.
- Verwijder onkruid, omdat het vaak besmet is en de schimmel zich van daaruit kan verspreiden. Ongeplande planten die opkomen rondom je gewassen kunnen de schimmel ook verspreiden als ze zelf eenmaal last hebben van meeldauw.
- Versterk planten om ze minder vatbaar te maken. Heermoes afkooksel is bijzonder geschikt om te versterken.
Als een plant is aangetast, verwijder dan onmiddellijk de aangetaste bladeren en bloemen en gooi ze bij het huishoudelijk afval. De bladeren kunnen gecomposteerd worden als ze voor de veiligheid bedekt worden met een dicht materiaal zoals aarde of gemaaid gras. Dit voorkomt dat de sporen door de wind worden meegevoerd.
Echte meeldauw
Echte meeldauw komt vooral opzetten tijdens droog en warm weer en is te herkennen aan de witte, meelachtige stof aan de bovenzijde van de bladeren, bloemen en stengels. De witte schimmel op je plant begint met enkele vlekken, maar kan uiteindelijk het hele blad bedekken. Echte meeldauw herken je aan witte vlekken, stippen of pluisjes op bovenkant van bladeren. Echte meeldauw komt vooral voor in de zomer, bij hoge temperaturen en droog weer.
Na verloop van tijd wordt de witte schimmel donkerder en krullen de bladeren zich omhoog. De bladeren worden bruin en verdrogen, de bloemen verwelken. Als de aantasting ernstig is, kunnen hele delen van de plant afsterven. Meeldauw komt vooral voor op rozen, asters, komkommers, wortelen en kruisbessen.
Echte meeldauw bestrijden
Wanneer planten op de juiste plaats staan en voldoende voedingsstoffen kunnen opnemen zullen ze minder snel last hebben van meeldauw. Verzorg de plant vanaf nu heel goed en let er vooral op dat de plant voldoende vocht krijgt zodat deze niet meer kan verzwakken.
Als u de schimmelziekte toch hebt ontdekt, is het verstandig om zoveel mogelijk de aangetaste bladeren te verwijderen en bij het huisvuil af te voeren. Daarna wordt een behandeling met melk aanbevolen. Meng hiervoor verse melk (bij voorkeur rauwe melk, geen UHT-melk) met water in een verhouding van 1:8 en besproei de plant hiermee om de paar dagen. De micro-organismen in de melk bestrijden de schimmel effectief en op natuurlijke wijze. Ze versterken ook de plant. Meer dan 50 jaar geleden ontdekten onderzoekers in Canada dat sproeien met een oplossing van melk en water op tomatenbladeren meeldauw kan doden. Melk bevat namelijk schimmelwerende stoffen.
Een huismiddeltje dat heel goed werkt als het correct wordt gebruikt, is bakpoeder. Om precies te zijn, het is het ingrediënt natriumwaterstofcarbonaat. Maak een mengsel van één deel bakpoeder en voeg 99 delen water toe (gelijk aan 1% bakpoeder in water). Besproei de aangetaste plantendelen vervolgens goed met dit mengsel. Er kunnen betere resultaten worden bereikt met zuiver natriumwaterstofcarbonaat, omdat bakpoeder vaak een aantal andere stoffen bevat. Kaliumwaterstofcarbonaat kan ook worden gebruikt.
Is de grond eenmaal aangetast met een schimmelziekte dan is het verstandig om op die plaats geen meeldauwgevoelige planten meer te planten. Als dit niet mogelijk is kan de grond op de aangetaste plaats ververst worden.
Valse meeldauw
Valse meeldauw is een “slechtweerschimmel”, hij houdt van vocht en tast zowel sierplanten als talrijke gewassen aan, zoals erwten, veldsla, sla, kool, radijs, schorseneren, spinazie, uien en wijnstokken. Het schadepatroon verschilt van dat van echte meeldauw: beide zijden van het blad worden aangetast. De witte laag verschijnt aan de onderkant van het blad, waar zich meestal een grijze of grijs violette schimmelvlek vormt. Aan de bovenkant van het blad zijn lichter wordende of gelige vlekken te zien. Het blad sterft af. Als de schimmel niet behandeld wordt, kan de hele plant afsterven.
Valse meeldauw is ook een schimmel en lijkt erg op echte meeldauw. Het grote verschil is dat valse meeldauw aan de onderkant van bladeren voorkomt. Dit valt minder snel op, waardoor je vaak eerst de gevolgen van de schimmel ziet. Op de bovenkant van de bladeren ontstaan er dan opvallende geel/oranje vlekken. Kijk je aan de onderkant?
De ideale omstandigheden voor echte meeldauw zijn een hoge temperatuur en droge omgeving. In warme zomers heb je meer kans op meeldauw op je planten. Ook vergoot een slechte luchtcirculatie de kans op schimmels. Meeldauw is niet zo kieskeurig en komt op verschillende soorten planten voor. De schimmel komt zowel in de moes- als de siertuin voor. In de moestuin zijn meestal de courgettes, komkommers en pompoen slachtoffer van meeldauw.
Valse meeldauw bestrijden
De schimmel zelf kan op natuurlijke wijze worden bestreden met verschillende plant afkooksels. Het gebruik van een afkooksel van heermoes (Recept : - 100 gedroogde stengels voor 1l water - 2 tot 3 uur trekken, koken gedurende 20 minuten, afkoelen en filteren) is bijvoorbeeld effectief gebleken. Het wordt verdund met water en regelmatig op de aangetaste plant gesproeid. U kunt ook een afkooksel van knoflook gebruiken.
Wat te doen bij een meeldauw infectie?
Zitten er witte vlekken of pluisjes op de bladeren van je plant? Dan is dit waarschijnlijk meeldauw. Doe je niks aan meeldauw?Bij een aantal vlekjes witte schimmel op je plant is er nog geen reden tot paniek. Meeldauw breidt echter heel snel uit. Voordat je het weet is het hele blad bedekt met schimmel. Meeldauw onttrekt vocht uit de bladeren, waardoor ze geel of bruin kleuren. Bovendien kan het blad door de laag schimmel geen zonlicht meer opnemen, waardoor de plant ook niet meer goed kan groeien. De fotosynthese wordt belemmerd. Je ziet al snel dat de bladeren omkrullen. Valse meeldauw veroorzaakt al snel opvallende gele of oranje vlekken op de bovenkant van het blad. Doordat valse meeldauw aan de onderkant van het blad zit, merk je dit minder snel op. Je herkent valse meeldauw dus meestal aan de schade aan de bovenkant.
Meeldauw kan de bladeren van je plant dus flink aantasten! Om ervoor te zorgen dat niet heel je plant afsterft, en de schimmel naar andere planten verspreidt, is het belangrijk om meeldauw te bestrijden. Zijn de bladeren erg aangetast door de schimmels? Dan is er helaas niks anders te doen dan de bladeren af te knippen. Zorg ervoor dat de afgeknipte bladeren niet in aanraking komen met andere planten om verspreiding te voorkomen! Het is niet slim om meeldauw van de bladeren af te vegen. Zo verspreid je de schimmels meestal alleen maar. Knip de geïnfecteerde bladeren gewoon af met een schone snoeischaar.
Extra tips om meeldauw te voorkomen en bestrijden
- Het is lastig om meeldauw volledig te voorkomen. Deze schimmel houdt nu eenmaal van een warme omgeving. In de warme zomers zijn je planten gewoon extra gevoelig. In deze periode is het in ieder geval belangrijk dat je planten regelmatig monitort.
- Geef je plant een plaats met voldoende luchtcirculatie. Dus hou voldoende afstand bij het planten zodat het niet te veel gaat broeien.
- Het behouden van gezonde planten is de belangrijkste maatregel die je kunt treffen. Gebruik daarom naast de bladmeststof ook regelmatig een organische moestuinmest. En vergeet natuurlijk niet genoeg water te geven.
Meeldauw is besmettelijk! De witte schimmel verplaatst zich snel naar andere planten. Heb je een plant met meeldauw? Knip dan snel de geïnfecteerde bladeren weg om besmetting te voorkomen. Meeldauw verdwijnt meestal niet vanzelf. Deze witte schimmel op je plant breidt zich namelijk snel uit en verspreidt zich naar andere planten. Om van de schimmel af te komen, knip je zo snel mogelijk de aangetaste bladeren af. Door een organische bladmeststof te gebruiken help je getroffen planten om de schimmel tegen te gaan. Behandel dan ook gelijk de planten in de omgeving van de besmette plant.
Voeding De bodem is van grote invloed op de gezondheid en de vatbaarheid van de planten die erin groeien. Zo is bekend dat planten die in grond met een hoog zwavel en siliciumgehalte groeien minder gevoelig zijn voor meeldauw. Zijn jouw groenteplanten erg gevoelig voor meeldauw? Verhoog dan het zwavel en siliciumgehalte in de grond. Wij adviseren om per plantengat 4 volle eetlepels lavameel voor het planten van de groenteplanten in het plantgat toe te dienen of 50 tot 100 gram per m². Lavameel bestaat voor een groot gedeelte uit silicium. Lavameel is toegelaten in de biologische landbouw. Geef daarnaast regelmatig bitterzout mee met het water geven. Bitterzout bestaat uit magnesium en sulfaat (een zwavelverbinding). Magnesium zorgt dat de planten een mooie donkere kleur krijgen en sulfaat zorgt voor hardere cellen, daardoor krijgen schimmels als meeldauw minder kans. Los een eetlepel bitterzout op in 1 liter water en geef dit 1 x per maand aan de tomatenplanten en alle andere planten die gevoelig zijn voor meeldauw. Met 1 liter heb je genoeg voor 4 tot 6 groenteplanten. Bitterzout is toegelaten in de biologische landbouw.
Preventief bestrijden Bij ons in de kwekerij (in een kas) hebben we zwavelverdampers hangen. Twee keer per week branden deze verdampers zo’n 8 uur. Hierdoor komt er een heel klein laagje zwavel op de bladeren. Dit laagje zwavel zorgt ervoor dat er geen of minder snel meeldauw ontstaat. Als de meeldauwsporen willen kiemen brandt de zwavel de kiembuis van de schimmel weg, waardoor de meeldauwspoor sterft. De meeldauwsporen die al gekiemd zijn, gaan door de zwavel niet meer weg. Maar als er gestart wordt voordat er meeldauw in de groenteplanten aanwezig is, voorkom je de meeldauw. Als je net als wij in een kasje kweekt, kan je heel goed gebruik maken van zwavelverdampers. Buiten hebben zwavelverdampers geen zin en kan je beter spuitzwavel gebruiken.
Krijg je toch last van meeldauw dan kan je deze schimmel ook op een biologische manier bestrijden met melk en spuitzwavel. Meeldauw zie je vooral in juli, augustus en september ontwikkelen. Hoe eerder je met behandelingen tegen de meeldauw start des te sneller de schimmel weg is.
Recept: 500ml biomiddel tegen meeldauw: Benodigheden:- Magere melk- WaterBij 7 delen water (350ml) meng je 3 delen (150ml) melk. Giet alles in een plantenspuit, schudden en je biomiddel is klaar om te gebruiken. Haal allereerst de meest aangetaste bladeren met meeldauw weg. Spuit de overgebleven bladeren waarop de meeldauw stippen te zien zijn in met het melkmengsel. Het melkmengsel werkt zolang de plant nat is van het mengsel. Zodra het melkmengsel is opgedroogd is er geen werking meer van de melk. Het melkmengsel zal wekelijks gespoten moeten worden, totdat er geen aantasting meer is te zien.
Door 3 dagen na het spuiten van het melkmengsel de planten opnieuw in te spuiten met spuitzwavel, zorg je voor een langere werking. Spuitzwavel dood alleen de hele kleine plekjes meeldauw, maar voorkomt veel meer dat er nieuwe plekken meeldauw ontstaan. Met spuitzwavel hoef je maar 1x per maand de planten te behandelen.
Echte meeldauw is een schimmelziekte waarbij de schimmel voedingsstoffen onttrekt aan de plant. De bladeren vertonen eerst op de bovenkant kleine witte, meelachtige vlekken die zich later over grote oppervlakken op de bladeren, bloemknoppen, scheuttoppen en vruchten uitbreiden. Bij rozen wordt echte meeldauw zichtbaar in de vorm van roodachtige verkleuringen. Het merendeel van de schimmel zit aan de buitenkant van de plant. Daarom kan de witte laag er eenvoudig met de vingers worden afgeveegd. De bladeren van de plant rollen zichzelf op, worden daarna bruin en vallen af. Dit kan visueel een negatief effect hebben op de plant. Bij ernstige aantasting kan het leiden tot het afsterven van de scheuten, het plantenweefsel en een remming van de knoppenontwikkeling vormen.
Speciale typen van echte meeldauw zijn:
- Echte meeldauw op rozen (Sphaerotheca pannosa): deze schimmelsoort komt uitsluitend voor op rozen.
- Echte en valse meeldauw op druiven: de fijne, meelachtige laag bevindt zich op de bovenkant, respectievelijk onderkant van de bladeren en op de bloeiwijze van de wijnstokken. Uiteindelijk worden ook de druiven aangetast. De bloeiwijzen sterven af en de druiven barsten open.
- Amerikaanse kruisbessenmeeldauw: de vruchten worden ook hier bedekt met eerst een witte en later een bruine schimmellaag. Ze worden niet rijp en zijn daardoor niet geschikt voor consumptie. De overwintering van de schimmel vindt plaats in de knoppen van de scheuttoppen. De schimmel breidt zich uit met het uitlopen van de nieuwe blaadjes. Doordat zich op het oppervlak sporen hebben gevormd, worden steeds nieuwe plantendelen geïnfecteerd.
Echte meeldauw wordt ook de 'mooi-weer-schimmel' genoemd, omdat hij zich het snelste vermeerdert en uitbreidt bij droog en warm weer met dauwvorming 's nachts. De uitbreiding van de schimmel wordt ook bevorderd door een te stikstofrijke bemesting. Maar ook bij lage luchtvochtigheid is ontwikkeling van de schimmel mogelijk. De schimmel verspreidt zich via luchtstromen. Met name droge planten worden vaak aangetast door echte meeldauw. Dat geldt voor zowel groene planten als bloemplanten.
De infectieperioden van individuele planten verschillen:
- Kruisbessen: mei - augustus
- Rozen: april - juli
- Wijnstokken: mei - augustus
- Kamer-, balkon- en kuipplanten: mei - augustus
- Siertuinen: april - september
- Groenteplanten: mei - augustus
Waardplanten:
- Fruit: appelbomen afhankelijk van de soort. Bijzonder gevoelig zijn: Boskoop, Jonagold, Cox Orange, Jonathan en Ingrid Marie. Daarnaast kruisbessen en aalbessen.
- Groenteplanten: de schimmels die echte meeldauw veroorzaken, zijn wijdverbreid en komen voor bij bv. erwten, verse kruiden, komkommers, wortels, pastinaak (rettich), spruiten, schorseneren, tomaten en courgettes.
- Rozen: alle rozensoorten
- Wijnstokken: alle druivenrassen, ook binnenlandse wijnstokken
- Kamer-, balkon- en kuipplanten: de schimmels die echte meeldauw veroorzaken, zijn wijdverbreid en komen voor bij bijvoorbeeld begonia's, suikerdruifjes, hortensia's, Kaapse viooltjes, monnikskap, asters, Bellis, chrysanten, ridderspoor, struikhei, petunia's, flox, viooltjes, clematis, wilde kardinaalsmuts, Mahonia en rozen.
- Siertuinen: stiefmoedertjes, rozen, anemonen, leeuwenbekjes, zonnebloemen, vergeet-mij-nietjes, viooltjes, flox, monnikskap, asters, Bellis, chrysanten, clematis, Mahonia en seringen.
Echte meeldauw bestrijden
In de herfst moeten alle aangetaste planten ver worden teruggesnoeid, tot in het gezonde hout. Verwijder het snoeiafval. Composteer dit niet, maar gooi het bij het huishoudelijke afval. Rozen en andere sierplanten die in het voorgaande jaar aangetast waren, moeten in het voorjaar worden gesnoeid.
Behandel planten onmiddellijk wanneer de eerste vlekken verschijnen, zodat de ziekte zich niet verder uitbreidt. Door te bemesten met kalium en te zorgen voor gelijkmatige temperaturen kan je de aantasting voorkomen. Zorg er bij het planten van groenteplanten voor dat de plantafstand groot genoeg is en vermijd te hoge luchtvochtigheid.
De behandeling moet met de volgende tussenpozen worden herhaald:
- Appels en peren: 8 - 14 dagen
- Kruisbessen: 7 dagen
- Rozen: indien nodig herhalen
- Wijnstokken: 10 - 12 dagen en een spuitbehandeling kort voor het uitlopen
- Kamer-, balkon- en kuipplanten: indien nodig herhalen
- Groenteplanten: 8 - 12 dagen
Valse meeldauw
Bij valse meeldauw gaat het om een schimmelziekteverwekker. Daarbij vormen zich, afhankelijk van de plantensoort, vlekken op de bovenkant van de bladeren. Bij groentesoorten zijn deze licht, bij wijnstokken geel en doorschijnend (olieachtig) en bij rozen roodachtige-violet. Aan de onderkant vormt zich bij alle planten grauwgrijs schimmelpluis. De laag kan zich ook uitbreiden naar de bloeiwijzen en vruchten. In tegenstelling tot echte meeldauw dringt deze schimmel via de huidmondjes op de onderkant van het blad in de plant en bedekt het blad met mycelium. De schimmel onttrekt daardoor voedingsstoffen aan de plant. Bij ernstige aantasting kunnen groeistoornissen, bladval, het verdorren van knoppen en misoogsten optreden. Bij wijnstokken veranderen de bladeren van kleur en worden de druiven bruin en drogen uit. Aangetaste vruchten en groenten moet je niet eten, maar absoluut vermijden, omdat zich hierin afbraakstoffen van de schimmel kunnen bevinden die niet voor consumptie geschikt zijn.
Nat, koel weer bevordert de ontwikkeling van de schimmel, evenals permanent vochtige bladeren en een te stikstofrijke bemesting. Houdt daarom rekening met de verschillende infectieperioden van de individuele plantensoorten:
- Rozen: april - augustus
- Druiven: mei - augustus
- Groenteplanten: mei - augustus
De schimmel overwintert in de scheuten, op de bladeren en op de vruchten van planten.
Valse meeldauw bestrijden
Gelijkmatige temperaturen, goede luchtcirculatie, voldoende plantafstand en meststoffen met hoge kaliumgehaltes voorkomen aantasting door valse meeldauw. Bij het verschijnen van de eerste vlekken moet je de planten onmiddellijk behandelen, om te voorkomen dat de ziekte zich verder uitbreidt. Verwijder alle afgevallen bladeren van de planten en, bij wijnstokken, tevens de gedroogde druiven. De planten moeten flink worden teruggesnoeid en je moet ervoor zorgen dat de planten verse lucht krijgen en goed kunnen opdrogen. Herhaal de behandeling indien nodig. Bij rozen herhaal je al na 8 tot 14 dagen.
labels:




