Waan je even in Limburg met een royale punt huisgemaakte vlaai. Limburgse vlaai is een van de vele prachtige lokale bakkerijproducten die ons land rijk is. Sinds een paar jaar is de Limburgse vlaai zelfs een beschermd streekproduct, wat betekent dat het aan een aantal strenge eisen moet voldoen om deze naam te mogen dragen. Het is dus typisch Limburgs gebak.

De Limburgse vlaai wordt doorgaans gebakken in een stalen vlaaipan van 28-30 cm en geserveerd in royale punten. De textuur van de bodem van gistdeeg zit een beetje tussen brood en taart in, waardoor een punt vlaai naar wens uit de hand gegeten kan worden. Maar niet elke vlaai is een Limburgse vlaai. Die is namelijk van gistdeeg met een fruitvulling die is meegebakken. Als de vulling pas na het bakken wordt toegevoegd is het dus geen Limburgse vlaai.

De Geschiedenis van Vlaai

Het gebak heeft een lange geschiedenis. De naam komt waarschijnlijk van de ronde, platte offerkoeken die men flado’s noemde. Deze zijn in de Middeleeuwen ontstaan in Duitsland, net over de grens met Limburg. Ze werden met Pasen gebakken in kloosters en met gedroogd fruit (appels, peren, pruimen) gevuld. Deze traditie werd later uitgebreid in Limburg en via vlade en vlaye ontstond de term vlaai.

Het wordt bij alle feestelijkheden in Limburg gegeten: op een verjaardag, bruiloft, communiefeest en als het kermis is. In delen van Limburg (bijv. Valkenburg) en Brabant wordt vlaai ook wel vla genoemd. Met vla wordt in de rest van Nederland pudding bedoeld. Vlaai werd eerst populair in Limburg, maar het gebak is nu in heel Nederland te krijgen.

Tips voor het eten van Vlaai

Je kunt vlaai natuurlijk met een vorkje eten. Maar omdat de bodem stevig is mag je een punt ook best uit de hand eten. Leg hem op je hand en begin te eten vanaf het puntje.

Basistips voor het maken van een vlaai

Voor iedereen die nog wel wat tips kan gebruiken voor het maken van een heerlijke vlaai komt dit artikel heel erg goed uit. Ik leg uit hoe je de lekkerste vlaaibodem bakt en hoe je de vlaai kunt vullen. Na het bakken, of hoe je de vulling meebakt. Laat ik beginnen met een verwijzing naar het basisrecept voor de vlaaibodem. Met dit recept heb je de ideale verhoudingen als je het mij vraagt.

Je hebt genoeg om de bodem met gemak te bekleden en het deeg rijst ook goed. Een vlaaideeg is een gistdeeg, net als brood dus. Dus de tips die er zijn voor het maken van brood, kun je ook voor vlaaien gebruiken. Zo is het belangrijk om het deeg goed en lang genoeg te kneden. Ik kneed in een staande mixer op middelhoge stand het deeg 10-15 minuten. Wanneer je een mooi vliesje kunt trekken van het deeg (denk aan kauwgom helemaal uitrekken tot het bijna doorzichtig wordt) is het goed en kun je het laten rijzen.

Laat het vlaaideeg rijzen tot het in volume is verdubbeld, dit zal ongeveer een uur duren. En dat deeg gaat natuurlijk in een vorm, daarvoor zijn er hele fijne vlaaivormen. Of vlaaipannen eigenlijk, zo wordt een bakvorm voor vlaaien meestal genoemd. Er bestaan veel soorten en maten, maar ik ben erg blij met mijn exemplaar die een losse bodem heeft.

Het basisrecept voor vlaaibodem

Een lekkere vlaaibodem is helemaal niet zo moeilijk te maken. Deze hoeveelheid deeg is voldoende om de bodem te bekleden. Doe alle ingrediënten voor het deeg in een kom en kneed het in 10 tot 15 minuten tot een soepel deeg. Druk dan alle lucht uit het deeg en kneed tot een gladde bal. Rol de bal deeg uit tot hij iets groter is dan de vorm (omtrek + 2x de hoogte).

Bovenstaand de basis voor het maken van een vlaaibodem. De verdere bereiding verschilt per recept. De baktijd verschilt logischerwijs ook per recept. Mocht je zelf iets nieuws willen proberen wat vulling betreft, kan het helpen om soortgelijke recepten op te zoeken. Gemiddeld worden vlaaien gebakken op 190 graden.

Recept voor een klassieke rastervlaai met kersenvulling

Voor dit basisrecept gaan we voor een klassieke rastervlaai met een vulling van kersen. De vulling is eenvoudig te maken: Zet 350 gram kersen (uit een pot van 700 gram) in een pannetje op het vuur met 200 ml van het kersensap uit de pot en naar smaak 50 gram suiker. Meng 1 el maizena met een scheutje koud water of kersensap tot een papje en voeg dit toe aan de kersen. Breng het geheel rustig aan de kook en laat een paar minuten pruttelen.

Ingrediënten:

  • Aantal porties: 1 vlaai voor 10 personen
  • Bereidingstijd: 30 min. + 75 min. wachttijd + 25 min.

Bereidingswijze:

  1. Zet alle ingredienten klaar. Laat de boter op kamertemperatuur komen en verwarm de melk tot lauwwarm.
  2. Voeg de melk toe en meng tot een plakkerig deeg.
  3. Vorm een bal van het deeg. Doe een drupje olie in een ruime kom en wentel het deeg erdoorheen zodat het met een dun laagje olie is bedekt. Dek de kom met het deeg af met vershoudfolie en laat 1 uur of tot het bijna in volume is verdubbeld rijzen bij kamertemperatuur.
  4. Bestuif het werkblad en de deegrol licht met bloem. Rol de grote portie deeg uit tot een ronde lap van 3 mm dik. Vet de taartvorm licht in met bakspray of olie en bekleed de taartvorm met het deeg. Laat overhangend deeg nog vastzitten. Prik de bodem op enkele plaatsen in met een vork. Dek losjes af en laat 15 minuten rijzen op kamertemperatuur.
  5. Maak de rand van vlaai met behulp van een bakkwastje vochtig met wat water.
  6. Gebruik je een vlaairuitenroller, rol de kleine portie deeg dan uit tot een smalle lap met dezelfde lengte als de taart. Rol de vlaairuitenroller er langzaam en met stevige druk overheen. Rek het deeg naar beide zijkanten uit zodat het vlaairaster ontstaat en leg het over de vulling. Gebruik je een vlaaistans, rol het deeg dan uit tot een ronde lap. Leg de lap deeg over de stans en rol er met de deegroller overheen zodat het vlaairaster ontstaat. Heb je geen van beide, rol het deeg dan uit en snij het in dunne repen.
  7. Druk het raster rondom zorgvuldig vast aan de rand van de vlaai.
  8. Maak de bovenkant van de vlaai nat met wat water met behulp van een bakkwastje of een schone plantenspuit.
  9. Bak de vlaai onder in de oven in 22-25 minuten goudbruin en gaar. Laat de vlaai een paar minuten afkoelen in de vorm. Verwijder dan de vorm en laat de vlaai verder afkoelen op een rooster of houten plank.

Variaties op het Vlaai Thema

Gebruikelijke vullingen zijn fruit (zoals kruisbessen, abrikozen, kersen of appel), rijst of banketbakkersroom. De vlaai kan afgedekt worden met een ruitpatroon (raster) van deeg, alleen een beetje suiker, kruimeldeeg (knubbelkes) of een deksel van deeg.

De allereerste vlaai die ik bakte was de rijstevlaai en dat vond ik best spannend. Ik dacht dat het ontzettend ingewikkeld zou zijn en vreesde dat hij niet goed zou lukken. Dat ik mij druk maakte om niets werd al vlot duidelijk, want het is helemaal niet zo moeilijk. Suf he, dat je geïntimideerd kan raken door een recept dat je nog nooit hebt geprobeerd.

De status van Limburgse Vlaai als streekproduct

Sinds 2023 is Limburgse vlaai een beschermd streekproduct. Een Limburgse vlaai mag alleen als zodanig verkocht worden als hij aan een aantal strenge regels voldoet. Een van de regels is dat de vlaai op Limburgs grondgebied gemaakt moet zijn. De afmeting van de vlaai mag variëren van 10 tot 30 cm doorsnede en hij moet minimaal 3 cm hoog zijn. De ingrediënten en verhoudingen voor de bodem liggen in grote lijnen vast, maar er blijft wel wat ruimte voor eigen interpretatie. Zo mag er voor een rijker deeg per kilo bloem ook een ei worden toegevoegd. Daarnaast is niet vastgelegd welke vetstof er gebruikt moet worden in het deeg.

In dit recept maken we gebruik van instant gist, omdat dit goed verkrijgbaar is en makkelijk in gebruik. Wie liever met verse gist bakt verkruimelt bij de eerste stap 18 gram gist in de lauwwarme melk met een lepeltje van de suiker. Voor een kleine vlaai van 18 cm ø kun je de hoeveelheden in dit recept halveren. De meeste keukenmachines hebben moeite met het kneden van zo’n kleine hoeveelheid deeg.

Andere vlaai recepten

Recepten voor echte Limburgse vlaai, zoals rijstevlaai, kersenvlaai en abrikozenvlaai, maar ook moderne vlaaivarianten.

Tips en weetjes

  • De bakker gebruikt een speciale vlaaisuiker voor over de vlaai die niet wegsmelt in de oven.
  • Traditioneel worden vlaaien redelijk heet gebakken, 220 °C onder- en bovenwarmte is een goede temperatuur om zowel de vlaai als de bodem goed gaar te krijgen. Wil je de kans op een te donkere vlaai verkleinen? Bak de vlaai dan op 200 °C.
  • Vlaaideeg kun je het beste na het rijzen gelijk verwerken.
  • Gebakken vlaai is versgebakken het allerlekkerst. Wil je de vlaai langer bewaren, of heeft de vlaai een zuivelvulling? Bewaar de vlaai dan max 2-3 dagen in de koelkast. Sommige vlaaien, afhankelijk van de topping, kun je ook prima voor 2-3 maanden invriezen.

labels: #Taart

Zie ook: