Experts zoeken hard naar dé oplossing voor Prikkelbare Darm Syndroom (PDS). De eerste stappen zijn gezet, maar er is nog altijd veel onduidelijk. Veel patiënten leggen een persoonlijke zoektocht af om te ontdekken hoe ze het beste met PDS om kunnen gaan.

Wat is Prikkelbare Darm Syndroom (PDS)?

Bij het prikkelbare darm syndroom (PDS) heb je last van chronische darmklachten, waaronder buikpijn en diarree, of juist verstopping. Ongeveer 10-15% van de Nederlanders is bekend met het Prikkelbare Darm Syndroom, ook wel spastische dikke darm of spastisch colon genoemd. PDS komt bij veel mensen voor en geeft verschillende klachten.

Kenmerkende klachten bij PDS zijn:

  • Buikpijn
  • Buikkrampen
  • Chronische verstopping
  • Diarree of juist afwisselend diarree en verstopping
  • Gasvorming in de darmen
  • Een opgezette buik na de maaltijd

Sommige mensen hebben altijd last van PDS, maar bij de meeste patiënten zijn de klachten niet altijd aanwezig. De oorzaak van het prikkelbare darm syndroom (PDS) is niet precies bekend, maar het gaat meestal om een combinatie van factoren. De darm maakt bijvoorbeeld te weinig of juist te veel bewegingen. Het laatste wordt ook wel een spastische darm genoemd. Ook kunnen de zenuwen in de darmwand extra gevoelig reageren op het uitzetten van de darmwand. Bij een deel van de PDS-patiënten is PDS ontstaan na een darminfectie, zoals bij voedselvergiftiging. Spanning en bepaalde voedingsmiddelen kunnen klachten verergeren. Dat is voor elke persoon anders.

Behandeling van PDS

Het kan een opluchting zijn dat er niets ernstigs aan de hand is, maar toch kan het even een tegenvaller zijn dat er geen duidelijke verklaring is voor de klachten. Gelukkig zijn er momenteel wel meer manieren om de klachten onder controle te krijgen:

  • Medicatie voor een betere stoelgang en tegen de buikpijn;
  • Leren omgaan met de pijn middels hypnotherapie;
  • Leren omgaan met stress;
  • Voeding en/of eetpatroon aanpassen.

In de praktijk zie je dat een combinatie van bovengenoemde vaak een goed resultaat geeft.

Voeding en PDS

De meeste PDS-patiënten geven aan dat bepaalde voedingsmiddelen hun klachten verergeren. Welke dat zijn, verschilt per persoon. Zo helpt het bij sommigen om meer vezels en vocht toe te voegen aan de voeding. Terwijl bij anderen bepaalde vezels juist meer klachten geven. Een algemeen dieetadvies is daarom niet te geven voor het prikkelbare darm syndroom (PDS). Het is belangrijk om goed uit te zoeken wat wel en niet effect heeft. We raden aan hierbij een diëtist te raadplegen. Veranderingen in leefstijl en voeding zoals een regelmatig en gezond eet- en beweegpatroon, kunnen al helpen bij de behandeling van PDS en klachten verminderen. Een gezond eetpatroon volgens de Schijf van Vijf zorgt voor voldoende vezels en vocht, beide belangrijke aandachtspunten voor een goede darmwerking. Specifieke aanpassingen kunnen nodig zijn wanneer bepaalde voedingsmiddelen klachten lijken te verergeren.

Marianne: ‘Voeding kan een grote rol spelen bij darmaandoeningen. Voeding kan klachten veroorzaken óf juist verminderen. Bij PDS is er een duidelijk verband tussen voeding en klachten. Sommige producten kunnen triggers zijn voor PDS-patiënten en zorgen voor vervelende buikpijn. Knoflook, ui, koolsoorten en zuivelproducten bijvoorbeeld. Deze voeding kan gasvorming in de darmen veroorzaken. Omdat de klachten zo uiteen lopen bestaat er geen algemeen voedingsadvies. Een persoonlijk voedingsadvies opgesteld door een diëtist wordt aangeraden.

Wat te vermijden bij PDS

De eerste impuls van PDS-patiënten is: dan eet ik toch geen knoflook, ui, zuivel, enzovoorts…? Begrijpelijk, maar niet verstandig. Ieder mens heeft voedingsstoffen nodig en eten zomaar uitbannen kan leiden tot tekorten. Wees daarom voorzichtig met experimenteren. Wil je echt goed uitzoeken wat je wel en niet kunt eten? Je huisarts kan je doorverwijzen naar een diëtist. De diëtist zal samen met je naar je voedingspatroon kijken en proberen klachten en voedingsmiddelen aan elkaar te koppelen. Hiervoor kun je bijvoorbeeld een voedingsdagboek bijhouden.

Als je de diagnose PDS hebt gekregen speelt soms de gedachte ‘is er niet meer aan de hand?' Vaak is er alleen sprake van PDS. Wel kan PDS samen voorkomen met andere gevoeligheden voor bepaalde voedingsmiddelen, zoals een gevoeligheid voor gluten, lactose of andere suikers. Uit een test kan bijvoorbeeld blijken dat je geen lactose intolerantie hebt, maar dat er wel sprake is van een gevoeligheid. Een gevoeligheid betekent dat je een bepaalde hoeveelheid op een dag tolereert. Eet je daar meer van, dan kun je klachten krijgen.

Het FODMAP-beperkte dieet

Het FODMAP-beperkte dieet kan een vervolg stap zijn. Dit tijdelijke dieet draait om zes soorten koolhydraten, elke letter in FODMAP staat voor één. FODMAP staat voor Fermenteerbare Oligosachariden, Disachariden (lactose), Monosachariden (fructose) Polyolen (suikeralcoholen). Het zijn koolhydraten die slecht of niet opgenomen worden in de dunne darm en in de dikke darm terecht komen. In de dikke darm gaan bacteriën deze koolhydraten fermenteren (opeten) en dit kan gasvorming en klachten veroorzaken. Deze koolhydraten zitten onder andere in bepaalde fruitsoorten, groente of melkproducten.

Je ontdekt of het dieet voor je werkt door deze koolhydraten zes weken lang niet te eten. Ben je op dat moment buikpijnvrij, dan voeg je stap voor stap elke koolhydraat weer toe. Zo ontdek je van welke soort je pijn krijgt en welke niet. En daarnaast leer je van hoeveel je van deze koolhydraten tolereert op een dag. Het FODMAP beperkte dieet bestaat uit een fase van 6 weken waarin je producten met FODMAP's zoveel mogelijk vermijdt. Daarna worden de FODMAP's één voor één weer toegevoegd om erachter te komen welke klachten veroorzaken.

Echter, het is nog onduidelijk of dit dieet op langere termijn beter is dan andere behandelingen voor PDS. In hoeverre het FODMAP-dieet gunstiger is dan andere aanpakken voor PDS, en of het ook op de langere termijn gunstig is, is nog onduidelijk. Het FODMAP-dieet is een intensief dieet om te volgen.

FODMAP's: fermenteerbare oligosachariden, disachariden, monosachariden en polyolen

FODMAP´s zijn koolhydraten, of suikerketens, die van nature in voeding zitten en niet of slecht verteerd worden door de dunne darm. Vervolgens komen ze in de dikke darm terecht waar bacteriën door middel van fermentatie de koolhydraten afbreken. Niet iedereen is even gevoelig voor FODMAP’s of voor dezelfde FODMAP’s. Je stemt het dieet daarom af met een eliminatiedieet. Hierbij vermijd je 6 weken alle FODMAP’s en herintroduceer je ze vervolgens één voor één. Het FODMAP-dieet vermindert voor veel mensen klachten als pijn en een opgeblazen buik.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat het vermijden van bepaalde type koolhydraten voor mensen met PDS verlichting van de klachten kan geven. Het gaat om de zogenaamde FODMAP’s: fermenteerbare oligosachariden, disachariden, monosachariden en polyolen. Dit zijn bepaalde koolhydraten en vezels die niet, of in mindere mate, door ons lichaam worden verteerd. Ze houden vocht vast in de darm en worden omgezet (gefermenteerd) door bacteriën waarbij gas ontstaat. Normaal gesproken heeft iemand daar geen last van en zijn dit gunstige eigenschappen van vezels.

Voedingsvezels

Een gezond en gevarieerd eetpatroon volgens bovenstaande tabel bevat in principe voldoende vezels. Echter de meeste mensen eten vaak minder dan hierboven geadviseerd, met name minder vezels. Een groot deel van onze voedingsmiddelen bevat van nature voedingsvezels. Dit zijn plantaardige bestanddelen, die in de maag en darm niet worden verteerd. De voedingsvezels bereiken onveranderd de dikke darm, waar ze uiteindelijk via de ontlasting het lichaam verlaten. Ze hebben de positieve eigenschap vocht vast te houden en vergroten de hoeveelheid ontlasting. Een grotere hoeveelheid ontlasting geeft bovendien een prikkel aan de darm om te bewegen (peristaltiek). Bij diarree zorgen de vezels ervoor dat het vocht geabsorbeerd en gebonden wordt in de darmen. De vezels leveren dus een positieve bijdrage aan het verstevigen van de ontlasting. Bij obstipatie (verstopping) zorgen de vezels ervoor dat vocht in de ontlasting wordt opgenomen en vastgehouden, waardoor deze zachter en soepeler wordt en makkelijker het lichaam verlaat.

Belang van vezels en vocht

Voor een gezonde spijsvertering heeft u 30 tot 40 gram vezels per dag nodig. Voedingsvezels zijn te verdelen in twee soorten, namelijk de oplosbare en de onoplosbare vezels.

Oplosbare vezels

Deze vezels zitten o.a. in groenten, fruit, peulvruchten en aardappelen. Deze vezels komen onverteerd in de dikke darm terecht, waar onze darmbacteriën de vezels afbreken. Hierbij komen stoffen vrij, die als energiebron dienen voor de darmbacteriën en de darmcellen. Daarnaast komen er gassen vrij, die er voor zorgen dat de ontlasting luchtig en soepel blijft, en die de darmwand prikkelen.

Onoplosbare vezels

Deze vezels zitten o.a. in bruin- of volkorenbrood, volkorencrackers, zemelen, volkoren- of meergranenpasta, zilvervliesrijst, noten en zaden. Deze vezels worden niet verteerd in de dikke darm en zijn onveranderd in de ontlasting terug te vinden. De vezels werken in de darm als een soort spons doordat ze veel vocht opnemen. De ontlasting wordt hierdoor zachter en kan sneller in de richting van de anus worden afgevoerd. Daarnaast zorgen de onoplosbare vezels voor een snellere verzadiging en vergroten ze het volume van de ontlasting.

Bij sommige mensen met PDS kunnen onoplosbare vezels meer klachten geven. Verminder dan de hoeveelheid van deze vezels, maar vermijd het niet. Neem in dit geval contact op met de diëtist. Zij kan beoordelen of uw voeding nog volwaardig is. Vraag uw arts voor een verwijzing naar de diëtist. Voor een gezonde spijsvertering zijn vezels dus erg belangrijk. Van belang daarbij is dat er een evenwicht bestaat tussen beide soorten vezels. Het is daarom verstandig om gevarieerd te eten en daarbij zowel oplosbare als onoplosbare vezels te gebruiken. Niet alleen de soort vezel is van belang, maar ook de vorm waarin het gegeten wordt: rauw heeft een beter effect dan gaar, en grof heeft een beter effect dan fijn.

Een simpel antwoord op de vraag wat je wel of niet kunt eten met PDS? Dat is er helaas niet, omdat de klachten per persoon zo verschillen. Het is en blijft jouw persoonlijke zoektocht. Zorgt dit voor een moeilijke relatie met eten? Praat erover met je diëtist of huisarts. Om toch af te sluiten met een positieve noot: er zijn genoeg voedingsmiddelen waarvan je geen klachten krijgt. Ook zijn er tegenwoordig steeds meer lactose- of glutenvrije producten te vinden in schappen van de supermarkt.

Eetpatroon

Eet gezond met groente en fruit. Gezond eten en drinken is altijd belangrijk. Eet elke dag 3 gezonde maaltijden en eet op vaste tijden. Eet niet de hele dag door. Door gezond eten en drinken voel je je fitter. Zorg dat je genoeg vezels eet. Vezels zijn belangrijk om je darm goed te laten werken. Vezels zorgen voor goede poep. Vezels zijn ook gezond. Vezels zitten alleen in planten en eten dat van planten is gemaakt. Kijk ook bij veel vezels eten.

Heb je vooral last van niet goed kunnen poepen (verstopping)? Vezels houden vocht vast. Heb je vooral last van diarree? Vezels helpen ook bij dunne poep of diarree. De vezels binden zich aan het vocht. Eet je genoeg vezels en blijf je problemen met poepen houden? Dan kun je extra vezels nemen. Doe de vezels bijvoorbeeld door de yoghurt. Psyllium-vezels kun je zonder recept kopen bij de drogist of apotheek. Drink niet te veel als je de vezels neemt. Drink niet meer dan de helft van een klein glaasje (ongeveer 50 milliliter). Genoeg drinken is belangrijk. Het helpt je darmen om te goed te werken. Drink geen of weinig dranken met suiker. Misschien denk je dat je te weinig drinkt. Schrijf dan eens op hoeveel je normaal op een dag drinkt. Drink je minder dan 1,5 liter? Drink dan een glas water als je opstaat. Merk je dat je elke keer klachten krijgt na een bepaald soort eten of drinken? Er is niet 1 soort eten of drinken waar iedereen met PDS meer darmklachten van krijgt. Als je klachten krijgt na een bepaald soort eten of drinken, betekent dat niet dat je daar allergisch voor bent. Soms kun je wel tegen een klein beetje van dit eten of drinken. Krijg je meer klachten door meer soorten eten of drinken? De diëtist bespreekt met je wat je een tijdje niet moet eten en drinken.

Ga je zonder hulp van een diëtist meerdere dingen niet meer eten of drinken? Je eet misschien te weinig. Je lichaam heeft dan te weinig energie. Je wordt misschien bang om bepaalde dingen weer te gaan eten of drinken. Je kunt dan meer klachten krijgen. Helpen de adviezen van de diëtist niet genoeg? En blijf je veel klachten houden? Je kunt bijvoorbeeld een speciaal dieet volgen: het FODMAP-dieet. Dit dieet helpt je om uit te zoeken van welk soort eten of drinken je klachten krijgt.

Algemene Aandachtspunten

Een regelmatig voedingspatroon is belangrijk: 3 hoofdmaaltijden en ca. 3 tussendoortjes. Probeer vooral extra aandacht te besteden aan de 3 hoofdmaaltijden op een dag en vergeet daarbij vooral het ontbijt niet. Zo kunt u bij iedere maaltijd of tussendoortje wat extra vezels verwerken; dit stimuleert uw darmen tot een goede darmwerking. Achterin deze folder vindt u een vezeltabel die u kan helpen bij het eten van extra vezels.

  • Ga bij obstipatie meteen naar het toilet als u aandrang voelt, anders bestaat de kans dat de ontlasting nog meer indroogt en harder wordt.
  • Vermijd hard persen, hierdoor werkt u het ontstaan van aambeien in de hand.
  • Neem er de tijd voor.
  • Plaats uw voeten wat hoger wanneer u op het toilet zit. Hierdoor bolt uw rug meer en werkt de zwaartekracht mee, omdat de darm op deze manier verticaal staat.
  • Probeer bij chronische diarree niet bij elke aandrang naar de wc te lopen. Op deze manier traint u uw darmen weer tot een normale stoelgang.
  • Probeer meer aan lichaamsbeweging te doen. Een half uur stevig wandelen per dag is al voldoende. Zwemmen, fietsen, tennissen of andere sporten zijn natuurlijk ook prima. Bewegen heeft een positief effect op uw algehele conditie, zowel lichamelijk als psychisch. Bovendien bevordert het een betere darmwerking, doordat de darm van buitenaf gestimuleerd wordt.
  • Indien uw specialist extra oplosbare vezels voorschrijft, meestal plantaardige psylliumvezels, neem ze dan in met een groot glas water. De darm zal hier eerst aan moeten wennen wat vaak een tijdelijke toename van buikklachten geeft, een opgeblazen gevoel of een verandering van het ontlastingspatroon. Wanneer gedurende 4 weken op een vast tijdstip de vezels worden ingenomen, ontstaat er vaak een sterke verbetering van het ontlastingspatroon en een vermindering van het ongemakkelijke gevoel in de buik.
  • Het gebruik van pepermuntolie-capsules of kruidenmengsels kunnen mogelijk ook helpen bij het verminderen van darmkramp en een opgeblazen buik. Uw arts of diëtist kan u hier meer uitleg over geven.

Probiotica

Probiotica zorgen voor een betere balans van de darmbacteriën. Mogelijk heeft probiotica een positief effect op darmklachten. Het is echter nog niet volledig bewezen. Mocht u hiermee willen starten, dan is het belangrijk dat u het supplement op vaste tijden inneemt en minimaal 8 weken gebruikt. Mocht het na 8 weken nog geen effect hebben, kunt u een ander soort probiotica proberen. Het is aan te raden om een probiotica te gebruiken met meerdere bacteriestammen. Uw diëtist kan u hier meer informatie over geven.

Tabel: Voedingsbehoefte per Leeftijdsgroep

Voedingsstof 19-50 jaar 51-69 jaar Ouder dan 70 jaar
Groente 250 gram 250 gram 250 gram
Fruit 2 stuks 2 stuks 2 stuks
Brood (sneetjes) 4-5 (vrouw), 6-8 (man) 3-4 (vrouw), 6-7 (man) 3-4 (vrouw), 4-6 (man)
Aardappelen, rijst, pasta, peulvruchten 200-250 gram 150-200 gram 150-200 gram
Melkproducten (porties) 2-3 3-4 4
Kaas 2 plakken (40 g) 2 plakken (40 g) 2 plakken (40 g)
Vlees(waren), vis, kip, eieren, vleesvervangers 100-125 gram 100-125 gram 100-125 gram
Smeer- en bereidingsvetten 40 gram (vrouw), 65 gram (man) 40 gram (vrouw), 65 gram (man) 35 gram (vrouw), 55 gram (man)
Dranken (inclusief melk) 1½-2 liter 1½-2 liter 1½-2 liter

Bron: Voedingscentrum

labels:

Zie ook: