Droom je van een eigen moestuin vol verse, gezonde groenten en kruiden? Met deze handige gids kun je direct aan de slag! Of je nu een beginnende tuinder bent of al wat ervaring hebt, deze stapsgewijze handleiding biedt alles wat je nodig hebt om een succesvolle moestuin te starten.

In 10 Stappen naar Je Eigen Moestuin

Met deze handleiding weet je precies waar je moet beginnen en krijg je houvast en structuur door het hele jaar heen, waardoor je zorgeloos kunt genieten.

Waarom een Moestuinplan Maken?

Je vraagt je misschien af: “Waarom zou ik een moestuinplan maken, want ik vind het maar ingewikkeld en ik heb geen idee waar ik moet beginnen?” Dat is nu juist het punt, want als je een plan maakt, weet je juist wel waar je daarna moet beginnen.

Daarnaast zorg je ervoor dat je de bodem op een juiste manier behandelt en deze eigenlijk zoveel mogelijk met rust laat, maar toch gebruikt om groenten op te verbouwen.

Het Belang van Gewasgroepen

Dat je minder werk aan de moestuin hebt, heeft veel te maken met de juiste verdeling van de gewasgroepen over de moestuin. De gewasgroepen zijn verdeeld in 6 verschillende gewasfamilies. Deze zijn in families te verdelen, omdat ze dezelfde eisen stellen.

Doordat ze hetzelfde nodig hebben en hetzelfde doen met de grond waarop ze groeien, kunnen we ze dus bijna als gelijke gewassen behandelen. Dat niet alleen, want als jij ieder jaar deze groepen op de juiste manier verschuift in de moestuin, hoef je maar een keer een plan te maken, omdat je het jaar erna het plan eigenlijk weer overneemt maar dan enkel de groepen een vakje doorschuift. Ik gebruik nu het woord ‘vakje’, omdat je het jezelf makkelijk maakt door met verschillende vakken te werken.

Zo kun je makkelijk het overzicht behouden gedurende 6 jaar. Het wisselen van de vakken zorgt er ook voor dat het de bodem niet wordt uitgeput. Je kunt je voorstellen dat als je tomaten gedurende 10 jaar op dezelfde plek plant, dat dit ervoor zorgt dat de stoffen in de grond die deze plant nodig heeft niet meer aanwezig zijn. Dit plekje heeft daarentegen nog wel heel veel andere stoffen die andere gewassen weer kunnen gebruiken.

Door dit dus ieder jaar door te schuiven, zorg je dat de tuin meer in balans is en dat de bodem zichzelf herstelt. Hier is dus geen spitwerk of iets dergelijks voor nodig. Juist het bodemleven is hiervoor essentieel. De beestjes die je niet ziet, zijn de pareltjes die zorgen dat de bodem lekker luchtig is en dat alle resten van wortels en andere dode bladeren worden afgebroken.

Hierdoor ontstaat dus vanzelf weer voeding in de grond. Natuurlijk is het slim om dit wat te stimuleren en ieder jaar, aan het begin en in de winter, een laagje compost over de tuin de strooien.

Het Wisselen van Vakken

Het wisselen per jaar is heel simpel. Nummer 1 gaat naar 2, nummer 2 gaat naar 3 en ga zo maar door. Deze volgorde is er niet voor niks, dus houd deze aan. Iedere plant uit deze families neemt bepaalde voedingstoffen uit de grond, maar geeft er ook weer wat af. Om te voorkomen dat de grond dus uitgeput raakt, schuiven we ieder jaar de familie een stukje door.

Het Tekenen van Je Moestuinplan

Het is dus van belang dat je precies weet wat er in de moestuin komt te staan. Je kunt al je keuzes opdelen in de diverse families en erna deel je de moestuin in de vakken op. Ja nu is het tekenen geblazen, omdat je weet wat je wilt en in welke familiegroep alles valt. Dan kun je alles overzichtelijk uittekenen en inkleuren op ware grootte.

Zorg ervoor dat je alles tekent op schaal. Meet eerst de tuin op waar je de moestuin gaat starten en verdeel dit dan in de vakken die je hebt gekozen. Hierna kun je op de achterkant van de verpakking van de zaden vinden wat voor ruimte de plantjes nodig hebben om te groeien.

Nadat je alles hebt ingetekend, kun je alles inkleuren en nog wat referentiematen erbij zetten. Deze maten zijn handig voor als je later in de tuin aan de slag gaat dat je niet alles weer na moet meten met je liniaal. De werkelijke lengte van één kant van de moestuin is bijvoorbeeld 5,8 m. Op de tekening worden de maten 25 keer zo klein.

De Zaai- en Oogstkalender

Bij stap 6 lees je over een teeltplan en zaaikalender. Een mooie aanvulling daarop is onze eigen zaaikalender, waarmee je overzicht houdt op wanneer je wat precies kunt zaaien of planten.

Maar wanneer moet je nou starten met zaaien? Doe je dit eerst lekker warm binnen of zaai je meteen buiten in de volle grond? Dit is heel erg afhankelijk van het gewas dat je kweekt. Ook voor het maken van een zaai- en oogstkalender pak je de zakjes met zaadjes erbij en bekijk je de achterkant. Hierop staat precies wanneer je wat moet doen.

Tips voor een Vliegende Start

Moet je nog beginnen met je moestuin? Geen nood! We helpen je op weg met een paar handige tips om een vliegende start te maken in jouw moestuin...

  • Tip 3 Maak een goed plan voor je moestuin

    Alle moestuinen zijn anders. Groot, klein, in een tuin of op een balkon. Denk daarom van tevoren goed na over welke plantjes waar komen te staan. Plant groenten die lang worden aan de noordkant van je moestuin, plant gewassen die in de breedte veel ruimte nodig hebben ver uit elkaar en zorg dat je laagste planten een plekje vooraan hebben, waar ze van niemand last hebben.

Hoe Start Je met Zaaien?

Vul kweekpotjes en/of kweekbak met zaaigrond, strooi de zaadjes erin en druk de grond licht aan. Maak de grond vervolgens vochtig met een sprayer. Waarom een sprayer en geen gieter? Met een gieter spoel je de zaadjes weg, wat natuurlijk niet de bedoeling is. Om aan te geven wat je aan het kweken bent kun je handige plantlabels gebruiken.

Verhuizen van Stekjes

Door je stekjes over te potten naar een grotere kweekpot of kweektafel zorg je voor een betere groeiomgeving. Stop de stekjes voorzichtig in de grond en geef water met een gieter. Dit mag nu wel, want de stekjes zullen niet wegspoelen. Gebruik je de kweektafel? Blijf dan ook je kweekhuis gebruiken. Zo zijn je plantjes extra beschermd.

Nog even en je kunt je groenten gaan oogsten en de eerste vruchten plukken. Sommige planten vinden het nog steeds fijn om in een grotere pot geplaatst te worden. De grootste kweekpotten en garden xxlzijn hiervoor perfect.

Het Belang van een Kweekhuis

Zowel tijdens het zaaien als het kweken is het goed voor de stekjes en planten om te werken met een kweekhuis. Ze zorgen voor een perfect klimaat, goede temperatuur en het blijft langer vochtig. Zo nu en dan mag je de schuifjes boven op het kweekhuis open zetten voor verse zuurstof.

De Makkelijke Moestuinbak

Bij het volzetten van je Makkelijke Moestuinbak kijk je per vak of je direct buiten zaait, binnen vóór-zaait, of een plantje koopt in het tuincentrum. Zomergroentes die niet tegen kou kunnen (zoals tomaten of komkommers), moet je binnen voorzaaien. Want tegen de tijd dat het buiten warm genoeg is, is het te laat om nog te zaaien.

Dan kunnen de planten niet groot genoeg worden om ervan te oogsten. Je kweekt die plantjes dus binnen op. Tegen de tijd dat het buiten warm genoeg is, zet je ze als plantje in je moestuin.

De meeste mensen zaaien voor in potgrond. Daar gebruik ik de MM-Airpotjes voor, omdat de plantjes daarin een extra gezond wortelstelsel aanmaken. Andere plantjes - zoals peterselie en veel andere kruiden - doen er tergend lang over om van zaadje naar een plantje te groeien.

Omdat je er toch maar een paar plantjes van nodig hebt, kun je ze dus beter als klein plantje in de bak zetten. Voorgekweekte of gekochte plantjes in je bak zetten is heel eenvoudig. Maak met een schepje gaten in de mix door die opzij te duwen en zet het plantje met aardekluit en al erin. Druk dan de mix weer een beetje aan.

Verzorging Na het Zaaien

Omdat je met de bak en de mix verder ook alles voorbereid hebt, hoef je na het zaaien of planten bijna niets meer te doen. Je geeft wat water, haalt ingewaaid onkruid weg en checkt af en toe even of alles goed gaat. Of er geen ongedierte in je bak zit bijvoorbeeld, of dat je een plantje moet helpen om omhoog te klimmen aan het klimrek.

Niet alle planten zijn gelijk en bij sommige moet je wat extra's doen. Zo moet je bij tomaten de zijscheuten weghalen, en zet je bij stamboontjes een rekje over het vak om ze netjes in het gareel te houden. Het blijft natuurlijk de natuur, en er zal heus af en toe iets mis gaan.

Dan is het te koud, te nat, te droog, te warm, of komt er een hongerige slakkenfamilie langs die je niet op tijd in de gaten had. En soms is het onverklaarbaar. Dan doe je alles volgens het boekje, is het weer perfect, en komen zaadjes toch niet op of weigert een plantje te groeien.

Zaaimethoden in de Moestuin

In de moestuin kan je de groentes en kruiden op verschillende manieren zaaien. Sommige soorten kan je direct buiten in de volle grond zaaien, maar andere soorten moeten juist binnen worden voorgezaaid.

Direct Zaaien in de Volle Grond

Dit is de makkelijkste manier om te zaaien. Je kiest de plaats uit waar je de groentesoort wilt laten groeien en doet op deze plaats een zaadje in de grond. Nadat het zaad is ontkiemd, hoef je de zaailing niet meer te verplaatsen, want hij staat al op de juiste plaats. De eenvoudigste methode lijkt het breedwerpig zaaien: hierbij strooi je het zaad gelijkmatig over de gehele oppervlakte uit. De meeste groentesoorten worden in rijen gezaaid. Het is dan makkelijker om het onkruid tussen de rijen te verwijderen. Vergeet niet om een plantlabel met de naam van het zaad bij de lijn te plaatsen.

Zaaien op een Zaaibed

Een zaaibed is een klein stukje grond waar je de zaden redelijk dicht bij elkaar zaait. Maak het zaaibed vrij van onkruid, maak de grond licht vochtig en strooi de zaden uit. Dek de zaden daarna af met een dun laagje grond en geef nogmaals water. Nadat de zaden zijn ontkiemd en voldoende zijn gegroeid, worden de zaailingen die er het beste uitzien verplaatst naar hun uiteindelijke plek in de moestuin. Het voordeel van zaaien op een zaaibed is dat je in het begin wat minder ruimte nodig hebt.

Zaaien in een Koude Bak

Een koude bak is een moestuinbak die is afgedekt met een doorzichtig deksel van glas of kunststof. Deze bak beschermt je zaailingen tegen regen, wind en vorst. Door het doorzichtige deksel komt er genoeg licht in de bak en wordt de grond in de bak sneller warm. Deze manier van zaaien is handig voor moestuinierders die al in januari of februari willen beginnen met het zaaien van groentes. Verschillende slasoorten, wortels, wilde rucola en bloemkool zijn bijvoorbeeld zeer geschikt om in een koude kas te zaaien.

Bij het zaaien in een koude bak ga je op dezelfde manier te werk als bij het zaaien in de volle grond.

Voorzaaien in een Zaaitray

Groentes zoals courgette en tuinbonen kunnen alvast binnen in een zaaitray worden voorgezaaid. Zaai de zaden dun uit in de zaaitray. Nadat de zaden zijn ontkiemd, draai ik de zaaitray dagelijks om. Het is ook handig om een pottenpers te gebruiken bij het voorzaaien in een zaaitray. Je vult de pottenpers met de hiervoor genoemde mix van zaai- en stekgrond en vermiculiet en maakt hier een perspotje mee. Dit perspotje zet je in de zaaitray. Er komt automatisch een gaatje in het geperste potje waar je het zaadje in kan stoppen.

Op deze manier heeft elke zaailing een eigen 'potje' om in te groeien, waardoor de wortels niet door elkaar komen.

Voorzaaien in een Verwarmde Kweekkas

Groentes met een lange groeiperiode, zoals aubergine en pepers, kunnen in een verwarmde kweekkas worden voorgezaaid. Bijna geen enkele amateur moestuinierder heeft een grote verwarmde kas, maar je kunt natuurlijk wel in een klein verwarmd kweekkasje op de vensterbank voorzaaien. Bij het voorzaaien in een verwarmde kweekkas, kan je dezelfde stappen volgen als bij het voorzaaien in een zaaitray.

Deze manier van zaaien wordt vaak vroeg in het jaar gedaan, zo rond februari. In deze tijd van het jaar is het nog niet lang licht, waardoor de zaailingen lang en slap kunnen worden. Dit kan je voorkomen door groeilampen te gebruiken.

Zaai-icoontjes op Zaadzakjes

Nu je weet welke zaaimethoden er zijn, is het handig om te weten welke zaaimethodes geschikt zijn voor je verschillende moestuinzaden. Je kan de informatie hierover vaak terugvinden op het zaadzakje. Hieronder heb ik twee voorbeelden van icoontjes op een zaadzakje toegevoegd. Het linker icoontje betekent dat je de zaden binnen kunt voorzaaien.

Als je binnen hebt voorgezaaid in een zaaitray of verwarmde kweekkas, kan je de zaailingen verspenen wanneer ze vier blaadjes hebben.

Tips voor Succesvol Zaaien

Net als elke hobby is het resultaat altijd beter als je je erin verdiept en zorgt voor de goede omstandigheden, de juiste methode en het juiste materiaal kiest. De soorten die we zelf graag willen omdat ze nou eenmaal mooier zijn dan onkruid, of lekker, of langer bloeien, of minder woekeren, of gewoon beter in onze tuin passen hebben meestal wat meer zorg nodig.

De meeste zaden hebben een uitgekiende balans nodig tussen vocht, licht, lucht, temperatuur, grond, voeding. Eenjarige soorten zijn daar wat makkelijker in (al zijn ook daar uitzonderingen op): die zijn van nature vaak al sterk, ze moeten net als onkruid in één jaar zien te kiemen, groeien, bloeien en zich voortplanten.

Zaai-beschrijvingen

Ongetwijfeld staat er, bij de in de reguliere zaadhandel gekochte zaden, een zaaibeschrijving achterop het zakje. Misschien is het een open deur maar lees die beschrijving zorgvuldig. Mocht je het niet direct heel logisch of begrijpelijk vinden wat er staat zoek dan nog even in boeken of op internet voor aanvullende informatie. Later leer je nog wel om te variëren in zaaimoment, periode, zaaimedium (= waarin je zaait), etc..

Als er 50 zaden in een zakje zitten, zaai er dan 10 of 15 (en als je maar 1 plant nodig hebt misschien zelfs maar 3 zaden). Mochten de zaden om welke reden dan ook niet willen kiemen (of wel kiemen maar gaan de jonge zaailingen na de kieming al snel dood), dan kun je nog een tweede zaaironde = poging wagen. Misschien nogmaals op dezelfde manier of juist via een andere methode of plaats of grondmengsel of wat dan ook.

Zaai niet te diep. Een algemene regel voor de diepte van het zaaien: zaai zaden niet dieper dan ongeveer 1,5 tot 2 keer hun eigen dikte/grootte. Dus een zaadje van 1 millimeter dik hoef je ook maar met slechts 2 millimeter vermiculiet of zand te bedekken. Een zaadje van 1 centimeter dik kun je het beste 1,5 tot 2 centimeter onder de grond duwen.

Dek de zaden bij voorkeur af met vermiculiet of wat grof zand (ik gebruik altijd brekerzand, te koop bij elke bekende bouwmarkt).

Begin met Gemakkelijke Soorten

Ga nou niet gelijk beginnen met lichtkiemers, onregelmatige kiemers, koudekiemers, etc. als je nog nooit gezaaid hebt. Begin gemakkelijk, met soorten die niet al te veel bijzonderheden hebben rond het zaaien. In het algemeen: begin met eenjarige soorten, die zijn vaak makkelijker te zaaien dan vaste planten of heesters, en kiemen sneller (omdat ze in hun ene jaar dus alles in rap tempo moeten volbrengen: kiemen, groeien, bloeien en zaden maken).

Kies als beginnende zaaier eenjarige bloemen als Calendula (goudsbloem), Tagetes (afrikaantjes), Tropaeolum (Oost-Indische kers), Nigella (juffertje in ’t groen), Cosmos bipinnatus (cosmea), etc.: dat zijn eenjarigen die bij slaapkamertemperatuur (rond de 16 graden) in een zo licht en zonnig mogelijk raamkozijn vaak al binnen 1 tot 2 weken kiemen en makkelijk te verspenen en uit te planten zijn.

Zaden Zijn Levende Wezens

Zaden zijn levende wezens, ze zijn alleen in een slapende toestand. Zaden zijn gedroogd en ‘slapen’, ze hebben de juiste behandeling nodig om ‘gewekt’ te worden. Voor sommige soorten is dat veel licht en lucht en niet te veel vocht, voor anderen juist een donkere omgeving en meer vocht, of meer of minder warmte, of voor sommige soorten een lange tijd en voor anderen een koude periode.

Zaai Niet Te Vroeg

Dit is altijd een valkuil, ook voor mij, zelfs na 30 jaar moestuinieren. Er is begin februari een heerlijke week met mooi weer en een wat hogere temperatuur dan normaal. Kriebel, kriebel, geen zelfbeheersing en voor je het weet loop je met veel te vroeg gezaaide zaailingen heen en weer van buiten naar binnen en terug bij kans op nachtvorst of een plensbui.

Dat is dan nog niet eens zo erg, maar je kweekt er vaak zwakke en ziekelijke planten mee, omdat ze zeer wisselend opgroeien, vaak nog te donker (de dagen te kort) en te koel, en dan vervolgens in een kamer waar het dan weer te warm is, etc. Deze zaailingen zijn vaak gevoeliger voor ziekten, schimmels, etc..

Oftewel; zaai niet te vroeg en zaai altijd op een zo licht mogelijke plaats. Ik geef toe dat dat niet altijd meevalt, in het vroege voorjaar is de drang altijd erg sterk om te gaan zaaien, weet ik uit ervaring. En natuurlijk zijn er soorten die je al in februari in huis kunt zaaien )denk aan pepers en paprika´s’. Maar er zijn ook soorten die je veel beter buiten of onder glas kunt zaaien (denk aan koolsoorten), en soorten waar je echt mee zult moeten wachten tot later in het voorjaar omdat ze veel warmte nodig hebben maar wel snel kiemen en groeien (denk aan bonen, basilicum, augurken, etc.).

Denk er vooral even over na wanneer je wilt gaan zaaien: waarom deze soort op dit moment en op deze manier en deze plaats.

Kiemkracht van Zaden

Er zijn best vaak zaden die niet willen kiemen, ook bij mij hoor. Het kiemvermogen van zaden kan van zoveel factoren afhangen (leeftijd en kwaliteit van de zaden, maar ook hoe de zaden tot het zaaien zijn bewaard, en er zijn nu eenmaal ook lastige kiemers, etc.).

Zaailingen in een bak, van sommige soorten 8 potjes, van sommige soort 2, of 4, afhankelijk van wat ik van tevoren heb bedacht nodig te hebben.

De Juiste Grond

Als je zo je best hebt gedaan (en misschien ook flink wat geld hebt uitgegeven) om goede zaden van mooie en/of bijzondere soorten te kopen, en je je zo verheugt op de groei en bloei of oogst van de planten die uit die zaden komen, dan zou het toch zonde zijn als het zou mislukken omdat je bijvoorbeeld niet de juiste grond hebt gebruikt?

Welke grond je dan moet gebruiken is lastig te zeggen, er bestaan tegenwoordig zoveel soorten grond, en zaden hebben zeker ook wel een voorkeur voor omstandigheden als niet te nat, niet te zwaar, of juist voedzaam en goed vochtig, etc.. Er is bijvoorbeeld speciale zaai- en stekgrond te koop, die is duurder dan potgrond maar zeker als je niet zo heel veel gaat zaaien een goede optie.

Als je veel gaat zaaien kan het een optie zijn om zelf grond te mengen. Neem daarvoor een goede kwaliteit potgrond en meng die met 1/5e deel grof brekerzand (bij elke bouwmarkt te koop), of met 1/10e deel brekerzand en 1/10e deel vermiculiet.

Gebruik een goed formaat potje, mijn voorkeur ligt bij 9 x 9 centimeter hard plastic potjes (ze worden P9-potjes genoemd). Maar ik zaai soms ook een zaaitray (voor bijvoorbeeld het voorzaaien van koolsoorten, 1 zaadje per vakje, je kunt zo vaak tientallen zaden in een relatief kleine tray zaaien).

Vermiculiet

Vermiculiet is een natuurlijk mineraal; het wordt verhit en zet dan uit en wordt heel licht (een beetje zoals popcorn). Vermiculiet is heel licht; het laat licht en lucht door en is daarmee heel handig als afdekmiddel voor zaaisels. Daarnaast kun je het ook gebruiken in zelfgemaakte potgrondmengsels.

Vermiculiet heeft de eigenschap dat het vocht vast kan houden wanneer de grond nat is en dat vocht weer af kan staan als de grond droog wordt.

Kokos Potgrond

Ik heb zelf ook nog niet zoveel ervaring met kokos potgrond. Dat komt door mijn slechte ervaring met de blokken potgrond op basis van kok...

Zaaien in de Moestuin

Zelf bloemen of planten zaaien is superleuk en leerzaam. Geeft het geen voldoening om een complete plant te zien opkomen uit zo’n minuscuul zaadje? In de natuur gebeurt dit om de haverklap. Maar wil je gericht plantjes zaaien voor je eigen tuin, dan is jouw rol belangrijk. Wie voor het eerst gaat zaaien, kan ontzettend veel informatie vinden op internet. Misschien wel té veel!

Waar Moet Je Op Letten Bij Het Zaaien?

De meeste planten kun je meteen zaaien op de plek waar je ze wil hebben: in een bak op je balkon of in de volle grond in je tuin. Als je een zakje koopt, dan staat op het zakje hoe het moet. Het is belangrijk om je aan de beschrijving te houden, dus bestudeer deze goed!

Bedenk vooraf hoeveel je gaat zaaien. Dertig kroppen sla krijg je waarschijnlijk niet in een week opgegeten, dus het is slimmer om niet dertig zaadjes in één keer in de grond te stoppen. Maar bijvoorbeeld vijf tot tien, waarbij je er rekening mee houdt dat sommige zaadjes niet zullen ontkiemen.

Als je een moestuinbak hebt, kun je met je vinger gaatjes prikken op de aanbevolen zaaiafstand. Dat hoeft niet te diep te zijn: je zaait ongeveer twee keer zo diep als de grootte van het zaadje. Bij kleine zaadjes kun je een paar zaadjes per gaatje zaaien, dan is de kans groot dat er op die plek iets gaat groeien. Als er meerdere zaailingen verschijnen, dan hou je de sterkste over, de rest haal je weg. Daarna doe je een klein beetje aarde over de zaadjes en geef je voorzichtig water.

Bij moestuinieren in de volle grond kun je werken met ondiepe geultjes om in te zaaien in plaats van gaatjes.

labels:

Zie ook: