Het eten van vlees staat regelmatig ter discussie, zeker vanuit het oogpunt van dierenwelzijn zijn er veel bezwaren.
Het hypocriete dilemma van vleesconsumptie
In 2018 aten we als Nederlanders gemiddeld iets meer dan 77 kilo vlees per persoon. Het leven van een filosoof is niet eenvoudig, soms voelt het alsof het lichaam slechts gemaakt is om het hoofd te dragen.
Deze discrepantie uit zich op verschillende manieren, maar het alledaagse scenario van boodschappen doen is herkenbaar en typerend. Allereerst: de twijfel. Een filosoof doet niet snel boodschappen. Hij twijfelt onnodig lang over de perfecte vorm van de kiwi en de vraag of een chocoladereep wel verdiend is. Diezelfde reep legt daarom vaak een hele reis af zonder de supermarkt te verlaten.
Dit besef drukt op mijn geweten wanneer mijn zwakke wil bezwijkt onder de keuze voor het vierkante plastic bakje met de bekende vormloze rode massa: vlees. Met tegenzin leg ik dit in mijn boodschappenmand en eenmaal thuis plaats ik dit het liefst uit het zicht van mijn partner die mij, terecht, weer zal wijzen op mijn wilszwakte.
Gedurende de jaren heb ik vele discussies gevoerd over de vraag of vlees eten, en de industrie die dit mogelijk maakt, moreel gerechtvaardigd is. Tot op heden ben ik hier geen valide argument voor tegengekomen.
Argumenten voor en tegen vleesconsumptie
"Iets lekker vinden" als rechtvaardiging
Deze redenering wordt eveneens vaak als argument voor vlees eten genoemd. In de filosofie is het niet ongewoon om de onjuistheid van een argument aan te tonen door gebruik te maken van instrumenten als de hyperbool en de analogie. Door het inzetten van een analogie en een extreme casus kan de absurditeit van dit argument eenvoudig worden aangetoond.
Want als ‘iets lekker’ vinden het enige criterium zou zijn om gedrag ethisch te verantwoorden, kan een pedoseksueel zich op grond van hetzelfde criterium verdedigen. Zijn of haar (afkeurenswaardige) gedrag wordt immers ook gemotiveerd door het (perverse) zintuiglijke genot dat het oplevert. Er bestaat hier geen wezenlijk verschil met de argumentatie van de vleeseter.
Ik heb inmiddels geleerd-al was dit eigenlijk geen verrassing- dat dit voorbeeld het niet goed doet op feestjes, maar daaruit volgt niet dat de analogie niet juist is. Het laat zien dat ‘iets lekker vinden’ nooit het enige criterium kan zijn om gedrag te rechtvaardigen dat een negatieve invloed heeft op de ander. Ook het niet-menselijke dier is namelijk intrinsiek gemotiveerd om te blijven leven en heeft er belang bij om niet te lijden.
De "natuurlijke" aanleg voor vlees eten
Op het eerste gezicht klinkt het tamelijk overtuigend. Is het bijvoorbeeld niet verdacht toevallig dat ons gebit geschikt is om vlees te eten en ons darmstelsel relatief kort is waardoor vlees sneller verteerd kan worden? Als ons lichaam ervoor gemaakt is, waarom zouden we er dan geen gebruik van mogen of zelfs moeten maken?
De Schotse filosoof David Hume laat goed zien dat er hier iets misgaat. Er bestaat namelijk een duidelijk verschil tussen een feitelijk gegeven en een normatieve uitspraak. Het is daarbij niet duidelijk hoe je het eerste uit het laatste kunt afleiden. Meer specifiek maakt de voorstander van dit argument zich schuldig aan een bekende drogreden, namelijk een beroep op de natuur: iets is goed omdat het natuurlijk is.
Ook op deze planeet vond natuurlijke selectie op basis van evolutie plaats, maar de mensachtige wezens die hier ontstaan zijn beschikken door toevallige mutaties over een gebit en verteringsstelsel die niet lijken op de onze. Deze wezens zijn bijzonder benieuwd naar onze wereld en ze besluiten ons op te zoeken. Na een korte rondleiding in de Efteling verdwaalt de extraterritoriale diplomaat genaamd Zork in het Sprookjesbos.
Zork heeft trek en ziet per toeval een kinderwagen achter het huis van de vader en stiefmoeder van Hans en Grietje staan. Op planeet X eet je wanneer je trek hebt, moraliteit of geld bestaan er niet. Dus Zork waggelt ernaartoe en zet zijn tanden in de baby. Onze baby’s blijken vol met nuttige voedingsstoffen te zitten; en ze zijn nog verdomd lekker ook! Tijdens het uitbuiken beseft Zork dat mensenbaby’s veel beter te verteren zijn dan die waardeloze baby’s van planeet X.
Natuurlijk is dit een idioot verhaal, maar het punt is duidelijk: als voor de aardse vleeseter geldt dat het eten van vlees, en de industrie die dit mogelijk maakt, moreel gerechtvaardigd is omdat zijn lichaam hierop is afgestemd, dan geldt dit net zo goed voor onze Zork.
De impact van vleesconsumptie
Je hoort tegenwoordig om de haverklap dat mensen minder vlees moeten eten. Duurzaamheid, nietwaar? En vergeet het oerwoud niet! Ja, een karbonade bevat dingen die gezond zijn, zoals eiwitten, ijzer en vitamine B12. Maar met name rood vlees - en dat is álles behalve gevogelte - kun je toch echt beter laten staan.
Zo bevat het veel verzadigd vet en transvet, en vooral dat laatste geldt als een sloper van hart en bloedvaten. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bracht vorig jaar bovendien naar buiten dat mensen die meer dan 500 gram rood vlees per week naar binnen werken, een verhoogd risico lopen op kanker. En dan zijn er de ziektes die voortkomen uit de vee-industrie zelf.
Zo is naar schatting 11 procent van het varkensvlees in Nederlandse supermarkten besmet met bacterie MRSA, die resistent is voor bepaalde soorten antibiotica. Besmettelijke aandoeningen als vogelgriep en de gekkekoeienziekte hebben in het verleden mensenlevens geëist, en kunnen in theorie weer de kop opsteken.
Want kijk: koeien en varkens moeten eten. Omdat er miljarden dieren per jaar zo snel mogelijk worden groot gebracht, zijn er onvoorstelbare hoeveelheden voer nodig. Om die reden is de Amazone omgevormd tot de grootste sojaplantage ter wereld. Dat is vervelend voor al die papegaaien daar, maar ook voor ons. Ontbossing draagt namelijk bij aan het broeikaseffect: hoe minder bomen er zijn, hoe minder CO2 er wordt omgezet in zuurstof.
Koeien lopen bovendien de hele dag te boeren en scheten te laten, waarbij enorme hoeveelheden methaan vrijkomen. De teelt van veevoer kost bovendien niet alleen veel ruimte, maar ook veel water en energie. Als we die zaken zouden inzetten voor de teelt van plantaardig voedsel voor mensen, zouden we de wereld kunnen voeden.
Als voorbeeld: voor elke kilo vlees is 3 tot 10 kilo plantaardig eiwit nodig. Elke kilo kip kost bovendien 3900 liter water, terwijl je voor een kilo sojabonen met 1800 liter water toe kan.
Alternatieven en nuances
In onze westerse samenlevingen wordt te veel vlees gegeten, zoveel is duidelijk. Niet best voor de natuur (verdwijnend regenwoud) en de grond (uitputting) in de landen waar het veevoer vandaan komt. Niet best voor de bodem en biodiversiteit in eigen land, die ten onder gaan aan overbemesting. Niet best voor het vee, dat in dieronwaardige omstandigheden moet leven. Niet best voor onszelf omdat te veel vlees ongezond is. En ook helemaal niet nodig voor fatsoenlijk en lekker eten.
De voorzichtige maar gestage opmars van het vegetarisme - en in het kielzog daarvan het radicalere veganisme - is goed nieuws voor de wereld. Wat je níet moet doen, volgens Fairlie en medestanders, is massaal veevoer verbouwen speciaal voor die koeien en varkens: daarmee creëer je de bekende problemen als uitputting, overbemesting en gesleep met grondstoffen en dieren.
In Nederland is Ado Bloemendal met zijn Pure Graze-concept een pleitbezorger van een kringlooplandbouw mét veehouderij. De boeren die volgens het Pure Graze handboek werken, gebruiken geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen, net als hun biologische collega’s. Maar de Pure Graze melkveehouders gaan nog een paar stappen verder: de koeien staan langer en vaker buiten, kalfjes blijven bij de moeder en de koeien worden niet onthoornd.
Pure Graze concept
- Geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen
- Koeien langer en vaker buiten
- Kalfjes blijven bij de moeder
- Koeien worden niet onthoornd
- Geen krachtvoer, alleen kruidenrijk gras en voederbieten
De kippen leven rond een verplaatsbare schuilhut, waar ze naar believen in en uit kunnen lopen. Op de plek waar ze hebben gescharreld, zorgt de kippenmest voor een vitaal bodemleven, zodat de grond weer productief wordt voor het volgende gewas.
Het Pure Graze concept is eigenlijk gebaseerd op het oude vertrouwde gemengde bedrijf, zoals dat tot aan de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk was. Graan, gras, akkerbouw en vee - een paar koeien, wat varkens en kippen - hielden elkaar min of meer in evenwicht.
Diervriendelijk vlees: een illusie?
Veel mensen geloven dat biologisch vlees een stuk beter is dan ‘regulier’ vlees. Wellicht is dat een zeer marginale verbetering voor die dieren, en wellicht ook iets beter voor de gezondheid en het milieu (denk aan antibiotica e.d.) maar wat nóg beter is voor de dieren, onze gezondheid en het milieu is de bedrijfstakken te steunen die zich bezig houden met plantaardige voeding.
Waarom zou je geld willen investeren in een zeer kleine verbetering waarbij je grote vraagtekens kunt zetten of dat überhaupt een verbetering is, terwijl je datzelfde geld ook in plantaardige producten kunt investeren waarbij de winst voor dier, mens en milieu vele malen groter is.
De veganistische keuze betekent dat men naast een vermindering van het aantal dieren dat normaal wordt geconsumeerd men ook de gehele dieronvriendelijke industrie afwijst. Dit in tegenstelling tot slechts een omschakeling waar dit (buiten een kleine verbetering) gewoon continueert en uiteindelijk door de groeiende vraag ook zal leiden tot een intensivering van deze industrie.
De realiteit van de bio-industrie
Diervriendelijk vlees bestaat niet Veel mensen denken dat de bio-industrie en de biologische veehouderij erg gescheiden van elkaar zijn, maar helaas is het tegendeel waar. Beide industrieën gebruiken veel van dezelfde dienstverlenende bedrijven en ook kunnen dieren uit de biologische veehouderij gewoon in hetzelfde slachthuis eindigen.
Daarnaast worden biologische dieren ook verkocht aan de ‘bio-industrie’ als binnen de biologische sector geen plaats er voor is. En nog belangrijker… Elk dier eindigt op dezelfde gewelddadige manier.
Ethische overwegingen
"Een goed leven" als excuus?
Soms lijkt het alsof kinderen met wijsheden komen die de meeste volwassenen nog niet kunnen bedenken, terwijl de logica in de wijsheid net dat punt duidelijk aanwijst. Zo zei een kind onlangs: “dieren kunnen net zo goed een slecht leven hebben, want dan willen ze tenminste dood als ze geslacht worden” Hoe goed een dier het ook heeft, uiteindelijk wordt het doodgemaakt.
De meeste mensen vinden het “not done” om katten en honden op te eten die vaak goed verzorgd worden en een heel goed leven hebben gehad. Waarom dan wel “veedieren” opeten, zoals varkens die net zo intelligent en aanhankelijk zijn als honden?
Milieu en gezondheid
Ook biologische dierlijke producten gaan ten koste van het milieu en de mensen in de derde wereld Producten uit de biologische veehouderij gaan ten koste van het milieu. Zoals sommige rapporten ook al aangeven kan men de schadelijke gassen van dieren in de biologische industrie leven minder efficiënt afvangen.
Als dieren meer binnen zouden zitten zouden de gassen nog opgevangen kunnen worden. Dit brengt voor mensen het dilemma te weeg, want kies je diervriendelijk of kies je milieuvriendelijk? Hand in hand gaan deze twee namelijk niet per definitie. Plantaardig(er) eten combineert in tegenstelling juist dit wel.
Het omzetten van plantaardige eiwitten in dierlijke eiwitten is daarnaast inefficiënt, biologisch of niet. De grond die we gebruiken voor de teelt van veevoer, kunnen we beter gebruiken voor het telen van voedsel voor mensen in de derde wereld.
Risico's op pandemieën
De kans op globale pandemieën is een goede reden om afstand te nemen van de intensieve veehouderij. De regel is: des te meer dieren dichter op elkaar leven, des te besmettelijker en dodelijker worden infectieziektes.
Het risico zou zeker en aantoonbaar afnemen als we alleen maar biologische veehouderijen zouden hebben, máár het zou nog steeds flink hoger zijn dan als we helemaal geen georganiseerde veehouderij hadden. In sommige gevallen fungeren ‘vrije-uitloop” dieren juist als ‘lont’ voor de infectie, omdat ze in contact staan met wilde dieren - vanuit daar kan een infectieziekte zich dan naar de intensieve veehouderij verplaatsen en daar evolueren tot een zeer gevaarlijk pathogeen.
Controle en dierenwelzijn
De naleving van eisen op het gebied van dierenwelzijn worden slecht gecontroleerd. Er kan niet genoeg handhaving plaatsvinden doordat de overheid de sector zelf de controle laat doen en inspectiediensten zijn onderbemand.
Ook in de biologische veehouderij blijven dieren productiemachines. De biologische veehouderij is misschien beter dan intensieve, maar is wat betreft het welzijn en de levensverwachting van het dier niet goed te noemen.
Wanneer je geen vlees, eieren en zuivelproducten en andere dierlijke producten meer consumeert, ben je niet medeverantwoordelijk voor het leed van “veedieren”.
Alternatieven en noodzaak
Een plantaardig eetpatroon komt ten goede van gezondheid, dierenwelzijn en milieu. Alles wat je nodig hebt, is te halen uit plantaardige bronnen. Wanneer je menu bestaat uit groente, fruit, noten, peulvruchten (pseudo)granen en essentiële oliën (vb. hennepolie of lijnzaadolie) eet je gezond en gevarieerd en ontwijk je alle nadelen die dierlijke producten hebben op kleine en grote schaal.
Gebruik daarbij wel een B12 supplement, bijvoorbeeld in de vorm van een kauwtablet of spray.
labels: #Vlees
Zie ook:
- Ontdek Diervriendelijke Slachtmethoden: De Beste Manieren voor Dier- en Milieuvriendelijk Vlees
- Steak Tartare Vlees: De Beste Keuze voor een Topgerecht
- Vlees bij Gebakken Aardappelen: De Beste Combinaties & Recepten!
- Bakkerij Utrechtseweg Amersfoort: Ambachtelijk Brood!
- Coloscopie Voorbereiding Dieet: Onmisbare Tips voor een Vlekkeloos Darmonderzoek




