Ganzen zijn fascinerende vogels die een divers dieet hebben, afhankelijk van hun leefomgeving en het seizoen. In Nederland komen verschillende soorten ganzen voor, waaronder de grauwe gans, brandgans en kolgans. Dit artikel geeft een uitgebreid overzicht van wat ganzen in het wild eten, hun broedgedrag, migratiepatronen en de uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd.

Het Dieet van Ganzen in het Wild

Ganzen zijn overwegend herbivoor. Het voedsel van de grauwe gans bestaat voornamelijk uit grassen, plantenwortels en oogstresten. Na de rui zitten Grauwe ganzen veel op gras maar kan plaatselijk weer schade optreden in nog niet geoogste graanpercelen. In het voorjaar en in de zomer vormen groene delen van planten zoals grassen, riet en granen een belangrijke voedselbron. Wat later in het seizoen worden ook graszaden uit de aren opgpeuzeld.

In de winter vormen opgegraven knollen en zetmeelrijke ondergrondse wortel- en stengeldelen van diverse plantensoorten, zoals zeebies, zeeaster, riet en lisdodde, een belangrijke voedselbron. In de ruiperiode (late zomer) hebben ganzen veel eiwit nodig. In deze periode eten ze daarom ook voedsel met een hoog eiwitgehalte, met name korte grasvegetaties.

Ganzen eten behalve gras, gemengd graan, andijvie, wortel en eventueel een kleine hoeveelheid brood. Ganzen hebben dagelijks vers water nodig. Maar brood heeft niet de juiste voedingswaarde. Voeren is ook niet goed voor de conditie.

Voedselvoorkeur per Seizoen

  • Voorjaar en Zomer: Groene delen van planten, grassen, riet en granen.
  • Najaar: Oogstresten, zoals aardappelen, granen en bieten.
  • Winter: Knollen, zetmeelrijke wortels en stengeldelen van diverse plantensoorten.

De Grauwe Gans: Een Gedetailleerd Profiel

De grauwe gans (Anser anser) is de meest voorkomende ganzensoort van Nederland. Het is een grote gans met een stevige oranje of roze snavel en roze poten. Kenmerkend is de bruin grijze kleur en de grijze voorvleugel. Het is de stamvader van onze (witte) boerengans waarmee de grauwe gans dan ook moeiteloos mee kruist.

Habitat en Verspreiding

Grote stilstaande wateren met uitgestrekte rietbestanden, verlandingsgebieden en mondingsgebieden van rivieren. Door de toename komt de grauwe gans steeds meer voor nabij bebouwing, recreatiegebieden in natuurterreinen en langs snelwegen.

Het opgroeihabitat bestaat voornamelijk uit grasland. Het grootste deel van het opgroeihabitat grenst aan open water. Grauwe ganzen met jongen geven de voorkeur aan kortgrazig grasland. Dit is van belang voor de groei van de jongen omdat het korte gras eiwitrijk is. Ganzenfamilies prefereren intensief gebruikt en het liefst bemest boerenland, omdat de overleving van jongen hierin relatief hoog is. Grauwe ganzen die broeden in meer ruigere grasvegetaties brengen hierin doorgaans minder jongen groot. In Zeeuws-Vlaanderen worden ook percelen tarwe gebruikt als opgroeihabitat.

Broedgedrag

Deze soort broedt minder vaak op eilanden dan brandganzen. Eilanden worden vrijwel evenveel gebruikt als het vasteland, alhoewel nesten op het vasteland altijd in de nabijheid van water (rietkragen) liggen. Ook wordt er regelmatig gebroed op legakkers. Deze gebieden zijn allemaal minder toegankelijk voor vossen. Grauwe ganzen broeden dus veelvuldig op beschutte plaatsen als in rietvelden, struweel en (moeras)bos.

Door de ontoegankelijkheid van de broedgebieden en de teruggetrokken levenswijze tijdens de broedperiode is het lastig de populatieomvang van deze soort tijdens de broedperiode in kaart te brengen. Paarvorming vindt plaats als grauwe ganzen 1,5 jaar oud zijn, broeden doen ze pas op hun derde of vierde jaar. De partners blijven levenslang bij elkaar en leven ook buiten de broedtijd bij elkaar. Wanneer een broedpaar uiteenvalt wordt als snel weer een andere partner gevonden.

Van alle grauwe ganzen wordt aangenomen dat tegenover iedere broedvogel 3 niet broedende vogels aanwezig zijn. In de uiterwaarden langs de Waal worden de eerste eieren half maart gelegd, met een piek rond begin april. In de Vechtplassen ten noorden van Utrecht gebeurt dit twee weken eerder. Volgens het CLM onderzoek loopt de broedperiode in Zuid‐Holland van eind februari tot begin mei, maar late broeders beginnen pas in juni. De ouders trekken met de pullen al snel naar de waterkant.

Voortplanting

  • Leeftijd eerste broed: 3-4 jaar
  • Eerste eieren: Half maart (Waal), begin april (Utrecht)
  • Broedperiode: Eind februari tot begin mei (Zuid-Holland)
  • Jongen zelfstandig: Na 8 weken

Migratie en Overwintering

Niet-broedende vogels verblijven in het Noordelijke Deltagebied zowel op binnen- en buitendijkse graslanden als in percelen met graan of andere gewassen. Tijdens de rui bevinden grote aantallen zich vooral in buitendijkse gebieden. Zodra de vogels weer kunnen vliegen verplaatsen zij zich ook naar binnendijkse gebieden. In de Ooijpolder verblijven niet-broedende vogels (bij de afwezigheid van buitendijkse graslanden) relatief veel op boerengrasland.

Aantallen niet-broedende grauwe ganzen op landbouwgrond zijn het grootst in mei, waarschijnlijk na het mislukken van nesten. Tijdens de ruiperiode van eind mei tot eind juni kunnen de vogels een maand lang niet vliegen en leven ze erg verborgen. Ganzen met jongen ruien rond het broedgebied terwijl de niet broedende vogels de rui doorbrengen in ontoegankelijke gebieden. Zo is de Oostvaardersplassen een voorbeeld van een bekend ruigebied waar tienduizenden grauwe ganzen kunnen ruien.

Predatie en Regulatie

Hoewel er lokaal wel wat predatie is van vossen op grauwe ganzen (vooral jongen of eieren), zijn vossen niet in staat de ganzenpopulatie in Nederland te reguleren. Dat bewijzen de natuurgebieden ook wel waar vossen niet bejaagd worden. Daar blijft de populatie groeien of verhuizen ganzen naar andere plekken.

Maatschappelijke Discussie en Beleid

De toename van het aantal ganzen in Nederland zorgt voor een ingewikkelde maatschappelijke discussie. Boeren zijn niet blij met de ganzen: om goedkoop zuivel te produceren, lijkt elke grasspriet te tellen. Van belang is te zien dat de ganzen reageren op het landschap dat hun wordt aangeboden: extreem voedselrijk grasland, het resultaat van een bijzonder intensieve landbouw.

Hoewel schade gecompenseerd kan worden, worden ganzen helaas veel verstoord en gedood, terwijl overwinterende ganzen rust en energie nodig hebben. De grauwe gans is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn grauwe ganzen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn.

Beheer en Bescherming

In 1999 werd de jacht op de grauwe gans gesloten. Afschot was vanaf dat moment alleen nog mogelijk op basis van een vergunning in het kader van schadebestrijding. Vanaf 2003 werden naast ontheffingen voor het doden van zomerganzen ook in de herfst en winter ontheffingen verleend voor aan verjaging ondersteunend afschot van grauwe ganzen op kwetsbare akkerbouwgewassen en percelen nieuw ingezaaid grasland.

Vanaf 2003 heeft het afschot dus betrekking op zowel ´zomerganzen´ (1 april - 1 oktober) als ´winterganzen´ (1 oktober - 1 april). In het ganzenaccoord is het doel de populatie te reduceren tot het schadeniveau 2005. Verschillende natuurgebieden die door grauwe ganzen worden gebruikt als foerageergebied of slaapplaats, zijn aangewezen en beschermd als Natura 2000-gebied.

Andere Ganzensoorten in Nederland

In Nederland komen dertien soorten ganzen voor. De meeste zijn wilde ganzen die hier thuis horen. De afgelopen drie decennia hebben zich echter ook soorten gevestigd die hier eigenlijk niet thuishoren, zoals de Canadese gans, de Indische gans en de Nijlgans. Ons land herbergt naar schatting zo'n 200.000 van deze 'uitheemse' ganzen.

Een andere soort die niet in het wild voorkwam, is de ‘soepgans’. Dit zijn verwilderde tamme ganzen die ontsnapt zijn van boerenerven. Ze verblijven het hele jaar in Nederland. Ze planten zich gemakkelijk voort en kruisen met andere wilde soorten.

De Kolgans

De Kolgans heeft een wit randje om z’n snavel en een bruingrijs lichaam met zwarte strepen op de buik. Een Kolgans kan wel 78 centimeter lang worden. Deze gans overwintert in ons landje en gaat in de lente weer terug naar Siberië of het noordwesten van Rusland om te broeden. Steeds meer en meer van deze ganzen blijven ‘plakken’ in Nederland, in plaats van terug te vliegen broeden ze hier.

De Brandgans

De Brandgans is een wit-zwart-grijze gans met een wit gezicht. Deze gans is een stuk kleiner dan de Kolgans en de Grauwe gans, hij wordt maximaal maar 70 centimeter. De Brandgans broedt nog maar 30 jaar in Nederland, hij heeft hier dus nog maar net z’n plekje gevonden!

De Canadese Gans

De grote Canadese gans is een gans uit Noord-Amerika en Canada. In Nederland is de soort regelmatig terug te vinden; het gaat meestal om ooit ontsnapte volière- en parkvogels. Vanaf de jaren 1975 is de grote Canadese gans als broedvogel in Nederland te vinden. De soort kruist nogal eens met brandganzen en kleine Canadese ganzen.

De grote Canadese gans kan in tal van verschillende leefgebieden gevonden worden; van toendra's tot halfwoestijnen. Het enige wat er echt toe doet, is dat er water is. Hoofdzakelijk vegetarisch, maar daarin wel wat losser dan andere ganzen. Er zijn waarnemingen van grote Candese ganzen die eieren en jongen van sterns en andere 'dierlijke eiwitten' opeten.

Het Belang van Rust en Natuurlijke Leefomgeving

De toename van het aantal ganzen in Nederland zorgt voor een ingewikkelde maatschappelijke discussie. Boeren zijn niet blij met de ganzen: om goedkoop zuivel te produceren, lijkt elke grasspriet te tellen. Van belang is te zien dat de ganzen reageren op het landschap dat hun wordt aangeboden: extreem voedselrijk grasland, het resultaat van een bijzonder intensieve landbouw.

Hoewel schade gecompenseerd kan worden, worden ganzen helaas veel verstoord en gedood, terwijl overwinterende ganzen rust en energie nodig hebben. Vogelbescherming pleit voor meer natuurinclusieve landbouw en rustgebieden voor ganzen. Bovendien maakt Vogelbescherming regelmatig bezwaar bij overheden tegen onjuiste / onzorgvuldig afgegeven vergunningen voor afschot.

Daarnaast bepleit Vogelbescherming maatregelen rondom vliegvelden waardoor ganzen niet massaal te hoeven worden gedood om vogelaanvaringen te voorkomen. Via een netwerk van vrijwillige WetlandWachten houdt Vogelbescherming overal in Nederland de kwaliteit van leefgebieden in de gaten.

Ganzenweetjes

  • Ganzen wel 30 jaar oud kunnen worden?
  • Volwassen ganzen in de rui al hun slagpennen tegelijk verliezen? Hierdoor kunnen ze een maand niet vliegen!
  • Ganzen een heel hard geluid kunnen maken als er gevaar dreigt? Dit wordt gakken genoemd.
  • Ganzen in een V-vorm vliegen om energie uit te sparen? De ganzen die vooraan vliegen moeten het hardst vliegen, de ganzen die achteraan vliegen het minst hard.

labels:

Zie ook: