Kinderen hebben voldoende beweging en buitenlucht nodig op een schooldag. Dat geldt zeker voor kleuters, die nog niet zo lang stil kunnen zitten.

Wieltjesdag en Waterpret

‘Organiseer’ een wieltjesdag, heel eenvoudig! Op de ballendag mogen de kinderen allemaal een bal mee naar school brengen. Grote ballen, kleine ballen, voetballen, skippyballen, tennisballen. Het maakt niet uit.

Houd een waterdag op een zomerse dag. Zet enkele zwembadjes op en zet een sproeier neer. De kinderen mogen iets meebrengen dat met water te maken heeft. De tuinslang is aangesloten en de kinderen mogen zelf water komen halen.

Modderpret en Hindernisbanen

Houd een modderdag. Vraag de kinderen zwemkleding mee te brengen. Leg de tuinslang in de zandbak, zodat deze lekker modderig wordt.

Maak een BloteVoetenPad op de speelplaats. Laat de kinderen met het buitenspeelmateriaal een hindernisbaan leggen.

Rekenen en Bezorgen

Schrijf getallen op kartonnen doosjes of oude blokken. Schrijf dezelfde getallen op de speelplaats. De kinderen gaan de pakketjes bezorgen. Ze leggen ze op een trek- of duwkar of in een kruiwagen en rijden langs de ‘brievenbussen’ op de speelplaats. De pakketjes worden op de juiste plek bezorgd.

Variatie: teken getalbeelden, zoals stippen, op de pakketjes en getalsymbolen op de speelplaats.

Samenwerkend Leren in de Zandbak

Combineer buitenspelen met samenwerkend leren en gebruik hiervoor materialen die in elke school te vinden zijn. Geef de kinderen gerichte opdrachten tijdens het spel in de zandbak. De kinderen zijn bakkers en krijgen een bestelling binnen. Deze staat op een bakkersbriefje. Ze maken de bestelling klaar en bezorgen hem op de juiste plek. Ondertussen leren ze het tellen, de getalsymbolen, de kleuren en het op een klasgenootje afstappen spelenderwijs.

Tikspelen

Chinese Muur

Maak een veld. Alle kinderen staan op een rij aan één kant van het veld. In het midden staat één tikker. Als de tikker “ja” roept, mogen de kinderen naar de overkant rennen. De kinderen die getikt worden sluiten zich bij de tikker aan en vormen zo een sliert. De sliert mag nooit los gaan en alleen de twee buitenste kinderen mogen tikken.

Omkijkertje

Eén kind staat met het gezicht tegen de muur. De andere kinderen staan achter een lijn. Deze kinderen proberen het kind dat tegen de muur staat te tikken, maar… als dat kind zich omdraait, mag het kind wat er naartoe wilde rennen niet bewegen. Hij/zij moet als een standbeeld stilstaan.

Vos kom uit je hol / Wolfje, wolfje, ben je thuis?

Eén kind staat met het gezicht naar de muur. De andere kinderen sluipen erop af. Ze roepen “Vos kom uit je hol!”. Wanneer de vos uit z’n hol komt, probeert hij zoveel mogelijk kinderen te tikken.

Vossen en Kippen

Aan de ene kant staat één kind, de vos. Aan de andere kant staan de andere kinderen, de kippen. De vos vertelt wat hij wil eten. De kippen rennen naar de overkant, maar… als de vos iets met het woord kip zegt, dan probeert de vos de kippen te tikken. De kippen zijn vrij als ze terug achtet de lijn zijn, of als ze de overkant gehaald hebben.

Variatie: een verteller vertelt wat de vos te eten krijgt.

Annemaria Koekoek

Eén kind staat met het gezicht naar de muur. De andere kinderen staan er een eind vandaan en sluipen dichterbij terwijl het kind roept: Annemaria koekoek! Dan draait het kind zich om. Alle kinderen die nog bewegen/lopen moeten terug naar achter.

Tikkertje met de geheime verlosser

Eén kind is de tikker. Dit kind gaat even weg. Er wordt een geheime verlosser afgesproken. De tikker komt kinderen tikken. De getikte kinderen gaan met de benen wijd staan of krom staan. Kinderen die langs komen kruipen er onderdoor/springen er overheen. Wanneer de geheime verlosser dit doet is het kind weer vrij.

ABC-spel (Overloopspel)

Alle kinderen staan aan één kant van het veld. In het midden staat een tikker. De tikker noemt een categorie (denk aan pim pam pet), bijv. een winkel, een bloem, een meisjesnaam, een dorp, een land… Dan noemt de tikker in zijn hoofd de letters van het alfabet op. De kinderen roepen stop. De tikker noemt de letter.

Als een kind iets met deze letter weet, bijv. een bloem met een k - krokus, mag hij/zij naar de overkant van het veld lopen, zonder getikt te worden. Kinderen die niks weten te bedenken moeten rennen en de tikker mag hen tikken. Wie getikt is moet in het midden staan.

ABC-spel (Bal- en tikspel)

De kinderen staan in een cirkel en gooien een bal over. Elke keer als de bal naar iemand gegooid wordt, wordt er een letter van het alfabet genoemd, op volgorde. Dus: a, gooien, b, gooien, c, gooien d enz. Als de bal valt, moet het kind waarbij dat gebeurt met de letter die op dat moment aan de beurt is iets gaan zoeken op de speelplaats. Bijv. de bal valt bij de f, het kind rent naar het fietenrek, tikt een fiets aan en roept FIETS! Het spel gaat verder.

Als de bal valt, mag het kind dat de bal gooide na 10 seconden het kind dat iets moet bedenken met een letter gaan tikken. Weet het kind dus niks te bedenken of denkt het te lang na, dan kan het getikt worden. Als je getikt bent krijg je de E van Ezel, de tweede keer de Z en zo verder.

Drie is teveel

Alle kinderen staan in tweetallen naast elkaar, verspreid over de speelplaats of in de gymzaal. Er is één tikker en één loper. Als de tikker de loper getikt heeft, dan draaien de rollen om. De loper mag zich altijd aansluiten bij een groepje van twee.

Lekkerland / Viesland

De kinderen staan achter een lijn. Er staat een tikker in het midden. Hij of zij noemt iets lekkers of vies’ op. Aan de ene kant is achter een lijn “Lekkerland”, aan de andere kant is “Viesland”. De kinderen lopen naar de overkant of blijven staan. Bijv. als de kinderen bij Viesland staan en de tikker roept “friet”, zullen veel kinderen oversteken naar Lekkerland.

Staarttikkertje

Nodig: enkele linten. Alle kinderen hebben een staart achter in de broek, op de tikkers na. Deze proberen de staarten af te pakken. Lukt dit?

Moeder hoe laat is het?

Moeder loopt voorop. De kinderen lopen er in een lange sliert achteraan en roepen telkens: “Moeder hoe laat is het?” Moeder noemt een tijd. Wanneer moeder zegt: bedtijd… rennen de kinderen weg en probeert moeder zoveel mogelijk kinderen te tikken.

Boompje verwisselen

Nodig: stoepkrijt. Teken met stoepkrijt een aantal cirkels op de speelplaats. Alle kinderen hebben een cirkel, behalve de tikker. Je mag getikt worden wanneer je niet in een cirkel staat. Word je getikt, dan word jij de tikker. De kinderen kunnen bijv.

Krokodillentikkertje

Er is één tikker, de krokodil. Hij houdt zijn handen recht naar voren als een krokodillenbek. Op deze manier probeert hij andere kinderen te tikken. Wie getikt is, wordt ook tikker.

Ongelukstikkertje

Een tikspel waarbij de tikker één hand op de plek moet leggen waar hij getikt is. Met de andere hand moet hij tikken.

Olifantentikkertje

Er is één tikker, de olifant. Hij houdt met de linkerhand zijn neus vast en steekt zijn rechterarm door de opening. Op deze manier probeert hij andere kinderen te tikken.

Tv Tikkertje

Er is één tikker. Wanneer de tikker bij je in de buurt komt, noem je een tv-programma. Je gaat dan met de armen over elkaar staan. Iemand kan jou bevrijden door bijv. onder je door te kruipen, een rondje om je heen te rennen of over je te springen (bokspringen). Kies één van deze regels om iemand vrij te maken.Wanneer je getikt word, word je de tikker.

Variaties:

  • meerdere tikkers
  • wanneer je getikt word, ga je langs de kant zitten
  • een ander onderwerp dan tv-programma’s, bijv.

Tik maar mee

Er is één kind tikker.

Vlindervangertje

Twee kinderen vormen een schepnet door elkaar aan beide armen vast te houden. Dit zijn de tikkers. De andere kinderen, de vlinders, moeten proberen niet in het schepnet te komen. Worden zij toch gevangen, dan gaan ze aan de kant staan, tot er een tweede kind gevangen is.

School, bakker, huis

Teken drie lijnen op het schoolplein of zoek bestaande markeringen. Eén lijn is school, één bakker en één huis. De kinderen staan allemaal op “huis”. Eén kind is de “leider” en roept “bakker”, alle kinderen rennen naar bakker, dan roept dat kind school, alle kinderen rennen er naartoe, dan huis enz. Het gaat steeds sneller.

Ratten en raven

De kinderen staan 2 aan 2 op een lijn. Eén kind van het tweetal is rat, de ander raaf. Eén kind vertelt een verzonnen verhaal. Wanneer hij het woord rat zegt, vangen de raven de ratten (de ratten moeten wegrennen naar een andere lijn op de speelplaats). Wanneer de verteller raaf zegt, rennen de raven weg en vangen de ratten de raven.

Dit spel kan ook met de getallen t/m 10 gespeeld worden.

Jager en prooi

Maak een grote kring en wijs een jager aan. De jager gaat in het midden staan. Alle spelers bedenken een dierennaam en noemen deze hardop. De jager probeert te onthouden bij welk kind welk dier hoort. Het spel begint. De jager roept welk dier hij wil vangen en rent er naartoe. De speler met de naam van dat dier, roept nu snel de naam van een ander dier, voordat hij getikt wordt. Nu rent de jager naar dat dier, die roept snel weer een andere naam. Zo proberen de dieren de jager moe te maken en de jager probeert een dier te tikken.

Kat en muis in de kring

De kinderen staan in een kring met de handen vast. Eén kind is poes en één kind is muis. De poes staat in de kring, de muis loopt om de kring. Wanneer de leerkracht (of een kind) het zegt, doen de kinderen in de kring de armen omhoog en maken zo poortjes. De poes kan de muis nu gaan vangen. Ze mogen door de poortjes rennen en dus in en om de kring rennen. Wanneer de leerkracht het zegt gaan de armen omlaag. Nu mag de muis wel onder de kleine poortjes door, maar de poes niet!

Muisje kom maar uit je hol

Teken met stoepkrijt een grote cirkel (= muizenhol) met één opening op de speelplaats. De muizen staan in het hol. De poes (één kind) ligt in de opening te slapen. Nu kunnen de muizen zachtjes naar buiten sluipen om te gaan spelen. Als alle muizen buiten zijn wordt de poes wakker en probeert de muizen te vangen. De muizen moeten zo snel mogelijk door de opening terug het hol in.

De kikker in de vijver

Teken met krijt een grote cirkel op de speelplaats (de vijver). Midden in deze cirkel teken je een kleine cirkel (een lelieblad). Eén kind is kikker en zit op de hurken op het lelieblad. De kinderen zeggen: dag kikker. De kikker zegt: als je zin hebt, mag je bij mij in de vijver….. (hinkelen, springen, kruipen, op handen en voeten lopen). De kinderen gaan de vijver in en doen wat de kikker zei.

Berenspel

Teken 2 grote cirkels op de speelplaats. Dit zijn de berenkooien. De cirkels moeten aan beide kanten vlak bij een muur o.i.d. zijn en tussen de twee cirkels moet ongeveer 2 meter zitten. In beide kooien staat een beer (kind), een bruine beer en een ijsbeer. De andere kinderen moeten nu van de ene kant naar de andere kant rennen (niet door de kooien!) en de beren proberen ze te tikken.

De aap en de kokosnoot

De kinderen staan in de kring en hebben de handen vast. Midden in de kring ligt de kokosnoot (= bal of pittenzakje). Eén kind is de aap en loopt buiten de kring. Zonder dat de aap het ziet wordt een kind in de kring aangewezen als de boswachter. De aap baant zich nu een weg door het “bos”. Hij hakt twee handen van elkaar in de kring. De aap moet nu proberen de kokosnoot te pakken en de kring weer via de opening verlaten. Wanneer de aap de kokosnoot in zijn handen heeft mag de boswachter de aap proberen te tikken.

Slierttikkertje

Eén kind is tikker. Wanneer hij iemand getikt heeft pakken deze kinderen elkaars hand en zijn samen tikker. Wanneer er weer iemand getikt wordt sluit deze zich aan bij de sliert.

Balspelen

Zandbal

Graaf enkele emmers in in de zandbak. Gooi met een kleine bal (tennisbal) vanaf de zandbakrand. Probeer de bal in de emmer te mikken.

Fopbal

Een aantal kinderen staan op een rij. Eén kind staat voor de rij met de bal. De kinderen hebben de handen op de rug. De bal wordt echt aangegooid of degene met de bal doet alsof hij/zij gooit. Komen de handen dan tevoorschijn?

Jeu de Boules

Er wordt een klein balletje weggegooid. Alle kinderen hebben een iets grotere bal, bijv. een tennisbal. Ieder mag één keer gooien.

Lummelen

Ga in een vierkant staan (eventueel op lijnen die op de speelplaats staan). Eén of meerdere kinderen, afhankelijk van het aantal deelnemers, staan in het midden. De kinderen in het vierkant gooien over en de lummels proberen de bal er tussenuit te pakken.

Voetbal

Geef de kinderen een zachte bal en maak van kleine pionnen een veld. Maak duidelijke afspraken en stel enkele regels vast.

De bal, de bal is voor…

Eén kind gooit de bal omhoog en zegt “de bal, de bal is voor…. (naam kind). Dat kind pakt de bal zo snel mogelijk en roept stop. Ondertussen rennen de andere kinderen zo snel mogelijk weg tot stop geroepen wordt.

Wie heeft de bal het eerst?

Een kind heeft de bal, naast hem staat aan beide kanten een kind. Het kind gooit de bal weg en de 2 kinderen rennen er opaf. Wie heeft de bal het eerst?

Hinkelbaan

Maak met de kinderen een hinkelbaan van stoepkrijt of hoepels. De kinderen springen op hun eigen manier over de hinkelbaan, maar ze moeten wel in elk vak komen.

Variatie: leg iets op een vak, op dit vak mogen de kinderen niet komen.

Rekenspel

Tegels tellen

De kinderen staan op een tegel op de speelplaats.

Jeu de boules

Ga achter een lijn staan. Gooi een voorwerp, bijvoorbeeld een blokje een stuk voor je op de speelplaats. Probeer met een bal of pittenzakje zo dicht mogelijk bij dit blokje te komen.

Cijfer tikkertje

Schrijf de cijfers 0 t/m 9 op de stoep, kris kras door elkaar en ver uit elkaar. Schrijf nu de namen van alle spelers op de tegels en schrijf achter elke naam een aantal (bijv. 5) cijfers. De spelers pakken nu allemaal een krijtje. Iemand roept “start” en de spelers gaan zo snel als ze kunnen alle cijfers die bij hun naam staan aantikken. Telkens als er een cijfer is aangetikt, ren je terug naar je naam en streep je dat cijfer door. Dan ren je naar het volgende cijfer.

Imitatiespel

Volg de voorman

Eén kind loopt voorop in de rij en loopt op een bepaalde manier. De andere kinderen doen hem na.

labels: #Kip

Zie ook: