Iedereen eet ze wel eens, samen met een kroket of een frikadel, met mayonaise of ketchup: de frietjes. Vlaamse frieten, Franse frietjes, fish and chips: deze snack is er in alle soorten en maten. Het is bekend onder diverse benamingen die in verschillende delen van het Nederlandse taalgebied gebruikelijk zijn.
In de drie zuidelijke provincies van Nederland spreekt men van friet en in Vlaanderen wordt meestal van frieten, frietjes of fritten gesproken, terwijl in de rest van Nederland men het meestal over patat heeft. In Noord-Holland en Utrecht raakt de benaming Vlaamse friet echter steeds meer in zwang. Andere benamingen zijn patates frites en frites. Engelstaligen spreken van French fries, een benaming die afkomstig zou zijn van het Ierse to french, wat “snijden” betekent.
De Oorsprong van Friet: België, Frankrijk of Spanje?
Er zijn veel verschillende verhalen over het ontstaan van friet. Zo zouden gefrituurde stukjes aardappel al voor het eerst bereid zijn in Spanje in de zestiende eeuw. Theresa van Avila, een mystica die later heilig is verklaard, zou het voedzame gewas hebben laten verbouwen in de kloostertuinen in Spanje. Daarnaast zou ze tevens als eerste op het idee zijn gekomen om de aardappelen in olie te bakken. Dit lijkt echter onwaarschijnlijk omdat de aardappel zoals wij die nu kennen, nog niet in Europa was gearriveerd. Wat wel vaststaat, is dat de Spanjaarden de aardappel introduceerden in Europa.
Volgens de overlevering stuitten de Spaanse ontdekkingsreiziger Jiminez de Quesada en zijn troepen in 1550 namelijk op een dorp in Colombia, waarvan de bevolking was gevlucht. Toen de soldaten de voorraden van de inheemse bevolking plunderden, troffen ze er aardappelen aan, die ze aanvankelijk "truffels" noemden. Ongeveer 20 jaar later brachten de Spanjaarden de aardappel mee Spanje en introduceerden ze het gewas ook in Italië. Op dit moment waren de aardappelen nog vrij klein en bitter en groeiden ze niet goed op Europese bodem.
Naast de Spanjaarden en Belgen beweren ook de Fransen dat zij de frietjes hebben bedacht. De aardappel kon sinds eind achttiende eeuw rekenen op een grote populariteit in Frankrijk. Dit was voor een belangrijk deel te danken aan een Franse legerofficier genaamd Antoine-Augustine Parmentier, die een beroemd voorvechter van de aardappel was. De Fransen dachten in die tijd dat aardappels ziekten veroorzaakten en gebruikten ze voornamelijk als varkensvoer. In 1748 verbood het Franse parlement zelfs de aardappelteelt.
Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) werd Parmentier gevangen genomen en kreeg hij als onderdeel van zijn gevangenisrantsoen aardappelen, waardoor hij erachter kwam dat aardappelen nog zo slecht niet waren. Toen hij terugkwam in Frankrijk, begon Parmentier de aardappel te verdedigen als potentiële voedselbron. Uiteindelijk, in 1772, verklaarde de faculteit geneeskunde in Parijs dat aardappelen eetbaar waren voor de mens. Parmentier lanceerde vervolgens een agressievere campagne om de aardappel in Frankrijk te promoten en organiseerde diners met aardappelen als hoofdgerecht. Gasten als Benjamin Franklin, Antoine Lavoisier, koning Louis XVI en koningin Marie Antoinette waren van de partij. Toen de Fransen de aardappel eenmaal accepteerden, verspreidde het gewas zich al snel door het hele land. Al in 1795 werden aardappelen op zeer grote schaal geteeld in Frankrijk. Rond die tijd bedachten de Fransen, of leerden ze, friet te maken. Eenmaal geïntroduceerd als lekkernij, veroverden de frites al snel de harten van de Fransen. Ondernemers speelden in op deze trend door de friet in Parijs op straat te verkopen.
Volgens de Fransen staat het dus als een paal boven water dat onze favoriete snack uit hun land komt. Het bewijs zit zelf in de naam, ze staan immers bekend als “Franse frietjes”. Deze term werd populair tijdens de Eerste Wereldoorlog toen de snack ook buiten Europa bekendheid kreeg. Volgens de Belgen waren het de Belgische soldaten, die Frans spraken, die deze frietjes aan de Amerikaanse soldaten verspreidden, die dit gerecht vervolgens omdoopten tot “Frans”.
De Belgische Claim
Volgens historicus Jo Gérard begon de geschiedenis van België betreffende de frietjes rond 1680. Hij schreef dat de inwoners van Wallonië toen de gewoonte hadden om vissen die ze gevangen hadden uit de Maas in olie te bakken. Maar in tijden van vorst of gevaarlijke stromingen werd het riskant om te vissen en sneden de inwoners aardappelen in de vorm van kleine visjes, die ze dan eveneens in de olie bakten. Dit verhaal is afkomstig van de hand van de Belgische historicus en gastronoom Jo Gérard. Dit verhaal lijkt echter niet aannemelijk, aangezien de aardappel pas rond 1735 in Wallonië werd geïntroduceerd.
Decennialang laat het verhaal zich al niet uitroeien. Het wordt zelfs geciteerd in een internationale encyclopedie over streetfood. Lees maar eens wat de onvolprezen web-encyclopedie Wikipedia over de vermeende frietjes uit de Maas schrijft: “In België zou de geschiedenis van friet beginnen rond 1680. De inwoners van Namen, Andenne en Dinant hadden toen de gewoonte om te vissen in de Maas en de kleine visjes die ze er vingen in olie te bakken. Tijdens vorstperiodes of bij gevaarlijke stromingen werd het echter riskant om te vissen. Als alternatief sneden de inwoners aardappelen in de vorm van kleine visjes, die ze dan eveneens in de olie bakten.”
Gelukkig plaatst Wikipedia zelf kanttekeningen bij dit kolderieke flauwekulverhaal: “Bij het verhaal kunnen inhoudelijk vraagtekens geplaatst worden. Bron van het visjesverhaal is Jo Gérard. De journalist/historicus wordt in 1919 geboren in Antwerpen, hij overlijdt in 2006 in Brussel. Gérard schrijft tientallen boeken, misschien zelfs wel honderd, over België. Het heeft er de schijn van dat hij, koste wat het kost, de uitvinding van de friet moedwillig op het conto van de Belgen heeft willen schrijven. Wellicht is de wens zo sterk de vader van de gedachte, omdat de frietuitvinding kon bijdragen aan de versterking van het wij-gevoel van onze zuiderburen. Per slot van rekening is België een jong land; het weekt zich kort na 1830 los van Nederland. Niet ondenkbaar is dat Jo Gérard zich bij zijn visjes-frietverhaal liet inspireren door een gerecht uit Parijs. In de laatste decennia van de negentiende eeuw was namelijk friture de Seine een populaire dis in de Franse hoofdstad. Talloze restaurants hadden het op hun menu staan. Maar het liefst bestelden de Parijzenaars het bij een eethuisje aan de boorden van de rivier. Friture de Seine, het was een schaal met kleine riviervisjes die hard gebakken waren gebakken in reuzel. Enfin, het heeft er alle schijn van dat Gérard het visjesverhaal als één grote grap heeft gezien. Hij staat bekend als iemand die wel houdt van een daverende witz op z’n tijd. Op jonge leeftijd sluit Gérard zich aan bij een extreemrechtse organisatie. Hij neemt hiervan echter afstand in 1937, 18 jaar jong slechts. Maar wel blijft hij daarna een uitgesproken Belgische nationalist.
Verder kan Jo Gérard worden gekenschetst als een gedreven veelschrijver, een humoristische verteller pur sang met, volgens tijdgenoten, een enorme dosis charisma. Na zijn overlijden berichten de media mondjesmaat over Gérard, waarschijnlijk omdat ze niet goed weten hoe ze hem moeten plaatsen. Wel melden ze alle zijn lidmaatschap van een extreemrechtse organisatie in de jaren-1930. Hoewel hij het zelf beschouwt als een jeugdzonde, komt Gérard hiervan moeilijk los.
De Vlaamse frietdeskundige Paul Ilegems vermeldt Jo Gérard in zijn Friet Encyclopedie als volgt: “Brussels extreemrechts historicus, royaltywatcher en negationist, die in 1985 in het rechts-satirische weekblad Pourquoi pas? staande hield dat de eerste Belgische frieten een surrogaat waren voor gefrituurde visjes. Gevraagd naar het visjesverhaal zei Ilegems in een interview al eens: “Je leest het overal, telkens weer. Maar die hele historie is een verzinsel van Jo Gérard, daar moet je niks van geloven. Hij heeft trouwens nog veel meer andere dingen uit zijn duim gezogen. Dat oude familiemanuscript waar hij het over heeft bestaat helemaal niet. Nee, het manuscript van Jo’s voorvader Joseph is nooit in zijn integrale vorm opgedoken. Jo Gérard zuigt wel een geweldige titel uit zijn duim voor dit vermeende stuk uit 1781. Curiosités de la table dans les Pays-Bas Belgiques. Ofwel: Bijzonderheden van de etenstafel in de lage landen der Belgen.
Net als bij elke gedegen vorser, is ten aanzien van Gérard bij Ilegems sprake van voortschrijdend inzicht. Ilegems dook dieper in de friet dan wie ook in de lage landen. In 2002 denkt hij heel anders over Jo Gérard en zijn frietvisjes uit de Maas dan in 1994. In Het Volkomen Frietboek omschrijft Ilegems Gérard als “een fel belgicistische en eerder twijfelachtige geschiedvorser”. Ilegems ging over het visjesverhaal te rade bij de directeur van een culinaire bibliotheek die dertienduizend boeken omvat. De directeur weet wel zeker dat Gérard alles uit zijn duim heeft gezogen.
Friet in Nederland
Wat in ieder geval wel vaststaat, is dat rond 1900 frietjes al gemeengoed waren in België, maar in Nederland veel minder bekend waren. Dat weerhield de Bredase gebakkraam er niet van om al in 1869 te adverteren met "Pommes de terre frites” in de Bredasche Courant. Deze kraam op de Bredase kermis staat dan ook in de geschiedenisboeken als het eerste verkooppunt van friet in Nederland. Al in 1882 hebben café-restaurants in zowel Venlo als Amsterdam pommes frites op het menu staan. Ook veel Belgen die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtten, introduceerden de Belgische lekkernij aan de Hollanders.
Op 30 september 2019 werd gevierd dat we al 150 jaar lang friet eten in Nederland. Op het Frituurwereld Event in Houten was er een gehele dag aan festiviteiten gewijd aan de gefrituurde aardappelstaafjes.
De eerste keer dat frieten in de Nederlandse literatuur opduiken is in de herinneringen van Willem Walraven (Eendagsvliegen, Amsterdam: Van Oorschot 1971, pag. Des pommes frites!/De belle friture!/Des pommes Frites! 2 januari 2011 publiceerde het NRC Handelsblad een artikel over het pas verschenen boek ‘Het grote frietboek’. Zowel in het artikel, als in het boek wordt gezegd dat de geschiedenis van patat begon in 1905 in Bergen op Zoom. Toen Leendert voor een heel ander onderwerp research aan het doen was trok een bericht uit 1846 zijn aandacht. Er staat geen plaatje bij de berichten, maar er staat dat in Amsterdam 'gebraden aardappelen’ werden verkocht, ‘in navolging van Parijs’ ‘naar eene Fransche wijze bereid’.
Friet of Patat: Een Regionaal Verschil
De eeuwige discussie over de juiste benaming voor dit heerlijke gerecht heeft geleid tot een tweedeling in Nederland. Is het nu friet of patat. Het noorden en westen van het land wordt de term “patat” gebruikt, terwijl in het zuiden en oosten de term “friet” de voorkeur heeft. Maar waar komt deze tweedeling eigenlijk vandaan? Het antwoord ligt in de geschiedenis van de Nederlandse taal. In het noorden en westen van Nederland spreekt men voornamelijk de West-Vlaamse variant van het Nederlands, waarin de term “patat” gangbaar is. Daarentegen wordt in het zuiden en oosten van Nederland de Brabantse variant van het Nederlands gesproken, waarin de term “friet” wordt gebruikt.
Naast de tweedeling tussen “friet” en “patat” zijn er ook andere regionale verschillen in de terminologie voor friet. Sommige delen van Nederland wordt bijvoorbeeld de term “frites” gebruikt, terwijl in andere delen de term “frietjes” de voorkeur heeft.
De Culturele Betekenis van Friet
Friet heeft niet alleen een culinaire betekenis, maar speelt ook een belangrijke rol in de Nederlandse cultuur. Het is een gerecht dat vaak geassocieerd wordt met gezelligheid, feestjes en vakanties. Denk bijvoorbeeld aan een dagje uit naar het strand, waarbij een portie verse frietjes bij de strandtent niet mag ontbreken. Of aan een bezoek aan een pretpark, waar de geur van versgebakken frietjes je tegemoet komt. Deze culturele betekenis van friet weerspiegelt zich ook in de vele traditionele gerechten waarin friet een hoofdrol speelt. Denk bijvoorbeeld aan de bekende “patatje oorlog”, waarbij friet wordt overgoten met pindasaus, mayonaise en uitjes. Of aan de “kapsalon”, een gerecht dat bestaat uit friet bedekt met shoarma, gesmolten kaas, salade en knoflooksaus.
Internationale Benamingen en Variaties
Met de toenemende globalisering en de groeiende populariteit van fastfoodketens zijn ook de benamingen voor friet wereldwijd veranderd. Veel Engelssprekende landen, zoals de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, wordt de term “French fries” gebruikt om te verwijzen naar dunne reepjes gefrituurde aardappel. Deze term is waarschijnlijk afgeleid van de Franse techniek van het frituren van aardappelen.
Frietjes zijn niet alleen populair in Nederland en België, maar hebben ook internationaal succes gevonden. In veel landen over de hele wereld zijn er lokale varianten van dit heerlijke gerecht te vinden. In de Verenigde Staten zijn “Freedom fries” bijvoorbeeld een variant op de traditionele “French fries”. Die werd geïntroduceerd als reactie op de politieke spanningen tussen Frankrijk en de Verenigde Staten.
Als je op reis bent en zin hebt in een portie frietjes, is het handig om te weten hoe je dit gerecht in verschillende landen kunt bestellen. In de Verenigde Staten bestel je “French fries”, terwijl je in het Verenigd Koninkrijk om “chips” vraagt. In België en het noorden van Nederland bestel je “patat”, terwijl je in het zuiden van Nederland om “friet” vraagt.
De Toekomst van Friet
Met de toenemende globalisering en de groeiende diversiteit in de Nederlandse samenleving is het niet ondenkbaar dat de terminologie voor frietjes in de toekomst zal veranderen. Daarnaast kan de discussie tussen “friet” en “patat” ook evolueren en tot nieuwe inzichten leiden. Misschien vinden we wel een compromis waarin beide termen worden geaccepteerd en gerespecteerd.
Wat is uw standpunt in de eeuwige discussie over de juiste benaming voor frietjes? Bent u team “friet” of team “patat” of ” patat friet / friet patat”? Laat het ons weten op social media en deel uw mening met anderen. We zijn benieuwd naar uw standpunt en naar de ervaringen die u heeft gehad met frietjes in verschillende delen van Nederland en de rest van de wereld.
Of je het nu friet, patat, frites of iets anders noemt, er bestaat geen twijfel over dat frietjes een geliefde en onweerstaanbare lekkernij zijn. De terminologie mag dan wel verschillen, maar de smaak en het genot van een portie verse friet zijn universeel. Frietjes hebben een rijke geschiedenis en spelen een belangrijke rol in de Nederlandse cultuur. Of je ze nu bestelt bij een Frietkar, Frietwagen, frietkraam, snackbar of patatkraam, frietjes zijn altijd een traktatie waar je van kunt genieten.
Het Frietmuseum in Brugge
Het Frietmuseum langs de Vlamingstraat 33 in Brugge En is dagelijks open van 10.00 tot 17.00 uur. Een toegangsticket kost maximum 6 euro. Een bezoek duurt gemiddeld anderhalf uur.
Vlaamse Friet: Een Bereidingswijze
Vlaamse friet is in Nederland een bereidingswijze voor dikke, vaak zo’n 14 millimeter dikke frieten van vers gesneden aardappelen die worden voorgebakken (gegaard) en daarna worden afgebakken. Omdat de naam niet beschermd is vindt men bijvoorbeeld in supermarkten Vlaamse friet die met deze bereidingswijze niets van doen heeft, omdat in Vlaanderen en België alle maten van frieten als Belgisch worden beschouwd. Traditioneel worden de frieten gegeten met mayonaise of tartaar.
Monumentale Frituren in Vlaanderen
Een kleine tien jaar geleden werd het Belgische frietkot door het Vlaamse ministerie van cultuur al aangemerkt als cultureel erfgoed. Een frietkot is een frietkraam of patatkraam waar met name frieten verkocht worden. Het oudste frietkot van België dateert waarschijnlijk uit 1842. Deze frietkot stond toen aan het Steen in Antwerpen en verhuisde later naar de Groenplaats. Daar is tegenwoordig een frietkotmuseum te vinden.
Maar liefst vijfenzeventig frituren stelden zich onlangs kandidaat om officieel beschermd te worden als monument. Voorwaarde om voor de status in aanmerking te komen was onder meer dat de frituur al moet bestaan sinds minimaal 1985 en dat de frietjes zelf worden gebakken. Het waren zowel lokale besturen, eigenaars als het grote publiek die de kandidaten na een open oproep voordroegen. Na een onderzoek door het agentschap Onroerend Erfgoed zijn nu dus drie frituren officieel geselecteerd voor de monumentenstatus.
“De frietcultuur is al beschermd door Unesco als werelderfgoed, maar de plaats waar onze goudgele lekkernijen gebakken worden bleven helaas onderbelicht. Door deze bescherming van enkele frietkoten hoop ik dat er nog meer waardering naar onze frituristen én frituren gaat. Twee van de monumentale frietkoten zijn te vinden in Aarschot, Vlaams-Brabant. Het gaat om een ‘busfrituur’ met de naam Frituur Marina en een frietkot met een aluminium bekleding: Frituur bij Luc & An. Het derde frituur, Frituur ’t Kotje, bevindt zich in Sint-Lievens-Houtem in Oost-Vlaanderen. “Een frituur wordt soms nog gezien als een hinderpaal in de inrichting van het openbaar domein. Gelukkig zien we steeds vaker ook de positieve aspecten van een frituur. Een frietkot is een plek van gezelligheid en zorgt voor levendigheid op het openbaar domein. Minister Diependaele hoopt er door de bescherming van enkele frietkoten nog meer waardering naar de Vlaamse frituristen én frituren gaat.
labels:
Zie ook:
- Authentiek Vlaams Stoofvlees Recept: Traditie op je Bord!
- Vlaamse Stoofpot Met Varkensvlees: Authentiek & Heerlijk
- Ontdek de Verbazingwekkende Geschiedenis van Vlaamse Friet die Je Nooit Kende!
- E-bike Opvoeren Zonder Chip: De Ultieme Handleiding en Verbazingwekkende Mogelijkheden!
- Ontdek Het Geheim Van Heerlijke Preisoep: Simpel & Overheerlijk Recept!




