Zout is een essentieel materiaal voor de mens en speelt een cruciale rol bij wegenveiligheid. We verwerken het dagelijks als smaakversterker in ons voedsel, het vervult een belangrijke functie in ons lichaam én we gebruiken het om gladheid te bestrijden. Zout is een onmisbaar ingrediënt op veel vlakken.

De Oorsprong van Zout

De vraag hoe zout wordt gemaakt is niet geheel toepasselijk. Het mineraal is namelijk gewoon te vinden in specifieke bronnen. Zout wordt niet door de mens ‘gemaakt’. Zo vinden we zout in de zee, kunnen we het mineraal uit zoutmijnen verkrijgen en halen we het uit ondergrondse afzettingen. Zout kan dus uit verschillende bronnen gehaald worden.

  • Zoutwinning uit de zee: Zeewater wordt in een bassin gepompt, waarna er verdamping plaatsvindt door blootstelling aan de zon en de wind. Zodra het water verdampt is, blijft er enkel nog zout over.
  • Zoutmijnen: Hier vinden we gedroogd zout, achtergebleven waar zeeën zijn opgedroogd. Dit type zout bevindt zich diep onder de grond en is enkel te bemachtigen door putten te boren die soms wel honderden tot wel duizend meters diep gaan.

Zoutwinning in Nederland

In Nederland zijn er een aantal regio’s waar op zorgvuldige wijze zout gewonnen wordt. Dit gebeurt in Twente, Groningen en Friesland. Het gaat hier om diepe zoutlagen van wel 200 tot een paar duizend meter. De ondiepste zoutlagen bevinden zich op een diepte vanaf 100 m (Zuidwending), de diepste zoutlagen zijn aanwezig tot een diepte van 5000 m. Omdat er met zoutwinning ook bodemdaling gepaard gaat, wordt er streng toezicht gehouden op de zoutwinning.

Historie van de Zoutwinning

In Nederland is steenzout (natriumchloride: keukenzout) bekend sinds 1886 toen een drinkwaterboring op het landgoed Twickel in Twente onverwacht steenzout aantrof. Om de afhankelijkheid van de zoutimport uit Duitsland te beperken werd in 1918 in Twente de eerste concessie (“Buurse”) verleend om steenzout te winnen. Vanouds komt uit dit gebied het Nederlandse zout. Het steenzout ligt hier op geringe diepte (350 tot 500 m) en is van Trias ouderdom (periode die duurde van ongeveer 251 tot 200 miljoen jaar geleden).

Seismisch onderzoek in de periode 1950-1980 leidde tot de ontdekking van nog meer zoutaccumulaties. Bij Heiligerlee en Zuidwending in Groningen wordt sinds 1954 steenzout gewonnen en bij Veendam magnesiumzout (magnesiumchloride). Het zout bevindt zich hier in zoutkoepels in het Zechsteinzout. Sinds 1996 vindt er ook zoutwinning plaats in de omgeving van Harlingen in Friesland op een diepte van 2500 tot 3000 m. Het steenzout is ook hier van Zechstein ouderdom (periode die duurde van ongeveer 271 tot 251 miljoen jaar geleden). Jaarlijks wordt in Nederland ruim 6 miljoen ton steenzout gewonnen en ongeveer een kwart miljoen ton magnesium zout.

Moderne Zoutwinningstechnieken

De winning van zout in Nederland geschiedt door middel van oplossingsmijnbouw. Hiervoor worden één of meerdere putten geboord tot in de zoutlaag. In de put wordt lauw water naar de zoutlaag getransporteerd. Het zout lost op in het water en dit pekelwater wordt getransporteerd naar de verwerkingslocatie. Daar wordt de ruwe pekel in een pekelzuiveringsinstallatie gereinigd. Vervolgens wordt in een verdampingsinstallatie het water uitgedreven en aldus zout gevormd.

De ruimte die bij de zoutwinning ontstaat (zoutcaverne) wordt ingenomen door de pekel, tenzij de caverne voor opslag wordt gebruikt. Dan vervangt de opgeslagen stof de pekel. Er ontstaat dus geen lege ruimte in de ondergrond.

Zoutwinning door de eeuwen heen

Zoutwinning was een belangrijke economische pijler in de late middeleeuwen. Zout werd gebruikt voor het conserveren van voedsel, waaronder vis en vlees. Het zoutzieden stond in verband met het moerneren, het winnen van turf voor brandstof. Voor de middeleeuwse zoutproductie werd veen gewonnen en verbrand.

De as van de verzilte turf werd vervolgens met zeewater vermengd. Het zout werd verkregen door een procedé van mengen en inkoken. Dat gebeurde in zogeheten zoutketen, simpele houten gebouwtjes. Het zout werd bereid in grote, platte ijzeren pannen, die op open vuren stonden. Het hele proces noemen we zoutzieden of selnering.

Het afvalproduct - zelas - die overbleef nadat het zout was gewonnen, gooide men op grote hopen. Al in de late ijzertijd en de Romeinse tijd werd zout gemaakt en ook in vroegmiddeleeuwse bronnen worden ‘zoutketen’ vermeld.

De uitgestrekte zoute veengronden werden ook al uitgebaat voor brandstof, zoals blijkt uit een beschrijving uit de 10de eeuw van een reiziger afkomstig uit het door de Moren gekoloniseerde zuidelijke deel van Spanje. Ibrahim b. Ya’qû noteerde hoe de toenmalige bewoners van de Scheldedelta op de schorren plaggen staken in de vorm van briketten en die te drogen legden in de zon.

De zoutwinning beleefde haar hoogtepunt in de veertiende en vijftiende eeuw. De productie van zout was een gevaarlijk werkje, waarbij de houten gebouwtjes makkelijk in brand konden vliegen. Ook kwamen rook, stank en giftige dampen vrij. Daarom vond je de meeste zoutketen in de late middeleeuwen ook vlak buiten de stadsmuren.

Tot in de veertiende eeuw werd het zout gemaakt bij de plaats waar het veen binnendijks werd gemoerd. Maar zelfs buiten de stad was het niet veilig. Het afgraven van veen, ook wel moernering genoemd of darinc delven, gebeurde in heel Zeeland: van Schouwen-Duiveland tot het huidige Zeeuws-Vlaanderen en zowel binnen- als buitendijks.

De dekkende kleilaag werd afgegraven, waarna het veen werd afgestoken. Vooral binnendijks leverde dat een gevaar op voor de kustverdediging. De verlaging van het maaiveld die het gevolg is van veenwinning leidde tot grotere schade bij overstromingen, omdat het verlaagde land bij een dijkdoorbraak als een badkuip volliep. De beruchte Sint-Felixvloed in 1530 was mede daardoor zo desastreus.

Al in de dertiende eeuw begonnen de landsheren het binnendijks darinkdelven af te remmen. De turfwinning had een nadelige invloed op de ontwatering van het toch al laag gelegen land tussen de kreekruggen. Het zou tot ver in de zeventiende eeuw duren voordat moernering vrijwel geheel was uitgebannen.

Het einde van de grootschalige moernering betekende niet het einde van de Zeeuwse zoutwinning en handel. Daarvoor kwam de baaizoutverwerking in de plaats, de raffinage van geïmporteerd ruw zout uit Frankrijk, Spanje en Portugal. Met name de steden waar eerder zout uit veen was geproduceerd, begonnen daar al in de vijftiende eeuw mee. Dat was niet overal een succes, maar Arnemuiden, Goes, Reimerswaal en Zierikzee werden belangrijke zoutcentra.

Toepassingen van Gewonnen Zout

Het gewonnen zout is bestemd voor de chemische industrie en daarnaast voor de voeding voor mens en dier. Tevens wordt zout toegepast bij waterontharding en gladheidbestrijding op de wegen bij winterse omstandigheden.

Het is mogelijk de zoutcavernes zodanig te dimensioneren dat deze na afloop van de zoutwinning gebruikt kunnen worden voor de opslag van andere stoffen. Sinds 2011 wordt bij Zuidwending een aantal voormalige zoutcavernes gebruikt voor de opslag van aardgas (“Aardgasbuffer Zuidwending”). In geval van een grote vraag naar gas, bijvoorbeeld op koude winterdagen, wordt vanuit de cavernes gas geleverd aan het gasnet.

Bij Heiligerlee wordt sinds 2012 een caverne gebruikt voor de opslag van stikstof (“Stikstofbuffer Heiligerlee”). Door toevoeging van stikstof kan gas met een andere samenstelling geschikt worden gemaakt voor de Nederlandse huishoudens. In Enschede is een aantal zoutcavernes in gebruik voor de opslag van dieselolie. Nederland moet een strategische olievoorraad aanhouden voor negentig dagen, met het oog op een eventuele oliecrisis. De opslag van dieselolie is eind 2015 begonnen.

Risico's en Toezicht

Zoutwinning zorgt voor bodemdaling. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt toezicht op de veiligheid voor mens en milieu bij zoutwinning, nu en in de toekomst. Want aan zoutwinning zijn ook risico’s verbonden.

Om zout te mogen winnen, moet het zoutbedrijf vergunningen aanvragen bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). SodM adviseert het ministerie over het verlenen van vergunningen. Daarbij kijkt SodM naar de gehele levenscyclus. Het begint bij een goed ontwerp en het in een vroeg stadium beschrijven van de effecten door middel van een goed uitgevoerde milieueffectrapportage.

Vervolgens houdt SodM toezicht op de zoutwinning, de veiligheid van werknemers en de bescherming van het milieu tijdens de winning en erna. SodM ziet erop toe dat de zoutwinning veilig gebeurt. Zoutwinningsbedrijven zijn in eerste instantie gericht op het beheersen van de risico’s tijdens de winning en het reageren op incidenten. Daarnaast moeten zij ook aandacht hebben voor de lange termijn.

Milieuverontreiniging

Bij een lekkage van bijvoorbeeld transportleidingen of putten kunnen pekel of andere gebruikte producten de bodem verontreinigen. In 2016 heeft SodM Nobian Salt (toen nog AkzoNobel Salt, daarna Nouryon Salt) onder verscherpt toezicht gesteld in verband met een groot aantal lekkages bij de zoutwinning. Ook gaf Nobian het opruimen van oude zoutcavernes te weinig urgentie.

Half 2025 heeft SodM vastgesteld dat er voldoende verbeteringen zijn doorgevoerd door Nobian wat betreft het stabiliseren van mogelijk onveilige cavernes in Twente. Daarom richt het verscherpt toezicht van SodM op Nobian zich per juni 2025 alleen nog op het afsluiten van de grote zoutcavernes bij Heligerlee en Zuidwending.

labels:

Zie ook: