Wratziekte is een ziekte die bij aardappel voorkomt en wordt veroorzaakt door de schimmel Synchytrium endobioticum. Door wratziekte ontstaan wratachtige woekeringen op aardappelen en aardappelplanten. De ziekte vermindert de opbrengst van aardappelplanten en maakt de aardappelen onverkoopbaar.

Het heeft een wereldwijde quarantaine status en wordt gevreesd vanwege strenge wettelijke regelingen wanneer een besmetting wordt gevonden. Om de schade zoveel mogelijk te beperken zijn wettelijke regels opgesteld rond wratziekte. Besmette aardappelen en aardappelplanten moeten vernietigd worden.

Wettelijke Regelgeving en Maatregelen

Verordening (EU) 2019/2072 geeft aan dat de schimmel Synchytrium endobioticum een quarantaine-organisme is. Op besmette percelen mogen jarenlang geen aardappelen geteeld worden. Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1195 beschrijft welke inspecties en (laboratorium)onderzoeken EU-landen moeten uitvoeren om wratziekte vast te stellen. En welke maatregelen het EU-land moet uitvoeren als de schimmel is vastgesteld.

Nederland heeft ook nationale regelgeving voor wratziekte. In artikel 18 van de Regeling Plantgezondheid staan de teeltvoorschriften voor wratziekte. Binnen Europa mag u alleen aardappelen verhandelen die vrij zijn van wratziekte.

Preventie en Onderzoek

Houd bij de keuze voor een aardappelras rekening met het risico op wratziekte. Er zijn verschillende typen wratziekte (fysio’s). Een aardappelras kan resistent zijn voor het ene fysio, maar zeer vatbaar voor een ander fysio. De NVWA onderzoekt welk fysio aanwezig is in een gebied.

De rustsporen van de schimmel kunnen jarenlang overleven in de grond, en ook in water. De rustsporen kunnen ook in mest en compost zitten. Percelen die eenmaal besmet zijn met wratziekte, kunnen langdurig besmet blijven. In principe mogen 20 jaar geen aardappelen worden geteeld op een besmet perceel en ook de teelt van voortkwekingsmateriaal is niet toegestaan voor minimaal 5 jaar.

Ook in het gebied rondom het besmette perceel gelden regels voor het telen van aardappelrassen: in de eerste zone mogen alleen volledig resistente aardappelrassen worden geteeld en daaromheen alleen resistente en lichte of matig vatbare rassen. De NVWA heeft overzichtskaarten en lijsten met aardappelrassen en hun resistentiecijfers, zodat een teler weet welk ras hij mag telen.

In 2023 is HLB in samenwerking met de WUR een nieuw project gestart: Grip op Wratziekte. Om te komen tot een aanpak van de wereldwijd gevreesde wratziekte in aardappelen. Het doel is om veilig aardappelen te kunnen telen en te onderzoeken of percelen met een wratziektebesmetting met bepaalde maatregelen versneld kunnen uitzieken.

Onderzoek naar Bestrijdingsmethoden

Door het PPO te Lelystad en Vredepeel wordt in samenwerking met het HLB te Wijster onderzoek uitgevoerd naar het effect van maatregelen die een besmetting door wratziekte kunnen voorkomen of beperken bij vatbare en bij partieel resistente aardappelrassen. De rassen werden getest onder vrij extreme omstandigheden: bij het poten werd op elke poter een ziektedruk aangebracht van ongeveer 24.000 sporangiën. Om in het onderzoek duidelijke effecten te kunnen meten, werd een hoge infectiedruk aangehouden.

In de proeven werd onder andere het effect op aantasting nagegaan van chitine en ureum + kopersulfaat. Ook deze behandeling werd op de poter aangebracht. Bij chitine is de hypothese dat dit middel als bodemverbeteraar het chitine afbrekende bodemleven stimuleert. De wand van een wratziektesporangium is uit chitine opgebouwd. Bij de afbraak van het toegepaste chitine zou dan ook het sporangium afgebroken worden.

Bovendien komt er bij de vertering van de ruwe chitine veel ammoniak vrij. Ammoniak of een daaraan gelieerde stof geeft in hoge concentraties een doding van de zoösporen. Ze kunnen dan niet meer een aardappelplant aantasten. Van ureum kan hetzelfde verwacht worden. De meststof kopersulfaat bevordert mogelijk de doding van de sporangiën. In het buitenland zijn met deze drie middelen goede ervaringen opgedaan.

Resultaten van Onderzoek met Chitine

De toepassing van chitine gaf een duidelijke vermindering van het percentage aangetaste planten en van de hoeveelheid geproduceerd wratweefsel. De combinatie van ureum + kopersulfaat werkte ook, maar iets minder goed.

Hieronder een tabel met de resultaten van het onderzoek:

Ras Onbehandeld Chitine Ureum + Kopersulfaat
Maritiema 63 28 36
Bintje 49 19 -
Hansa 11 9 -
Felsina 40 - -
Donald 0 0 -

Naast deze positieve effecten was er echter ook sprake van een negatief effect. Vooral chitine en in mindere mate ureum + kopersulfaat remden de snelheid van opkomst en de beginontwikkeling. Er leek hierbij sprake te zijn van een verschillend effect bij de verschillende rassen, maar vermoedelijk houdt dit verband met schade door ammoniak die afhangt van de fysiologische ouderdom van het pootgoed.

Vermeerdering en Preventie

Uit de resultaten van 2001 is gebleken dat de rassen in het zuidoostelijk zandgebied met fysio 1 per gram wratweefsel ongeveer tienmaal zoveel sporangiën produceren als de zetmeelrassen met fysio 2 of 6. In de veenkoloniën levert ongeveer 5000 kg/ha wratweefsel van fysio 2 of 6 een verhoging van de sporangiëndichtheid van 5 per gram grond. In het zuidoostelijk zandgebied wordt de verhoging van 5 per gram grond al bereikt bij ongeveer 500 kg wratweefsel per ha van fysio 1.

Door het toedienen van ruwe chitine of ureum+kopersulfaat over de poters wordt bij vatbare rassen een vermeerdering tegengegaan. Deze rassen moeten wel enige (veld)resistentie bezitten zoals Bintje en Hansa, waardoor de besmetting kan afnemen.

Vooruitblik

Bij rassen met een hoge veldresistentie kon er onder zeer hoge besmettingscondities in sommige jaren wel iets vermeerdering optreden. Bij volledig resistente rassen bleek geen vermeerdering op te treden. Maar ook bij rassen waarin enige resistentie aanwezig was, kon met ruwe chitine en met ureum + kopersulfaat de vermeerdering aanzienlijk beperkt worden.

Gezien de goede effecten die bij een zeer hoge ziektedruk met chitine werden bereikt, is er ondanks het negatieve effect op de opkomst zeker perspectief om nieuwe besmettingen te voorkomen. Nagegaan moet worden of met een beduidend lagere dosering dan in het onderzoek toegepast een aantasting voldoende voorkomen kan worden. Ook zal gekeken moeten worden of de mate van voorkieming effect heeft op de mogelijke schade.

labels: #Aardappel

Zie ook: