Rijkswaterstaat bereidt zich goed voor op de winter. Winterse situaties als vorst, ijzel, sneeuw en mist zijn van invloed op de wegen en het verkeer. We proberen het ontstaan van gladheid door winterse omstandigheden zoveel mogelijk te voorkomen.
Waarom strooien we?
We bestrijden wintergladheid door zout te strooien. Zout verlaagt het vriespunt met een aantal graden. Hierdoor wordt de weg minder snel glad en ontdooit bestaande sneeuw of ijzel. Om te voorkomen dat wegen onbegaanbaar worden is strooizout een essentieel middel.
Strooizout strooien is dus zonder meer de beste oplossing om gladheid op wegen- én daarmee gepaard gaande ongelukken te voorkomen. Bij sneeuw zetten we strooiwagens en sneeuwschuivers in. We zetten ook nog extra sneeuwploegen in als dat nodig is.
Wanneer strooien we?
Het gladheidseizoen is van 1 oktober tot 1 mei. Maar als het voor 1 oktober of na 1 mei glad wordt, dan strooien we natuurlijk ook. De wegen en fietspaden strooien we voordat het glad wordt. We rijden een vaste strooiroute. Daarnaast gaan we met een sneeuwschuiver de weg op als het heeft gesneeuwd. Zo proberen we ook in het winterse weer de wegen begaanbaar te houden.
Wij strooien alleen op de momenten dat het echt nodig is. Zodra we gaan strooien, moet de laatste korrel zout binnen drie uur na het strooibesluit op de weg liggen. De strooiploeg stuurt een tweet wanneer ze op pad gaan om te strooien. Houd met winters weer altijd rekening met gladheid. Oók op gestrooide wegen.
Er zijn verschillende soorten strooiroutes:
- A-routes: strooien we preventief bij verwachte gladheid.
- B-routes: strooien we preventief als er blijvende gladheid wordt voorspeld. Echter alléén binnen normale werktijden, en pas nadat de A-routes voldoende zijn gestrooid.
- Rest-routes: dit zijn routes buiten de bebouwde kom en wijken en buurten binnen de bebouwde kom. Hier strooien we alleen op verzoek, en dan uitsluitend in bijzondere gevallen. Bijvoorbeeld wanneer de bevoorrading en afvoer van bedrijven dreigt te stagneren. Of bij aanzienlijke duinvorming door sneeuwval. Of als u (ernstig) ziek bent.
Hoe weten we wanneer we moeten strooien?
Onze gladheidscoördinatoren, die het strooibesluit nemen, zijn hier speciaal voor opgeleid. Om goed te kunnen inschatten of strooien nodig is, maken ze gebruik van een zogenaamd gladheidsmeldsysteem. Dit landelijk dekkend Gladheidmeldsysteem waarschuwt automatisch bij kans op gladheid. Vervolgens besluiten we of we moeten strooien.
Dit is een netwerk van sensoren in het wegdek en meetpunten langs de weg. Daardoor kunnen we 24/7 volgen hoe de situatie buiten is. Het systeem meet de tempratuur van het wegdek, maar ook naar de luchtvochtigheid en de wind. Zo weten wij precies wat er op de wegen aan de hand is. Ook staan we in nauw contact met meteorologen van het weerbureau.
Als we besluiten dat het nodig is om te strooien kunnen we heel snel de manschappen oproepen.
Dit wordt bepaald door gebruik te maken van:
- informatie van de Meteodienst
- eigen gladheids-meetpunten
- eigen waarneming
- meldingen die binnenkomen via de centrale meldkamer van de politie
Waar staan de GladheidMeetSystemen? (GMS)
- Haastrecht op de West Vlisterdijk
- Krimpen aan de Lek op de Schuwacht
- Ouderkerk aan den IJssel op de IJsseldijk Noord
Welke methoden zijn er?
Er zijn in principe 3 methoden van zout strooien:
- Preventief strooien
- Curatief strooien
- Repressief strooien
Voordat we gladheid verwachten, strooien we met natzout. Het is de bedoeling om het ontstaan van gladheid bij winterse situaties zo veel mogelijk te voorkomen. Soms strooien we nog een keer extra, dus als het al glad is. Bij veel sneeuw of ijzel is alleen een preventieve strooiactie (vooraf) niet voldoende. Het hangt van de situatie af of we vaker moeten strooien. Soms werken we ook bij hevige sneeuwval in korte tijd met sneeuwschuivers. Het overgrote deel van de strooiacties is alleen om gladheid te voorkomen.
Rijkswaterstaat strooit preventief. Voordat het glad wordt, strooien zij. Dankzij het GMS en de weersverwachting kunnen zij dit moment goed inschatten. Voor de rest van Nederland is het vaak een beetje gokken (of de strooiwagens in de gaten houden.) Je kunt ook pas gaan strooien wanneer het al sneeuwt. Dit heet curatief strooien; je probeert dan de ondergrond begaanbaar te houden. De derde methode is repressief strooien: je begint pas met strooizout als het al glad is.
Strooi je preventief? Dan heb je minder strooizout nodig dan wanneer je pas begint met strooien als het al sneeuwt. Bij preventief strooien heb je ongeveer een handvol strooizout per m² nodig (circa 7 tot 20 gram). Bij curatief strooien is de hoeveelheid dubbel zoveel (circa 15 tot 50 gram).
Waarom strooien we “nat’’?
We maken het zout nat met een zoutoplossing vlak voordat we het op de weg strooien. Zo blijft het zout beter op de weg liggen. Hierdoor verwaait het veel minder en kunnen we nauwkeuriger strooien. Door nat te strooien, besparen we op kosten en belasten we het milieu minder.
Temperatuur en strooizout
Strooizout is het meest effectief bij temperaturen tussen de -6°C en -10°C. Deze temperaturen zorgen ervoor dat strooizout nog in staat is om ijs te smelten en te voorkomen dat er nieuw ijs bijkomt. Zo voorkomen we gladheid op de weg en vermijden we ongelukken. Het is goed om te weten dat strooizout dus niet onder elke temperatuur optimaal werkt. Daar moet rekening mee gehouden worden. Er is geen exact limiet, maar het is goed om je hier bewust van te zijn. Strooizout verliest haar werking ongeveer na temperaturen van -10°C.
De twee aspecten; strooizout en temperatuur, houden dus een nauw verband met elkaar. En dus ook als we kijken naar de frequentie van het zout strooien, moeten we rekening houden met de temperatuur. En niet alleen de temperatuur, ook de weersomstandigheden zoals mate van neerslag en het verkeer spelen hier een grote rol bij.
Daalt de temperatuur aanzienlijk, dan kan het nodig zijn om meer te strooien dan gewoon. In deze wordt altijd de beste mate van smeltwerking behouden. Meteorologische informatie en weersvoorspellingen worden nauwkeurig bijgehouden en ingezet om het strooiproces in gang te zetten.
Is strooien schadelijk voor het milieu?
Ja, bij de gladheidbestrijding wordt gebruikgemaakt van strooimiddelen die een schadelijke invloed hebben op het leefmilieu. We passen daarom de natzout-methode toe. Met deze methode verdunnen we het zout waardoor de milieuschade zo beperkt mogelijk is. We gebruiken hierdoor minder zout per vierkante meter en minder zout verwaait.
Alternatieven voor strooizout
Er is een aantal andere keuzes, maar die zijn duurder en niet per definitie minder slecht voor het milieu.
- Calciumchloride: dit type zout heeft alleen als nadeel dat het vriespuntverlagendeffect kleiner is dan strooizout.
- Kaliumchloride: deze meststof is minimaal voorradig en milieubelastend. Ook is het onduidelijk of het technisch toepasbaar is in de strooiwagens van nu.
- Zand/Grind: heeft niet de voorkeur, omdat dit in de holtes van de weg gaan zitten. Hierdoor gaan de eigenschappen (geluidreductie en vochtafvoering) verloren.
- Sproeien met pekel: we strooien ‘nat’ met een mengsel van droog zout met zoutwatertoevoeging. Voordelen hiervan zijn de prijs (de vloeibare oplossing is duurder) en de ruimte die opslag van tanks van zoutwateroplossing in beslag nemen. Dit tegenover sproeien met vloeibare oplossing als pekel.
Wat voor zout wordt er gebruikt?
Strooizout is gewoon keukenzout (NaCI), maar wel minder zuiver. Soms zie je ook roze zout. Het kleuren van strooizout gebeurde weleens in het verleden, om het te laten verschillen van consumptiezout. De meeste wegbeheerders vinden de kleur prettig, omdat daardoor het strooien beter zichtbaar is.
Wegenzout bevat een antiklontermiddel. Zout is hygroscopisch (trek vocht aan) waardoor het gaat klonteren. Als het dan lang in de zoutloods ligt, is het zonder antiklontermiddel niet meer te gebruiken.
Tips voor veilig strooien
- Houd bij winterse omstandigheden de weersverwachting en verkeersinformatie goed in de gaten als u de weg op moet.
- Pas uw rijstijl aan. Verlaag waar nodig uw snelheid, houd voldoende afstand en wissel niet onnodig van rijstrook.
- Ruim de sneeuw eerst op met een sneeuwschop. Het strooizout zal beter werken indien het verspreid wordt over een dun laagje.
- Zorg ervoor dat je het strooizout gelijkmatig verdeelt! Indien je een groot terrein ijsvrij wil houden, is het natuurlijk onbegonnen werk om dit met de hand te doen. In dat geval gebruik je best een strooiwagentje.
- Gebruik niet te veel zout voor één oppervlak: Een dunne, gelijkmatige laag is vaak al voldoende.
- Strooizout trekt vocht aan, dus kan je dit best op een droge plaats bewaren.
Wat te doen bij gladheid ondanks het strooien?
Het komt wel eens voor dat de wegen nog altijd glad zijn, ondanks dat er is gestrooid. Als er preventief zout is gestrooid en het begint ‘s nachts te ijzelen, dan komt deze ijzellaag bovenop de zoutlaag te liggen. Het zout kan zijn werk pas doen als er auto’s over de weg rijden. Met weinig autoverkeer werkt het zout dus minder snel. Ook voor de fietspaden geldt dat het zout ingereden moet worden. Op de fietspaden is dat nog lastiger dan de wegen.
Houd bij winterse omstandigheden de weersverwachting en verkeersinformatie goed in de gaten als u de weg op moet. Pas uw rijstijl. Verlaag waar nodig uw snelheid, houd voldoende afstand en wissel niet onnodig van rijstrook.
labels:
Zie ook:
- Hennep Koken met Zout: Tips & Recepten voor Thuis
- Zoutloze soep: Gezond genieten zonder zout!
- Gebakken Aardappelen Kruiden Zonder Zout: Heerlijke Alternatieven
- Verstandskies Wortel Laten Zitten? Ontdek de Verborgen Risico's en Belangrijke Overwegingen!
- Ontdek Wat Pissebedden Eten: Het Geheim Achter Hun Belangrijke Rol in de Bodem




