Rundvlees in Nederland komt van melk- en vleeskoeien van verschillende rassen. De meeste koeien hebben een karkasgewicht van 550 tot 600 kg, en wegen levend rond de 900 kilo. Daarvan kunnen we gemiddeld 440 kg vlees verkopen in de vleespakketten. De zwaarste koeien wogen meer dan 700 kg karkasgewicht en wogen levend bijna 1100 kg. Recent hebben we vleespakketten verkocht van Jans, zij woog 711 kg karkasgewicht en gaf 535 kg aan vleespakketten. Van een (melk)koe komen verschillende soorten rundvlees. Een biefstuk wordt bijvoorbeeld vaak gesneden van de bovenbil, het spierstuk of de dikke lende. Hacheevlees wordt gesneden van de onderrib, en ossenstaart is, zoals de naam het al zegt, de staart. Benieuwd naar welke soorten rundvlees er nog meer van een koe afkomen?

Naast de hoeveelheid vlees, is er ook de kwestie van dubbeldoelkoeien. Dubbeldoelkoeien zijn koeien met een dubbele functie. Zo komt van de Nederlandse rundvleesproductie het overgrote deel (95%) van melkvee-gerelateerde bedrijven. Daar worden de dieren dus in de eerste plaats gehouden voor de productie van melk, en uiteindelijk altijd ook voor vlees. Nadat de dieren niet meer voldoende productief voor de melk, dus letterlijk uitgemolken, dan worden ze zo goed mogelijk aangesterkt, zodat er weer meer vlees op de botten komt en ze beter geschikt (rijp) zijn voor de slacht en beter vlees opleveren.

Dubbeldoelkoeien: Een Duurzamer Alternatief

Naast het ‘upgraden’ van de Nederlandse melkkoe maakt het ook verschil welk runderras de veehouder voor zijn bedrijfsvoering gebruikt. Dubbeldoelkoeien zijn niet alleen ‘betere allrounders’, maar hebben als bijkomend voordeel dat ze duurzamer zijn, mede omdat hun productie vrijwel volledig op gras gebaseerd is - sommige koeien worden bijgevoerd met mais, restproducten of incidenteel wat krachtvoer. In Nederland zijn er naar verhouding relatief weinig rundveehouders die dubbeldoelkoeien houden van de meer specifieke rassen, die het meest geschikt voor zijn voor de dubbele functie; ons land kent zo’n 30.000 tot 35.000 runderen van dit zogenaamde ‘gemengde type’.

Tot de tweede helft van de 20e eeuw was de dubbeldoelkoe erg populair. Daarna stapten veehouders geleidelijk over op melkvee (specialisatie), dat dus vooral voor één hoofddoel gehouden wordt: veel melk. Vlees van ‘aangesterkte’ koeien is prima kwaliteitsvlees, en kan zeker voor meer doeleinden gebruikt worden dan alleen worst of gehakt. Dubbeldoelrassen zijn ‘oude’ runderrassen. Van deze rassen leven er relatief weinig koeien in Nederland, waardoor ze zelfs als ‘zeldzaam’ worden beschouwd.

In ons land komen verschillende dubbeldoelrassen voor. Traditioneel (rond 1900) waren dat Fries-Hollands, Groninger Blaarkop en MRIJ (Maas-Rijn-IJsselvee), later uitgebreid met de variaties Roodbont Friesvee, Lakenvelder, Brandrood rund, Witrik en Fleckvie - enkel het Fleckvie-ras staat niet op de lijst van zeldzame dieren van Stichting Zeldzame Huisdierrassen.

De Overgang naar Melkkoeien

In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw stapten veehouders geleidelijk over van dubbeldoelkoeien op melkkoeien. Dit kwam o.a. door de komst van de melkmachine en verbeterde technologie. Ook verschoof de zuivelmarkt van vette boter naar eiwitrijke kaas, voor veehouders extra reden om voor melkkoeien te kiezen. In de jaren ’80 kwamen de Amerikanen met een speciaal voor melkproductie gefokte koe, die zeer succesvol zou blijken: de Holstein-Friesian. In grote delen van Nederland (met name de veenweidegebieden) is wat agrarische bestemming betreft alleen grasgroei mogelijk (weilanden).

Het aantal specifieke dubbeldoelkoeien is in ons land de afgelopen jaren sterk afgenomen. Tussen 2016 en 2018 daalde de stapel van 5000 naar 3000 dieren, mede als gevolg van het overheidsbeleid rond het fosfaatrechtenstelsel. Stierkalveren (de mannetjes dus) hebben feitelijk geen nut voor de melkveehouderijen.

Milieu-impact en Duurzaamheid

De melk- annex rundvleesproductie heeft impact op het milieu, zoals elke economische activiteit. Die impact bestaat in de vorm van broeikasgassen, en wordt de carbon footprint of ecologische voetafdruk genoemd. Uit ander onderzoek blijkt dat ‘hoogproductieve melkkoeien niet gunstiger zijn voor de uitstoot van broeikasgassen dan dubbeldoelkoeien’. Om de uitstoot van broeikasgassen per liter melk te verlagen, proberen melkveehouders doorgaans onder andere de melkproductie te verhogen en de levensduur van hun koeien te verlengen (koeien geven gemiddeld bijna 8.000 liter melk per jaar).

Nederland importeert rundvlees (van zoogkoeien), omdat we daar meer van eten dan we produceren. Het zoogkoeiensysteem heeft een grotere footprint (per kg geproduceerd vlees) dan de melkveehouderij. De periode waarin koeien na hun ‘melkloopbaan’ uitgroeien tot vleeskoe is relatief kort, wat ook de footprint beperkt. Ook blijkt dat consumenten de laatste jaren vaker op zoek zijn naar streekproducten, of producten die ze direct bij de boer kunnen kopen.

Raszuivere dubbeldoelkoeien zijn robuuste dieren met een lange levensduur. Ze leveren langer melk dan koeien die puur voor de melk worden gehouden en hogere volumes opleveren, zoals Holstein-Friesian. Grasland, dat niet geschikt is voor andere gewassen, is de basis van duurzame melk- en vleesproductie door dubbeldoelkoeien. Omdat dubbeldoelkoeien op basis van gras produceren in plaats van krachtvoer, passen de dieren in de kringlooplandbouw. Dubbeldoelkoeien zetten voer (gras), water en grond dat ze tijdens hun leven gebruiken om in melk, wat bijdraagt aan circulaire veeteelt. Meer dubbeldoelkoeien in Nederland betekent meer in Nederland geboren kalveren. Zo zijn er voor Nederlandse kalfsvleesbedrijven minder importen uit het buitenland nodig.

Rundvlees van dubbeldoelkoeien leent zich prima voor culinaire bereidingen. Meesterchef Robert Kranenborg (o.a. Topchef en Masterchef) pleit al jaren voor de ‘terugkeer’ van dubbeldoelvlees, onder meer om de weidegang te stimuleren. In zijn burgerrestaurants serveert hij ook uit kwalitatief oogpunt 100% Nederlands rundvlees van weidemelkkoeien. Met vlees van dubbeldoelkoeien valt veel meer te bereiden dan worst of gehakt. Ook worden de luxere delen van het dier gebruikt, zoals entrecote, bavette en ribeye. Kranenborg gebruikt in zijn keukens ‘alleen de beste kwaliteit’ vlees voor zijn hamburgers, aangezien zijn burgerconcept fine dining combineert met casual.

Prijs van Vleeskoeien in Nederland en Europa

Maandelijks wordt een vergelijking gemaakt tussen de Nederlandse melkveehouderij en een aantal andere exporterende zuivellanden via een specifiek kengetal. Deze keer ligt de focus op de prijzen van vlees van afgevoerde melkkoeien en stierkalveren. De prijzen hiervoor liggen in Nederland laag ten opzichte van de uitbetaalde prijzen in andere Europese zuivellanden.

In 2017 was de afleverprijs van koeien voor de slacht op een herkenbaar Nederlands melkveebedrijf ongeveer € 1,15 per kg levend gewicht. Deze prijs was op basis van afgeleverde koe die tussen O- en P-kwaliteit inzit en een afslachtpercentage van rond de 50 procent. Binnen Europa is deze prijs vrij laag. Alleen de afgeleverde koeien in Polen zitten met ruim € 1,10 per kilogram levend gewicht op een iets lager prijsniveau. De afgeleverde koeien in Duitsland leveren binnen Europa het meest op. De Duitse melkveehouders ontvangen gemiddeld € 1,50 per kilogram levend gewicht. Buiten Europa ontvangt een melkveehouder in de VS (Californië) de hoogste prijs met bijna € 1,60 per kilogram levend gewicht. Argentijns koeienvlees is ten opzichte van andere belangrijke zuivellanden het goedkoopst. Een melkveehouder ontvangt voor het vlees van de afgeleverde koeien iets meer dan € 0,90 per kg levend gewicht.

Figuur 2 laat zien dat een verkocht stierkalf op een herkenbaar Nederlands melkveebedrijf in 2017 ongeveer 85 euro opleverde. Binnen Europa kregen alleen Franse melkveehouders een tientje minder per stierkalf. Vooral melkveehouders in Duitsland, met name in Zuid Duitsland, en Polen ontvingen een veel hogere prijs voor een stierkalf. Zij krijgen respectievelijk 280 en 270 euro per stier. Opgemerkt moet wel worden dat niet alle bedrijven in Duitsland en Polen deze hoge prijzen hebben gerealiseerd. Vooral op de grotere melkveebedrijven in Noord en Oost Duitsland met meer dan 150 koeien lag de prijs voor stierkalveren meer in de buurt van de Nederlandse prijs. Buiten Europa hebben stierkalveren een lage opbrengstprijs.

Gemiddelde Prijzen van Vleeskoeien in Diverse Landen (2017)

Land Prijs per kg levend gewicht (koe) Prijs per stierkalf
Nederland € 1,15 € 85
Polen € 1,10 € 270
Duitsland € 1,50 € 280
VS (Californië) € 1,60 N/A
Argentinië € 0,90 N/A
Frankrijk N/A € 75

labels: #Vlees

Zie ook: