Het ervaren van buikkrampen na het eten van een banaan kan verschillende oorzaken hebben. In dit artikel worden enkele van de meest voorkomende oorzaken besproken, waaronder het dumpingsyndroom, fructosemalabsorptie en bananenallergie.
Het Dumpingsyndroom
Met het dumpingsyndroom worden de klachten bedoeld die ontstaan na een te snelle maagontlediging. Het dumpingsyndroom ontstaat bijna altijd na een operatie waarbij (een deel van) de maag is aangepast of verwijderd. Soms komen de klachten door beschadiging van de zenuw die de maag aanstuurt, de nervus vagus. We zien het dumpingsyndroom vooral bij patiënten die maagverkleining (bariatrische chirurgie) hebben gehad om af te vallen. Dit komt vooral voor na een gastric bypass, waarbij de maag kleiner wordt gemaakt en er een verbinding wordt gelegd met de dunne darm.
Ongeveer 1% van de mensen met het dumpingsyndroom heeft geen maagoperatie ondergaan. Dumpingklachten zonder een maagoperatie zijn dus heel zeldzaam, en de oorzaak bij deze groep is vaak niet duidelijk.
Er zijn twee soorten dumpingklachten die kunnen voorkomen. Sommige mensen hebben last van beide, maar ze kunnen ook los van elkaar voorkomen:
- Vroege dumpingklachten: dit zijn de klachten die vrij snel na de maaltijd optreden. Vroege dumpingklachten ontstaan meestal 15 tot 30 minuten nadat je iets hebt gegeten. Dit gebeurt omdat het voedsel te snel en in grote stukken in de dunne darm terechtkomt. Dit kan ontstaan na een maagoperatie, zoals een maagverkleining. Normaal wordt het voedsel in de maag eerst fijngemalen en in kleine hoeveelheden doorgestuurd naar de dunne darm. De dunne darm merkt dat het voedsel te groot is. Je lichaam reageert hierop door vocht uit je bloedvaten naar de darmen te verplaatsen. Hierdoor voel je je opgeblazen en krijg je soms diarree, meestal na 30 tot 60 minuten. Ook kunnen je darmen stoffen vrijgeven die je hartslag en soms ook je bloeddruk kunnen beïnvloeden.
- Late dumpingklachten: deze ontstaan zo’n één tot drie uur na de maaltijd. Late dumpingklachten ontstaan 1 tot 3 uur na het eten van een maaltijd met veel suiker of zetmeel, zoals vruchtsuiker (fructose) of tafelsuiker (sucrose). Normaal blijft het eten 2 tot 3 uur in de maag, waar het wordt fijngemalen en gekneed voordat het naar de dunne darm gaat. Na een maagoperatie, zoals een maagverkleining, gaat dit veel sneller en komt het voedsel in grote stukken in de dunne darm terecht. Door deze versnelling raakt de balans tussen de bloedsuikerspiegel en de aanmaak van insuline verstoord. Suikers worden snel opgenomen, maar de insuline die nodig is om de bloedsuiker te verlagen, komt te laat op gang. Hierdoor wordt er nog steeds insuline aangemaakt wanneer de bloedsuiker al is gedaald. Dit leidt tot een lage bloedsuikerspiegel (reactieve hypoglykemie).
Adviezen bij dumpingklachten
Veel klachten kunnen worden voorkomen of verminderd door het volgen van specifieke adviezen en het aanpassen van je eetgewoontes. Dit is vooral belangrijk als (een deel van) je maag is verwijderd. Het is goed om zelf te ontdekken wat je wel of niet kan helpen. Dit kan je ook doen met hulp van een diëtist. Wanneer de tips en adviezen onvoldoende helpen, kan medicatie worden overwogen.
- Eet rustig en kauw goed.
- Eet zes tot acht kleine maaltijden verdeeld over de dag. Zo voorkom je dat je te vol zit.
- Verdeel wat je drinkt goed over de dag. Drink niet veel tijdens de maaltijd. Dat kan ervoor zorgen dat het eten te snel in je darmen komt. Een klein glas drinken bij de maaltijd is meestal geen probleem.
- Vermijd snelle suikers. Suikers zoals suikerklontjes en vruchtensuiker worden snel opgenomen, vooral als ze vloeibaar zijn.
- Eet vers fruit in kleine hoeveelheden. Twee stuks fruit per dag is goed voor de vezels, vitamines en mineralen. Maar eet niet te veel tegelijk.
- Let op melkproducten. In melk zit melksuiker (lactose). Lactose is een snel opneembare suiker, waardoor het klachten kan verergeren. Drink niet meer dan 2-3 glazen melk per dag. Als je last blijft houden, probeer dan karnemelk of yoghurt. Deze worden meestal beter verdragen.
- Pas op met suikers in gebak en koekjes. Suiker zit ook in cake, ontbijtkoek, koekjes en zoet beleg. Eet producten met suiker waar ook eiwitten en vet in zit.
- Verdeel koolhydraten over de dag. Kies voor vezelrijke producten. Ook kan het helpen om de witte pasta of witte rijst te vervangen door de volkorenvariant, zoals volkorenbrood, zilvervliesrijst of volkorenpasta. Of kies eens voor peulvruchten.
- Heb je last van dumpingklachten? Eet dan iets kleins met fruitsuiker, zoals een halve banaan. Ga na het eten even liggen.
Als je veel last hebt van dumpingsyndroom en moeite hebt om op gewicht te blijven, is het belangrijk om contact op te nemen met een diëtist.
Fructosemalabsorptie
Fructose is een losse suikermolecuul dat van nature voorkomt in fruit, een aantal groenten en honing. Hoe zoeter het fruit, hoe meer fructose er in zit. Gedroogd fruit zoals dadels en vijgen staan bol van de fructose.
Als fructose niet wordt opgenomen in de dunne darm is er sprake van fructosemalabsorptie. In onze praktijken komt dit regelmatig voor. De oorzaak is vaak een receptor in de darmwand die het niet meer goed doet. De fructose blijft dan achter in de dunne darm en wordt met de restjes mee de dikke darm in getransporteerd. Op beide plekken hoort het niet en gaan de darmbacteriën er gas van maken. Dit merk je als een opgeblazen gevoel en/ of winderigheid. Ook trekt het water aan waar je plakkerige ontlasting en diarree van kan krijgen.
Fructosemalabsorptie geeft meestal lokaal in de darmen de meeste klachten, maar er zijn zeker ook mensen die last hebben van hoofdpijn of huidklachten. Verder wordt je wel moe van al dat gerommel in je buik en wellicht zelfs depri. Daarnaast komt het vrij vaak voor dat al die fructose in de dunne darm een overgroei van bacteriën uitlokt. Dit heet ook wel SIBO, ofwel ‘small intestinal bowel overgrowth’. Die bacteriën zitten in de weg en blokkeren dan meestal niet alleen de opname van fructose maar ook van andere voedingsstoffen. Vitamine- en mineralentekorten liggen in dat geval op de loer!
Fructose-intolerantie gaat meestal gepaard met veel buikpijn, gasvorming, krampen, winderigheid, diarree of brijige ontlasting na het eten van een fructoserijk voedingsmiddel. Maar ook hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid, depressies, sterke hypoglykemie, slaapproblemen etc. kunnen het gevolg zijn van het niet kunnen verteren/opnemen van (teveel) fructose.
Hoe weet je of je fructosemalabsorptie hebt?
Er zijn 3 manieren waarop je er achter kan komen of fructose bij jou klachten geeft:
- Geen dingen eten met fructose er in
- Testen op fructosemalabsorptie
- Enzymen toevoegen die fructose omzetten
1. Fructose tijdelijk vermijden
Dit is een hele goede manier om het effect van fructose op je klachten te testen. Als fructose inderdaad hét probleem is, dan zou je dit op redelijk korte termijn moeten merken in vermindering van de klachten zodra je stopt met het eten van (gedroogd) fruit, vruchtensappen, frisdrank, honing, overmatig suiker en andere fructose bommetjes. Let ook goed op toegevoegde high fructose cornsyrup (HFCS) en fructosestroop en dergelijke!
2. Testen op fructosemalabsorptie met de ademtest
Fructosemalabsorptie kan je meten met behulp van een fructoseademtest. Bij deze test drink je namelijk een oplossing met een standaardhoeveelheid van 40 gram fructose. Dat staat gelijk aan 4 mandarijnen of 2 bananen. Als je fructosemalabsorptie hebt krijg je daar natuurlijk geheid last van.
Daarna verzamel je vervolgens over een tijdspanne van 3 uur op 5 verschillende momenten je adem. Het idee is dat bij een fructose opnameprobleem een overschot aan waterstof ontstaat. Dit waterstof wordt uit je darmen opgenomen, gaat je bloedstroom in en wordt via de adem weer uitgescheiden.
3. Enzymen die fructose omzetten
Het enzym Xylose Isomerase zet fructose om in glucose. Dit gebeurt in de darmen nog vóór dat de fructose problemen kan geven. De glucose wordt gewoon opgenomen en voilà, je kan zonder klachten een stuk fruit eten!
Waar je even op moet letten is dat je het enzym koopt zónder toevoegingen als sorbitol en mannitol. Dat zijn namelijk ook weer FODMaP’s.
Bananenallergie
Een bananen allergie is een fruitallergie. Een fruitallergie is hetzelfde als een allergische voedselovergevoeligheid. Een allergische voedselovergevoeligheid kan worden ingedeeld in twee vormen: IgE-afhankelijke voedselallergie en niet-IgE-afhankelijke voedselallergie.
Een allergie wordt veroorzaakt door een reactie van het immuunsysteem. Een intolerantie wordt niet veroorzaakt door een reactie van het immuunsysteem. Een allergische reactie geschiedt al na contact met een kleine hoeveelheid allergeen. Een allergie kan levensbedreigend zijn in geval van een anafylactische shock. Een intolerantie kan niet levensbedreigend zijn.
Een bananen allergie kan aangeboren of later verkregen zijn. De allergie is aangeboren als het eerste contact met een allergeen direct een reactie veroorzaakt. Bij een aangeboren allergie komt de reactie meestal over het hele lichaam voor. De allergie is later verkregen als herhaaldelijk contact met een allergeen een reactie veroorzaakt. Bij een later gekregen allergie komt de reactie meestal plaatselijk voor.
Symptomen van een bananenallergie
Allergische symptomen kunnen binnen een paar minuten tot enkele uren na het eten optreden. Eczeem treedt soms zelf pas na een aantal dagen op. In extreme situaties kan anafylaxie optreden. Symptomen zijn ademhalingsmoeilijkheden, een lage bloeddruk en een vertraagde hartslag.
Diagnose van een bananenallergie
Indien een bananenallergie wordt vermoed, wordt nader onderzoek gedaan:
- RAST (Radio Allergo Sorbent Test): Er wordt bloed afgenomen. Het bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van antilichamen tegen banaaneiwit.
- Huidpriktest: Druppels van een allergeen worden op de huid geplaatst. De huid wordt door de druppel heen geprikt. Een reactie van de huid (zoals zwelling en roodheid) duidt op een allergie.
- Eliminatie-provocatie: Een verdacht voedingsmiddel wordt gedurende 4 à 6 weken uit het eetpatroon verwijderd (eliminatie). Wanneer de klachten verdwijnen, wordt het voedingsmiddel weer aan het eetpatroon toegevoegd (provocatie).
- Dubbelblind placebo gecontroleerd onderzoek: Een patiënt krijgt een aantal testvoedingen. De testvoedingen bevatten een (oplopende hoeveelheid) allergeen of geen allergeen. De patiënt noch de arts weet welke testvoeding een allergeen bevat.
Behandeling van een bananenallergie
Een bananen allergie kan niet worden genezen. Men kan er wel overheen groeien. Antihistaminica: Een antihistaminicum is een medicijn dat een allergische reactie onderdrukt. Het blokkeert de werking van histamine.
Een bananen allergie wordt behandeld door voedingsmiddelen met banaan te verwijderen uit het eetpatroon. Banaan wordt toegevoegd aan veel voedingsmiddelen zoals koekjes, taarten, ijs, ontbijtgranen, vruchtensap, moes, smoothies, milkshakes, bananenchips en biscuits.
Een manier waarop dat kan gebeuren is kruisbesmetting. Kruisbesmetting is het besmetten van een voedingsmiddel met een allergeen. Dat kan gebeuren door het voedingsmiddel niet goed te scheiden van andere voedingsmiddelen. Ook ongewassen handen, bestek of serviesgoed kunnen hiertoe leiden.
Een bananen allergie gaat weleens samen met een kruisreactie op voor verwante vruchten zoals kiwi’s, ananassen, passievruchten en mango. Deze fruitsoorten bevatten een soortgelijk eiwit als banaan en veroorzaken dezelfde klachten.
labels:
Zie ook:
- Ontdek de Beste Eten tegen Buikkrampen: Tips voor een Rustige Buik!
- Ontdek Wat te Eten bij Buikkrampen: Effectieve Tips voor Snelle Verlichting en Betere Gezondheid
- Ontdek Waarom Buikkrampen na het Eten Tijdens Zwangerschap Voorkomen en Hoe Je Ze Snel Verlicht!
- Ontdek De Best Beoordeelde Lunch Restaurants in Amsterdam en Omstreken – Eet als een Local!
- Optimel Vanille Yoghurt: Gezond of Niet? Ontdek de Waarheid Hier!




