Het is een vraag die velen zich wel eens stellen: waarom smaakt de zee zout, terwijl regenwater zoet is? Het antwoord schuilt in een complex samenspel van geologie, scheikunde en natuurwetenschap.

De Oorsprong van Zout in Zee

Zeewater smaakt zout omdat er ongeveer 35 gram zout per liter zeewater zit. Maar hoe komt dit zout in zee terecht?

Zout zit overal in gesteente. Regenwater dat op het aardoppervlak valt, is licht zuur door koolstofdioxide uit de lucht. Wanneer dit regenwater over rotsen en bodems stroomt, neemt het kleine hoeveelheden mineralen en zouten op, voornamelijk natrium en chloride. Een deel van het zout in de zee is 'afslijtsel' van bergen. Ook de oceaanbodem bevat elementen voor zout die in het water oplossen. Deze lossen op zodra ze in een rivier terecht komen. Al het water dat via de rivieren in zee terechtkomt, bevat een beetje opgelost zout; meegekomen met het regenwater dat gesteenten verweert. Onderweg lossen er allerlei mineralen op in het water. Die ionen (geladen deeltjes) worden meegesleept in rivieren en komen uiteindelijk in de oceanen terecht.

Veel van die deeltjes worden opgenomen door organismen in het water, die mineralen verdwijnen dus ook weer uit het water. Maar van chloride- en natriumionen (samen keukenzout) is veel meer dan er door organismen wordt opgenomen.

Het Verdampingsproces

Als zeewater vervolgens verdampt en wolken vormt, blijft het zout achter. Het verdampt namelijk niet mee. Neerslag is daarom altijd zoet. Alleen het pure water stijgt op in de vorm van damp en vormt vervolgens wolken. Tijdens het condenseren en neerdalen als regen blijft het water dus vrij van zout. Uit wolken valt boven land regen en het proces begint weer opnieuw.

Doordat de zee wild kan zijn, spatten en waaien er wel zoute waterdruppels omhoog. Die kunnen ze in regenwolken terechtkomen. Daardoor is regen aan de kust wat zouter dan verder landinwaarts.

De Rol van Zout in de Zee

Voor het mariene ecosysteem is zout essentieel. Veel zeedieren zijn volledig aangepast aan het leven in zout water en kunnen zelfs niet overleven in zoet water. Daarnaast heeft zout water een conserverende werking en bevat het veel mineralen die belangrijk zijn voor het leven in zee.

Zoutgehalte van Verschillende Zeeën

Zeewater is echter niet overal even zout. Het zoutgehalte kan verschillen per regio en diepte. Het gemiddelde gehalte natriumchloride in zeewater is zo’n 35 gram per liter. Maar sommige zeeën zijn nog véél zouter. Dit zijn vaak wateren die dichtbij de evenaar liggen. Dit zijn de heetste plekken op aarde. Er zijn ook zeeën waar het water relatief zoeter is dan andere wateren. Dit zijn vaak degene waar veel water van gletsjers en uit rivieren naartoe stroomt. Zo ook de Noordzee, die dus relatief zoet is.

Een extreem voorbeeld is de Dode Zee, op de grens van Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en Israël. Deze ligt ruim 400 meter onder zeeniveau en is daarmee het laagst gelegen punt op aarde. Het zoutgehalte is daar veel hoger: rond de 30%, waardoor mensen er gemakkelijk op blijven drijven. Water verdwijnt er dus alleen uit door middel van verdamping, waarbij het zout achterblijft. Bovendien is het er heet, stroomt er niet veel water in en valt er hooguit 10 centimeter regen per jaar.

Het zoutgehalte van de Dode Zee is zo hoog dat een mens als een rubberbootje op het water blijft drijven. Dat de zoutconcentratie van de zee groter is dan van de rivieren komt door indamping: het water verdampt, het zout blijft achter.

De Dode Zee is de zoutste zee op aarde. Dit water langs de grens van Jordanië, Israël en de Westelijke Jordaanoever bestaat voor 33 procent uit zout, dat is zo’n 332 gram zout per liter. Ter vergelijking: de Noordzee bestaat voor 3,5 procent uit zout. De reden hiervoor is dat het water hier niet kan wegstromen. Daarnaast is het in dit gebied heel warm en regent het amper. Allemaal factoren waardoor de zee zo zout blijft.

Maar de Dode Zee is niet de zoutste plek op aarde. Dat is namelijk het Don Juanmeer op Antarctica. Het bestaat voor 40 procent uit zout. Dat is zoveel, dat het meer ook niet kan bevriezen.

Waterlichaam Zoutgehalte (ongeveer)
Gemiddelde Zee 3.5%
Noordzee Relatief zoet (minder dan gemiddeld)
Dode Zee 30%
Don Juanmeer (Antarctica) 40%

Een Stabiel Zoutgehalte

Toch lijkt de zee niet steeds zouter te worden. Er spoelt ook niet zo heel veel zout de zee in. En de oceanen zijn natuurlijk enorm groot. Hoewel het lijkt alsof de oceanen oneindig veel zout bevatten, is er een natuurlijk evenwicht in werking dat het zoutgehalte relatief stabiel houdt. Maar er verdwijnt ook weer zout uit de zee. Het slaat neer op de kust of het wordt opgenomen in mineralen die op de zeebodem gevormd worden.

Keukenzout is zeezout. Het zout dat we op ons eitje gooien wordt meestal gewonnen uit plekken die ooit zeebodem waren. Daar is het zou neergeslagen en kun je het soms zo van de bodem schrapen. Een andere manier om zout te 'maken' is door gewoon zeewater te laten verdampen. Zout werd vroeger, en nu soms nog, uit zeewater gehaald door het water te laten verdampen in ondiepe poelen. Dit zijn 'zoutpannen'. Het zout bleef dan achter om op te scheppen.

labels:

Zie ook: