Het woord 'ontbijt' bestaat oorspronkelijk uit twee delen. Het Middelnederlandse ‘ont’ betekent ‘voorafgaand aan’. Het woord ‘bijt’ is afgeleid van bijten of eten. Dat betekent dat het ontbijt gezien wordt als ‘het beginnen aan eten’.

'Ontbijt' is dus gewoon een ander woord voor de eerste maaltijd van de dag. Het woord ontbijt werd voor het eerst opgetekend in de eerste helft van de 13e eeuw.

Zoals ontwaken 'wakker worden' betekent, ontdooien 'beginnen te dooien' en ontstaan 'beginnen te staan'.

Vergelijking met andere Europese talen

In andere Europese culturen hebben de woorden voor ontbijt een andere herkomst. Het Engelse ‘breakfast’ betekent letterlijk het doorbreken van het vasten (break the fast). Ook het Franse ‘petit déjeuner’ is daarop gebaseerd (rompre le jeûne). Het Duitse ‘Frühstück’ maakt duidelijk dat er al vroeg een stuk(je) gegeten wordt.

Het belang van ontbijt

Sommigen doen het, sommigen slaan het over: het ontbijt.

Om kansenongelijkheid in het onderwijs te verminderen, biedt de overheid sinds kort op sommige scholen gratis schoolmaaltijden aan. Sinds 2023 kunnen scholen uit het primair en voortgezet onderwijs waar minstens dertig procent van hun leerlingen afkomstig is uit een huishouden met een laag inkomen, meedoen aan het Programma Schoolmaaltijden.

Dit initiatief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) biedt gratis maaltijden op scholen aan. Door deelname van scholen aan het programma hoeven leerlingen die thuis niet ontbijten niet met een lege maag in de klas te zitten.

Ontbijtgedrag en leerprestaties

Toch is het de vraag of ontbijten leidt tot betere leerprestaties. Want de sociaal-demografische factoren die gerelateerd zijn aan leerprestaties, zoals sociale herkomst, migratieachtergrond en armoedeproblematiek, hangen naar verwachting ook samen met ontbijtgedrag. Alleen wanneer er een relatie blijft, dat wil zeggen als relevante achtergrondkenmerken van leerlingen constant worden gehouden, levert een ontbijt voordat je naar school gaat daadwerkelijk een positieve bijdrage aan leerprestaties.

Gemiddeld genomen ontbijten leerlingen in het voortgezet onderwijs doordeweeks bijna vier dagen. Er zijn echter significante verschillen in ontbijtgedrag tussen leerlingen, naargelang hun sociaal-demografische achtergrond. Leerlingen van lage sociale komaf ontbijten minder vaak voordat ze naar school gaan dan leerlingen van hoge sociale komaf. Ook nuttigen leerlingen met een migratieachtergrond minder vaak een ontbijt dan van oorsprong Nederlandse leerlingen, waarbij eerste­generatie-migrantenleerlingen weer minder vaak ontbijten dan die van de tweede generatie. Leerlingen bij wie thuis altijd financiële zorgen zijn, ontbijten het minst vaak; de helft van de tijd gaan ze met een lege maag naar school. Verder ontbijten meisjes minder vaak dan jongens.

Er is een positief verband tussen het aantal dagen per week ontbijten en de leesvaardigheid van leerlingen. Wanneer we echter rekening houden met verschillende sociaal-demografische kenmerken is de samenhang met ontbijten een stuk kleiner en vinden we een verschil van twaalf punten (in plaats van 47). Wanneer ook nog wordt gecontroleerd voor motivatie voor school, tevredenheid met het schoolleven en ervaren gezondheid blijft er een verschil van negen punten over. Dit overgebleven verschil is niet meer statistisch significant.

In de wiskundige en natuurwetenschappelijke vaardigheid van leerlingen wordt eveneens een positief verband aangetroffen tussen het ontbijtgedrag van scholieren en leerprestaties. Net als bij lezen is ook het grootste deel van dit verband terug te voeren op verschillen in sociaal-demografische kenmerken en de andere drie controlevariabelen. Toch blijft het verschil elf punten en is wel statistisch significant.

Het lijkt er dus op dat een ontbijt vóór het naar school gaan de leerprestaties op de domeinen wiskunde en natuurwetenschappen van leerlingen in het voortgezet onderwijs verhoogt.

Bij ontbijten op school lijkt daarmee zowel de fysieke als cognitieve ontwikkeling van leerlingen gebaat, nog los van de verwachting dat het ontwikkelen van een goede gewoonte op jonge leeftijd ook van belang is voor iemands gezondheid in latere jaren.

Een kanttekening is evenwel dat er hier sprake is van een observationele studie. Daarin is het per definitie moeilijk om het causale effect van ontbijten voor het naar school gaan op leerprestaties vast te stellen, want er kunnen nog andere, ongemeten confounders zijn. Het is eveneens de vraag of dergelijke beleidsinterventies bijdragen aan het (bij de bron) aanpakken van leerachterstanden en kansenongelijkheid in het onderwijs zoals regelmatig wordt gesuggereerd. Sociale herkomst, migratieachtergrond en geldzorgen thuis verklarengrotendeels dat ontbijten voor het naar school gaan een positieve samenhang vertoont met de leerprestaties van leerlingen en niet andersom.

labels:

Zie ook: