Elk jaar in november begint de spanning rond Sinterklaas weer toe te nemen. De winkels versieren hun etalages en de brievenbussen vullen zich met folders vol cadeaus. Half november arriveert Sinterklaas in Nederland. Hoewel hij niet altijd met de boot of zijn witte paard komt, heeft hij steevast Pieten bij zich die overal lekkernijen strooien. In deze periode zijn er talloze Sinterklazen te zien, in alle soorten en maten.

Wie is Sinterklaas?

Sinterklaas, de eerbiedwaardige kindervriend uit Spanje die brave kinderen beloont en stoute bestraft, rijdt met zijn zwarte knecht op een schimmel over de daken en deelt via de schoorsteen of open ramen lekkers en speelgoed uit. Deze oude kindervriend lijkt een samenstelling van twee mensen en een Germaanse god: Wodan.

De twee mensen heetten allebei Nicolaas en woonden in de provincie Lycië, het huidige Turkije. Sinterklaas is dus eigenlijk een Turk. De jongste Nicolaas begon als monnik en werd later bisschop van Pinora, bekend om zijn genezingen en uitdrijvingen van boze geesten. Hij overleed op 10 december 564. De oudste Nicolaas, over wie minder concrete informatie beschikbaar is, reisde nooit ver en is nooit buiten zijn land geweest. Hij werd bisschop van Myra. Dit is nog steeds te zien aan zijn kleding: een lange mantel, de tabbert, een mijter op zijn hoofd en een staf in zijn hand.

De oudste Nicolaas overleed op 6 december tussen 341 en 345. Hoewel we zingen "Sinterklaas is jarig", klopt dit eigenlijk niet, aangezien hij niet jarig was op de dag van zijn overlijden. Zijn sterfdag is belangrijk omdat hij heilig werd verklaard, een eer die in de Rooms-Katholieke kerk wordt toegekend aan mensen die veel voor het geloof en de kerk hebben betekend.

In de zeventiende eeuw, tijdens de reformatie, vervaagde het Roomse aspect van de onzichtbare bisschop Nicolaas en werd hij steeds meer een onzichtbare kindervriend, opvoeder en huwelijksmakelaar. Uit Sint Heer Nicolaas ontstond in deze tijd zijn nieuwe naam: Sinterklaas. De mensen geloofden dat zijn beenderen magische krachten hadden en dat ze zouden beschermen tegen gevaar, waardoor ze heel goed werden bewaard.

De Germaanse oppergod Wodan/Odin van vóór de Middeleeuwen, werd voorgesteld als een forse persoon met mantel, muts, en witte baard, rijdend door de hemel op een schimmel. In zijn hand had hij een speer met een slang aan de top en hij ging vergezeld van twee zwarte raven, die hem informeerden over het gedrag van de mensen op aarde. De Germanen brachten hem offers bij de stookplaats. Deze vinden we terug in voedsel voor het paard van Sinterklaas, marsepeinen varkens en suikerbeesten. De heidense god Wodan werd hardnekkig vereerd door onze Germaanse voorouders, zodat de jonge Rooms-katholieke kerk hem in de Middeleeuwen verbond met de heilige Nicolaas, of misschien werd dit door de bevolking zelf wel gedaan.

De Ontwikkeling van Sint Nicolaas

In de negende eeuw was Sint Nicolaas de bekendste heilige in de Griekse kerk. Vanuit Italië verspreidde de verering zich verder over land en zee, mede dankzij de Noormannen. Zeelieden vertelden verhalen over Sint Nicolaas en zijn wonderen. De verering bereikte een hoogtepunt in de twaalfde en dertiende eeuw, vooral in Rusland, waar talloze Nicolaaskerken werden gebouwd.

Verhalen rond Sint Nicolaas

Er zijn veel verhalen over de wonderdaden en reddingen van de heilige bisschop, die laten zien hoe Sinterklaas zich heeft ontwikkeld van een algemene beschermheer naar een beschermheer speciaal voor kinderen. Enkele voorbeelden:

  • Nicolaas als beschermer en redder van onschuldige en vervolgde gelovigen: Hij redt onschuldig veroordeelde mensen op het laatste moment.
  • Nicolaas als beschermer van zeelieden: Zeelieden in nood bidden tot Nicolaas en worden gered. Daarom staan er in veel havenplaatsen in Europa kerken ter ere van hem.
  • Nicolaas als beschermer van handel en bezit in de Middeleeuwen: Hij bezorgt verloren en gestolen goederen terug en helpt armen en rijken. Hij was beschermheer van diverse ambachtelijke beroepen.
  • Nicolaas als beschermer van jonge vrouwen op weg naar het huwelijk: Hij helpt een arme koopman door gedurende drie nachten een geldbuidel door het raam te gooien voor de bruidsschat van zijn dochters.
  • Nicolaas als beschermer van kinderen in Nederland: Er zijn verhalen over hoe Nicolaas kinderen redt, bijvoorbeeld een kind dat in het brandwater door de moeder is vergeten.

De Kleding en Attributen van Sinterklaas

Sinterklaas is herkenbaar aan zijn rode mantel, witte ‘jurk’, staf en mijter. Om te begrijpen wat de Sint werkelijk draagt, worden zijn kleding en attributen hieronder nader bekeken.

De Koorkap

De koorkap is een grote, ruimvallende cape in de vorm van een halve cirkel, afgeleid van de laat-Romeinse regenmantel. Het heeft de symbolische betekenis van ‘de mantel der liefde’ en verwijst naar onschuld en waardigheid. De rode kleur gaat ver terug in de tijd. Het model is aangepast voor het paardrijden en bescherming tegen regen en kou. Het koorkapsschild is afgezet met goudbouillon franje en een dikke goudbouillon kwast. De verguld zilveren sluiting is voorzien van het stadszegel en een anker van Amsterdam, en een jaarletter.

De Mijter

De mijter is het meest opvallende attribuut. De oorsprong is onduidelijk, mogelijk afgeleid van een oosterse muts gedragen door de paus vanaf de tiende eeuw. Een eeuw later dragen vrijwel alle bisschoppen deze hoofdbedekking. De mijter van Sinterklaas is voorzien van een kruis op de voor- en achterkant, een versiering die stamt uit het begin van de negentiende eeuw.

De Kromstaf

De kromstaf is vanaf de zevende eeuw in Spanje bekend en heeft waarschijnlijk een Byzantijnse oorsprong. Het verbeeldt de kerkelijke macht van de bisschop en wordt gezien als een herdersstaf, een teken van pastorale zorg. De krul duidt op de beperkte rechten van een bisschop binnen zijn eigen bisdom. De staf symboliseert de boom des levens. Op de krul zijn tien vruchten van de koopmansstad weergegeven, evenals het wapen van Amsterdam. De drie eikels in de krul zijn vruchtbaarheidssymbolen.

De Stola

De stola is een lange en smalle strook stof die om de hals wordt gedragen. Tijdens de liturgie draagt de bisschop altijd een borstkruis, waardoor de stola recht naar beneden hangt. De lofstola van Sinterklaas is gemaakt van dezelfde zware kwaliteit stof als de koorkap en is aan beide zijde voorzien van het wapen van Amsterdam.

Het Borstkruis

Het dragen van een borstkruis is verplicht gesteld in 1570. Het borstkruis van Sinterklaas is 65 jaar geleden gemaakt van messing en versierd met geslepen glazen stenen.

De Superplie

De superplie is een enkellang, ruimvallend wit linnen onderkleed. De linnen superplie van Sinterklaas heeft een blinde sluiting en is langs de zoom en aan de mouwen afgezet met een brede strook handgeknoopt filet kant, waarin een drietal kruizen zijn verwerkt.

De Cingel

De cingel is een lang wit koord van zijde, wol of linnen dat in de taille wordt gebruikt om de ruimvallende superplie mee op te binden.

De Pontificale Handschoenen

Het recht tot het dragen van pontificale handschoenen was uitsluitend voorbehouden aan bisschoppen. De versiering op de rug van de handschoen mocht men naar eigen inzicht kiezen. Sinterklaas draagt handschoenen van paarse tricot, versierd met een vierkant ornament.

"Wie Zoet Is Krijgt Lekkers": De Betekenis van het Snoepgoed

In de Sinterklaastijd wordt er volop gestrooid met snoep en pepernoten. Hoewel de chocolade munten een duidelijke betekenis hebben, blijft het strooien met kruidnoten een interessante traditie. Er is geen duidelijk antwoord op de vraag waarom we dit doen, behalve dat het een traditie is. Vóór de 19e eeuw werden pepernoten niet rondgestrooid. Oude prenten laten zien dat Sinterklaas met pepernoten strooide, waarmee de goudbruine vierkante blokjes werden bedoeld die meer op taaitaai lijken. Het strooien zou afstammen van het strooien van zaden en dus voor vruchtbaarheid staan, en gebaseerd zijn op het gulle karakter van Sint Nicolaas. Later werden het de Pieten die het snoepgoed strooiden, dat inmiddels bestond uit kruidnoten en klein suikergoed.

De regel "Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe!" uit het bekende sinterklaasliedje van Jan Schenkman wordt als moraliserend gezien.

Alternatieve Perspectieven op het Sinterklaasfeest

Sint Nicolaas was weliswaar een bisschop, maar dat betekent niet dat het sinterklaasfeest stamt uit een katholieke traditie. De figuur van Sinterklaas is ontleend aan de Germaanse oppergod Wodan of Odin, die vaak werd afgebeeld als een forse man met een lange baard, een lange mantel en een breedgerande hoed. Volgens de overleveringen vloog hij op zijn paard Sleipnir en met zijn knechten Eckhard en Oel door het luchtruim. Wodan had altijd een speer bij zich waarbij op de top een slang was afgebeeld. Soms daalde Wodan af door de schoorstenen van de huizen en strooide zaden om vruchtbaarheid te bevorderen. De overeenkomsten met het sinterklaasfeest zijn duidelijk.

De staf en de roe staan voor respectievelijk waardigheid en vruchtbaarheid. Wodan is alwetend en Sinterklaas heeft zijn boek waar alles in staat. Hierin kunnen we een verwijzing zien naar de wet van karma, de wet van oorzaak en gevolg die zegt dat we zullen maaien wat we zaaien.

In vele spirituele tradities wordt gesteld dat de letters en de taal geschenken zijn van God of de goden. Wodan schonk de mensheid de runen. Sinterklaas geeft chocoladeletters. Bij de Germanen was de dichtkunst gewijd aan Wodan. Bij het sinterklaasfeest schrijven de mensen gedichten voor elkaar. Wodan was de beschermheer van de schoenmakers. Voor Sinterklaas wordt de schoen gezet. De Germanen offerden gevlochten broden en broodkransen aan de goden. De Griekse god Pan of zijn Romeinse variant Faunus, werd gezien als een personificatie van de natuur, en werd vooral vereerd op 5 december.

Vertegenwoordigers van de Rooms Katholieke kerk hebben er van alles aan gedaan om heidense feesten en rituelen een halt toe te roepen. Toen ze daar niet in slaagden, heeft de toenmalige kerk heidense feesten gekerstend. Dat geldt voor bijvoorbeeld Kerst, Valentijnsdag, Pasen en allerzielen.

De Mijter: Een Voor-Christelijke Oorsprong

Bijna iedereen weet dat Sinterklaas tijdens openbare optredens altijd een mijter draagt, hét symbool voor Sinterklaas geworden. Bijna niemand weet dat de echte Sint Nicolaas nooit een mijter heeft gedragen. Er zijn weliswaar veel schilderijen en beelden van Sint Nicolaas met een mijter, maar die zijn allemaal na het jaar 1000. Pas vanaf de elfde eeuw gingen bisschoppen geleidelijk mijters dragen. De mijter als hoofddeksel is afkomstig uit de voor-christelijke Mithras-cultus in het Romeinse rijk. In die cultus was de keizer de hoogste priester die de eretitel ‘Pontifex Maximus’ groeg. Eén van de eretekenen van dat hoge ambt was de zogeheten Mitra, de phrygische muts van de god Mithras, die tot in onze tijd doorleeft als de ‘mijter’.

Symboliek in de Kleding van Sinterklaas

De kleuren wit, rood en goud, die kenmerkend zijn voor de kleding van Sint Nicolaas, kunnen worden gezien als symbool voor de stadia in een geestelijke weg die de mens kan gaan. De kleur rood duidt erop dat de mens daar in zijn leven werkelijk rekening mee houdt, dat het idee van vernieuwing door geestelijke krachten bezield is en verankerd is in het bloed. De witte onderjurk van Sinterklaas, de albe, symboliseert reinheid en zuiverheid. In de oude kerk droegen mensen die net gedoopt waren dit kledingstuk om hun nieuw verworven zuiverheid te benadrukken en te versterken. Het bisschopskruis op de borst van de goedheiligman benadrukt het grote belang van de werkzaamheid van de geestvonk nabij het hart. Het symbool van het kruis in de kleding van Sint Nicolaas komt ook terug op de mijter. Het latijnse kruis, dat de verhoudingen heeft van een opengevouwen kubus, is veel meer dan alleen een verwijzing naar het lijden van Jezus.

De Roe en de Gesel: Symbolen van Vruchtbaarheid

De kromstaf en de gesel werden al in aangetroffen in het oude Egypte. Daar had met de gesel een wat andere betekenis dan de roe in het klassieke sinterklaasverhaal. De roede of (tover)staf is niet alleen een symbool van bovennatuurlijke kracht, maar ook een symbool voor een spirituele traditie waar ook heilige geschriften deel van uitmaken.

De roede van Zwarte Piet is te vergelijken met de gesel van de farao’s en de bezem van heksen. Zowel de gesel als de heksenbezem zijn symbolen voor vruchtbaarheid. Daarbij gaat het niet alleen om natuurlijke vruchtbaarheid die tot uitdrukking komt in akkerbouw, veeteelt en voortplanting van de menselijke soort, maar ook om vruchtbaarheid op geestelijk niveau: het huwelijk tussen de ziel en de geest. De gesel kan worden gezien als een werktuig om mensen mee te straffen, maar ook als een dorsvlegel.

labels:

Zie ook: