Vlees is milieuvervuilend, zoveel is duidelijk. Vandaag begint de eerste Nationale Week Zonder Vlees, een initiatief van vegetariër Isabel Boerdam in samenwerking met tientallen voedselproducenten en supermarkten. Samen promoten ze een 'flexitarisch' eetpatroon. Elke dag vlees eten is volgens hen niet meer van deze tijd.
Eén kilo rundvlees eten staat qua broeikasgas-uitstoot gelijk aan 180 kilometer autorijden. Vleesconsumptie is een van de vele bronnen van CO2-uitstoot, naast bijvoorbeeld vliegen, autorijden en verwarmen. Als Nederland het klimaatakkoord van Parijs wil halen (40 procent minder CO2-uitstoot in 2030), moeten we ook de uitstoot van broeikasgas door voedselconsumptie beperken. De relatie tussen vleesconsumptie en een gezond en duurzaam voedingspatroon is een prominent onderwerp in het maatschappelijke debat.
De Impact van Vleesproductie op het Milieu
De productie van vlees en zuivel belast het milieu over het algemeen meer dan plantaardige alternatieven. Er is meer energie, mest, water en landoppervlak voor nodig. Daarnaast zorgt de veehouderij voor meer uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Deze komen bijvoorbeeld vrij uit mest. Ook stoten herkauwers zoals koeien en schapen veel methaan (een heel sterk broeikasgas) uit.
Voor de productie van vlees is veel veevoer nodig. Bijvoorbeeld vier kilo voor een kilo kippenvlees en zelfs 25 kilo voor een kilo rundvlees. De productie van veevoer kost veel grondstoffen, bestrijdingsmiddelen, kunstmest en landoppervlak. Soms gaat veevoerproductie (bijvoorbeeld soja) gepaard met ontbossing, hoewel er steeds meer duurzaam geteelde soja wordt ingekocht in de veehouderij.
Bij het houden van vee komen gassen vrij die bijdragen aan het broeikaseffect en klimaatverandering. De belangrijkste zijn kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Herkauwers (zoals koeien en schapen) produceren methaan als ze voedsel verteren. Uit opgeslagen mest komen methaan en lachgas (N2O) vrij. Het gebruik van mest en kunstmest op het land leidt ook tot de uitstoot van lachgas. Het verbouwen en vervoeren van veevoer veroorzaakt veel uitstoot. In veevoer zit vaak soja uit Zuid-Amerika. Voor de sojateelt worden grote stukken natuurgebied omgezet in bouwland. Bij de omzetting van oerwoud of grasland in bouwland komen veel broeikasgassen vrij uit de bodem.
In Nederland heeft de veehouderij een grote impact op het milieu door de stikstofcrisis. Wanneer stikstof neerslaat in kwetsbare natuur, zorgt dat voor verstoring van het evenwicht in de natuur (ecosysteem). Hierdoor neemt de biodiversiteit af. In Nederland liggen intensieve veehouderij en natuur vaak dichtbij elkaar en komt dit dus vaker voor.
De veehouderij draagt direct en indirect bij aan klimaatverandering. Direct door de uitstoot van broeikasgassen. Van alle uitstoot van broeikasgassen wereldwijd is minstens 14,5% afkomstig van de veehouderij. Dat aandeel is groter dan het aandeel van de totale transportsector. Koeien en andere herkauwers produceren methaan bij hun spijsvertering. Ook indirect draagt de veehouderij bij aan klimaatverandering. Dat gebeurt door ontbossing om ruimte te maken voor landbouw: vooral voor het verbouwen van veevoer. Dit gebeurt vooral in Zuid-Amerika in de Amazone op enorme schaal.
De lijst is te lang om op te noemen. Bij vrijwel ieder milieuprobleem is de veehouderij een hoofdveroorzaker. In Nederland en België is door de hoge dichtheid van vee de mestproductie een groot probleem. Fosfaten en nitraten, afkomstig van mest, spoelen door naar het grond- en oppervlaktewater. De concentratie van mineralen in grond- en oppervlaktewater neemt aanzienlijk toe. Dit proces, dat ook wel eutrofiëring wordt genoemd, draagt voor een groot deel bij aan de verzuring van water en bodem. Vermesting van oppervlaktewater heeft de afgelopen tientallen jaren gezorgd voor uitbundige kroos- en algengroei.
De productie van dierlijke voeding vraagt enorme hoeveelheden veevoer en water. Plantaardige voeding vraagt veel minder grondstoffen. De productie van een sojaburger van 150 gram vereist 160 liter water. Gemiddeld vereist 1 calorie uit dierlijke producten ongeveer 2,5 liter water. Zoals gezegd bij het stuk over klimaat is de vraag naar veevoer ook een grote oorzaak van ontbossing. Een duizelingwekkende 91% van de vernietiging van het Amazonewoud is te wijten aan de veehouderij.
Alternatieven voor Vlees
Minder of geen vlees eten is beter voor het milieu én gezond. Minder (rood en bewerkt) vlees en vaker vegetarisch eten past bij een gezond en duurzaam eetpatroon. Steeds meer Nederlanders willen minder vlees eten. Dat is ook nodig: als we binnen de grenzen van de planeet willen blijven met ons eetpatroon, dan past 1 portie vlees per week. Een plantaardig alternatief kiezen voor vlees is daarom een goede keuze.
Plantaardig eten is verreweg het beste wat je kunt doen als je je eigen impact op het klimaat wil verkleinen (in het geval dat je nog niet plantaardig eet). Het levert meer klimaatwinst op dan niet vliegen of niet autorijden.
In het Klimaatakkoord zijn met betrekking tot de vleesconsumptie twee doelen voor 2050 gesteld. Ten eerste minder consumptie van dierlijke eiwitten en meer consumptie van plantaardige eiwitten, zodat een gezonde verhouding wordt bereikt conform de adviezen van het Voedingscentrum. Ten tweede zouden naast deze toename van het aandeel plantaardige eiwitten in ons dieet in totaal 10 tot 15 procent minder eiwitten ingenomen moeten worden.
Van alle eiwitrijke producten zorgen plantaardige soorten voor de minste milieubelasting. Denk daarbij aan granen- en groenteburgers, noten, tempé, tahoe en peulvruchten. Eieren en kip belasten het milieu minder dan andere dierlijke producten. Kippenvlees heeft een lagere milieu-impact dan varkens-, rund- en lamsvlees.
Om voldoende eiwitten binnen te krijgen zijn peulvruchten en noten de beste keuze voor het klimaat. Ga stap voor stap wanneer je het lastig vindt om vlees in te ruilen voor een alternatief. Kijk bij de keuze voor eiwitrijke producten naar de klimaatimpact van het product. Wil je toch vlees? Ga dan voor kip. Van alle vleessoorten heeft kip de laagste klimaat- en milieubelasting. Wees zuinig met kaas als alternatief voor vlees.
Insecten zijn een bron van eiwitten met een lage milieubelasting. Ze kunnen groeien op afval uit de voedingsindustrie zoals aardapppelschillen en pulp. Deze voeding zetten zij efficiënt om in eiwitten die mensen kunnen eten. Wel is er relatief veel energie nodig om de productiefaciliteit te verwarmen en ventileren. Voor de Europese markt zijn enkele insecten goedgekeurd als voeding. In Nederlandse winkels worden sprinkhanen, meelwormen en kevers aangeboden, vaak verwerkt in bijvoorbeeld insectenburgers. Insectenmeel kan ook als diervoeder worden ingezet.
Gezondheidseffecten van Vleesconsumptie
Het eten van te veel rood vlees (denk aan varken en rund) brengt risico’s voor de gezondheid met zich mee. Rood en - met name - bewerkt vlees zoals vleeswaren, worden in verband gebracht met beroerte, diabetes type 2 en dikke darmkanker.
De consumptie van rood en bewerkt vlees is van invloed op de gezondheid: het hangt samen met een verhoogd risico op chronische ziekten zoals beroerte, diabetes type 2 en darm- en longkanker. De richtlijn van de Gezondheidsraad is om van rood vlees maximaal 300 gram per week te eten.
Huidige trends in vleesconsumptie
In 2020 geeft 5 procent van de 18-plussers (630 duizend personen) in het onderzoek Belevingen aan nooit vlees te eten; 3 procent eet geen vlees maar wel vis (de pescotariërs), 2 procent eet ook geen vis (de vegetariërs). Een volledig plantaardig dieet komt met 0,4 procent (53 duizend personen) nog zeer weinig voor. Het overgrote deel van de bevolking (95 procent) eet dus nog wel vlees maar het is lang niet altijd dagelijkse kost: 45 procent van de 18-plussers eet maximaal 4 dagen in de week vlees, bij de warme maaltijd, als broodbeleg of als snack. Zij worden hier als ‘flexitariër’ beschouwd.
35 procent van de 18-plussers zegt in het afgelopen jaar minder vlees te zijn gaan eten dan daarvoor, hetzij door vleesloze dagen in te lassen, hetzij door kleinere porties vlees te eten. 37 procent van de vleeseters vindt dat hij/zij eigenlijk (nog) minder vlees zou moeten eten. Bijna twee op de drie vleeseters willen hun vleesconsumptie niet opgeven.
Bijna de helft van de 18-plussers eet helemaal geen vlees of maximaal 4 dagen per week; 16 procent doet dit om onder andere het klimaat minder te belasten. Zorg voor klimaat is niet de meest genoemde, en ook niet de meest doorslaggevende reden om geen vlees of beperkt vlees te eten.
- Bij personen die helemaal geen vlees eten (de pesco- en vegetariërs) is het dierenwelzijn het belangrijkste motief; 71 procent geeft aan dat dit een van de redenen is om geen vlees te eten; bij 48 procent is dat ook het enige of belangrijkste motief.
- Het milieu of klimaat wordt weliswaar ook door veel niet-vleeseters genoemd (59 procent), maar dit is voor slechts 20 procent de belangrijkste reden.
- Flexitariërs geven juist relatief vaak aan dat gezondheidsvoordelen (37 procent) en een verminderde behoefte of het niet zo lekker vinden (34 procent) meespelen bij hun keuze om beperkt vlees te eten.
- Het klimaat of milieu en het dierenwelzijn worden beide door 30 procent van de flexitariërs als reden genoemd.
Stedelingen eten vaker pesco- of vegetarisch en flexitarisch dan plattelandsbewoners. Hoogopgeleiden doen dit vaker dan laagopgeleiden, en vrouwen vaker dan mannen. Jongeren (tot ongeveer 35 jaar) eten iets vaker pesco- of vegetarisch, terwijl ouderen (vanaf ongeveer 55 jaar) juist vaker flexitarisch eten.
Uit het jaarlijkse onderzoek Vegamonitor van Natuur & Milieu blijkt dat bijna een derde van de mensen veel vlees en vis eten niet meer van deze tijd vindt. Maar, om het echt te laten staan vindt het overgrote merendeel heel moeilijk.
Duurzame Keuzes Maken
Als je bewuste keuzes maakt bij het eten van eiwitrijke producten kun je veel verschil maken. Ben je een grote vleeseter (dat is iemand die meer dan 100 gram vlees per dag eet) en pas je je dieet aan naar af en toe vlees eten? Dan verlaag je je klimaatimpact van je eiwitbron met ruim de helft.
Vind je dierenwelzijn of milieu belangrijk, kies dan voor vlees met het Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), EKO, Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren. Deze keurmerken garanderen een betere omgang met dieren dan wettelijk is voorgeschreven.
Biologisch vlees herken je aan het Europese keurmerk voor biologische landbouw (groen blaadje). In de biologische landbouw worden dieren gehouden met meer aandacht voor milieu én voor dierenwelzijn. Biologisch gehouden dieren gaan bijvoorbeeld het hele jaar door naar buiten en hebben ook binnen meer ruimte. Daarnaast zijn er eisen voor biologisch voer.
Bij kringlooplandbouw worden grondstoffen optimaal gebruikt. Het streven bij kringlooplandbouw is dat vee alleen restproducten eet uit de akkerbouw, tuinbouw en voedingsmiddelenindustrie. Of gras van niet voor akkerbouw geschikte graslanden. De mest van de dieren dient als grondstof om nieuwe producten mee te verbouwen.
Wil je meer doen voor het klimaat? Dat kan: door minder dan die 500 gram vlees per week te eten. Vlees kun je goed vervangen door ei, peulvruchten (bonen zoals bruine, witte en kidneybonen, linzen, kikkererwten), tofu en tempé en ongezouten noten. Wissel af tussen die producten om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen.
Als je eet volgens de adviezen van de Schijf van Vijf zonder vlees en dit vervangt door peulvruchten, noten en ei en 1 keer per week vis eet, dan verlaag je de klimaatimpact van jouw eten met ongeveer één derde. Natuurlijk bepaal jij hoeveel je wilt minderen, maar met elke dag minder verlaag je jouw impact op het klimaat.
Wil je vlees in je maaltijd niet helemaal missen? Probeer dan eens minder vlees te gebruiken in een gerecht en vul dat aan met een plantaardig product. Denk aan: een pastasaus met mager gehakt en linzen, rijst met minder kip en een handje cashewnoten, nasi met minder vlees maar wel pinda’s (of ei), een wrap met minder vlees en meer bonen.
Als je nu vaak rood vlees eet, zoals biefstuk of runderlappen, kies dan eens vaker voor kip. Dit helpt om de milieu-impact te verlagen. Van alle vleessoorten heeft kip het minste invloed op het klimaat, rundvlees het meest. Varken zit daar tussenin, maar dichterbij kip. Ook voor je gezondheid is het beter om niet te veel rood vlees te eten. Wil je ook op dierenwelzijn letten? De Topkeurmerken Biologisch, EKO, Demeter en Beter Leven 2 en 3 sterren stellen hogere eisen voor het welzijn van dieren.
Peulvruchten, ongezouten noten, tofu, tempé en ei kun je eten in plaats van vlees. Denk bij peulvruchten aan bruine bonen, kidneybonen, kikkererwten, linzen en kapucijners. En bij noten aan walnoten, hazelnoten en pinda’s. Je kunt veel inspiratie vinden op onze receptenpagina of via de wekelijkse nieuwsbrief Vegetarische favorieten. Is dit misschien nog een te grote stap voor je? Je kunt ook af en toe kiezen voor kant-en-klare vleesvervangers, zoals vegetarisch gehakt of vegetarische wokstukjes.
labels: #Vlees
Zie ook:
- Gevolgen Plastic Soep: Milieu-impact & Oplossingen
- Wat Zijn De Gevolgen Van Plastic Soep? Een Uitgebreide Analyse
- Ontdek Wat Er Echt Met Je Lichaam Gebeurt Als Je Stopte Met Suiker Eten!
- Ontdek de Verbazingwekkende Waarheid over Te Veel Vezels Eten: Feiten en Fabels Onthuld!
- Bakkerij Van Heeswijk: Ambachtelijk Brood & Gebak!
- Ontdek de Verbluffende Voedingswaarde en Onverwachte Achtergrond van Spam!




