Knokke-Heist, een van de meest prestigieuze kustplaatsen van Vlaanderen, combineert luxe, rijke geschiedenis en natuur in een sfeervolle omgeving. Deze stad aan de Belgische kust biedt een brede wisselwerking tussen culturele hoogtepunten, sportieve en recreatieve activiteiten en prachtige wandelingen langs zee en natuur.

Het Zwin: Van Zeearm tot Natuurpark

Het Zwin nam in die tijd een centrale plaats in en beheerschte in zekeren zin het geheele net van waterwegen van de streek. Het begon bij Damme, liep dan in Noordoostelijke richting, stroomde ten Oosten van Monnikerede, een kleine stad die thans is verdwenen, daarna ten Oosten van Hoeke. Tusschen Mude of Sint Anna-ter-Muiden en Sluis maakte het een scherpe bocht naar het Noorden en bleef in die richting voortloopen tot aan de Noordzee, waarin het uitliep in een indrukwekkende monding van 6 tot 7 Km.

Wanneer wij nu een blik werpen op de streek, gelegen ten Oosten van Sluis, zien wij er een tweede monding van het Zwin, die ten Noorden van deze stad liep en om het eiland Kadzand heen stroomde. Zij stortte zich in de Noordzee tusschen Kadzand en Wulpen. In de XVe eeuw noemde men ze het Zwarte Gat of Sinte-Marie-Veer. Ten Zuiden van Oostburg vloeide een andere zeearm, de Elmara genaamd, die de Wester-Schelde bereikte tusschen IJzendijke en Biervliet. Wat betreft het eiland Wulpen, dat thans geheel is verdwenen in de monding van de Hont, dit was van de streek Oostburg-Groede gescheiden door een zeearm, de Vloer genaamd.

Een van de meest indrukwekkende en educatieve bezienswaardigheden in de regio is het Zwin Natuurpark. Dit unieke natuurgebied is bekend om zijn rijke biodiversiteit, met tal van zeldzame vogels en planten. Het Zwin is een van de belangrijkste natuurreservaten van West-Vlaanderen en aantrekkelijk voor wandelaars, natuurfans en fotografieliefhebbers. Het Zwin Natuurpark is ook een favoriete plek voor een rustige wandeling of picknick, vooral in combinatie met een verblijf in de directe omgeving, zoals Hotel Manoir du Dragon.

De Verzanding van het Zwin

Reeds in de XIVe eeuw werden ernstige pogingen aangewend om de geleidelijke verzanding van het Zwin te verhelpen. De Bruggelingen waren bezig een verbinding tot stand te brengen van dit kanaal met de Leie (van Aalter over Poeke naar Deinze), toen de Gentenaren, uit vrees dat hun de handel zou ontsnappen die over de Leie gedreven werd met het Noorden van Frankrijk, de grondwerkers in 1379 uitmoordden.

Al die middelen, die trouwens zeer veel geld kostten, konden echter de verzanding niet stuiten. Een van de hoofdoorzaken van de verzanding was gelegen in het feit dat verscheidene schorren, o.a. Zolang de zeeschepen gemakkelijk in Sluis kwamen, konden Damme en vooral Brugge hun handelsbedrijvigheid in zekere mate blijven voortzetten, door te Sluis de door zeeschepen aangevoerde goederen te laten overladen in booten met geringen diepgang. Deze konden Damme en zelfs Brugge nog bereiken.

Het duurde echter niet lang of ook Sluis onderging op zijn beurt het lot van Damme. Reeds rond 1450 stuitten de zeeschepen op moeilijkheden om de haven binnen te loopen. Karel de Stoute, die zich rekenschap had gegeven van den hachelijken toestand van het Zwin, belastte een kommissie er de oorzaken van op te sporen en ook de middelen om deze te verhelpen.

Verschillende middelen werden voorgesteld om den toestand te verbeteren. Het laatste middel dat werd voorgesteld was het openen van den polder van het Zwarte Gat. gelegen ten Oosten van Kadzand. Deze polder sloot de tweede monding van het Zwin af. In 1470 ging men over tot de opening van den Polder van het Zwarte Gat. Ongelukkig beantwoordde de uitslag volstrekt niet aan de verwachting. Na ongeveer 15 jaar zagen de Bruggelingen zich dan ook verplicht het Zwarte Gat weer te sluiten.

Voor de leiding van dit uiterst moeilijke werk deed men beroep op een Hollander, een specialist op het gebied van indijkingen. Ondanks zijn medewerking echter en de ontzaglijke sommen die ervoor werden uitgegeven ten spijt, slaagde men er niet in de oude vaargeul voorgoed af te sluiten en enkelen tijd nadien was de dijk wederom doorgebroken.

Het kwam er voor de Bruggelingen dus alleen op aan een kanaal te graven van het Coxydsche Gat tot Oostburg. Er werd vrij spoedig met de werken begonnen. De dijken en het kanaal werden voltooid in 1505. Nog in hetzelfde jaar werd aangevangen met het tweede deel, den stuwdam van het Zwarte Gat.

De andere leden van Vlaanderen bleven er zich echter hardnekkig tegen verzetten. Brugge mocht dus den stuwdam van het Zwarte Gat bouwen en nadat het de dijken der Vier Ambachten had doen herstellen en versterken, verkreeg het definitief vergunning om het kanaal te openen. Deze vergunning werd uitgevaardigd in 1516. Na zooveel moeilijkheden, zooveel opofferingen, zooveel uitgaven, was het verwachte resultaat niet bereikt.

Brugge bleef echter koppig volhouden en van 1523 af trachtte het de kracht en de snelheid van den stroom in het kanaal van Oostburg te verhoogen door, dwars door verscheidene schorren, een groef te graven naar de diepere geulen van Biervliet.

Het is dan ook niet te verwonderen, dat Brugge nog een ander middel zocht om meer water in het Zwin te Sluis te brengen. Meersch en zijn medewerker Joos Gomaer waren het, die het volgende plan hebben ontworpen: eerst een nieuwe groef openen dwars door een ondiepe watervlakte, 't Vlacke genaamd, gelegen vóór de monding van het kanaal van Oostburg in de richting van Biervliet, en de bochten in het overige deel van het kanaal rechttrekken. Het tweede gedeelte van het plan Van der Meersch-Gomaer voorzag de verbreeding en de rechttrekking van het Zwin tusschen Damme en Sluis.

De inwoners van Ieper waren hun verplichtingen reeds nagekomen omstreeks 1530, terwijl de Bruggelingen hun verbintenissen slechts vervulden van 1542 af, datum waarop het plan Van der Meersch-Gomaer in praktijk werd gebracht. Het oorspronkelijke ontwerp dat men in uitvoering bracht bestond erin ten Westen van wat er van het Zwin nog overbleef een nieuw kanaal te laten graven van Damme naar Sluis.

Tijdens de jaren 1560 tot 1564 werden de twee zeesluizen te Sluis gebouwd. Het nieuwe kanaal van Brugge langs Koolkerke, Peereboome, Lembeke, Monnikerede, Hoeke tot Sluis, werd voltooid in 1566. Brugge slaagde er echter niet in het normaalpeil van 12 voet te behouden, zoodat al heel gauw de schepen den bodem van het kanaal raakten.

De Invloed van Oorlogen en Overstromingen

Alhoewel reeds op het einde der XVIe eeuw de oorlog tusschen Spanje en de Vereenigde Provinciën voorgoed een einde had gemaakt aan de rol van het Zwin als zeehaven van Brugge, handhaafde die zeearm zich, stroomafwaarts van Sluis, nog bijna drie eeuwen lang. Inderdaad, de overstroomingen in de tweede helft der XVIe eeuw hadden den ouden zeearm van de PassegeuleGa naar voetnoot(12) en de Braakman, waarover wij in het vorige hoofdstuk hebben gesproken, verbreed en verdiept, en hadden zelfs (in 1570) een tweeden doortocht geopend voor de wateren van de Schelde.

Tijdens de vijandelijkheden in Zeeuwsch Vlaanderen droeg de tusschenkomst van den mensch ook bij tot het verbeteren van het Zwin, door het doorsteken van de dijken en het verwekken van overstroomingen in heel de streek welke zich uitstrekte van Sluis-Aardenburg tot IJzendijke en tot de Vier Ambachten.

Intusschen waren op de beide oevers van den waterloop twee machtige versterkingslijnen gebouwd. Nabij het koffiehuis De Vrede - op de plaats waar nu een onderbreking is in den Graaf Jansdijk - bevond zich het fort Isabella, het belangrijkste van den Westeroever en dat in het midden lag van de Spaansche lijn. Vóór dit fort, ongeveer tweehonderd meter Oostwaarts, bevond zich het fort Teresa, dat eenigen tijd na het fort Isabella gebouwd werd en beter den toegang tot het Zwin beheerschte. Al die versterkingswerken waren met elkaar verbonden door kanalen en heel de lijn heette Lijn van Cantelmo, naar den naam van den generaal Andrea de Cantelmo, bevelhebber van al de versterkingswerken der Spanjaarden in de streek.

Wat het gedeelte van het Zwin tusschen Sluis en de zee betreft, dat verbeterd werd en over een groote watermassa beschikte om er het zand uit te verdrijven, dit bood nog steeds mogelijkheden voor de scheepvaart. Ongelukkig was Brugge van zijn zeehaven gescheiden geworden door den tachtigjarigen oorlog - vooral sedert de jaren 1590 - en bleef het aan den Spaanschen kant, terwijl Sluis en de toegang tot het Zwin afhingen van de Vereenigde Provinciën.

Na het sluiten van het Verdrag van Munster zond Brugge een afvaardiging naar de regeering te Brussel, om de toelating te vragen om den dijk, die het kanaal vóór het fort Sint Donaas afsloot, door een sluis te mogen vervangen.

Haar bedrijvigheid bestond hoofdzakelijk nog enkel in geregelde wekelijksche bootdiensten naar het overige van Zeeland en naar Holland. De voor Brugge bestemde koopwaren, komende uit deze twee provincies, kwamen eerst te Sluis toe. Kortom, van het oorspronkelijke Zwin bleef er nog enkel de monding van Sluis naar de zee over. Het vormde gedeeltelijk de grens tusschen de Zuidelijke Nederlanden (Spaansche of Oostenrijksche), d.w.z. het huidige België en de Vereenigde Provinciën.

Latere Ontwikkelingen en Indijkingen

Zijn regeering in de Nederlanden liet een kanaal graven en een sluis bouwen op het Zwin bij het Hazegras, voor den afvoer van het water van de wateringen van de streek. Een nieuw fort, gebouwd in 1784-1786, diende tot verdediging van het werk. Het fort werd later verkocht en gedeeltelijk gesloopt.

En om nog eens terug te komen op de uitmonding zelf van het Zwin, - de verbetering van zijn loop in het begin van de XVIIe eeuw, die te danken was aan de overstroomingen in Zeeuwsch Vlaanderen en aan twee verbindingen met de Schelde, werd al spoedig te niet gedaan. Het Zwarte Gat was grootendeels omstreeks hetzelfde oogenblik ingedijkt en aldus werd Kadzand weer met het vaste land verbonden. Deze werken droegen, doordat zij de uitwerking van eb en vloed van de Schelde in het Zwin verminderden, tot deszelfs verzanding bij.

Tusschen Sluis en de zee werd het Zwin veel kleiner door de indijking van den Goeverneurspolder (1716), van den Godefroi en Burkelpolder (1718). Van den kant van Retranchement won de Kasteelpolder (1740) aanzienlijk veld op de breedte van de monding. De Polder van het nieuwe Hazegras, de Zoute Polder, de Lippenspolder (1792), gelegen ten Zuiden van de sluis van Hazegras. de Kranepolder (1799) en andere verergerden eveneens het kwaad.

Artikel 68 van het Verdrag van Munster bepaalde het sloopen van de Spaansche forten in de omgeving van Sluis, en onder andere van het fort Sint Donaas. Ingevolge het Verdrag van Munster heeft men bij de nieuwe afbakening der grenzen in 1664 het Zwin als grens genomen tusschen Vlaanderen en de Vereenigde Provinciën, van de Noordzee af tot aan de twee forten, Passen genaamd, tegenover Sluis, op den linkeroever van het Zwin, die met Sint Anna ter Muiden een soort van enclave vormden, afhangende van de Vereenigde Provinciën.

De Rol van de Familie Lippens

Wie Knokke zegt, kan niet om de familie Lippens en haar inmiddels 110 jaar oude Compagnie Het Zoute heen. Niet alleen heeft de invloedrijke familie de meeste gronden van de badplaats in handen, ze levert ook al ettelijke generaties de burgemeester van de gemeente en zorgde ervoor dat bij de ontwikkeling van de badstad enorm veel aandacht ging naar architectuur, bos- en parkaanplanting, watervoorziening en veiligheid.

Terwijl de Belgische kustlijn zo goed als dichtgebouwd werd (ook in de hoogte), zagen zij erop toe dat Knokke overwegend residentieel kon blijven. Met villa’s in typische witte cottagestijl, een architecturale keuze die tot vandaag zichtbaar is. Vooral in Het Zoute, het deel van Knokke dat het dichtst tegen de Nederlandse grens aan leunt, zijn de meeste lanen prachtig om te zien.

Culturele Hoogtepunten in Knokke-Heist

Het Casino van Knokke is meer dan alleen een goktent. Het is een indrukwekkend kunst- en cultureel centrum. Het casino huisvest onder andere een muurschildering genaamd “Het magische spel” van Keith Haring. Ook bevindt zich in de “Magrittezaal” een monumentale muurschildering “Het Betoverde Rijk” van René Magritte uit 1953. Het Mascotte restaurant binnen het Casino is een culinair hoogtepunt in de regio. Voor bezoekers die geïnteresseerd zijn in kunst, historie of luxe, is het Casino van Knokke een must-visit.

Sincfala is een museum dat de geschiedenis van de Zwinregio belicht. Het museum is gevestigd in een charmant oud schoolgebouw dat vroeger onderdak bood aan lavers en vissers. Het museum biedt bezoekers een educatieve en culturele ervaring over de geschiedenis van de regio.

Het For Freedom Museum biedt een indringende blik op de Tweede Wereldoorlog, met een focus op de Slag om de Schelde en de bevrijding van de Zwinregio. Het museum is een ontroerende plek voor historisch bewustzijn en educatie.

EXPRMNTL: Experimentele Film in Knokke

EXPRMNTL was het belangrijkste evenement voor experimentele film dat ooit is georganiseerd. Dit geweldige festival (vijf edities tussen 1949 en 1974) in een leegstaand casino in Knokke-Het Zoute vormde tussen kerst en nieuwjaar het brandpunt van de experimentele film in een kritiek stadium van zijn ontwikkeling en in feite het enige echte ontmoetingspunt voor avant-garde filmmakers in die jaren, de plek waar experimentele bewegingen samenkwamen.

Op deze geïsoleerde plek ontmoetten mensen elkaar, werden films vertoond, vonden happenings plaats en werden schandalen gecreëerd: dit was de plek waar de undergroundfilm Europa bereikte, waar Jean-Luc Godard Flaming Creatures van Jack Smith zag, die stiekem vertoond werd op een hotelkamer, waar Yoko Ono naakt een performance deed met Jean-Jacques Lebel, waar Duitse studenten van de SDS (onder wie Holger Meins, toekomstig lid van de Rote Armee Fraktion) demonstreerde tegen de experimentele film. EXPRMNTL was een experiment op zich.

Maar EXPRMNTL was nog veel meer: het zal herinnerd worden als een boeiende fase in de geschiedenis van de undergroundcultuur. Het bijeenbrengen van mensen en ideeën en het uitlokken van onverwachte ontmoetingen (met een belangrijk sociaal en politiek aspect) was het hoofddoel van EXPRMNTL.

Knokke-Heist Vandaag

Knokke is een stad om te zien en gezien te worden. De nieuwste Land Rover, Porsche, Bentley of Maserati komt er langs in een zwarte, matte of opvallende gele uitvoering. Het zijn showcars die voortdurend opduiken, vooral rond het Albertplein, dat niet voor niks in de volksmond de Place m’as-tu vu (Frans voor ‘Heb je me gezien?’) genoemd wordt.

De strandbars zijn sinds vijf jaar toegestaan en hebben zowel voor de jeugd als voor hun ouders een extra dimensie gegeven aan de vakantie aan zee. De strandbars zijn een hippere versie van de strandverhuur. Jarenlang werden enkel stoeltjes, parasols of heuse cabines verhuurd en als het weer meezat werden ook ijsjes en Berlinerbollen verkocht.

Knokke is ook al jaren kunst. Zo bracht Keith Haring hier eind jaren tachtig zijn zomers door. En maakte Niki de Saint-Phalle er haar werk Le Dragon, in de tuin van de privéwoning van Roger Nellens, de man wiens vader, Gustave, het Casino van Knokke groot maakte. Nergens vind je meer dan zeventig galerieën op zo’n kleine oppervlakte. Bovendien sieren vele sculpturen de dijk, de straten en het strand.

Het kusttoerisme, zoals we het nu kennen, begon in de tweede helft van de achttiende eeuw aan de Vlaamse kust. Het volgende decennium werden er in Heist verschillende infrastructuurwerken aangelegd als gevolg van het stijgend aantal toeristen tijdens het badseizoen. Het gemeentebestuur liet verschillende straten plaveien, openbare waterpompen plaatsen, een eerste stuk van de stenen Zeedijk aanleggen, lantaarns en rustbanken op de dijk plaatsen, enzovoort.

Na de Tweede Wereldoorlog volgde een wederopbouw dat de basis vormde voor de badplaats van vandaag. Vooral na 1955 hervatte de bouwwoede. Het toerisme nam in de volgende jaren sterk toe. Veel oude gebouwen werden omgevormd tot tweede verblijven zoals appartementen villa's. Knokke-Heist is zo verder gegroeid tot een moderne stad waar het tegenwoordig goed wonen, werken en recreëren is.

Belangrijke Jaartallen in de Geschiedenis van Knokke-Heist
Jaar Gebeurtenis
1890 Aanleg van de tramlijn Brugge-Knokke
1901 Creëatie van deelgemeente Duinbergen
1908 Ontstaan van Het Zoute
1924 Ontwikkeling van het Albertstrand
1949-1974 EXPRMNTL festival
1953 René Magritte schildert "Het Betoverde Rijk" in het Casino van Knokke
1953-1989 Knokkefestival (zangcompetitie) in het casino

labels:

Zie ook: