Veel mensen twijfelen vaak over de keuze tussen ij en ei in een woord. De lettercombinatie ei noemen we ook wel de korte ei. Er zijn geen duidelijke regels over wanneer we ei of ij moeten schrijven. Het juist spellen van deze woorden is een kwestie van oefenen en onthouden. Bij woorden met een lange ij of korte ei gaan veel kinderen de fout in. Dit komt vooral doordat het verschil niet hoorbaar is. Woorden met een korte ei en lange ij behoren tot de weetwoorden.

Toch zijn er enkele vuistregels die je kunnen helpen bij het bepalen van de juiste schrijfwijze.

De Herkomst van IJ en EI

De ei en de ij hebben een verschillende herkomst. In het Middelnederlands bestond de ei al wel als tweeklank, maar de ij nog niet en ze konden dan ook absoluut niet op elkaar rijmen. Een ij kan in principe nooit ontstaan zijn uit een ei of een ie. Toch is dat soms gebeurd.

  • EI: De ei kan van verschillende oorsprong zijn, maar vaak is hij afkomstig van de combinatie ege. Ege is in het oostelijke Nederlands niet veranderd, maar in het westelijke wel. In het Duits is het Segel, in het Engels sail en wij zeggen zeil. De Duitsers hebben Regen, de Engelsen rain en wij regen.
  • IJ: De ij was oorspronkelijk een lange i, die als i, als ii of als ij kon worden geschreven. Na de vijftiende eeuw is de lange i in de meeste woorden van de standaardtaal en ook van veel dialecten van klank veranderd.

Volksetymologie

Wanneer een ij in plaats van een ei geschreven wordt, kan dat een gevolg zijn van volksetymologie: sommige woorden, die etymologisch gezien een ‘korte’ ei hadden moeten hebben, hebben een ij gekregen, doordat men ze met andere woorden gingen associëren. Een oud woord voor vrees was agis/ages/eges. Men bracht deze woorden in verband met ijs. Resultaat: ijzen en ijselijk. Iets dergelijks is gebeurd met rijzig. Reizig ‘bereden, voor de krijgstocht uitgerust’ is rijzig geworden onder invloed van het werkwoord rijzen.

IJ in plaats van IE

Van de ij die in plaats van een ie is gekomen, zijn niet zo heel veel voorbeelden te geven. Het bekendste is het IJ. Deze rivier had volgens de regels de Ie moeten heten. Ie betekent ‘water’. Ie en Ee zijn dialectische varianten van Aa, een woord dat verwant is met het Latijnse aqua ‘water’. Het IJ heeft een klankverandering, maar ook nog een geslachtsverandering gekregen: het is van een dewoord veranderd in een het-woord.

Vuistregels voor EI en IJ

Doordat de lange ij en korte ei hetzelfde klinken, weet je kind mogelijk niet wat de juiste schrijfwijze is van een woord dat deze klank bevat. Wil je je kind helpen om deze woorden op de juiste manier te schrijven? Dan komen de onderstaande vuistregels vast en zeker van pas.

1. Sterke en Zwakke Werkwoorden

Er zijn weliswaar geen vaste regels voor het gebruik van een lange ij of korte ei bij sterke en zwakke werkwoorden, maar er zijn wel vuistregels.

  • Sterke werkwoorden: Een sterk werkwoord met een ij/ei-klank, wordt vaak geschreven met een lange ij. De klank van zo’n werkwoord verandert als je hem in een andere tijd zet.
    • Vermijden - vermeden - vermeden
  • Zwakke werkwoorden: Een zwak werkwoord met een ij/ei-klank wordt vaak geschreven met een korte ei. De klank van zo’n werkwoord verandert niet als je hem in een andere tijd zet.
    • Peilen - peilden - gepeild

2. Dialecten

In dialecten worden sommige woorden met ij uitgesproken met de /ie/.

  • Wief - wijf

3. Verwante Woorden met I(E)

Ook voor woorden die verwante woorden met i(e) hebben, geldt de vuistregel dat ze met een lange ij geschreven worden in plaats van met een korte ei. Zo schrijft je kind bijvoorbeeld ‘selderij’ (selderie) en geen ‘selderei’.

4. De Klank in de Verleden Tijd

Als je kind wil bepalen of hij een lange ij of kort ei schrijft, kan hij het werkwoord in de verleden tijd zetten en uitspreken. Verandert de ij/ei-klank in een ee-klank? Dan schrijft hij een ij.

5. Achtervoegsels -heid, -teit, -lei

Om te bepalen of je een lange ij of korte ei schrijft, kan je kind soms ook naar het laatste gedeelte van het woord kijken. Het laatste deel van deze woorden (-heid) is altijd met een korte ei.

6. Woorden die Eindigen op -lijk

Er geldt ook een vuistregel voor woorden die eindigen op -lijk. Deze schrijf je namelijk altijd met een lange ij in plaats van met een korte ei.

Uitzonderingen en Moeilijke Gevallen

Leiden en Lijden

Door de bovenstaande vuistregels toe te passen, lukt het je kind mogelijk om te bepalen of een woord een lange ij of korte ei krijgt. Toch is dit niet altijd even duidelijk. Veel kinderen gaan bijvoorbeeld de fout in bij de woorden leiden en lijden. Ondanks dat je kind deze woorden zowel met een lange ij als korte ei kan schrijven, hebben ze een andere betekenis.

  • Leiden: zegt iets over het leiding geven of hoe iemand zijn leven doorbrengt.
    • 'De gids leidt ons naar de piramides'
    • 'Dit leidt tot niets'
    • 'Een rustig leven leiden'
  • Lijden: daarentegen wordt gebruikt om aan te geven dat iemand iets naars ondervindt.
    • 'Kou lijden'
    • 'Pijn lijden'
    • 'Lijden onder de gevolgen'

Voor de woorden ‘leiden’ en ‘lijden’ kan je kind helaas geen vuistregel gebruiken. Vandaar dat deze woorden tot de weetwoorden behoren. Je kind moet aan de hand van de context kan bepalen of het ‘leiden’ of ‘lijden’ moet zijn.

Stijgen en Steiger

Stijgen, in de zin van omhoog gaan, wordt met een lange ij geschreven. Terwijl steiger, in de zin van een bouwsteiger, met een korte ei geschreven wordt.

Voorbeelden van Woorden met EI en IJ

Hieronder een aantal voorbeelden van woorden met een ei of ij. Het is belangrijk om deze woorden te oefenen en te onthouden.

Woorden met EI

  • bei (= beide, beiden)
  • bei (bes)
  • blei (soort vis)
  • brei (brij)
  • ei (kip)
  • eik (boom)
  • eis (ik eis een ijsje)
  • hei (wandelen over de hei)
  • karwei (werkje)
  • lei (woorden die eindigen op -lei)
  • mei (maand)
  • peil (waterpeil)
  • rein (schoon)
  • reiger (vogel)
  • sein (teken)
  • steiger (aanlegplaats)
  • steil (de weg gaat steil omhoog)
  • weide (geit loopt in de weide)
  • wat zei zij?

Woorden met IJ

  • arij (achtervoegsel)
  • blij (want hij vangt een blei)
  • dij (je ziet er goed uit)
  • drukkerij (achtervoegsel)
  • ijs (lust jij ijs?)
  • ijk (merkteken)
  • ijn (achtervoegsel)
  • krijgen (ik krijg een voldoende)
  • lijden (ziekte)
  • lijk (woorden die eindigen op -lijk)
  • mij (geeft hij mij dat?)
  • mijd (het verkeer mijden)
  • mijt (kruipt over het takje)
  • nij (achtervoegsel)
  • rijden (mama berijdt het paard)
  • rijk (Frankrijk)
  • rijzen (meel moet rijzen)
  • stijl (geen stijl van je)
  • stijgen (omhoog gaan)
  • stijf (stijf staan)
  • zij (een blokje heeft zes zijden)
  • zijn (wij zijn hier)

Woorden met Verschillende Betekenissen

Sommige woorden kun je zowel met ei schrijven als met ij. De betekenis is vaak dan wel heel verschillend.

Woord (EI) Woord (IJ) Betekenis EI Betekenis IJ
Leiden Lijden Leiding geven Pijn ondervinden
Steil Stijl Sterk hellend Manier van doen
Wei Wij Vloeistof bij kaasbereiding Persoonlijk voornaamwoord

labels: #Ei

Zie ook: