Het regelmatig innemen van medicatie is belangrijk, zeker bij anti-epileptica. Het overslaan van één of meer doses geeft een grotere kans op aanvallen.

Belangrijke Overwegingen bij Anti-epileptica

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Zolang je anti-aanvalsmedicijnen gebruikt, blijf je onder controle van de neuroloog. Anti-aanvalsmedicijnen kunnen vooral in het begin bijwerkingen veroorzaken. Denk aan duizeligheid, slaperigheid, of misselijkheid. Je lichaam moet dan nog wennen aan de medicijnen.

Medicatie en Voedselinname

De tabletten of suspensie dienen ingenomen te worden tijdens of na de maaltijd. De tabletten neem je met wat vloeistof, en de tabletten met gereguleerde afgifte neem je zónder kauwen met wat vloeistof. Gebruik voor het doseren van de suspensie de maatlepel. Start bij gebruik van de suspensie met een lagere dosering dan met de tabletten omdat de max. plasmaspiegels bij de suspensie hoger zijn.

Specifieke Anti-epileptica

Bij focale (voorheen partiële) epilepsie heeft als onderhoudsbehandeling monotherapie met lamotrigine de voorkeur. Lacosamide en levetiracetam zijn geschikte alternatieven. Alleen op basis van patiëntkenmerken kunnen carbamazepine, oxcarbazepine, topiramaat, valproïnezuur of zonisamide worden overwogen.

Geef bij epileptische aanvallen met een gegeneraliseerd begin valproïnezuur (voorkeur), lamotrigine, levetiracetam of evt. topiramaat als monotherapie. Bij gegeneraliseerde aanvallen met myoclonieen geen lamotrigine geven.

Carbamazepine is doorgaans niet werkzaam bij absences (petit-mal-aanval) en bij myoklonische aanvallen.

Dosering van Carbamazepine

Begin met een lage dosis en verhoog deze langzaam tot een optimaal werkzame onderhoudsdosering. Streef ernaar om met een zo laag mogelijke dosis een optimaal effect te bereiken. De behandelduur is afhankelijk van de ernst en het verloop van de aandoening.

  • zonder gereguleerde afgifte: begin met 200 mg 1 à 2×/dag, verhoog daarna langzaam totdat een optimaal effect wordt verkregen, gewoonlijk 1200 mg/ dag in verdeelde doses. Max.
  • met gereguleerde afgifte: begin met 100-200 mg 2×/dag, verhoog daarna langzaam totdat een optimaal effect wordt verkregen, gewoonlijk 400 mg 2×/dag. Max.

Voor kinderen:

  • zonder gereguleerde afgifte: begin met 100 mg (of 5 ml suspensie = 1 maatlepel) per dag, verhoog daarna in wekelijkse intervallen met 100 mg tot een onderhoudsdosering van 10-20 mg/kg lichaamsgewicht/dag, d.w.z. 6-10 jaar: 400-600 mg/dag (20-30 ml suspensie= 2 maatlepels 2-3×/dag); 11-15 jaar: 600-1000 mg/dag (30-50 ml suspensie= 2-3 maatlepels 3×/dag). Verdeel deze doseringen over de dag. Max.
  • met gereguleerde afgifte: begin met 100 mg /dag, verhoog daarna in wekelijkse intervallen met 100 mg tot een optimaal effect, gewoonlijk 200 mg 2×/dag. Max.

Bij trigeminusneuralgie:

  • zonder gereguleerde afgifte: begindosering 200-400 mg per dag, geleidelijk verhogen tot de pijn is verdwenen meestal bij 200 mg 3-4×/dag; bij een deel kan de onderhoudsdosering vervolgens verder verlaagd worden. Max. dosering: 1200 mg/dag.

Bijwerkingen van Carbamazepine

Zeer vaak (> 10%): een persisterende of fluctuerende leukopenie, duizeligheid, ataxie, slaperigheid, moeheid, misselijkheid en braken, allergische huidreacties, urticaria, verhoogd γ-GT.

Vaak (1-10%): droge mond, accommodatiestoornissen, hoofdpijn, verstoorde kleurwaarneming, diplopie, eosinofilie, trombocytopenie, gewichtstoename, verhoogde alkalische fosfatase. Oedeem, vloeistofretentie, hyponatriëmie en verminderde plasma-osmolaliteit door ADH-achtig effect.

Soms (0,1-1%): Abnormale onwillekeurige bewegingen (tremor, dystonie, tics), nystagmus, diarree, obstipatie, dermatitis exfoliativa, verhoogde transaminasewaarden.

Zelden (0,01-0,1%): dyskinesieën, oculomotorische stoornissen, spraakstoornissen, choreoathetose, perifere neuritis, paresthesie, spierzwakte, paretische symptomen, aseptische meningitis, hallucinaties, depressie, agressief gedrag, verminderde eetlust, fosfaatdeficiëntie, vooral bij ouderen verwarring en agitatie, lupus erythematodes-achtig syndroom, jeuk, leukocytose, lymfadenopathie, cardiale prikkelgeleidingsstoornissen, hypertensie of hypotensie, geelzucht, hepatitis. Een zich traag ontwikkelend overgevoeligheidssyndroom, dat vele organen betreft.

Zeer zelden (< 0,01%): agranulocytose, aplastische anemie, 'pure red cell aplasia', megaloblastenanemie, reticulocytose, pseudolymfomen, hypogammaglobulinemie, angio-oedeem, gynaecomastie, galactorroe, hirsutisme. Abnormale schildklierfunctietesten (verminderde T4- en verhoogde TSH-waarden), activering van een latente psychose. Troebelingen van de lens, conjunctivitis, verhoging intraoculaire druk, gehoorstoornissen, bradycardie, aritmieën, AV-blok met syncope, hartfalen, verergering van coronaire ziekte, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse (TEN, Lyell-syndroom), fotosensibilisatie, erythema multiforme en nodosum, veranderingen in huidpigmentatie, purpura, acne, zweten, haaruitval, (niet) acute porfyrie.

Interacties met Andere Medicijnen

Carbamazepine veroorzaakt inductie van de leverenzymen (CYP2C9, CYP3A en CYP1A2). De werking van o.a. orale anticoagulantia, anticonceptiva, ulipristal (ook als noodanticonceptie), (tricyclische) antidepressiva, antipsychotica, corticosteroïden, andere anti-epileptica (als fenytoïne, topiramaat, lamotrigine, perampanel, zonisamide), theofylline, verapamil, ivabradine, propafenon, disopyramide, HCV-middelen, HIV-middelen, immunosuppressiva, caspofungine, itraconazol, ketoconazol, posaconazol, voriconazol, tyrosinekinaseremmers, irinotecan, alprazolam, midazolam, zolpidem, ticagrelor, atorvastatine, simvastatine, doxycycline, methadon, kinidine kan door inductie verminderen.

Gelijktijdig gebruik met preparaten die sint-janskruid bevatten, vermijden, omdat dit nog tot twee weken nadat het gebruikt is, door enzyminductie de serumconcentratie kan verlagen. Bij gelijktijdig gebruik kan staken van sint-janskruid de carbamazepineconcentratie doen stijgen.

Gedurende de behandeling geen alcohol gebruiken, omdat carbamazepine de alcoholtolerantie kan verlagen.

Gebruik Tijdens Zwangerschap

Gebruik van carbamazepine is teratogeen. Gemeld zijn: schisis, hartafwijkingen, afwijkingen aan de ledematen, urogenitale afwijkingen en dysmorfe gezichtskenmerken. De kans op een neuralebuisdefect (spina bifida) is vijf- tot tienmaal verhoogd; het absolute risico is dan 0,5-1%. Advies: Afwegen. Staken van de therapie is ongewenst voor de moeder en het ongeboren kind, door mogelijke verergering van epilepsie.

Ethosuximide

Bij kinderen met absences is ethosuximide het middel van eerste keus als onderhoudsbehandeling. Zowel het overgaan van bestaande medicatie op ethosuximide, als het staken van ethosuximide, dient geleidelijk te gebeuren.

begindosis 125 mg (= 2 ml stroop) 2×/dag; max. onderhoudsdosering 20-40 mg/kg/dag in 1-2 doses.

Bijwerkingen van Ethosuximide

Zeer vaak (> 10%): Singultus, duizeligheid, misselijkheid, braken, buikpijn.

Soms (0,1-1%): Gewichtsverlies, verlies van eetlust. Ontwenning, angst, slaapstoornissen. Ernstige hoofdpijn, ataxie, lethargie. Diarree, constipatie.

Zelden (0,01-0,1%): veranderingen in het bloedbeeld, zoals trombocytopenie, agranulocytose, leukopenie en eosinofilie. Nefrotisch syndroom. Paranoïdie, psychosen en hallucinaties. Systemische lupus erythematodes (SLE).

Als dyskinesieën optreden, de behandeling staken. Het bloedbeeld regelmatig controleren, aanvankelijk maandelijks en na één jaar om de zes maanden. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van psychische stoornissen. Controleer regelmatig op tekenen van suïcidale ideëen en gedrag. Ernstige huidreacties (SCAR's) als SJS en DRESS kunnen fataal zijn en treden met name op aan het begin van de behandeling, meestal in de eerste maand.

Gelijktijdig gebruik met alcohol of stoffen met sederende eigenschappen vermijden, vanwege depressie van het CZS.

labels:

Zie ook: