De Veluwe is een oud gebied in ons land met een rijke historie, waarvan veel bewaard is gebleven. Er zijn veel opgravingen gedaan.

Barneveld: Kippendorp met een Rijke Historie

De gemeente Barneveld wordt gezien als het pluimveecentrum van Nederland. Barneveld is bekend geworden door de kippen en eieren. Niet voor niets wordt het ook wel 'Kippendorp' genoemd. Hier komt ook het kippenras de Barnevelder vandaan.

Als kerspel (kerkdorp) komt Barneveld voor het eerst voor in 1333/34, als gericht eerst in 1432 en na 1448 als zodanig onafgebroken en als ambt pas rond 1450. De ouderdom van het dorp Barneveld is moeilijk precies te bepalen.

Dat Barneveld in het midden van de dertiende eeuw al een aanzienlijk dorp was is te zien aan de toren van de Nederlands Hervormde kerk die in die tijd gebouwd moet zijn. Ongeveer tussen 1250 en 1500 vond er een grote bevolkingstoename plaats in de Gelderse Vallei. Vooral Barneveld, Lunteren, Ede en Bennekom groeiden van gehucht naar dorp.

Mede door het afgraven van veen kwam Barneveld tot bloei. “... Barneveld lag strategisch tussen Gelre en het Sticht. Doordat het nooit tot stad is verheven, konden er geen versterkingen worden gebouwd en werd het dorp diverse keren in meerdere of mindere mate verwoest. Omstreeks 1650 schreef Arend van Slichtenhorst in zijn “Geldersche Geschiedenissen”:

Ook tijdens de tachtigjarige oorlog en daarna werd Barneveld niet gespaard. Daardoor en door de dynamische inzet van ondernemers zijn er nu slechts weinige bouwkundige monumenten in het dorp te vinden. Als marktplaats vervulde Barneveld een centrumfunctie in de Gelderse Vallei.

Het oorspronkelijk duidelijk agrarische karakter van het dorp is nu nog terug te vinden in de diverse markten en in de vele organisaties van en voor de landbouwer. Er is ooit geschreven dat de vroegere schapenmarkt “reeds van voor mensenheugenis” bestond. De eerste officiële aantekeningen dateren uit 1680 en ook dan wordt vermeld dat Barneveld “een der aanzienlijkste markten” heeft.

Daarnaast was de wolhandel van belang. Barneveld ontstond in 1333 als kerkdorp, maar men neemt aan dat de plaats toen al een eeuw bestond, omdat er in 1174 al werd gesproken over een Wolfram van Barneveld. Barneveld werd in de vijftiende eeuw betrokken in de Stichtse Oorlog.

De Kabeljauwse commandant Jan van Schaffelaar vluchtte met zijn mannen de kerktoren in. De kerk werd omsingeld door de Hoeken en om zijn mannen te sparen sprong Jan van Schaffelaar zijn einde tegemoet. Een standbeeld voor de kerk herinnert aan deze opofferingsdaad.

Museum Nairac

In het centrum staat het Museum Nairac. Het museum werd opgericht door Carel August Nairac. Hij was in de negentiende eeuw burgemeester van Barneveld. Nairac was verzamelaar van middeleeuwse vondsten.

In 1875 vond de toenmalige burgemeester van Barneveld, mr. C.A. Nairac, het tijd voor een gemeentemuseum. Hiervoor richtte hij met gemeentebode Hendrik Bouwheer een oudheidskamer in. Het museum vestigde zich later in een zeventiende-eeuwse brouwerij op de hoek van de Langstraat en de Brouwerstraat. Een uitbreiding in 2012 maakte het museum dubbel zo groot.

Thema’s uit het Barneveldse verleden zijn informatief en verrassend geëxposeerd. Hoe overleefde een arm boertje op de zandgronden? Wie woonden er op Kasteel de Schaffelaar?

Museum Nairac in Barneveld heeft een uitgebreide collectie archeologie en cultureel erfgoed. De basis van de museumcollectie werd gelegd door burgemeester Carel August Nairac en zijn bode Hendrik Bouwheer.

Het Nederlands Pluimveemuseum

Op de Hessenweg in Barneveld is sinds 1983 het Nederlands Pluimveemuseum gevestigd. In de vaste expositie wordt veel over de biologische achtergrond en de geschiedenis van de kip en het ei verteld. U wordt ook over de handel geünformeerd.

Als u de geschiedenis van de kip en het ei echt wilt beleven moet u hier snel eens gaan kijken. U vindt bij het Pluimveemuseum een ruim opgezette expositie, een uitgestrekte hoendertuin, een veilinglokaal in bedrijf, een leuke museumwinkel, kuikens direct uit de broedmachine en nog veel meer.

Barneveld staat bekend als de bakermat van de Nederlandse Pluimveehouderij. Logisch dus dat het Nederlands Pluimveemuseum daar staat. Een uniek museum waar de geschiedenis van kip en ei op boeiende wijze wordt getoond. Hier maakt u een reis door de tijd van de Nederlandse pluimveehouderij.

Wij laten zien hoe de pluimveehouderij zich heeft ontwikkeld van traditionele, kleine kippenhokjes tot moderne, diervriendelijke huisvestingsvormen. Bekijk de antieke broedmachines, waarvan er één nog in bedrijf is en volg een kuikentje als het uit het ei komt.

Het Pluimveemuseum heeft nog een traditioneel veilinglokaal met een interieur uit ± 1930. Hier worden eieren en artikelen uit de museumwinkel geveild. Bewonder in de uitgestrekte hoendertuin de meer dan 20 oud-Hollandse hoenderrassen met hun fraaie en gevarieerde kleuren.

Uiteraard ontbreekt de wereldberoemde Barnevelder niet in de verzameling kippen. Het Pluimveemuseum is fascinerend voor jong en oud. Speciaal voor de jeugd zijn speurbrieven met vragen gemaakt.

Het Nederlands Pluimveemuseum is zeer ruim opgezet. Barneveld is vooral bekend geworden door de pluimveeteelt. In de veertiende eeuw werden er al eieren uit de Gelderse Vallei geëxporteerd. Men kweekte er de Barnevelder.

Voor het gemeentehuis van Barneveld staat een kunstwerk dat herinnert de voorspoed in de handel met pluimvee. Het beeld 'Ei 2011' van kunstenaar Guido Geelen was een geschenk van de Koninklijke De Heus aan de bevolking van Barneveld ter viering van het 100-jarig bestaan van De Heus.

Ontdek alles over de kip en het ei in het Pluimveemuseum in Barneveld. Bekijk een antieke broedmachine die nog in bedrijf is en volg een kuikentje als het uit het ei komt. Kinderen mogen de schattige kuikentjes zelf vasthouden en knuffelen.

In de hoendertuin tonen meer dan 20 Oudhollandse rassen hun mooiste kleuren. Voor de kinderen is er een speurbrief voor een spannende tocht door het museum. In het authentieke veilinglokaal kan je meedoen aan een veiling.

Door met een druk op de knop de veilingklok zelf op het juiste moment stil te zetten word je de eigenaar van een leuk aandenken, een doosje Barneveldse eieren of een flesje advocaat.

Kootwijkerbroek: Van Heidevelden tot Groen Landschap

Je verlaat via het noordoosten Barneveld en duikt de polder in naar Kootwijkerbroek. Eigenlijk zouden we moeten spreken van het Kootwijkerbroek, het broek van Kootwijk, omdat de hier gelegen lage en slechte gronden door de inwoners van Kootwijk - die later misschien ook naar deze streek verhuisden - werden ontgonnen en vervolgens bebouwd.

Wie nu dit groene landschap doorkruist, kan zich slecht voorstellen dat hier eens de heidevelden hebben overheerst. Inmiddels telt Kootwijkerbroek (dorp en het uitgebreide buitengebied) aanmerkelijk meer inwoners dan Kootwijk.

Veel ouder dan Kootwijkerbroek is de nederzetting Wessel, gelegen tussen het dorp en Barneveld. Een van de oudste boerderijen in deze omgeving - in zijn laatste vorm daterend uit de zeventiende eeuw en in 1980 gesloopt - heette “Blauw Kapel”. Sedert 1996 staan tien boerderijen en andere gebouwen in het buitengebied op de gemeentelijke monumentenlijst.

Garderen

Aanvankelijk de hoofdplaats van onze gemeente. Onder de Veluwse bossen, die in 853 werden geschonken aan het klooster van Werden in Westfalen, komt ook het bos Wardlo voor. In een beschrijving van Garderen uit de tweede helft van de negentiende eeuw is te lezen: “Het lieve dorp met zijne roode pannendaken of rieten dekens, ligt schilderachtig op een berg, omringd door afhellende bouwlanden met heghout omzoomd, hier en daar versieren echte vervallen Veluwsche schaapschotten het landelijk tooneel.

De toren, waarschijnlijk daterend uit de elfde eeuw, valt iedereen die het dorp nadert in het oog. De huidige kerk dateert uit het midden van de negentiende eeuw. Een tweede blikvanger is de molen. Al in 1434 werd er windrecht betaald aan de hertog van Gelre. Vroeger was het een “dwangmolen”, dat wil zeggen dat de boeren hier hun koren, vooral rogge en boekweit, moesten laten malen.

Het koren werd verbouwd op de bouwgrond rond het dorp, de eng of es, waarvan iedere boer een gedeelte in gebruik had. Ook de heidevelden waren, evenals in andere maalschappen, in gemeenschappelijk eigendom. Ze werden gebruikt voor het slaan van plaggen en het weiden van schaapskudden.

Vee werd ook geweid in de bossen, waaruit men hout betrok voor verwarming en huizenbouw. Al in het begin van deze eeuw brachten vooral mensen uit het westen hun vakantie door in Garderen. Van lieverlee veranderde het ‘s zomers van boerendorp in recreatiedorp, waarvan vooral de middenstand de vruchten plukte.

De Glind

Bij het horen van de plaatsnaam De Glind zullen veel mensen onwillekeurig denken aan het Jeugddorp De Glind. Het kerspel Barneveld bestond vroeger uit het dorp en de buurtschappen Kallenbroek, Esveld en De Glind. In de laatste buurt lag ook het huis “De Glinthorst”. Het was een forse woontoren met een aantal bijgebouwen. De heren van deze havezate bezaten enkele boerderijen in de omgeving zoals “Bergstein, “Den Brom”, “Groot Birreveld, “Klein Birreveld”, “De Knip” en “Burgstede”.

Door de komst van een reclasseringsvereniging, de “Jan Pieter Adolf-Vereniging” en van de “Rudolphstichting” verschoof het centrum van deze gemeenschap westwaarts. In 1911 koos ds. W.J. Rudolph (1862 - 1914) deze plaats om te starten met de opvang van kinderen die niet in het ouderlijk milieu konden opgroeien.

In de eerste jaren waren er allerlei tegenslagen, waardoor de diaconieën van de gereformeerde kerken in 1927 moesten ingrijpen om de “Stichting De Glindhorst” van de financiële ondergang te redden. De kinderen werden aanvankelijk ondergebracht in boerengezinnen. Er wordt nog steeds gewerkt met gastgezinnen, maar hun taak wordt verlicht door steun en advies van deskundige begeleiders.

Kootwijk

Ten zuiden van Kootwijk ligt het Kootwijkerzand, een van de grootste nog “levende” stuifzandgebieden van ons land. Tijdens opgravingen tussen 1971 en 1975 werden hier de resten van een vroeg-middeleeuwse nederzetting gevonden, die waarschijnlijk in de twaalfde eeuw door het zand is bedekt.

In een beschrijving uit 1744 wordt van Kootwijk gezegd: “een gering dorp, is midden op de rugge der Veluwe, op een schralen bodem gelegen”. Dit laatste sloeg en slaat op de uitgestrekte heidevelden die ook nu nog in de omgeving, vooral in de richting van Kootwijk - Radio, zijn te vinden. De meeste Kootwijkers hielden vroeger schapen om in hun onderhoud te voorzien. Niet alleen voor de wol, maar ook voor de mest om een stukje grond te bemesten.

Er wordt wel verteld dat de Fransen, toen zij in 1672 ons land binnenvielen, het dorp Kootwijk niet konden vinden. Helemaal ondenkbaar is dat natuurlijk niet, het ligt te midden van uitgestrekte bossen en heidevelden en het hoog opgaand geboomte op de Brink rondom de kerk kan het dorp aan het oog van de militairen hebben onttrokken.

De oude N.H. kerk van Kootwijk heeft een rijke historie. Van 1604 tot 1617 was de kerk met die van Garderen verenigd. Nairac vermeldt in zijn boekje dat het koor van de kerk is gebouwd in de elfde eeuw en “de timmerman die den torenspits verlaagde (1838), haalde daaruit een anker met het jaartal 1010”. Het overige gedeelte zou er in de zestiende eeuw zijn aangebouwd.

Op een van de kerkklokken stond te lezen: “Dor het fijer ben ik gevloten, Peter van Trier heeft mij gegoten, 1625”. Het kerkelijk leven was in Kootwijk vroeger zeer intensief, hoewel soms andere zaken voorrang kregen. In kerkhistorisch opzicht had Kootwijk in 1886 een primeur. De kerkenraad beriep toen een kandidaat van de Vrije Universiteit van Amsterdam, Jan Hendrikus Houtzagers, die, samen met mr. dr. Willem van den Bergh in Voorthuizen, een van de eerste predikanten van de zogenaamde Doleantie werd.

Stroe

Stroe is volgens de overleden Veluwekenner Jac. Gazenbeek een van de oudste nederzettingen van ons land. De landelijke omgeving telt verscheidene statige boerenhoeven, maar er is slechts een enkele schaapskooi die herinnert aan de tijd dat de vroegere grote heidevelden nog onverdeeld gemeenschappelijk bezit van geërfden waren.

Deze heidevelden werden gebruikt voor het slaan van plaggen en het weiden van de grote schaapskudden. Die heideplaggen werden in de potstal gelegd en na “gebruik” benut als mest op de schrale akkertjes. De heidevelden werden aan het eind van de vorige eeuw onder de geërfden verdeeld, waarna ontginning volgde, die werd vergemakkelijkt door de komst van de kunstmest.

De antieke kluitschop van de herder hangt op de deel aan een haak of ligt vergeten op de hilt. Verdwenen is ook de eeuwenoude herberg “De Raven”, gelegen bij de kruising van de oude karweg Arnhem - Harderwijk met de weg van Barneveld naar Garderen, waar destijds de geërfden vergaderden om de belangen van de streek te bespreken.

In 1876 werd Stroe uit zijn betrekkelijke isolement verlost door de opening van de Oosterspoorweg. Bij de “Halte Stroe” stapten ook de militairen in of uit, die gelegerd waren in “De Harskamp”.

Terschuur

Evenals Voorthuizen dankt Terschuur zijn opkomst aan de oude Hessenweg van Amsterdam over Amersfoort naar Deventer. Aan de tijd dat er voor het gebruik van de weg tol moest worden betaald herinnert nog de boerderij “De Tolboom”. De tot het Batenburgse pandschap behorende Landtol van Terschuur was een fel begeerde bron van inkomsten, die graag van de hertog van Gelre werd gepacht. Als pachter wordt in 1518 Berruw van Estvelt genoemd. De pachters woonden waarschijnlijk in het huis “Terschuur”.

Lange tijd woonde de tolgaarder in het huisje aan de Hoevelakenseweg, waarop nog steeds de afstanden naar nabijgelegen plaatsen te lezen zijn. Een van de bewoners van het huis “Terschuur” was Heijn van der Schuer die in 1418 de verbondsbrieven tussen de steden en de Ridderschap van Gelre tekende. In 1421 werd het huis door de Stichtsen verbrand, ook in Barneveld werd in dat jaar geroofd en brand gesticht.

Wie van Terschuur naar Achterveld rijdt, passeert de “Kallenbroekermolen” of “den Olden Florus”. Het is een houten standerdmolen, in ieder geval al genoemd in 1545. Volgens de Rijksdienst voor de Monumentenzorg dateert de huidige molen uit 1633.

Zwartebroek

Via de Eendrachtstraat komt men in het dorp Zwartebroek, waarvan gemeentebode Bouwheer omstreeks 1900 schreef: “...eene eigenaardige benaming voor deze veenstreek; 25 jaar geleden werd daar uitstekende turf gebaggerd, wier hoedanigheid evenwel verminderd is door dien het thans aangebroken veen te jong is”.

Voorthuizen

In een beschrijving van het bisdom Utrecht uit 1744 is te lezen: “Voorthuizen, een dorp op de Veluwe, is voornamelijk aanmerkenswaard door zijne wadden of ondiepe overtocht of voorde (=doorwaadbare plaats in een beek, red.), waaraan het zijn naam ontleent”.

De invloed van de Hessenweg - en de kruising met de weg van Barneveld naar Putten - op de groei van het dorp Voorthuizen is aanzienlijk geweest. Naast de waarschijnlijk overvloedig aanwezig geweest zijnde tapperijtjes - meestal een bijverdienste van winkeliers - kende men hier in vroeger eeuwen een aantal grote uitspanningen, zoals “De Roskam” (thans huize “Zandbergen”), “Het Hamburger Posthuis” en “De Moriaan”. Ook smeden vestigden zich graag in een dergelijke plaats.

In 1809 nam de betekenis van de weg nog verder toe, want op 30 december van dat jaar opende koning Lodewijk Napoleon de nieuwe straatweg van Amersfoort naar Deventer. Vele miljoenen stenen waren in het wegdek verwerkt. Beschouwde men de weg vroeger als een zegen, tegenwoordig denkt men hier in Voorthuizen heel anders over, omdat deze verkeersader het dorp in twee stukken uiteen doet vallen.

Voorthuizen is al heel lang populair bij de recreanten en het dorp heeft een groot deel van zijn huidige welvaart aan het toerisme te danken. Ook Voorthuizen bestond vroeger grotendeels van de schapenhouderij. De beesten werden gedrenkt en gewassen in een van de vele schaapskolken, al dan niet ontstaan door het afgraven van turf.

De Schaffelaar

Het huis De Schaffelaar is één van de kenmerkendste elementen van het Barneveldse dorpsgezicht. Het is echter minder oud dan veel mensen denken, want het dateert uit het midden van de 19e eeuw. De "eerste" steen met de inscriptie "18 1/4 52 J.H.Br.V.Z." is met enige moeite nog te vinden in de noord-west hoek van het bouwwerk. Deze tekst geeft aan dat de steen op 1 april 1852 door Jasper Hendrik baron van Zuylen (van Nievelt) is ingemetseld.

De huidige Schaffelaar is niet het eerste landhuis met deze naam. Al in de zestiende eeuw stond er op de Koewei een huis, dat eerst Hackfort en later Schaffelaar werd genoemd. Het werd in 1767 herbouwd en moet toen een van de meest luxueuse panden in de wijde omgeving zijn geweest. De tuin was ontworpen door een leerling van André le Nôtre, de architect van de paleistuinen van Versailles. Het ontwerp is gedeeltelijk nog terug te vinden in het patroon van de paden op het landgoed.

In de winter van 1800 brandde het huis onder verdachte omstandigheden af. Beide huizen zijn vernoemd naar Jan van Schaffelaar, die in 1482 van de Barneveldse toren sprong om het leven van zijn strijdmakkers te redden.

De nieuwe Schaffelaar werd gebouwd in de in Nederland vrij uitzonderlijke neo-gotische stijl, naar een ontwerp van de destijds bekende architect A. van Veggel, die daarbij waarschijnlijk een Engels voorbeeld voor ogen heeft gehad. Voor de bouw waren tweeënhalf miljoen rode bakstenen nodig en er moest een grote hoeveelheid Italiaans marmer worden ingevoerd, wat deels nog terug is te vinden in de brede, lange gangen.

Jasper Hendrik van Zuylen van Nievelt en zijn echtgenote Jeanne Cornelie van Tuyll van Serooskerken wilden ook aan het interieur grote aandacht besteden. De plafonds werden versierd met van gips vervaardigde druipsteenmotieven. Hun dochter trouwde met A.W.J.J. baron van Nagell, die veertig jaar burgemeester van Barneveld zou blijven.

Na 1935 werd de Schaffelaar wegens de steeds stijgende exploitatiekosten niet meer permanent bewoond. Tijdens de oorlog diende het, samen met De Biezen, als "tehuis" voor bijna 700 joodse Nederlanders. Op 29 september 1943 werden zij naar Westerbork vervoerd en vervolgens naar het concentratiekamp Theresienstadt. De meesten van hen wisten de oorlog te overleven.

Na de joden werden er bejaarden ondergebracht die wegens bombardementen de Randstad waren ontvlucht. In 1967 verkocht de toenmalige eigenaar, mevrouw J.L.A. Clifford Kocq van Breugel - baronesse van Nagell, het "kasteel" voor het symbolische bedrag van 1 gulden aan de gemeente Barneveld met de verplichting het inmiddels op de monumentenlijst geplaatste gebouw te laten restaureren.

De restauratie duurde van september 1977 tot december 1979, waarbij onder meer de kort na de oorlog gesloopte toren werd herbouwd. Barneveld, maart 1998.

Streekproducten Kopen bij de Boer

Steeds meer mensen zijn bewust bezig met wat ze eten en waar hun voedsel vandaan komt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat streekproducten steeds populairder worden. Niet alleen zijn ze vaak gezonder en duurzamer dan voedsel dat van ver moet komen, maar het is ook nog eens een manier om de lokale economie te steunen.

Wat zijn Streekproducten?

Streekproducten zijn voedingsmiddelen die typisch zijn voor een bepaalde streek of regio. Denk hierbij aan kaas, jam, bier, mosterd, vlees etc. Door te kiezen voor streekproducten, draag je bij aan de lokale economie en help je boeren en producenten in jouw omgeving.

Waarom Streekproducten Kopen bij de Boer?

Als je streekproducten wilt kopen, kun je dit op verschillende manieren doen. Echter, het is veel leuker en vaak ook voordeliger om de boer zelf op te zoeken. Door direct bij de boer te kopen, weet je zeker dat je het allerbeste product krijgt.

De producten zijn verser en vaak goedkoper omdat er geen tussenhandel is.Daarnaast is het kopen bij de boer een beleving op zich. Je kunt zien hoe de producten worden gemaakt en krijgt de kans om te proeven en vragen te stellen. Ook kun je vaak meedoen aan rondleidingen en andere activiteiten op de boerderij. Dit maakt het kopen van streekproducten niet alleen lekker, maar ook nog eens leerzaam en leuk!

Keurmerken per Provincie

Als je op zoek gaat naar streekproducten, kom je al snel verschillende keurmerken tegen. Deze keurmerken geven aan dat het product daadwerkelijk uit de streek komt en aan bepaalde eisen voldoet.

Hieronder volgt een overzicht van keurmerken per provincie:

Provincie Keurmerk
Groningen Erkend Streekproduct, WaddenWerkeld, Kwekersgoud
Friesland Erkend Streekproduct, Wâldpyk
Drenthe Erkend Streekproduct, Echt Drenthe
Overijssel Erkend Streekproduct, Streekeigen Producten, Salland Boert en Eet Bewust
Gelderland Erkend Veluws Streekproduct, Betuws Best, Achterhoekse Streekproducten
Utrecht Streekproduct Utrecht, Kromme Rijnstreek, Eemlandhoeve
Noord-Holland Echt Noord-Holland, Westfriese Streekproducten, Zaanse Schans
Zuid-Holland Streekproduct Holland, Goeree-Overflakkee, Streekproducten Schieland
Zeeland Zeker Zeeuws, Zilte Zaligheden, Zeeuwse Zoute Weelde
Noord-Brabant Erkend Brabants Streekproduct, Echte Boerderijzuivel uit het Land van Cuijk, Brabantse Wal Asperges
Limburg Erkend Streekproduct Limburg, Limburgse Asperges, Lekker Limburgs

Waarom Streekproducten Kopen?

Er zijn verschillende redenen waarom het kopen van streekproducten een goed idee is. Hieronder hebben we de belangrijkste redenen voor je op een rijtje gezet:

  • Lekker en Vers: Streekproducten zijn vaak lekkerder en verser dan producten die van verder weg komen.
  • Duurzaam: Het kopen van streekproducten is vaak duurzamer dan het kopen van producten die van verder weg komen.
  • Steun de Lokale Economie: Door streekproducten te kopen, steun je de lokale economie.
  • Bewustwording: Het kopen van streekproducten kan bijdragen aan bewustwording over waar ons eten vandaan komt en hoe het wordt geproduceerd.
  • Culturele Waarde: Streekproducten hebben vaak een culturele waarde en zijn vaak verbonden met de geschiedenis en tradities van de regio.

Algemene Informatie over Barneveld en Gelderland

Barneveld, gelegen in Gelderland, staat bekend als het centrum van de pluimvee-industrie in Nederland. Gelderland is de grootste provincie van Nederland en biedt een divers landschap van bossen, rivieren en historische steden.

Barneveld

De geschiedenis van de gemeente gaat terug tot de middeleeuwen, toen het een belangrijk agrarisch centrum was. Het landschap is een afwisseling van weilanden, bossen en kleine dorpen. De cultuur van Barneveld is nauw verbonden met de agrarische sector. Jaarlijkse evenementen zoals de Barneveldse Pluimvee Tentoonstelling en markten trekken bezoekers van heinde en verre.

Gelderland

Gelderland heeft een rijke geschiedenis, variërend van middeleeuwse kastelen tot de slag om Arnhem tijdens de Tweede Wereldoorlog. De stad Nijmegen is een van de oudste steden van Nederland. Gelderland is geografisch divers met de Veluwe, een groot natuurgebied met bossen en heide, en de rivieren de Rijn, Waal en IJssel die door de provincie stromen. Het is een favoriete bestemming voor natuurliefhebbers.

De cultuur van Gelderland wordt gekenmerkt door traditionele boerenfeesten, kastelen en landgoederen. Het Kröller-Müller Museum in Otterlo, met werken van Van Gogh, is een belangrijk cultureel hoogtepunt.

labels: #Kip

Zie ook: